Non-profit. Loonstop? 40-urenweek? Jacht op werklozen? Actieplan nodig!

POLSSLAG.

Uitgave van LSP-syndicalisten Non-Profit in ACV en ABVV

Niet enkel voor Non-Profit maar intersectorieel!

Naar aanleiding van de onderhandelingen over een nieuw IPA (interprofessioneel akkoord: een akkoord dat afgesloten wordt tussen de werkgevers en de werknemers dat betrekking heeft op alle sectoren) hebben patronaat en regering met de nodige ‘hoempapa’ hun plannen al openbaar gemaakt. Indien hierop geen krachtig antwoord komt vanuit de vakbeweging, zullen we voor we het goed beseffen in Amerikaanse sociale kerkhoftoestanden belanden.

LSP-pamflet

De Non-Profit staat niet alleen: de onvrede in andere sectoren zoals bij de post, het spoor, de MIVB, het onderwijs… is groot en de eis tot actie wordt steeds groter. Het zou dan ook compleet onzinnig zijn om in gespreide slagorde in actie te komen terwijl de problemen en de eisen in de verschillende sectoren dezelfde zijn. Gemeenschappelijke acties over de grenzen van de verschillende sectoren heen zullen een veel groter impact hebben en kunnen minder gemakkelijk genegeerd worden door regering en patronaat. In alle sectoren hebben we te maken met

> personeelsproblematiek (te weinig personeel of dreigende massale afdankingen waardoor de werkdruk fors stijgt)

> een structureel tekort aan middelen waardoor een kwaliteitsvolle dienstverlening niet langer kan gegarandeerd worden

> de eis tot de noodzakelijke loonsverhogingen om onze koopkracht te behouden. Dit is zeker het geval voor de Non-Profit waar ons grote loonverschil (11% minder) met de andere sectoren eerder nog groter dreigt te worden dan te verkleinen door het radicale njet van de regering betreffende koopkracht-verhoging

> de categorieke weigering zoals bij de Non-Profit of het uitstellen zoals bij de post van de onmiddellijke invoering van de 36-urenweek

Het is dan ook de taak van de vakbeweging om een krachtig antwoord te bieden aan deze brutale besparingstrein. Het verzet mag zich echter niet beperken tot de klassieke syndicale wereld maar er moeten ook actief banden gesmeed worden met de werklozen, de scholieren en studenten (wiens toekomst in het gedrang komt door de besparingen in het onderwijs; denken we maar aan de toepassing van de Bologna-akkoorden). Als werkenden, werklozen en hun kinderen hebben we allen dezelfde belangen: de beruchte jacht op werklozen die het werklozenstatuut totaal uitbeent, zal voor een neerwaartse druk zorgen op de arbeidscondities en de lonen van de werkenden aangezien de werklozen wanhopiger zullen zijn om onderbetaalde en onveilige snertjobs te aanvaarden. Alles wat ons verdeelt, verzwakt ons!

In dit licht heeft de LSP onderhandelingen aangeknoopt met de vakbonden om te komen tot een Jongerenmars voor Werk. Een princiepsakkoord werd dan ook afgesloten om op 19 maart 2005 een jongerenmars te organiseren in Brussel. Deze jongerenmars moet aangegrepen worden om tot een actieve eenheid in het verzet tegen de besparingen te komen tussen werkenden, werklozen en jongeren (scholieren en studenten) In de bedrijven kan de jongerenmars een gelegenheid bieden om de jongeren te betrekken in het vakbondswerk (dat meer en meer het werk dreigt te worden van enkel ‘ouderdomsdekens’)

Om van de Jongerenmars voor Werk een succes te maken, zal de LSP overgaan tot de vorming van lokale jongerenmarscomités in de steden maar ook waar het mogelijk is, het initiatief nemen om dergelijke comités op te zetten op bedrijfsniveau zodanig dat jonge vakbondmilitanten over de grenzen van de vakbonden heen, een werking op de werkvloer kunnen ontplooien. De jongerenmars moet dan ook gezien worden, niet als een doel op zich of om wat ‘stoom’ af te blazen maar als een hulpmiddel om een reële krachtsverhouding op te bouwen in de scholen, de wijken en de werkvloer die deze brutale besparingspolitiek kan stoppen!

Nood aan een uitgewerkt actieplan

Om een langdurige mobilisatie mogelijk te maken moet de vakbondsleiding een actieplan uitwerken dat loopt over meerdere maanden aangezien het er naar uitziet dat we een langdurig conflict tegemoet gaan in de Non-Profit. Om onze collega’s voor langere duur te kunnen mobiliseren moeten we een duidelijk perspectief stellen waar we heen willen met de acties. Zo ook is het noodzakelijk dat er een open en eerlijk overleg komt tussen de verschillende vakbonden, zowel aan de top als aan de basis. In vele instellingen blijft het gemeenschappelijk vakbondsfront eerder een formele beleefdheidsformule in plaats van een concrete bundeling van krachten.

Delen: Printen: