Home / Belgische politiek / Verkiezingen / Extreemrechts en populistisch rechts naar winst in Europese verkiezingen

Extreemrechts en populistisch rechts naar winst in Europese verkiezingen

Crisis van EU en opgang extreemrechts bestrijden met een internationalistisch en socialistisch alternatief!

Jobs, geen racisme. Die slogan is onderdeel van onze benadering in de strijd tegen extreemrechts en alles wat ons verdeelt. 

De verkiezingen voor een nieuw Europees Parlement eind mei worden gekenmerkt door gebrek aan enthousiasme, wantrouwen en zelfs openlijke vijandigheid tegenover de EU. De saga rond de Brexit is er slechts één uitdrukking van. In de meeste landen zal de opkomst erg laag zijn. Daarnaast zullen allerhande rechts populistische en extreemrechtse partijen scoren. Optimisme over vooruitgang en meer Europese eenheid komt er niet meer aan te pas. Het establishment zit in heel Europa met een probleem van politieke geloofwaardigheid.

Europa van het kapitaal onder vuur

De afgelopen decennia probeerde het establishment er alles aan te doen om de EU voor te stellen als een project voor vrede, welvarendheid en samenwerking. Ook nu wordt vaak gesproken over ‘Europese waarden’ als democratie en tolerantie. De hypocrisie druipt er echter af. De EU heeft zich opgeworpen als een neoliberale besparingsmachine die geen enkele tegenspraak duldt. De Griekse bevolking heeft dit in 2015 ervaren toen ze op democratische wijze voor een regering koos die beloofde om met de besparingen te breken. De EU trad op als een stormram om dat te verhinderen en de door Syriza geleide regering in de pas te doen lopen.

De hoop op meer welvaart door Europese samenwerking werd enkel voor de superrijken gerealiseerd. De multinationals stonden sterker door de grotere interne markt en de internationale concurrentiepositie tegenover andere blokken zoals de VS, Japan en in toenemende mate China. Daar was het bij de oprichting van de EU ook om te doen: de belangen van de grote bedrijven verdedigen. De keerzijde hiervan was dat de EU gebruikt werd om privatiseringen, liberaliseringen en asociale maatregelen op te leggen. Dat was nodig voor die ‘concurrentiepositie’ van de bedrijven. Het neoliberale beleid speelt een belangrijke rol in de toenemende afkeer voor de EU. De aftakeling van het enthousiasme wordt onder meer duidelijk in de dalende opkomst: waar bij de eerste verkiezingen voor een Europees Parlement in 1979 nog twee derden van de kiesgerechtigden effectief ging stemmen, was dit bij de vorige Europese verkiezingen in 2014 al afgenomen tot 40%

Nationale regeringen hebben zich vaak achter de dictaten van de EU verscholen als excuus om te stellen dat ze geen andere keuze hadden dan een neoliberaal beleid te voeren. Wat er nooit bij gezegd werd, was dat diezelfde partijen ook in de EU dominant waren. Het zijn de nationale regeringen die de Europese Commissie samenstellen. Dat is de onverkozen instantie die de belangrijkste beslissingen neemt. Het Europees Parlement heeft een meer propagandistische functie. Maar ook daar zijn het dezelfde politieke families die een meerderheid vormen: sinds 1979 was er steeds een grote meerderheid voor de ‘grote coalitie’ van sociaaldemocraten (de fractie ‘Socialisten & Democraten’) en christendemocraten (de fractie ‘Europese Volkspartij’). Daar dreigt met deze verkiezingen voor het eerst verandering in te komen. Ook dat is tekenend voor het tanende vertrouwen in de EU en de gevestigde partijen.

Tien jaar na de recessie van 2007-08 zit het kapitalisme wereldwijd met een probleem. Er zijn massaal middelen in de economie gepompt. Vooral de rijksten hebben daarvan geprofiteerd. Het economisch herstel ging grotendeels aan ons voorbij. De werkenden en hun gezinnen gingen verder gebukt onder besparingsmaatregelen en aanvallen op arbeidsvoorwaarden, lonen, sociale zekerheid, openbare diensten, … Nu spreken economen over het gevaar van een nieuwe recessie. De kapitalistische politici weten dat er geen middelen zijn om hogere uitgaven te beloven om stemmen te winnen. Bovendien is het systeem slecht voorbereid op een nieuwe recessie: de rentevoeten staan nog erg laag en de middelen die in de economie gepompt werden laten een grote schuldenberg achter.

