Home / Edito - Belgische politiek / PTB: koppel steun aan ‘Portugese coalitie’ aan vierdagenweek en hoger minimumloon

PTB: koppel steun aan ‘Portugese coalitie’ aan vierdagenweek en hoger minimumloon

De mogelijkheden van progressieve coalities van PS, PTB en Ecolo worden niet waargemaakt in Wallonië, Brussel en de Federatie Wallonië-Brussel. Nochtans kreeg de oproep van het Waalse FGTB de afgelopen dagen een grote weerklank en steeds meer steun. Er is ontgoocheling en ongenoegen onder heel wat werkenden die hopen op het einde van rechtse regeringsdeelname. De PS schuift de verantwoordelijkheid door naar de PTB omdat deze geen verantwoordelijkheid wou opnemen. De PTB wijst naar de PS die een toneel opvoert om een toekomstige coalitie met MR te rechtvaardigen.

Door Boris (Brussel)

De pogingen om aan te tonen dat de andere partij van slechte wil is door vertrouwensvragen op te werpen of te spreken over agenda’s van vergadering, het al dan niet plaatsvinden van informeel contact, shows voor de camera’s en dergelijke meer hebben weinig belang. De arbeidersbeweging verwacht beter. Al die kwesties gaan eraan voorbij dat de vorming van een progressieve meerderheid moet vertrekken van een ernstig debat over welk programma een einde kan maken aan het besparingsbeleid en een echt verschil kan maken voor het dagelijkse leven van de bevolking. Dit debat mag zich overigens niet beperken tot onderhandelingen in achterkamers, maar kan beter gevoerd worden met een zo groot mogelijke betrokkenheid van linkse militanten en kiezers, syndicalisten, activisten uit de vrouwenbeweging, antiracisten en antifascisten, klimaatactivisten, … doorheen meetings en mobilisaties.

De onderhandelingsnota van de PTB is een interessante linkse bijdrage. Zo wordt voorgesteld om de komende vijf jaar 40.000 sociale woningen bij te bouwen in Wallonië: een aantal dat overeenkomt met het aantal gezinnen op wachtlijsten. De PTB heeft gelijk dat het deze kwestie benadert vanuit de noden en niet vanuit de vrijwillig beperkte middelen. De PTB denkt dat zo’n plan van publieke investeringen een miljard euro per jaar zou kosten aan het Waalse gewest. Het is waar dat een linkse regering die vertrekt van de noden onvermijdelijk een regering van burgerlijke ongehoorzaamheid moet zijn die het financiële keurslijf van een gebrek aan middelen doorbreekt. We komen daar later op deze site nog op terug met een grondiger analyse van de mislukking van de progressieve meerderheden om daar lessen uit te trekken.

Na de mislukking om tot progressieve coalities te komen, wees de PTB heel snel het voorstel van de PS voor een ‘Portugees scenario’ van de hand. Dat is een voorstel van een minderheidsregering van PS en Ecolo met gedoogsteun van buiten de regering door PTB. Was het correct om dit zo snel af te wijzen of kan de PTB de mogelijkheid van onderhandelingen hierover beter openlaten en hoe gebeurt dat best?

Een ‘Portugese’ minderheidsregering hoeft geen blanco cheque te zijn

De PTB wees de optie van steun aan een minderheidsregering te snel af met deze verklaring: “De Portugese optie betekent een blanco cheque.” In 2016 zei Raoul Hedebouw over die steun van het Links Blok en de PCP aan een sociaaldemocratische minderheidsregering: “Voor de Portugese Communistische Partij is dit een manier om haar verantwoordelijkheid te nemen, aangezien de bevolking geen rechtse regering meer wilde. Het is een soort van steun van buitenaf, zoals in de tijd van het Volksfront in Frankrijk. De geschiedenis toont dat het niet noodzakelijk is om deel te nemen aan de macht om te wegen op de beslissingen.” (https://www.revuepolitique.be/rejeter-lausterite-liberale/?fbclid=IwAR1QvKJt5IXIbugHTH_P5-Zo1vOzpKPF3BSZcv-PIpDgD7IE-1N7-UFVEVc).

Het spreekt voor zich dat steun van buitenaf om de PS en Ecolo in staat te stellen een minderheidsregering te vormen, afhankelijk moet zijn van aanzienlijke vooruitgang voor de arbeidersbeweging. Dat zou meteen ook beantwoorden aan de breed gedragen roep om MR naar de oppositie te verwijzen. Het klopt dat de houding van het Links Blok en de PCP in Portugal te onvoorwaardelijk is. En uiteraard zou de PTB wel tegen elke begroting moeten stemmen waarin bespaard wordt op openbare diensten en tegen elke asociale maatregel.

Maar heeft de PS zich in de campagne niet uitgesproken voor het minimumloon van 14 euro per uur en de vierdaagse werkweek? Lezen we in het PS-programma voor het Waalse Gewest niet: “Wallonië moet de algemene principes van de lokale publieke diensten zodanig aanpassen dat de lokale overheden zich ertoe verbinden om minstens 14 euro per uur te betalen.” (pagina 264) Of nog: “De PS pleit voor een collectieve arbeidsduurvermindering van 38 tot 32 uur per week met behoud van loon en bijkomende aanwervingen.” (pagina 235)

Waarom daar geen breekpunten van maken als voorwaarde voor steun van buitenaf voor het Gewest en de Federatie Wallonië-Brussel? De onderhandelingen kunnen ondersteund worden door publieke meetings die open zijn voor iedereen en personeelsvergaderingen op de betrokken werkplekken. De vakbonden kunnen op die manier een directe bijdrage leveren.

Als de PS hierin mee stapt, krijgen de werkenden in de regionale en lokale overheidsdiensten, maar ook in het onderwijs, de culturele en de sportsector, kinderopvang en rusthuizen, … een aanzienlijke sociale vooruitgang. Zo kan de PTB aantonen wat het kan bereiken. Als de PS weigert, wordt het voor iedereen duidelijk dat deze partij niet bereid is de eigen beloften waar te maken en liever met rechts in zee gaat. De personeelsvergaderingen die plaatsgevonden zouden hebben, kunnen de campagne Fight for €14 lokaal verankeren op werkplaatsen en bijdragen aan een krachtsverhouding om meer overwinningen af te dwingen.

Uiteraard zouden een minimumloon van 14 euro per uur en een vierdaagse werkweek niet meteen alles oplossen. Maar deze maatregelen zouden een enorm enthousiasme opwekken en de basis leggen om doorheen strijd meer af te dwingen in Wallonië, maar wellicht ook in Brussel en Vlaanderen.