Home / Op de werkvloer / Metaal / Silvio Marra: “Het bewustzijn op de werkvloer optrekken”

Silvio Marra: “Het bewustzijn op de werkvloer optrekken”

NLMK-Clabecq. Deel 3 interview Silvio Marra

Gisteren en eergisteren brachten we de eerste twee delen van een interview met Silvio Marra, voormalig delegee bij Forges De Clabecq. Daarin sprak Silvio over de huidige situatie bij NLMK, maar ook over hoe geduldig een strijdbare syndicale werking werd opgebouwd. Die strijdsyndicalisten wonnen de sociale verkiezingen van 1987 en speelden een centrale rol in de strijd van de jaren 1990.

Interview door Guy Van Sinoy

Silvio, in welke zin waren de sociale verkiezingen van 1987 een keerpunt?

“De sociale verkiezingen van 1987 markeerden een breuk met het verleden. Tot dan toe werden de kandidatenlijsten opgemaakt door de regionale secretaris van de metaalbond van het ABVV en de voorzitter van de syndicale delegatie, Jean-Claude Albert. Elke kandidaat voerde een eigen persoonlijke campagne.

“In 1986 kondigde de patroon, Dessy, aan dat hij een honderdtal “carottiers” wilde afdanken: arbeiders die vaker ziek waren dan anderen. De directie begon met twee arbeiders per maand af te danken. Na een tijdje werd daarmee gestopt, uit angst voor een beweging van alle arbeiders. De groep rond ‘Agir autrement’ (‘Anders handelen’) ging in tegen de zwakte van de ABVV-delegatie die dergelijke afdankingen liet passeren. De eis ‘geen enkele afdanking’ in het platform van ‘Agir autrement’ beantwoordde dus aan een concrete uitdaging.

“Met ‘Agir Autrement’ organiseerden we een kerngroep van zeven ABVV-militanten die ooit deel uitmaakten van een communistische organisatie: De Backer, D’Orazio, Cantella, Borzykowski, Dessily, Marra en Gotto. In ons programma eisten we een industrieel plan om Forges de Clabecq te redden, betere lonen voor geschoolde arbeiders naarmate meer technische vaardigheden vereist waren, herstel van de index (die toen geblokkeerd werd door de regering). We maakten een affiche met ons programma en de namen van onze kandidaten. Op een algemene vergadering vroeg ik om de samenstelling voor de delegatie te wijzigen om een krachtiger opstelling in te nemen. Het was een zware strijd omdat honderden arbeiders die lid waren van het ABVV het ene kamp tegen het andere steunden. We begonnen de campagne bovendien zes maanden voor de verkiezingen in plaats van in de laatste twee weken, zoals gebruikelijk was.

“Het doel van ‘Agir Autrement’ was niet om koppen te laten rollen, maar om de syndicale delegatie te versterken, dat wil zeggen om een steviger politiek fundament te hebben. De metaalvakbond nam dit op als een persoonlijke aanval tegen een deel van de delegatie en stelde dat het ABVV hierdoor de verkiezingen zou verliezen.

“Het tegendeel was waar: het ABVV haalde een recordscore. De delegees rond het platform ‘Agir Autrement’ gingen er fors op vooruit. Roberto D’Orazio werd verkozen in de Ondernemingsraad, zelf werd ik verkozen in het Comité Veiligheid en Gezondheid en in de syndicale delegatie. Binnen de syndicale delegatie van het ABVV stond de linkerzijde nu sterker.

“We mobiliseerden de arbeiders vervolgens rond de eisen van ‘Agir Autrement’. Begin 1989 eiste (en bekwam!) de ABVV-delegatie de omzetting van alle tijdelijke contracten in arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur. Er werd ook een loonaanpassing geëist. Het was een harde strijd met stakingen die wekenlang duurden. Uiteindelijk stelde Dessy, de patroon, een loonsverhoging van 6% voor. ‘Agir Autrement’ eiste echter 12%. Dat was gedurfd! Maar we dwongen uiteindelijk 10% opslag over een periode van twee jaar af. De lonen van geschoolde arbeiders werden bovendien opgewaardeerd.”

Werd deze strijdbare opstelling beloond in de daaropvolgende sociale verkiezingen van 1991?

“Voor de sociale verkiezingen van 1991 voerden we niet echt campagne. Ten onrechte dachten we dat het volstond om te wijzen op wat we de voorbije jaren hadden afgedwongen. In die verkiezingen verloor het ABVV twee mandaten aan het ACV. Door ons enkel met het economische luik bezig te houden (het zogenaamde ‘biefstuksyndicalisme’) waren we uit het oog verloren dat het nodig is om aan politiek te blijven doen (strijd tegen racisme, solidariteit met andere strijdbewegingen …) om het bewustzijn van de arbeiders te versterken.