Het establishment in de verschillende lidstaten en dus ook in de EU is bovendien niet in staat om ook maar iets van antwoord op te bieden op wat de bevolking als centrale uitdagingen ziet: de toekomst van mens en planeet. Honderdduizenden mensen komen op straat voor het klimaat, maar de EU slaagt er nog niet in om sjoemelsoftware in de automobielsector aan te pakken. De winstlobby houdt ernstige maatregelen tegen en moet daar niet veel moeite voor doen: bij de EU en de nationale regeringen speelt de lobby van de grote bedrijven immers een thuismatch. Onder vrienden kan steeds iets gefikst worden.

De roep om koopkracht was de voorbije maanden sterk onder de werkenden en hun gezinnen: doorheen Europa was er sympathie voor de Franse gele hesjes. Maar ook voor onze koopkracht zijn er geen middelen. De arrogante superrijken toonden na de brand in de Notre Dame in Parijs nochtans aan dat ze geld genoeg hebben: op een paar uur tijd hadden ze bijna een miljard euro verzameld. Uiteindelijk bleek dat deze vrijgevigheid fiscaal gunstig was waardoor de uiteindelijke factuur naar de gewone bevolking wordt doorgestuurd…

Heeft de EU dan niets te bieden? Zorgt het niet minstens voor meer eenheid? Ja, we moeten niet meer aan de grens stoppen als we naar Frankrijk of Nederland rijden. We moeten geen geld meer wisselen en we kunnen zelfs zonder roaming bellen. Tegelijk zorgt de liberalisering van het internationaal spoorverkeer er echter voor dat naar buurlanden treinen bijzonder duur geworden is. Ook een brief of pakketje naar een buurland sturen, is door de liberalisering van de postdiensten duur. De Europese eenheid staat bovendien onder druk. Er is de Brexit die maar niet geregeld raakt. Maar er zijn nog andere spanningen. Zo probeert Rusland een grotere invloed te krijgen via Centraal- en Oost-Europese landen en komt ook China het terrein verkennen. Tussen Europese landen zijn er ook spanningen. Zo steunt Frankrijk de dictatuur in Tsjaad en de Libische krijgsheer Khalifa Haftar die het zuiden van Libië controleert. Begin februari nam Frankrijk deel aan een militaire operatie van deze krachten en ook recente aanvallen werden gesteund, ook al waren die gericht op de bondgenoten van Italië en andere Europese landen. Zo verenigd is de EU duidelijk niet.

De olifant in de porseleinenkast: Brexit

Het uitstel van het Britse vertrek uit de EU zorgt ervoor dat de Brexit een belangrijk thema is in deze Europese verkiezingen. Het maakt ook dat de Britten die in 2016 in een referendum beslisten om de EU te verlaten nu alsnog Britse vertegenwoordigers in het Europees Parlement moeten kiezen. Nigel Farage, het voormalige kopstuk van de rechtse UKIP, speelt daar handig op in en lanceerde zijn eigen Brexit-partij die het volgens de peilingen heel goed zou doen.

Voor zowel de EU als het Britse establishment is het niet evident om tot een akkoord over de Brexit te komen. De EU wil niet dat een vertrek uit de unie gemakkelijk is. Dat zou de steun voor een exit in andere landen groter maken, wat het hele Europese project bedreigt. Het Britse establishment wil duidelijk maken dat het niet plooit voor andere Europese landen, maar tegelijk heeft het geen antwoorden op kwesties als organisatie van de handel of de wijze waarop de grens in Ierland dan moet georganiseerd worden. Elk voorstel tot wijziging van die grens dreigt de sectaire spanningen in Noord-Ierland verder te doen oplopen. In de 21 jaar sinds het Goede Vrijdagakkoord zijn die spanningen nooit volledig verdwenen. De moord op een jonge journaliste in Derry in april bevestigde dit helaas.

