Home / Edito - Op de werkvloer / 0,8% is niet genoeg! Staking voor echte loonsverhogingen op 13 februari

0,8% is niet genoeg! Staking voor echte loonsverhogingen op 13 februari

“Alles stijgt, behalve ons salaris.” Spandoek van ACOD LRB op een actie voor echte loonsverhogingen eind 2018 in Brussel.

Zelfs gezinnen met twee inkomens hebben het soms moeilijk om rond te komen. De laatste jaren volgden de lonen zelfs de stijgende levensduurte niet, ondanks de index. Dit onder andere door de indexsprong maar ook het steeds verder uithollen van de index. De vorige twee interprofessionele akkoorden (IPA) werden afgesloten in een situatie met de patroons in een zetel, gesteund door de regering Michel I. Deze keer hebben ze dat voordeel niet. Dat moeten we gebruiken!

Artikel door Thomas voor maandblad ‘De Linkse Socialist’ (dat vrijdag van de drukker komt, maar net voor de aankondiging van de stakingsdag werd afgewerkt: in deze online versie van het artikel hebben we de stakingsoproep toegevoegd)

Onder het kapitalisme is er steeds een strijd tussen werknemers en patroons over wie welk deel van de geproduceerde meerwaarde krijgt: de werknemers die de meerwaarde produceren of de kapitalist wiens enige toevoeging zijn investering is. Dat laat de kapitalist toe om het bedrijf te beheren, terwijl de werknemers dit zelf beter en effectiever zouden kunnen.

Na WOII werden ernstige loonsverhogingen afgedwongen. Maar binnen het kapitalisme komen verworvenheden steeds weer onder druk. Voor hen is elke crisis een opportuniteit. Zo werd de crisis van 2007-08 door de kapitalisten aangegrepen voor een nieuwe aanval op onze lonen en arbeidsvoorwaarden. Bij het begin van de crisis vatte miljardair Warren Buffet het zo samen: “Er bestaat wel degelijk een klassenoorlog, maar het is mijn klasse, de klasse van de rijken, die de oorlog voert en het zijn wij die hem winnen.” Wat betekende dit in de praktijk? In 2009 waren de 1% rijksten wereldwijd goed voor 44,9% van het totale vermogen. Nog geen tien jaar later, in 2017, ging 82% van de nieuw gecreëerde rijkdom naar die 1% rijksten. Kortom: de kloof tussen arm en rijk wordt nog groter.

Dit is een wereldwijd fenomeen dat zich ook bij ons laat voelen. De CEO’s van de Bel20-bedrijven verdienen gemiddeld op nog geen zes dagen evenveel als een jaarloon van hun werknemers. Er zijn miljarden voor de aandeelhouders, maar een loonsverhoging voor de werknemers zit er niet in. Of toch, volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) is een kruimel van 0,8% toegelaten.

Werknemers en hun organisaties mogen geen genoegen nemen met gemorrel in de marge. Er zijn reële loonsverhogingen voor alle werkenden nodig. Daarnaast moeten de laagste lonen opgetrokken worden tot minstens 14 euro per uur of 2.300 euro per maand. Nu de Thatcheriaanse regering-Michel gevallen is, zitten de patroons minder comfortabel in hun zetel. De vakbonden moeten ervoor zorgen dat de druk hoog gehouden wordt, ook tijdens de onderhandelingen.

Op 14 januari begonnen twee ABVV-centrales, Horval (horeca en voeding) en de Algemene Centrale, met maandelijkse actiedagen voor het optrekken van het minimumloon tot 14 euro per uur. Hopelijk sluiten andere centrales en vakbonden zich hierbij aan en komt het tot een echte strijd. Vooral militanten en werkenden in sectoren waar de laagste lonen minder dan 14 euro per uur bedragen, kunnen daar een rol in spelen en de eigen patroons onder druk zetten.

De mars voor koopkracht van het ABVV op 4 februari was een uitstekend initiatief, ook al kwam het laat in de IPA-onderhandelingen die op 23 januari afgelopen moesten zijn. Ondertussen is die mars geschrapt om plaats te maken voor een algemene staking op 13 februari gesteund door alle vakbonden. De werkgevers reageren zoals verwacht: ze verstoppen zich achter de loonwet. Een offensieve benadering is nodig om ernstige loonsverhogingen te bekomen en ineens die asociale loonwet die onze koopkracht bedreigt weg te krijgen.

Degelijk voorbereide acties zijn sleutel tot succes

Sinds 2014 is het sociaal protest tegen deze regering en haar asociale maatregelen nooit gaan liggen. Het was echter al te vaak protest om stoom af te laten bij de basis of om de onderhandelingspositie van de vakbondstop te versterken. Het werd niet gebruikt om de krachtsverhoudingen terug in het voordeel van de werknemers te doen kantelen door de kibbelregering de laan uit te sturen. Nochtans was de bereidheid om aan acties deel te nemen doorgaans groter dan verwacht, ook al waren de mobilisaties vaak laat en slecht georganiseerd.

Laat ons hier lessen uit trekken en de koopkrachtbeweging wel goed organiseren, met duidelijke eisen als 14 euro per uur of 2.300 euro per maand, 1.500 euro netto of 75% van het laatste loon als minimumpensioen. Deze eisen zijn geen dromen voor een verre toekomst. We hebben ze vandaag nodig voor een menswaardig bestaan. Het vereist een duidelijke actieagenda waar we niet na iedere actie maanden wachten tot er een volgende datum komt, maar een plan voor de komende maanden zodat we collega’s kunnen overtuigen dat het menens is.

Als de vakbonden het protest niet organiseren, zal het langs andere wegen naar buiten komen. De situatie vandaag schreeuwt immers om loonstijgingen. De gele hesjes in Frankrijk maakten van koopkracht een centraal thema en konden overwinningen halen, ook al raakten ze de economie slechts beperkt. Beeld je in wat de vakbonden met zo’n vastberadenheid zouden kunnen bereiken!

Extreemrechts probeert op het ongenoegen rond koopkracht in te spelen. Zo beweert het Vlaams Belang voor koopkrachtverhoging en een minimumpensioen van 1500 euro op te komen. De partij van rijkeluiszoontje Van Langenhove is op dit vlak niet geloofwaardig. Maar we mogen het terrein niet aan extreemrechts overlaten.

Een strijdbaar socialistisch programma is nodig om tot verandering te komen. De werkgevers en de regeringen zullen elke verhoging van het (minimum)loon voorstellen als een opstap naar een sociale woestijn. Eerder zeiden ze hetzelfde over de afschaffing van de kinderarbeid of de arbeidsduurvermindering tot 8 uur per dag. Als ze dreigen met economische maatregelen zoals sluitingen of delokalisatie, moeten we het wapen van de nationalisatie bovenhalen. Als we democratisch over de beschikbare middelen willen beslissen, moeten we ze met de gemeenschap bezitten. Dat is onderdeel van onze strijd voor een socialistische samenleving.

Print Friendly, PDF & Email