Collectief ontslag bij Aspel in Eupen

"Rentabiliteitsproblemen" en "globalisering" – dat zijn de twee centrale termen waarmee het collectief ontslag bij Aspel in Eupen vandaag gerechtvaardigd wordt door de directie. De 100 arbeiders van het bedrijf maken kunststoffen voor Bosch, Philips en Miele in de elektronica-sector en voor Volkswagen in de automobielsector. Het Eupense bedrijf is daardoor afhankelijk van multinationals die opdrachtgever zijn voor het bedrijf. Op 3 september werd bekend gemaakt dat de jobs van één derde van de arbeiders bedreigd worden. Hierdoor stijgt de werkloosheid verder in de regio van de Duitstalige gemeenschap.

Een correspondent van MAS-Verviers

Ondanks de toename van de activiteit van het bedrijf in Eupen, is het ondernemingsresultaat sinds 2000 steeds achteruitgegaan. Door de verstikkende concurrentie worden de prijzen gedrukt voor de multinationals zodat ook de winsten van het bedrijf afnamen. Met de 27 ontslagen wil Aspel dezelfde productie die voorheen door 100 werknemers werd verricht, voortaan door 73 arbeiders laten verrichten. Door de verhoging van de "operationele efficiëntie" wil het bedrijf haar "positie op de markt" vrijwaren.

Maar hoe lang zal Aspel op die manier haar positie op de markt vrijwaren? Op internationaal vlak wordt ons door het patronaat gezegd hoe de positie van de bedrijven moet verdedigd worden: door ons langer te laten werken zonder een hoger loon, een loonsstop of een aanval op de sociale bijdragen. Waarom zou de prijs betaald worden van 73 arbeiders als er nog meer kunnen afgedankt worden? Wat zal uiteindelijk de positie van de markt zijn?

Aspel bestaat uit 4 zusterondernemingen: Polyform in Dolhain, VG Plastics in Bocholt, een productieplaats in Kezmarol (Slovakije) en Aspel in Eupen. Met de Afina Plastics Group maakt Aspel bovendien deel uit van het bedrijf Platiflex en co. Daarmee wordt het Europese bedrijf een globale speler. De partner Plastiflex bezit productie-vestigingen in 10 verschillende landen, waaronder Slovakije en China. Door de concurrentie met de lageloonlanden kan Aspel de argumentatie ontwikkelingen die nodig is om een collectief ontslag op te dringen.

Terwijl de dreiging met delokalisering in veel gevallen enkel een taktische kwestie is, blijft het wel een reëel gevaar. Aspel wil zeker niet onderdoen voor de concurrentie. Maar terwijl het VBO kritiek levert op de ongelijke behandeling van Belgische ondernemers in vergelijking met andere EU-landen, zijn het vooral de globale bedrijven (en de bedrijven die zich op de wereldmarkt zullen begeven), die verantwoordelijk zijn voor het tot stand komen van die positie. Het kapitalisme heeft vandaag lageloonlanden nodig als uitwegmogelijkheid om de winsten te laten stijgen. In plaats van de tegenstellingen te verkleinen, worden deze steeds groter. Het collectief ontslag bij Aspel is een onderdeel van de aanvallen op de arbeiders en werklozen waarbij het patronaat de logica van het kapitalistisch systeem volgt.

Op 12 oktober werd bekend gemaakt dat er een herstructurering van het bedrijf zou komen met het verdwijnen van 27 jobs waarvoor het "sociaal luik" nog moet onderhandeld worden. De arbeiders werd geen perspectief gegeven over hoe zij tegen deze beslissing zouden kunnen ingaan. Ze blijven geïsoleerd ondanks het feit dat het arbeidsproces vandaag meer dan ooit maakt dat er onderlinge afhankelijkheid is van sectoren in verschillende landen. Indien gedreigd wordt om aan de sociale verworvenheden te raken, mag er niet op een geïsoleerde manier gereageerd worden.

Het is alleszins duidelijk dat een reactie niet kan beperkt blijven tot enkel het Duitstalige gebied van België, maar dat het verzet deel zou moeten uitmaken van een breder nationaal actieplan tegen de afbouw van de werkgelegenheid en de aanval op de sociale zekerheid in heel het land en internationaal. De Jongerenmars voor werk op 19 maart in Brussel kan een eerste uitdrukking zijn om een krachtsverhouding uit te bouwen. Daarom voeren wij campagne om comités op te zetten in de scholen, universiteiten, bedrijven en wijken. Door lokaal te mobiliseren om samen in actie te komen, kunnen we een antwoord beginnen formuleren. Strijd is nodig, dus waarom niet hier en nu?

Strijd op zich zal echter geen blijvende resultaten opleveren indien het niet gericht wordt tegen het kapitalisme en indien de productiemiddelen niet gecollectiviseerd worden. Enkel een economisch systeem waarbij de arbeiders de productie democratisch plannen en controleren, zal tegemoet komen aan de belangen van de grote meerderheid van de bevolking in plaats van de winsten van een kleine minderheid. We moeten verworvenheden verdedigen en voor nieuwe verworvenheden opkomen. Daartoe is een programma, strategie en taktiek nodig om de arbeidersklasse tot een socialistische gemeenschap te brengen. Onze organisatie ontwikkelt een dergelijk programma en komt op voor een de uitbouw van een nieuwe massale partij voor arbeiders, werklozen, jongeren en gepensioneerden.

Delen: Printen: