Home / Sociaal / Ecologie / Klimaatbeweging: opbouwen naar nieuwe massale acties

Klimaatbeweging: opbouwen naar nieuwe massale acties

De voorbije maanden domineerde de klimaatbeweging het maatschappelijke debat. De methode van stakingen en de massale schaal van de beweging waren daarbij van doorslaggevend belang. De stakingsacties hadden een impact en creëerden een zichtbaarheid die onmogelijk was geweest indien het bij symbolische acties, acties binnen de school of zelfs betogingen in het weekend was gebleven. Het massale karakter van de stakingsacties was een tweede cruciale factor. Het zorgde ervoor dat jongeren zagen dat ze niet alleen zijn, dat hun ongerustheid en kwaadheid gedeeld worden door duizenden, tienduizenden, zelfs honderdduizenden anderen.

Artikel door Michael Bouchez uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Dat heeft niet alleen de vastberadenheid versterkt, het heeft ook de politieke wereld onder druk gezet en voor een internationale zichtbaarheid gezorgd. De massale acties legden de tegenstelling met een groot deel van de politieke wereld bloot. Het is waar dat niet alle politici de stakingsacties afdeden als onverantwoordelijk of puberaal zoals De Wever, Schauvlieghe of Jinnih Beels, maar het toonde wel aan dat het maatschappelijk debat meer is dan wat media en politici er in “normale tijden” van maken. Enkel onder druk van de scholierenacties moesten politici de “business as usual” even opzij zetten en zich uitspreken over de klimaatproblematiek.

Massale actie heropbouwen

Sinds 15 maart is het aantal stakers en betogers op donderdag minder hoog. Het is uiteraard onmogelijk om een massabeweging onophoudelijk te doen groeien of om week in, week uit dezelfde aantallen te mobiliseren. Dat betekent niet dat er geen nieuwe massamobilisaties mogelijk zijn. Nu de beweging geconfronteerd wordt met minder grote acties, moeten we ons de vraag stellen hoe een nieuw opbouwend en massaal actieplan er kan uitzien.

Heel wat jongeren weten dat er allerlei hindernissen zijn om de beweging verder te zetten. Vakantie, examens, schooldruk, druk van thuis of van de directie. Wat als politici doof blijven? Is ons protest dan voor niets geweest? Hoe kunnen we ze echt onder druk zetten? Gaan de verkiezingen iets oplossen? Hoe gaan we door na de verkiezingen? Blijven we gewoon betogen? Lokaal of nationaal? Die vragen blijven voor heel wat jongeren nog onbeantwoord.

De bezettingsactie Occupy Wetstraat was een nieuwe actievorm en had een heel directe en terechte boodschap: de politieke wereld is verantwoordelijk voor de stilstand en weigert er iets aan te doen. Met een bezettings- en kampeeractie in de Wetstraat en nadien aan Troon, werd de politieke wereld rechtstreeks uitgedaagd en aangeklaagd voor laksheid. De media sprongen erop, het werd massaal gedeeld op sociale media en het had de beweging een nieuwe energieboost kunnen geven. Alternatieve acties kunnen interessant zijn en Occupy Wetstraat was een ideale gelegenheid om met de aanwezige media-aandacht een oproep te lanceren voor scholierencomités om lokale acties te organiseren in steden en gemeenten en te bouwen naar een nieuwe grote nationale staking.

De bezettingsactie heeft die laatste doelstelling echter gemist. De actie was volledig gericht op het overtuigen van de traditionele politici (voor een klimaatwet) en te weinig op de betrokkenheid van de tienduizenden scholieren die in voorbije maanden in actie kwamen. De actie was bij hen niet gekend en ook heel moeilijk te vervoegen. Het heeft jammer genoeg de indruk gewekt dat het niet meer nodig was om de massale participatie aan de basis uit te bouwen met mobilisatiecomités en discussie. Die tendens heeft zich de weken na Occupy Wetstraat verder gezet. Vanaf de actie aan de Wetstraat, leek het alsof de massale stakingsacties evengoed vervangen konden worden door kleinere acties op initiatief van een aantal organisaties en individuen.

Het massale karakter van de acties in de eerste maanden van de beweging was geen detail, het was een essentiële factor voor de impact ervan. Het is dus belangrijk om na te gaan hoe we dat massale karakter opnieuw kunnen opbouwen.

Initiatief niet aan politici overlaten, maar zelf voorstellen doen

Ook de inzet van de mobilisaties is veranderd. In de eerste weken verlieten scholieren massaal de klaslokalen om van zich te laten horen, om te tonen dat ze het beu waren dat er niets verandert. Vandaag is dat niet meer voldoende: scholieren weten dat ze zichtbaar waren, zelfs al is er nog niets veranderd. De vraag die veel scholieren zich nu stellen is: als politici niets willen doen, wat is dan het doel van de beweging? Wat eisen wij als beweging?

Wij denken dat de klimaatbeweging de discussie over programma moet voeren. Dat moet verder gaan dan enkel de klimaatwet en de verkiezingen. Veel scholieren zijn voorstander van meer, beter en gratis openbaar vervoer. Waarom maken we daar niet één van de centrale eisen van de beweging van?

Heel wat jongeren weten ondertussen ook dat de energiesector de meest vervuilende sector is. De grote oliemultinationals zijn niet alleen de grootste uitstoters, het zijn bovendien bedrijven die er alles aan doen om elke druppel olie op te boren en te verbruiken. Voor hen telt enkel de winst, niet onze planeet.

De scholierencomités die in de loop van de beweging werden opgezet, kunnen open vergaderingen organiseren om te discussiëren over onze eisen. Wij denken dat de klimaatbeweging enorm versterkt zou worden met de eis om die energiesector in democratische handen van de gemeenschap te nemen, zodat niet de winsthonger bepaalt wat er geproduceerd wordt, maar het gemeenschappelijk belang van mens en planeet.

Zulke eisen pakken de grote vervuilers aan en bieden collectieve oplossingen. Ze zouden de klimaatbeweging een weg vooruit kunnen bieden. Tegelijk zouden zulke eisen een antwoord bieden op een campagne als Sign For My Future, opgezet vanuit de bedrijfswereld. Zo’n campagne kan profiteren van de afwezigheid van concrete eisen om te stellen dat we allemaal even verantwoordelijk zijn. Het establishment wil voorkomen dat de klimaatbeweging in conflict komt met de belangen van grote vervuilers en met de kapitalistische winstlogica. Nochtans is dat net wat wél nodig is: sinds 1989 zijn 100 grote bedrijven verantwoordelijk voor 71% van de uitstoot van broeikasgassen. Het kapitalisme ligt aan de basis van de klimaatopwarming. Echte verandering bekomen, betekent dan ook strijden tegen het kapitalisme.

Meer lezen? Bestel ons boek ‘Socialisme of ecologische catastrofe’ (108 pagina’s, verschenen in januari 2019, 8 euro – verzending inbegrepen).