Home / Edito - Belgische politiek / PVDA breekt door: 43 parlementairen om onze strijd te versterken

PVDA breekt door: 43 parlementairen om onze strijd te versterken

In 2014 stuurde de PVDA de eerste radicaal linkse verkozenen in 30 jaar naar de regionale parlementen van Brussel en Wallonië en naar de Kamer. Vijf jaar later behaalde de PVDA in heel het land niet minder dan 584.621 stemmen. Dat levert 43 parlementsleden op: 12 Kamerleden (waarvan 3 uit Vlaanderen), 5 Senatoren, 10 Franstalige en 1 Nederlandstalige verkozenen in het Brussels Parlement, 4 Vlaamse Parlementsleden, 10 Waalse Parlementsleden en een Europese verkozene. Nooit eerder stelde zich zo’n kans voor radicaal links om op te komen voor een programma dat breekt met het kapitalisme.

Artikel door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De doorbraak van de PVDA was al opmerkelijk in 2014. Vandaag is het dat nog meer. Raoul Hedebouw en zijn kameraden zorgden ervoor dat de stem van de straat in het parlement werd gehoord en meer weerklank vond in het publieke debat. Verschillende tussenkomsten van Raoul in de Kamer gingen viraal op het internet en hielpen in het vestigen van vertrouwen in het sociaal verzet tegen de meest vastberaden rechtse regering sinds Martens-Gol in de jaren 1980.

De PVDA had al duizenden leden en wellicht zullen er nog heel wat volgen op basis van de uitstekende resultaten. Velen van hen zetten deze stap omdat ze betrokken willen zijn in de sociale strijd, maar ook om een positief perspectief te verdedigen. Wie kwam nog geen PVDA-militant tegen met een petitie in de hand tijdens een betoging, op de markt of op straat? Denk aan de petitie tegen de verhoging van de pensioenleeftijd en tegen het puntenpensioenen of die voor gratis en degelijk openbaar vervoer in de klimaatbeweging. Daar is er ongetwijfeld heel wat steun voor: elke peiling geeft stelselmatig aan dat een meerderheid van de bevolking al overtuigd is van die maatregelen.

Alle inspanningen en het vele werk van de PVDA-militanten waren tot hiertoe volledig gericht op het behalen van meer verkozenen. Nu dat gelukt is, mag de ambitie niet beperkt zijn tot het verdedigen van onze eisen in het parlement. De posities moeten gebruikt worden om het gevecht voor het realiseren van die eisen te versterken. Dat betekent voorstellen doen om de strijd te organiseren, zelf initiatieven nemen om een krachtsverhouding uit te bouwen en volgende stappen in de klassenstrijd voorbereiden.

Dit kan op veel terreinen. Neem nu de petitie van het ABVV voor een minimumloon van 14 euro per uur. De PVDA kan zich samen met andere vakbondsleden in die campagne gooien. Om deze eis te realiseren, moeten we hem populariseren. De PVDA kan een belangrijke bijdrage leveren, onder meer door er een thema van te maken op de vele werkplaatsen en in de syndicale delegaties waar de partij aanwezig is en door daar het gevecht aan te gaan om overwinningen te boeken.

Een dergelijke benadering zou bijdragen aan de opbouw van een groter aantal syndicale delegaties die een bastion van verzet vormen op basis van een grotere betrokkenheid. Dat zou ook nuttig zijn als de vakbondsleiders bang zijn om strijd verder te zetten. Veel werkenden zijn nog niet vergeten hoe onze acties na het geslaagde opbouwende actieplan van 2014 stilgelegd werden. De PVDA moet nadenken hoe het haar politiek gewicht gebruikt om strijdbare militanten te versterken, ook diegenen die zich in de steek gelaten voelen door hun eigen vakbondsstructuren.

Uiteraard is er voor het aangaan van strijd een goede strategie nodig, die rekening houdt met de onvermijdelijke reactie van de overkant en die waar nodig tactische aanpassingen kan doen. Na het relatief geduldig bouwen aan een electorale basis is het nu tijd voor een verdere stap. De crisis van het kapitalisme laat ons geen andere keuze dan te vechten voor een socialistische samenleving. Zoals Bertold Brecht in een vaak door PVDA-voorzitter Peter Mertens aangehaald citaat stelde: “Wie vecht kan verliezen. Wie het gevecht niet aangaat, heeft al verloren.”