Home / Dossier / Vier klimaatvoorstellen voor system change

Vier klimaatvoorstellen voor system change

1/ Gratis en degelijk openbaar vervoer

Eén van de populairste eisen onder jonge klimaatactivisten is die voor gratis en degelijk openbaar vervoer. Deze eis gaat in tegen pogingen van gevestigde politici om klimaatmaatregelen tegenover koopkrachteisen te plaatsen.

Openbaar vervoer is de afgelopen jaren steeds duurder geworden voor gebruikers. Dat is onderdeel van de voorbereiding op het liberaliseren en privatiseren van alle elementen van het openbaar vervoer. Tot wat dit leidt, zien we bij internationaal reizigersverkeer per spoor of nog bij het vrachtverkeer per spoor. Het internationaal reizigersverkeer is geliberaliseerd met erg hoge prijzen als gevolg. Waar onze grootouders nog regelmatig voor de trein kozen om naar het buitenland op reis te gaan, is dit vandaag bijna onbetaalbaar. Een ticketje heen en terug van Antwerpen naar Amsterdam kost al gauw 70 euro! Het goederenvervoer per spoor werd geliberaliseerd waardoor het aandeel van het spoor in dat goederenvervoer tussen 2000 en 2015 daalde van 10% naar 7%. Resultaat: meer vrachtwagens op de weg! Het huidige beleid maakt de mobiliteitsproblemen groter en is nefast voor ons milieu.

Er wordt al jarenlang bespaard op openbaar vervoer. Op vijf jaar tijd is de publieke dotatie voor de NMBS met 663 miljoen euro per jaar afgenomen. Het aantal personeelsleden is op vijftien jaar met een kwart gedaald. Bij De Lijn is 110 miljoen euro ingeleverd. De totale overheidsbijdragen aan NMBS, De Lijn, MIVB en TEC bedroegen vorig jaar 2,4 miljard euro. Dat is veel, maar slechts de helft van wat bedrijfswagens de gemeenschap kosten. Niet dat we voorstellen om dat voordeel in natura voor werkenden zomaar af te schaffen: afbouw van overheidssubsidies aan bedrijfswagens moet gekoppeld worden aan de omzetting van dit voordeel in natura in nettoloon voor werkenden (de hogere ‘kost’ van het brutoloon is voor de werkgever). Het algemene beeld is duidelijk: het beleid investeert vandaag niet in meer en beter openbaar vervoer.

Het is logisch dat er onder het personeel van het openbaar vervoer veel wrevel is. Het gebrek aan middelen wijst op een gebrek aan respect voor de inspanningen van het personeel. Bovendien komen er allerhande maatregelen bij zoals verhoging van pensioenleeftijd, afbouw brugpensioen, inleveringen op loon, … Degelijk openbaar vervoer is niet mogelijk als er geen respect is voor het personeel. De strijd voor alternatieven op de wagen gaat hand in hand met de belangen van het personeel van openbaar vervoer. Zoals Naomi Klein opmerkte: “Stakende spoorwerknemers zijn de klimaatactivisten van de 21ste eeuw.”

In plaats van individuele bestraffing is er nood aan collectieve alternatieven. Gratis en degelijk openbaar vervoer is daar een essentieel onderdeel van. Het vereist strijd om meer publieke middelen en het is noodzakelijk voor een rationele planning van mobiliteit.

2/ Energie in publieke handen

De energiesector speelt een enorme rol in de ecologische crisis. De 100 bedrijven die sinds 1988 verantwoordelijk zijn voor 71% van de wereldwijde uitstoot, zijn zo goed als exclusief gas-, steenkool-, olie- en andere energiebedrijven! In de EU-landen is 78% van de uitstoot van broeikasgassen afkomstig van de energiesector. Wetenschappers zijn dan ook unaniem: er is nood aan een radicale verandering van ons energielandschap. De manier waarop we vandaag energie opwekken, onder andere door het verbranden van fossiele brandstoffen, zorgt voor een te grote uitstoot van broeikasgassen.

Het is een illusie om te denken dat we energiegiganten met “rationele argumenten” zullen kunnen veranderen. Alle beursgenoteerde olie- en gasmaatschappijen samen, voorzagen vorig jaar slechts 1,3 procent van hun totale investeringsbudget voor groene energie.

