Home / Edito - Belgische politiek / Gat in begroting van 8,5 miljard: einde van de tunnel is weg bespaard

Gat in begroting van 8,5 miljard: einde van de tunnel is weg bespaard

Protest bij het aantreden van de regering-Michel/De Wever in 2014. ‘Geen Thatcher in België’, zeiden we toen. Rechts maakt zich op voor nog een Thatcheriaanse regering die de transfer van arm naar rijk verder opvoert.

Het bilan van de rechtse regering-Michel/De Wever is hard voor werkenden en hun gezinnen. We kregen aanvallen op onze lonen (onder meer indexsprong), brugpensioenen, pensioenleeftijd, openbare diensten, … Telkens weer kregen we te horen dat deze ‘hervormingen’ (eigenlijk zijn het tegenhervormingen) noodzakelijk waren in het kader van een ‘economisch herstelbeleid’. Nu wordt officieel bevestigd dat dit een leugen was.

De Thatcheriaanse regering heeft ondanks de harde besparingen geen economisch herstel gebracht. Economen lijken het erover eens dat de beste groei van de afgelopen jaren achter ons ligt en dat we voor een nieuwe recessie staan. Alleen over de timing van die recessie lopen de meningen uiteen. In de beste groeiperiode van de afgelopen jaren deed de Belgische economie het slechter dan de buurlanden en dan het Europees gemiddelde. De reden daarvoor is bekend: de harde besparingsmaatregelen drukten op onze inkomens en op de groei.

Nu blijkt dat al die besparingen een maat voor niets waren. Het gat in de begroting bedraagt 8,5 miljard euro, meldt de Hoge Raad van Financiën. Het kan zelfs oplopen tot 11 miljard euro in 2021. “Een nieuwe regering zal dat opnieuw onmiddellijk ter hand moeten nemen,” verklaarde minister van Begroting Wilmès (MR). Vrij vertaald: ‘er is geen alternatief: er moet en zal nog harder bespaard worden.’ Alle uitspraken over snoeien om te groeien waren praatjes. Zelfs het spreekwoordelijke einde van de tunnel is weg bespaard. Of waarschijnlijker in de context gezien de staat van de infrastructuur in ons land: door gebrek aan onderhoud is de tunnel ingestort en wordt onze levensstandaard gegijzeld in eindeloze besparingsdrift.

Waar zijn de opbrengsten van al die besparingen dan naar toe, zullen velen zich wellicht afvragen? Wel: niet iedereen is er de afgelopen jaren op achteruit gegaan. De regering beweert dat onze koopkracht steeg, maar dat wordt tegengesproken door verschillende studies die duidelijk maken dat steeds minder mensen kunnen sparen en meer mensen bij het OCMW moeten aankloppen. Het is met onze stijgende koopkracht een beetje zoals met die zogenaamd hoge belastingdruk voor bedrijven: officieel klopt dat wel, maar de reële cijfers verschillen sterk van de officiële (multinationals betalen niet het officiële tarief van 34% maar 14% vennootschapsbelasting). De besparingen hadden niet als doel om onze koopkracht op te krikken. De enigen die erop vooruitgingen, waren de superrijken. Grote winsten en extra dividenden voor aandeelhouders: daar was het om te doen. Er was een transfer van arm naar rijk. Nu zegt de regering dat er ook de volgende jaren geen alternatief is: de transfer van arm naar rijk moet verdergezet worden. Op de inhaligheid van de superrijken staan geen grenzen.

Er is een alternatief op de eindeloze besparingspolitiek nodig. We weten wat nodig is voor de meerderheid van de bevolking: massale publieke investeringen in openbare diensten en infrastructuur, hogere lonen met minstens 14 euro per uur, leefbare pensioenen van minstens 1500 euro per maand, arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen om het werk werkbaar te houden en de werkloosheid terug te dringen, energie in publieke handen om een groene omslag en betaalbare prijzen mogelijk te maken, gratis en degelijk openbaar vervoer, … De afgelopen weken werden al deze eisen met protestacties op de agenda gezet. Om ze te realiseren, moeten we breken met het huidige beleid en zelfs met het huidige systeem. De kapitalistische logica wordt aanvaard door alle gevestigde partijen die na de verkiezingen meteen terug tot de orde van de dag zullen overgaan: het besparingsbeleid voeren dat opgelegd is door de dictaten van de ‘vrije’ markt. Enkel over het ritme zullen er nuanceverschillen zijn tussen de gevestigde partijen.

Het kapitalistisch systeem is uitzichtloos, zelfs de verdedigers van dit systeem zijn pessimistisch over de vooruitzichten voor de komende jaren. Het protest van de afgelopen maanden is belangrijk om te bouwen aan een krachtsverhouding waarmee we effectief tot systeemverandering kunnen komen. Laten we dit protest verderzetten en uitdiepen met collectieve discussie over een programma van systeemverandering. Een offensieve benadering die vertrekt vanuit de samenleving die we willen en zich niet laat inkapselen door de torenhoge beperkingen die door het kapitalisme worden opgelegd, kan bovendien het nodige enthousiasme creëren. Met LSP komen we op voor een socialistische samenleving waarin de sleutelsectoren van de economie in publieke handen komen zodat een democratische en rationele planning van de economie mogelijk wordt: een samenleving waarin de behoeften en noden van de werkenden en hun gezinnen centraal staan (uiteraard met inbegrip van een leefbaar milieu: dat is een basisbehoefte!) en niet de winsten van een handvol superrijken, zoals dit vandaag het geval is.