Home / Internationaal / Azië / Neen aan het geweld tegen Hindoes in Pakistan!

Neen aan het geweld tegen Hindoes in Pakistan!

Linkse socialisten verzetten zich tegen onderdrukking en discriminatie op basis van religie, afkomst, huidskleur, gender, … Als onderdeel van onze internationale solidariteit protesteerden we eerder reeds tegen de vervolging van Kasjmiri, moslims en tegen de discriminatie van mensen van onderdrukte kasten in India. Ook in buurland Pakistan is er heel wat sectair geweld, onder meer tegen christenen, sjiieten en hindoes. In onderstaand artikel neemt Andleeb Haider, een feministische activiste van Pakistaanse afkomst, het op voor het lot van de hindoes in Pakistan. In een samenleving met enorme ongelijkheden en tekorten vinden discriminatie en sectair geweld een vruchtbare voedingsbodem. De strijd hiertegen vergt verzet tegen heel het systeem en een perspectief van een andere samenleving.  

Velen zijn geraakt en geschokt door het nieuws over twee Hindoe-zusjes die ontvoerd zijn om gedwongen bekeerd te worden tot de islam in het kader van een gedwongen huwelijk op de prille leeftijd van 13 en 15 jaar. De meisjes Raveena (13 jaar) en Reena (15 jaar) werden ontvoerd en tot een huwelijk gedwongen in de provincie Punjab. Zo’n ontvoering gevolgd door een bekering is niet nieuw: deze praktijk bestaat helaas al decennia. Het is een van de ergste vormen van misogynie die je kan ervaren. De meisjes worden niet alleen ontvoerd en bekeerd, ze worden ook gedwongen tot een huwelijk. Ze worden daartoe verkocht. Als dit niet lukt, worden ze doorgaans vermoord. Alleszins: de ouders zijn hun dochters nooit terug.

De bekende Pakistaanse journalist Hasan Mujtaba schreef in 1994 reeds over de ontvoering van hindoe vrouwen en meisjes gevolgd door een gedwongen bekering. Hij schreef over de ontvoering en het huwelijk van het hindoe meisje Daya Bai. Zij verdween uit haar huis in Daharki in het district Ghotki (provincie Sindh, Pakistan). Ze dook tien dagen lager terug op voor het kantoor van lokale autoriteiten. Ze droeg bruidskleren en werd vergezeld door honderden mensen, waaronder veel mannen gewapend met automatische geweren, onder leiding van spirituele leiders die allaho-akbar scandeerden. Tijdens de nikah (huwelijk) die volgde, was de moeder van Daya Bai ontroostbaar. Ze sloeg herhaaldelijk haar hoofd tegen de grond van woede. “Laat me mijn dochter zien voor ze trouwt,” smeekte ze tevergeefs.

Hasan Mujtaba schreef over gelijkaardige incidenten: “Voor de hindoe-gemeenschap in Sukkur en Larkana is het verdwijnen van Daya Bai, haar bekering tot de islam en daaropvolgend huwelijk met een moslim in verdachte omstandigheden, geen ongekende gebeurtenis. In januari en februari werden minstens drie hindoe meisjes ontvoerd: Daya Bai uit Daharki, Shankuntala uit Pano Aquil en Bhagawanti, de dochter van een professor i Larkana. Ze werden naar verluidt ontvoerd door gewapende mannen. Daya Bai en Bhagawanti bekeerden zich tot de islam en huwden een moslim man. Over het lot van Shankuntala is er onduidelijkheid. Ze werd ontvoerd door een man die Kalhoro heet, bekeerde zich en trouwde iemand anders dan haar ontvoerder. Er was speculatie dat ze verkocht werd. Het verhaal van de dochter van Koro Mal, een hindoe handelaar uit Larkana, is gelijkaardig.”

Het toenemend aantal incidenten en gedwongen bekeringen en huwelijken hebben een aantal hindoes ertoe aangezet om naar India uit te wijken om hun dochters en de eer van de familie te beschermen. Het leven van de ouders van ontvoerde meisjes is vreselijk. De moeder van Reena en Reveena die hoorde dat haar dochters ontvoerd waren, stierf onmiddellijk van een hartaanval. De vader bleef alleen achter en voerde voor het politiekantoor actie om gerechtigheid voor zijn dochters te eisen.

Hindoes vormen een erg kleine minderheid in Pakistan. De meesten van hen leven in enkele steden van de provincie Sindh: Jacobabad, Larakana, Sukur, Mirpur, Ghotki Nawabshah en enkele andere steden. Hindoes maken volgens officiële cijfers 1,85% van de Pakistaanse bevolking uit. Volgens schattingen van de Pakistan Hindu Council leven er 8 miljoen hindoes in Pakistan, wat 4% van de bevolking is. De meerderheid daarvan leeft in de provincie Sindh: 94% van de Pakistaanse hindoes. Daarnaast leeft 4% in Punjab, 1% in Balochistan en minder dan 1% in Khyber Pakhtoonkwa.

Het onderzoekscentrum Sustainable Development Policy Institute (SDPI) in Islamabad merkt op: “Er zijn vier belangrijke kwesties in de meeste leerboeken: Pakistan is er enkel voor moslims, islam moet verplicht aangeleerd worden door alle kinderen met verplichte lectuur van de Koran, de ideologie van Pakistan bestaat uit religie met afkeer tegen de hindoes en India, en jongeren moeten de weg van de Jehad en Shahada volgen.” Het onderzoekscentrum wijst erop dat haat tegen India en hindoes een essentieel onderdeel is van de officiële ideologie van Pakistan. Na rellen rond de Babri moskee in India in de jaren 1980 werden honderden hindoe tempels in Pakistan verwoest als reactie op het sectair geweld in India. Nochtans speelde Pakistaanse hindoes geen rol in dat geweld in India. Ondanks officiële beloften om de tempels te herstellen, werd er weinig tot niets ondernomen. Illegale bouwwerken op grond rond hindoe tempels, aanranding en ontvoering van hindoe meisjes, het eisen van enorm veel losgeld na ontvoeringen en frequente arrestaties van hindoes op basis van valse beschuldigingen zijn gemeengoed geworden in India.

Hasan Mujtaba merkte in zijn artikels op dat de geschiedenis van gedwongen bekeringen een lange geschiedenis kent en zelfs teruggaat tot de periode van de Talpur dynastie in Sindh (eind 18e, eerste helft van de 19e eeuw). Toen werd een hindoe op basis van allerhande bizarre voorwendselen geacht een moslim te zijn geworden: als een hindoe het woord ‘raso’ uitsprak (‘snaar’), dan beweerden omstaanders dat hij ‘Rasool’ (profeet) had gezegd en hierdoor een moslim werd. Er waren heel wat gevallen van geweld en discriminatie tegen hindoes in dat tijdperk. Een hindoe die paard reed, werd onmiddellijk met geweld bekeerd omdat werd aangenomen dat een paard een islamitisch transportmiddel was. Naunmal, ooit een trouwe volgeling van de Talpur-dynastie, moedigde de Britten aan om Sindh aan te vallen omdat enkele familieleden onder dwang waren besneden. De Britse spion James Burnes schreef over zijn reizen in Sindh: “Ik begrijp niet waarom hindoes nog in Sindh willen blijven ondanks alle wreedheden tegen hen.”