Home / Dossier / Dialectisch materialisme. Deel 1: waarom hebben we theorie nodig?

Dialectisch materialisme. Deel 1: waarom hebben we theorie nodig?

We publiceren vandaag en de komende dagen een vertaling van de brochure ‘Introduction to Dialectical Materialism – the foundation of revolutionary theory’ door Shaun Arendse (2015) van onze Zuid-Afrikaanse zusterorganisatie.

 

Deel 1. Waarom hebben we theorie nodig?

Het marxisme is de revolutionaire theorie van de werkende klasse. Soms wordt het ook een “filosofie” genoemd, dat woord komt uit het Oudgrieks en betekent “liefde voor kennis”. Een filosofie is een geheel van ideeën en concepten dat gebruikt wordt om de wereld te begrijpen. Vandaag is “theorie” echter een actueler woord om te omschrijven wat het marxisme is.

De arbeidersklasse heeft er alle belang bij om te proberen om de wereld te begrijpen. We willen begrijpen waarom er armoede, ongelijkheid, racisme, oorlog – en alle andere zaken die het leven tot een strijd maken – is. Als arbeidersklasse hebben wij er geen belang bij het kapitalisme te beschermen. Wij overleven niet door anderen uit te buiten. Integendeel, we worden elke dag bestolen van de rijkdom die we zelf produceren. We hebben er alles bij te winnen en niets bij te verliezen wanneer we proberen te begrijpen waarom dit zo is.

Dat betekent niet dat het marxisme ons enkel het “standpunt” van de arbeidersklasse kan bij brengen. Vanuit het standpunt van de arbeidersklasse zijn bazen bijvoorbeeld “oneerlijk” en “gierig” omdat ze lage lonen betalen terwijl zij winsten boeken. Echter, vanuit het standpunt van de bazen “verdienen” zij deze winsten, aangezien ze er hun arbeiders “eerlijk” voor hebben betaald. Zij vinden de arbeiders “ondankbaar” omdat ze klagen in plaats van zich gelukkig te prijzen dat ze überhaupt voor hen mogen werken! Het kan soms lijken alsof de maatschappij bestaat uit heel wat verschillende “standpunten”, waarbij geen enkel juister of fouter is dan de andere. Als het marxisme gewoon het standpunt van de arbeidersklasse zou zijn, dan zou het niets meer zijn dan een opinie, en dus subjectief.

Maar de marxistische theorie helpt ons daarentegen om tot een objectief begrip te komen van de wereld in zijn geheel en van de maatschappij in het bijzonder. Het wapent ons met een methode om ons denken te trainen, om de wereld zo accuraat mogelijk te begrijpen. Door bijvoorbeeld de objectieve relatie tussen lonen en winsten te begrijpen, onafhankelijk van ieders “perspectief”, kan het marxisme verklaren waarom de arbeidersklasse en de kapitalistische klasse er deze verschillende “standpunten” op na houden. Objectief gezien is winst de onbetaalde arbeid van de arbeidersklasse. Dit wordt gemaskeerd door de uitbetaling van uurlonen of maandsalarissen, die het doen lijken alsof arbeiders worden betaald voor al hun geleverde arbeid. Tussen haakjes, door dit instinctief correct aan te voelen, staat het standpunt van de arbeidersklasse wel veel dichter bij de realiteit dan dat van de bazen.

De zoektocht naar objectieve verklaringen is ook de basis van de moderne wetenschap. Wetenschap gaat, door de waarom-vraag te stellen, op zoek naar objectieve verklaringen die teruggaan tot het begin van het universum – en verder. Wetenschap laat ons toe te begrijpen dat alles in de natuur een verklaarbare geschiedenis heeft.