In België is de stroomvoorziening voor 85% in handen van vier Europese energiereuzen: GDF Suez (Electrabel), EDF (Luminus), ENI en RWE (Essent). Het zijn deze bedrijven en hun aandeelhouders die bepalen op welke manier energie geproduceerd wordt. De gemeenschap heeft hier niets over te zeggen, maar draait wel op voor de nefaste gevolgen van de milieuvervuilende productiemethoden van energiegiganten.

Tussen 2007 en 2017 steeg de prijs van elektriciteit voor een gewoon gezin in België met 71,8%. Deze prijsstijging kwam er niet opdat er geïnvesteerd zou kunnen worden in duurzame energie. Noch was deze prijsstijging er om te investeren in de noodzakelijke infrastructuur voor de productie van energie. Dreigingen van stroomtekorten worden gebruikt om de prijzen voor gezinnen verder op te trekken. Eén op de vijf Belgische gezinnen leeft hierdoor in energiearmoede.

Tussentijdse maatregelen als een BTW-verlaging of prijscontroles kunnen de prijzen drukken. Om de mindere inkomsten voor de overheid op te vangen, moet het geld gezocht worden waar het zit. Een vermogensbelasting als progressieve belasting kan daartoe bijdragen. We zullen dit soort maatregelen niet zomaar bekomen: multinationals zullen zich met hand en tand verzetten. Denk maar aan de campagnes van de kernlobby of het verzet van een bedrijf als Amazon toen een beperkte taks op het bedrijf werd voorgesteld in Seattle. De private bedrijven vragen om groener en socialer te worden, werkt niet. Dat zagen we in Barcelona waar de openbare aanbesteding voor elektriciteitsvoorziening een sociale clausule meekreeg. Geen enkel bedrijf deed een bod! Er werd ook meteen een procedure gestart toen de stad een eigen energiebedrijf opzette. De winsten zijn heilig, wie daaraan raakt wordt meteen op alle mogelijke manieren bestreden.

3/ Meer publieke middelen voor democratisch en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek

Het favoriete argument van rechtse politici en andere cynici tegen de jonge klimaatactivisten is dat ze beter wel naar school zouden gaan om voldoende kennis te verzamelen om de klimaatproblematiek aan te pakken. Nochtans is er op zich nu al geen gebrek aan technologie en wetenschap. De centrale vraag is echter wie deze controleert en hoe wetenschappelijk onderzoek gefinancierd wordt.

Onderzoek gebeurt doorgaans enkel in functie van de winst. Ontdekkingen die een positieve bijdrage kunnen leveren in de strijd tegen klimaatverandering worden bovendien vaak opgekocht door ondernemingen die de toepassing ervan willen voorkomen. Zo liggen er patenten voor duurzame batterijen en efficiënte energieopslag in de kluis bij bedrijven als Exxon Mobil. Zij hebben er belang bij dat elke druppel olie wordt opgeboord alvorens de alternatieven op de markt gebracht worden.

Erger nog: multinationals investeerden de afgelopen jaren miljarden in ‘onderzoek’ om klimaatverandering te ontkennen of te minimaliseren. Zo weten oliebedrijven al sinds eind jaren 1970 dat er een verband is tussen fossiele brandstoffen en de vergiftiging van onze atmosfeer. Deze informatie werd achtergehouden en toen het toch bekend raakte, werd vooral geïnvesteerd in allerhande denktanks die deze informatie betwistten.

Daarnaast werd geïnvesteerd in lobbywerk om vervuilende praktijken te behouden of mogelijk te maken. Onder het kapitalisme worden miljarden verspild aan de vernietiging van ons leefmilieu, socialisten willen deze miljarden inzetten voor de ontwikkeling van milieuvriendelijke alternatieven.

Momenteel hebben we geen volledig zicht op welke maatregelen nodig en mogelijk zijn om onze leefomgeving te redden. Vaak is het ook geen prioriteit van onderzoek. Zelfs aan de universiteiten is onderzoek steeds meer afhankelijk van wie het betaalt. Grote bedrijven hebben daarbij uiteraard vooral interesse in onderzoeksprojecten die hen extra winsten kunnen opleveren. Daarom wordt via de privatisering van het hoger onderwijs geprobeerd om een grotere controle op universiteiten te krijgen.

