Home / Belgische politiek / Partijen / Groen stemmen doet een blauwtje lopen

Groen stemmen doet een blauwtje lopen

De groenen zijn de verkiezingscampagne op een rode loper ingetreden: voor het eerst is ecologie één van de centrale thema’s. De historische klimaatbeweging maakt dat geen enkele politieke formatie over klimaat kan zwijgen. In de gemeenteraadsverkiezingen van oktober deden Groen en Ecolo het al uitstekend. Nu kan daar een vervolg op komen.

De steun voor de groenen komt onder meer van jongeren: in oktober gingen 8,5% van de kiezers voor het eerst stemmen. Er waren 693.000 jongeren tussen 18 en 23 jaar die nooit eerder stemden. Over de gevoeligheid van klimaat onder jongeren moet geen tekeningetje meer gemaakt worden. Ook bezorgdheid en woede over het beleid van verdeeldheid en racisme tegen vluchtelingen en migranten speelde een rol. Het asociale beleid en schandalen rond intercommunales ondermijnden bovendien de traditionele partijen.

De groene golf geeft uitdrukking aan de zoektocht naar alternatieven op het huidige beleid. Maar hoe betrouwbaar zijn de groenen? De meeste kiezers van Groen en Ecolo beschouwen zich links, maar de partijleiders zeggen steeds meer dat de links-rechtsopdeling achterhaald is. Het is dan ook geen toeval dat de voormalige directeur van de Brusselse beurs, Luc De Brabandere, op de Europese lijst van Ecolo staat. In oktober vormde Groen onder partijkopstuk Kristof Calvo in Mechelen een stadskartel met Open VLD. In tal van gemeenten stapte Groen in coalities met N-VA. In de media wordt gespeculeerd over een blauw-groene as bij de regeringsvorming. Indien de groene fractie de grootste wordt, kan dit de regering-Calvo opleveren.

Klimaat is natuurlijk het belangrijkste thema voor Groen. De partij heeft een klimaatplan met zes routepaden en tientallen maatregelen. De partij benadrukt dat het om sociale maatregelen gaat die zorgen voor investeringen in energie, huisvesting, mobiliteit, … die 80.000 nieuwe jobs opleveren. Heel wat voorstellen zijn uitstekend: meer publieke middelen voor openbaar vervoer bijvoorbeeld (zelfs indien het bescheiden blijft met 430 miljoen euro per jaar extra voor De Lijn en 790 miljoen voor de NMBS en Infrabel). Ook het fietsbudget zou met 400 miljoen euro opgetrokken worden.

De vraag is hoe dit zou betaald worden. Groen komt niet veel verder dan extra taksen op de gewone bevolking. Aan de belangen van de grote bedrijven durft Groen niet raken. De partij pleit voor een Klimaatbank waarbij spaargeld gemobiliseerd wordt in de vorm van groene obligaties. Verder wordt uitgekeken naar “alternatieve financiering voor grote projecten en programma’s via vormen van publiek-private samenwerking.” Het idee van een publieke ontwikkelingsbank komt wel meer terug ter linkerzijde, maar één publieke bank in een private bankensector stapt ofwel mee in de winstlogica ofwel komt die bank zelf in de problemen. Op de regels van de winstlogica rekenen om iets aan het klimaat te doen, is hopen dat hetzelfde doen als voorheen plots tot een ander resultaat leidt. Een drastische maatregel als het in publieke handen nemen van de volledige bankensector is noodzakelijk om voldoende middelen te kunnen vrijmaken.

Een grotere rol voor de publieke sector – dus voor de gemeenschap – is niet wat het klimaatplan van Groen beoogt. Een versnelde overgang naar duurzame energie is inderdaad nodig en het klimaatplan brengt interessante pistes hiervoor. Maar telkens weer wordt het initiatief voor het uiteindelijke doorvoeren ervan overgelaten aan dezelfde energiebedrijven die ons tot de huidige situatie gebracht hebben. Ook rond huisvesting wordt alles overgelaten aan de private markt met subsidies en kredieten voor renovatie. Een vliegtaks, CO2-taks en extra belastingen op benzine, kilometerheffing, … treffen de gewone werkenden, terwijl het overgrote deel van de uitstoot veroorzaakt wordt door grote multinationals. Groen durft die niet aan te pakken, maar schrijft zich in de logica van het kapitalisme in. Laat het net dat systeem zijn dat ons op dit rampzalig punt inzake klimaatverandering gebracht heeft.

Ook in het verzet tegen het asociaal beleid van de afgelopen jaren werpt Groen zich niet op als een betrouwbare bondgenoot. De rechtse academicus Stijn Baert vroeg de verschillende partijen naar antwoorden op enkele concrete vragen over brugpensioenen en lonen. Groen antwoordde dat het in principe voor het ‘uitfaseren’ van het brugpensioen is. Op de stelling dat de lonen minder aan de anciënniteit moeten gekoppeld zijn, antwoordden drie partijen volmondig ‘akkoord’: N-VA, Open Vld en Groen! We weten nochtans allemaal dat dit voorstel er niet op gericht is om jonge werkenden meer te laten verdienen: het doel is om oudere werkenden kaal te plukken.

We begrijpen dat velen naar de groenen uitkijken omdat er dringend een sterk alternatief op de bende van Michel en De Wever nodig is. Maar voor een echt alternatief valt het groene programma en de politieke praktijk van de voorbije jaren wel heel licht uit. Dat waren overigens net de redenen waarom de vorige regeringsdeelname van de groenen, in de paarsgroene coalitie onder Verhofstadt tussen 1999 en 2003, de groene partijen bijna volledig van tafel veegde. Zullen de groenen zich een tweede keer aan diezelfde steen stoten?