Karl Marx’ doorbraak bestond erin dat hij een wetenschappelijke benadering hanteerde om de maatschappij te verklaren. Hij ontdekte objectieve processen die verklaren hoe de maatschappij ontwikkelt. Hij vond deze in de ontwikkeling van de productiekrachten en de klassenstrijd die daaruit voortvloeit. Anders gezegd, Marx toonde aan dat de methodes en technieken die gebruikt worden om de maatschappij draaiende te houden (de productiekrachten) enerzijds, en de manier waarop mensen hier rond zijn georganiseerd (de productierelaties) anderzijds, aanleiding geven tot het bestaan van verschillende klassen. Deze klassen staan in verschillende verhouding tot de productiekrachten én, tot elkaar. Bijvoorbeeld, de kapitalistische klasse bezit de economie vandaag, de arbeidersklasse niet. De arbeidersklasse leeft van het loon dat ze van de kapitalisten ontvangen voor hun arbeid, de kapitalistische klasse leeft van de uitbuiting van de arbeidskracht van hun arbeiders. Dit verschil in positie, zorgt voor het verschil in “standpunt” over verschillende thema’s, zoals over wat “eerlijk” is.

Deze basisstructuur van de maatschappij bestaat onafhankelijk van eenieders “standpunt”. Het is een objectieve basis voor het verklaren van de maatschappij en kan, zoals Marx zei, “vastgesteld worden met de precisie van natuurwetenschappen”. Uit deze “objectieve basis”, zo legt Marx uit, “komt een legale en politieke superstructuur voort waaraan bepaalde vormen van sociaal bewustzijn corresponderen. De manier waarop het materiële leven wordt geproduceerd, bepaalt het algemeen verloop van het sociaal, politiek en intellectueel leven”. Het marxisme staat ons, door het begrip van de maatschappij op wetenschappelijke basis te stoelen, toe om te verklaren “waarom” dingen in de maatschappij zijn zoals ze zijn. Lenin legde, samen met Leon Trotski – de leider van de Russische arbeidersrevolutie van 1917 – uit dat:

 “Door het filosofisch materialisme te verdiepen en verder uit te werken, voerde Marx tot het einde toe door en breidde hij de natuurkennis ervan uit tot de kennis van de mensenmaatschappij. De grootste verovering van de wetenschappelijke gedachte is het historisch materialisme van Marx. De chaos en willekeur, die tot nog toe heersten in de opvattingen over geschiedenis en politiek, werden vervangen door een verbazingwekkend monoliete en harmonische wetenschappelijke theorie, die aantoont hoe uit de ene vorm van maatschappelijk stelsel als gevolg van de groei van de productiekrachten een andere, hogere vorm ontstaat, bijvoorbeeld uit het feodalisme ontstaat het kapitalisme.

 Net zoals de kennis van de mens de onafhankelijk van hem bestaande natuur weerspiegelt, d.w.z. de evoluerende materie, weerspiegelt de maatschappelijke kennis van de mens (d.w.z. de verschillende filosofische, religieuze, politieke opvattingen en leerstellingen, enz.) de economische structuur van de maatschappij. De politieke instellingen zijn de bovenbouw op de economische basis. Zo zien we bijvoorbeeld hoe de verschillende politieke vormen van de moderne Europese staten de versterking van de heerschappij van de bourgeoisie over het proletariaat dienen.

 De filosofie van Marx is het voltooide filosofische materialisme, dat de mensheid, en de arbeidersklasse in het bijzonder, het machtige wapen van de kennis gaf.”

– Drie bronnen en bestanddelen van het marxisme, 1895

Dit is waarom het marxisme ook het wetenschappelijk socialisme wordt genoemd. Zoals elke wetenschap heeft het marxisme haar eigen analysemethode die ons leert waar we naar objectieve verklaringen moeten te zoeken. De analysemethode van het marxisme heet het dialectisch materialisme. Een keer we bij objectieve verklaringen zijn, biedt het marxisme ons het “gereedschap” om onze bevindingen te onderzoeken. Dit gereedschap zijn de wetten van de dialectiek. (We gaan op beiden verder in in delen II en III).