Uiteraard komt er interessant onderzoek van universiteiten en hun laboratoria, ook al gebeurt dit vaak zonder enige werkelijke coördinatie en mondt het vaak uit in ontdekkingen die opgekocht worden door ondernemingen om te voorkomen dat de ontdekkingen toegepast worden. Er is dus al heel wat kennis aanwezig. Maar om een vollediger zicht te kunnen hebben op de situatie en de oplossingen, moeten de hefbomen van onze economie en onze kennis in publieke handen komen.

Elke inmenging van de industrie en de private sector moet uit het wetenschappelijk onderzoek weg. We eisen dat wetenschappelijk onderzoek onafhankelijk is en niet onderhevig aan winstbejag. Een afschaffing van patenten en massale investeringen in onderzoek naar duurzame technologie is noodzakelijk om alle kennis ten dienste te stellen van mens en planeet. Dit betekent dat alle technologie en kennis waarover we vandaag beschikken in de strijd tegen de opwarming van de aarde ingeschakeld kan worden!

4/ Voor een ecologisch en democratisch geplande economie

Het kapitalistische winstbejag staat haaks op onze belangen en die van onze planeet. De grote multinationals die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot zijn in handen van een klein groepje rijken. De 26 rijkste mensen bezitten evenveel als de 3,8 miljard armsten. Als we klimaatverandering willen bestrijden, moeten we de verantwoordelijken ervoor aanpakken. Regels opleggen volstaat niet, die grote bedrijven vinden duizenden achterpoortjes en hebben voldoende lobbyisten en andere gevestigde politici in hun zak om nieuwe achterpoortjes open te zetten.

Wat we niet bezitten, kunnen we niet controleren. Het leidt onder al wie iets wil doen tot de begrijpelijke reactie om de focus niet op de productie, maar op de consumptie te leggen. De media doen er alles aan om dit te versterken: zowat elk interview met een jonge klimaatactivist draait rond de vraag naar inspanningen door die jongere zelf. Soms wordt het doorgetrokken naar asociale maatregelen zoals koolstof- of ecotaksen. Het resultaat van dergelijke taksen is geen toename van milieuvriendelijke productie. Het tast enkel de koopkracht van gewone werkenden en jongeren aan. Hiermee wordt de essentie uit de weg gegaan: de productie die in handen is van een klein aantal grote bedrijven. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat een bedrijf als ExxonMobil voorstander is van een CO2-taks.

Het gebrek aan democratische planning leidt tot een enorme verspilling. Zo gaat een kwart tot een derde van het geproduceerde voedsel verloren: minstens 1,3 miljard ton per jaar! En dan hebben we het nog niet over de verspilling als gevolg van investeringen in reclame, lobbywerk en het tegenhouden van productie van duurzamere goederen met een langere levensduur.

Er is een grote omslag nodig in de productie, onder meer om de 2.400 miljard dollar per jaar in hernieuwbare energie te investeren die volgens het IPCC nodig is. Deze middelen kunnen gemakkelijk gevonden worden: waarom de 1.700 miljard dollar die jaarlijks naar wapens gaan niet inzetten voor een sociaal nuttig doel? Ongetwijfeld is een grote meerderheid van de bevolking daar voorstander van. Maar indien we de economische hefbomen niet in publiek bezit nemen, is er geen democratische controle en beheer mogelijk.

Daarom komen we op voor de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle van de gemeenschap. Dat moet de basis leggen om tot een rationele planning te komen waarbij de beschikbare middelen worden afgestemd op de noden en behoeften van de mens en de planeet. Het kapitalisme ondergraaft zowel de menselijke arbeidskracht als de natuur, de twee bronnen van alle rijkdom. Een rationeel en democratisch geplande economie maakt het mogelijk om verspilling te stoppen, de beschikbare kennis te benutten en een groene transitie op te starten. Dat is wat wij socialisme noemen.

 

Meer lezen? Bestel ons boek ‘Socialisme of ecologische catastrofe’ (108 pagina’s) voor 8 euro (verzendkosten inbegrepen)