De arbeidersbeweging mag het initiatief niet aan rechts overlaten. De elementen van racisme en nationalisme bij rechtse Brexiteers zorgen voor een tegenreactie van voornamelijk jongeren die zich voor de EU uitspreken. Een internationalistisch en offensief antwoord op het Europa van het kapitaal en de besparingen is nodig om op basis van gezamenlijke strijd te breken met de EU en te bouwen aan oprechte Europese samenwerking in het kader van een socialistisch systeem

Groei van extreemrechts en populistisch rechts

De grootste winnaar van de komende Europese verkiezingen wordt ongetwijfeld extreemrechts, of beter gezegd: de 50 tinten tussen populistisch rechts en extreemrechts. Oppervlakkige commentatoren zullen spreken over een ‘draai naar rechts’ in Europa of zelfs over verrechtsing. Dat is een gevaarlijke redenering: het legt de verantwoordelijkheid voor de politieke instabiliteit bij de gewone bevolking en niet bij het systeem. Feit is nochtans dat vaak voor extreemrechts gestemd wordt om de gevestigde politici en het gevoerde beleid af te straffen, zonder vertrouwen in het ‘alternatief’ van populistisch rechts. Het asociale beleid en falen om een optimistisch toekomstperspectief te brengen, maakt dat kiezers zoeken naar manieren om het establishment af te straffen. Het eerste wat ze in die zoektocht tegenkomen, is vaak extreemrechts.

In Nederland werd het Forum voor Democratie van Baudet bij de recente Provinciale Statenverkiezingen de grootste, in Frankrijk kan het Rassemblement National van Le Pen scoren, in Italië kan de Lega de grootste partij worden, in Duitsland is er het AfD, in Spanje breekt Vox door en dan zijn er nog diverse rechtse partijen in Oost- en Centraal-Europa.

De autoriteit van de instellingen van het establishment verdwijnt, maar dit betekent niet automatisch dat er een einde komt aan alle vooroordelen waarop het bewind van de elite gebaseerd is. De afgelopen decennia was er een sterke individualisering: niets was nog een maatschappelijk probleem, we werden allemaal individuen. Dat was onderdeel van het neoliberale dogma dat er niet zoiets als een samenleving bestaat. Het doel van deze propaganda is vooral om te vermijden dat de werkenden zich verenigen en de strijd tegen het kapitalistische establishment aangaan. Dit heeft een zeker effect: de arbeidersbeweging zat de voorbije decennia in een defensieve positie. Dat maakt dat veel mensen de reden voor hun dalende levensstandaard niet bij het systeem leggen, maar bij de komst van vluchtelingen of de rol van corrupte politici. Niet alleen het establishment maar ook de arbeidersbeweging heeft een probleem met zijn politieke vertegenwoordiging.

Als diverse populistische en extreemrechtse krachten scoren in de Europese verkiezingen, is dit vooral door een gebrek aan vertrouwen in de andere partijen. Net zoals het gebrek aan vertrouwen in de Democraten de belangrijkste troef is van Trump, wordt de sterkte van extreemrechts vooral bepaald door de zwakte van de tegenstanders. Als het alternatief moet komen van de gevestigde partijen die hun laatste restjes autoriteit verliezen, dan kunnen extreemrechtse en populistische krachten langere tijd standhouden. Het gebrek aan massale actieve basis bij deze krachten zorgt echter voor een ingebouwde instabiliteit.

Een Europa van strijd

We hebben geen hoop of illusies in het kapitalistische EU-project. Maar onze oplossing ligt niet binnen de natiestaat. We steunen de strijd voor zelfbeschikking in Schotland en Catalonië, als onderdeel van een strijd tegen besparingen. We koppelen dit aan de noodzaak om te breken met het kapitalisme en stellen de eis van socialistische federaties in die regio’s en in Europa als geheel. Sinds 2007 hebben in heel Europa protesten plaatsgevonden: betogingen, stakingen en zelfs algemene stakingen tegen het besparingsbeleid. De afgelopen jaren is het aantal protesten tegen racisme en seksisme toegenomen. Meer recent is er een nieuwe generatie jongeren actief geworden rond de kwestie van de opwarming van de aarde. Dit resulteerde in grote protesten, waarbij de methode van ‘stakingen’ door scholieren en studenten werd overgenomen.