“In het najaar van 1992 kondigde de directie een besparingsplan aan: het plan-Dessy dat het bedrijf moest ‘redden’ met onder meer een loonsverlaging van 10% en de afschaffing van de eindejaarspremie. Het verzet was stevig: betoging in Tubeke, staking, referendum van het gemeenschappelijk vakbondsfront (waarin 90% van de arbeiders de loonsverlaging afwees). Guy Spitaels was toen voorzitter van het Waals Gewest. Hij zette druk op Jean-Claude Albert, de voorzitter van de syndicale delegatie en gemeenteraadslid voor de PS. Spitaels dreigde: als de loonsverlaging niet aanvaard werd, zou het Waalse Gewest de beloofde 500 miljoen Belgische Frank om Forges de Clabecq te redden niet betalen. Er werd een compromis uitgewerkt: de 10% werd een ‘lening’ die op termijn zou terugbetaald worden (op een ogenblik dat het beter zou gaan met bet bedrijf, wat nooit het geval was…). De vier delegees van het ACV en twee van de zeven ABVV-delegees, waaronder Jean-Claude Albert, verdedigden het compromis. Albert verklaarde: ‘We zijn aan het eind van ons Latijn.’ Een zwakke meerderheid van de arbeiders (54,5%) ging uiteindelijk akkoord, vooral uit vermoeidheid.

“De metaalbond wilde de ABVV-delegatie op Forges dwingen om het compromis te ondertekenen. De delegatie weigerde, waarop onze mandaten door de metaalcentrale werden ‘bevroren’. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 werd Jean-Claude Albert schepen voor de PS in Tubeke en was hij steeds minder aanwezig in de fabriek. Roberto D’Orazio werd verkozen als de nieuwe voorzitter van de syndicale delegatie.”

We kennen de Forges vooral van de strijd tegen de sluiting in 1996-97. Kan je daar meer over vertellen?

“In 1991 verloren we niet alleen mandaten maar ook leden aan het ACV, dat overal vertelde dat het ABVV voor om het even wat stakingen uitriep. Maandenlang voerde ik campagne om arbeiders terug te winnen voor het ABVV. Om tegen de dreigende sluiting te vechten, hadden we immers een sterk ABVV nodig. We groeiden terug: ongeveer 80% van de arbeiders waren aangesloten bij het ABVV.

“Er waren veel algemene personeelsvergaderingen over het gevaar van de sluiting en rond steun aan strijd in andere sectoren (onderwijs, scholieren, VW, Caterpillar, …). We benadrukten het belang om deel te nemen aan het fabriekscomité van alle militanten. Onze personeelsvergaderingen waren open voor al wie ons wilde steunen (waaronder delegaties van andere bedrijven en politieke organisaties) met spreekrecht voor al wie op constructieve wijze wilde bijdragen. We slaagden erin om de overgrote meerderheid van de arbeiders te verenigen achter het ABVV. Op de grote interprofessionele betogingen vertrokken we soms met 500 aan het Noordstation om met 1.500 aan het Zuidstation te eindigen. We trokken de meest strijdbare betogers aan met onze delegatie.

“We wonnen de sociale verkiezingen van 1995 op glansrijke wijze: een 20-tal mandaten in de ondernemingsraad, het comité en de delegatie. Het ACV viel terug op drie mandaten en de liberalen werden van de kaart geveegd. We waren klaar voor een stevige strijd tegen de sluiting van Forges de Clabecq.

“Die strijd hebben we tot het einde gevoerd. We hebben de politieke verantwoordelijken gedwongen om een overnemer te vinden: Duferco. Alle sterke figuren uit Waals-Brabant – Louis Michel (MR), Raymond Langendries (Cdh), André Flahaut (PS), Michel Nollet (ABVV) en Raymond Coumont (ACV), om er maar enkele te noemen – probeerden ons in de pas te laten lopen. Onze strijd heeft ervoor gezorgd dat er vandaag nog een staalbedrijf is in Tubeke, ook als we ons bij de overname door Duferco verzet hebben tegen de manoeuvres om alle militanten van de drie vakbonden aan de deur te zetten.

“In tegenstelling tot de ACV-delegatie die voorstelde om een berg mest voor het huis van Dessy te dumpen, legden wij op de algemene vergadering steeds uit dat niet de individuele patroon maar het volledige systeem onze vijand was. Het kapitalisme zorgt voor een enorme concurrentiedruk die de bazen verplicht om het personeel steeds harder uit te buiten en als citroenen leeg te persen. In de dertig jaar dat ik op Forges heb gewerkt, was het belangrijkste onderdeel van mijn syndicaal werk het vergroten van het politiek bewustzijn onder mijn collega’s. Dat is volgens mij ook vandaag nog de belangrijkste taak voor strijdbare syndicalisten.”

Op ons zomerkamp zal Silvio Marra spreken op zondagvoormiddag. Hier vind je meer info – het is ook mogelijk om één dag aan dit kamp deel te nemen.