Home / Op de werkvloer / Metaal / NLMK-Clabecq. Gesprek met Silvio Marra, voormalig delegee bij Forges de Clabecq (deel 1)

NLMK-Clabecq. Gesprek met Silvio Marra, voormalig delegee bij Forges de Clabecq (deel 1)

De algemene staking op 13 februari. Na een bezoek aan de stakersposten bij Audi-Vorst en Weerts (een onderaannemer van Audi) ga ik ’s ochtends vroeg met Silvio naar de vestiging van NLMK in Clabecq. De toegang is er afgezet door enkele bulldozers en groot werfmaterieel. Een 20-tal stakers verzamelen rond brandende paletten. Het is koud. Onder de aanwezigen enkele gele hesjes. Enkele arbeiders herkennen Silvio. “Mijn vader werkte nog met hem,” zegt een jonge arbeider trots. Silvio wijst naar het syndicaal bureau op de site. Dit is nog niet veranderd sinds de jaren 1990.

Interview door Guy Van Sinoy

“Het project van de NLMK-directie is om de site van Clabecq te sluiten,” zegt een arbeider. “Van de 580 arbeiders moeten er 290 weg. Wie blijft, wordt aan ondenkbare voorwaarden onderworpen.” Een pamflet somt de aanvallen op die de Russische staalgroep aan het overblijvend personeel wil opleggen: blokkeren van de index gedurende drie jaar, niet toepassing van collectieve loonsverhogingen gedurende vier jaar, 3,5 miljoen euro loonsverlaging per jaar (of 12.000 euro per werkende!), eet- en douchetijd wordt niet langer meegerekend als arbeidstijd, een staking moet minstens zeven dagen op voorhand aangekondigd worden, herziening van de regels rond interim: 12 maand interim mogelijk gevolgd door 12 maand tijdelijk contract en dan pas contract van onbepaalde duur, … Kortom: dit is een terugkeer naar de omstandigheden van voor 1905… in Rusland. We moeten er nog aan toevoegen dat het Waalse gewest 49% van de aandelen van NLMK-Clabecq in handen heeft.

Silvio merkt op: “We bevinden ons op dezelfde site als Forges de Clabecq, maar het zijn twee compleet verschillende bedrijven. Forges de Clabecq was een geïntegreerde staalfabriek: er werd in de hoogoven vloeibaar ijzer geproduceerd dat vervolgens in staalplaten werd gegoten (staalblokken in de vorm van een parallellepipedum). Vervolgens werden die platen afgewerkt tot een half-afgewerkt product: dikke platen voor bouwplaatsen of zware voertuigen. Maar NLMK-Clabecq beschikt niet langer over een hoogoven en evenmin over een staalfabriek. De fabriek koopt staalplaten in Rusland, verwarmt die in een elektrische oven en werkt ze af tot de gewenste afmetingen en diktes.”

“Forges de Clabecq werd in december 1996 failliet verklaard op de laatste werkdag van het jaar. Na een lange strijd die tot in juli 1997 duurde, vestigden we een krachtsverhouding die de autoriteiten verplichtte om de fabriek opnieuw op te starten. De autoriteiten wilden vermijden dat de sociale onrust zich verder zou verspreiden. Duferco herstartte de volledige staalproductie (hoogoven, gieten van staalplaten, afwerken) in maart 1998. Op dat ogenblik gebruikte de Forem (tegenhanger van VDAB) een zwarte lijst die bekomen was via de secretaris van het ACV om alle delegees en vakbondsmilitanten onder de arbeiders, bedienden en kaders (inclusief de ACV-delegees en militanten) uit het bedrijf te houden.

“De heropstart kwam er na een vastberaden strijd door de arbeiders van Clabecq en dankzij de actieve steun van duizenden werkenden uit heel het land. We waren echter niet sterk genoeg om die zwarte lijsten te stoppen. In die tijd was er enkel brugpensioen voor wie getroffen werd door een herstructurering. Wij verkregen echter het recht op brugpensioen voor alle oudere ex-arbeiders van Clabecq die werkloos werden door het faillissement van 1996.”

Hoe werd die strijd opgebouwd?

“Vaak wordt de strijd van de arbeiders van Forges de Clabecq enkel herinnerd aan de hand van enkele spectaculaire beelden: de betoging met de bulldozers aan de oprit van de autosnelweg waar enkele voertuigen van de rijkswacht schade opliepen, of de multicolore mars van februari 1997 waarmee we meer dan 50.000 betogers naar Clabecq brachten. Maar het belangrijkste element in die strijd was volgens mij het feit dat we een breed netwerk van politiek gevormde en strijdbare arbeiders hadden opgezet.

“Toen ik begin jaren 1970 bij Forges de Clabecq begon, waren er 6.000 arbeiders. We produceerden niet alleen plaatwerk, maar ook betondraad en tal van andere staalproducten. De vakbonden stonden toen al sterk met een syndicalisatiegraad van 100%. Toen ik begon, werd nog over Sabbe en Desantoine gesproken, twee strijdbare communistische ABVV-delegees die in 1970 waren afgedankt en waartegen het vakbondsapparaat niets gedaan had. Er waren altijd communistische militanten bij Forges de Clabecq, waaronder in de ABVV-delegatie. Maar het gros van de ABVV-delegatie werd gecontroleerd door het vakbondsapparaat en de PS. Het ACV was antisocialistisch en de liberalen pro-kapitalistisch.

“Ik was in 1975 geen kandidaat bij de sociale verkiezingen omdat mijn Frans nog niet goed genoeg was. Ik werd pas delegee in 1979. In die tijd bleef elke delegee in zijn sector. Ik zat op de site van Ittre (waar NLMK zich nu bevindt). Ik was het vaak niet eens met de koers van de hoofddelegees. Voor mij mocht het radicaler, maar ik was er me van bewust dat daarvoor een krachtsverhouding nodig was.”

Morgen deel 2 van dit interview

Op ons zomerkamp zal Silvio Marra spreken op zondagvoormiddag. Hier vind je meer info – het is ook mogelijk om één dag aan dit kamp deel te nemen.