Socialisten mogen degenen die boos zijn op het Europa van de bazen en haar besparingsbeleid niet overlaten aan de opportunistische extreemrechtse partijen. En we mogen degenen die willen strijden tegen antidemocratische en racistische gevaren niet overlaten aan de liberale en kleinburgerlijke pro-EU-krachten. Wij verdedigen alle democratische rechten waarvoor de arbeidersklasse heeft gestreden, maar ons antwoord is niet de EU en haar ondemocratische structuren.

Wij verdedigen de sociale en democratische rechten van de arbeidersklasse. Dat betekent dat we eisen dat er meer geld in gezondheid en onderwijs wordt geïnvesteerd. Wij eisen een verkorting van de werkweek en tegelijkertijd een verhoging van de lonen. Wij eisen dat de rijken meer bijdragen om deze middelen te gebruiken voor de behoeften van de arbeidersklasse en de jongeren. Maar daar houden we niet op: we vechten voor ‘de hele bakkerij’ (en niet alleen voor een groter deel van de taart). We eisen democratische rechten, niet beperkt tot verkiezingen om de paar jaar, maar met echte macht over de rijkdom in de samenleving door degenen die deze produceren.

De EU, haar partijen en instellingen zijn geen instrument om racisme en de groei van extreemrechts een halt toe te roepen, aangezien de EU deel uitmaakt van het probleem en niet de oplossing. Wij strijden tegen het Europa van de bazen, tegen besparingen, racisme en extreemrechts. Dat betekent dat er een einde komt aan deze EU, aan haar instellingen en aan haar beleid van besparingen en de transfer van rijkdom van armen naar rijken. Wij eisen gelijke rechten voor alle mensen die in Europa wonen, een einde aan fort Europa en dat de rijkdom van de superrijken wordt gebruikt voor een fatsoenlijk leven voor alle inwoners en migranten.

Wij strijden voor een verenigd socialistisch Europa dat democratisch wordt bestuurd en op vrijwillige basis wordt opgebouwd. Dat betekent dat onze oplossing voor de problemen in Europa niet in de nationale staten ligt, maar in de macht van de arbeidersklasse om de economie en de samenleving te besturen en te controleren, op basis van behoeften en niet op basis van winst.

Wij zijn ons er van bewust dat, gezien de opgang van extreemrechts in de opiniepeilingen, men zich kan afvragen hoe dit wordt bereikt. We mogen niet vergeten dat de eerste reactie van de werkenden en jongeren na de economische crisis van 2007 was om weerstand te bieden aan het kapitalistische besparingsbeleid. Er was een enorme openheid voor links, voor socialistische oplossingen. De capitulatie van verschillende linkse krachten, zoals Syriza, in Griekenland, voor de ‘logica’ van het kapitalisme en hun verraad aan de behoeften van de arbeidersklasse, heeft de basis gelegd voor de nieuwe groei van extreemrechts.

Een succesvolle strijd tegen extreemrechts heeft meer nodig dan oproepen over ‘Europese waarden’. Er is een verandering nodig in de houding van veel vakbonden ten opzichte van de EU, en een fundamentele verandering in de manier waarop zij vechten voor de belangen van de arbeidersklasse. Het vereist linkse, socialistische, arbeidersorganisaties en partijen die niet in de valkuil trappen om de EU te verdedigen als een ‘minder kwaad’, maar een onafhankelijke positie op klassenbasis innemen. Deze organisaties hebben socialistische krachten nodig die de strijd tegen extreemrechts verbinden met de strijd tegen het kapitalisme, en voor de vrijwillige, democratische en verenigde socialistische staten van Europa.