Wetenschappelijke principes toepassen op de maatschappij, heeft nog een ander gevolg. In ‘De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap’ zei Engels, “dat wat uit alle voorgaande filosofie nog overleeft, is de wetenschap van het denken en zijn wetten – formele logica en dialectiek [uitgelegd in deel III]. Al het andere wordt ondergebracht bij de exacte wetenschap van natuur en geschiedenis.” Engels zegt met andere woorden dat het enige gebied van de menselijke kennis dat nog overblijft voor de filosofie, is om te onderzoeken hoe we denken over de wereld. Al de andere kennis over de wereld, inclusief de menselijke maatschappij, moet via de wetenschappelijke methode verzameld worden, dat wil zeggen door op zoek te gaan naar objectieve verklaringen.

Op welke manier is het marxisme wetenschappelijk?

De basis van wetenschap is het verzamelen van observaties. In sommige takken van de wetenschap kunnen observaties op een meer gedetailleerde en precieze manier verzameld worden via experimenten in een laboratorium. Vervolgens worden theorieën ontwikkeld die die de laboratoriumobservaties verbinden en verklaren. Ons begrip van de wereld ontwikkelt zich op deze manier. Theorieën maken dan op hun beurt onze observaties gerichter doordat we voorspellingen kunnen maken om die theorieën aan te toetsen.

Het marxisme volgt dezelfde benadering. Het laboratorium van het marxisme is de ervaring van de werkende klasse doorheen de geschiedenis. Deze ervaringen zijn de “observaties” van het wetenschappelijk socialisme. In die zin is marxisme niets anders dan een veralgemening van de ervaringen van de werkende klasse. Met “veralgemening” bedoelen we dat we, indien een zelfde gebeurtenis steeds opnieuw voorkomt, we er een regel rond kunnen maken. Als we bijvoorbeeld herhaaldelijk zien dat mensen die rennen op de fabrieksvloer vallen en zich bezeren, zullen we ons de volgende keer dat iemand rent niet afvragen wat er zal gebeuren, maar gewoon zeggen “ren niet!”.

Hetzelfde gaat op voor geschiedenis. Als we zien dat de werkende klasse telkens tegenover dezelfde uitdagingen staat in haar strijd, kunnen we voorspellen dat gelijkaardige uitdagingen ons ook vandaag te wachten staan. Maar ook, als arbeiders bepaalde oplossingen ontwikkelen om die uitdagingen te overkomen, en die falen, leren we uit die mislukkingen en proberen we ze niet herhalen. Bijvoorbeeld, tijdens elke revolutionaire situatie wanneer de werkende klasse de macht probeerde over te nemen, hebben de kapitalisten de staat (de politie, het leger, de rechtbanken etc.) gebruikt om hun systeem te beschermen. Wanneer arbeiders hier niet op voorbereid waren, werden ze verslagen. Door de marxistische analysemethode toe te passen op deze ervaring, hebben we de marxistische theorie van de staat gecreëerd om uit te leggen waarom dit gebeurt. De staat is geen neutrale structuur boven de maatschappij, maar een staat van de heersende klasse. Zo zullen we ons in een volgende revolutionaire situatie niet afvragen wat de staat zal doen en zullen we ons organiseren om onszelf te verdedigen. Onze ervaringen in het verleden laten ons toe om theorieën te ontwikkelen en theorie gidst onze acties.

Soms wordt beweerd dat we geen theorie nodig hebben omdat je “geen theorie kan eten”. Eigenlijk zeg je dan dat we niets te leren hebben uit meer dan 200 jaar opoffering en strijd door de werkende klasse. Want wat is onze theorie anders dan de verzamelde ervaringen uit opoffering en strijd? Beweren dat theorie nutteloos is, is onwetend, of arrogant, of beide.

Waarom begrijpen enkel marxisten de maatschappij op een wetenschappelijke manier?

Voor de werkende klasse is het verkrijgen van wetenschappelijk inzicht in de maatschappij geen academische oefening of een trucje om slim over te komen bij vrienden. We willen de waarom-vraag kunnen beantwoorden om de wereld te kunnen veranderen. Het is Marx’ wetenschappelijke analyse van de geschiedenis, en van het kapitalisme in het bijzonder, die de werkende klasse wapent met een begrip van hoe de maatschappij anders gereorganiseerd kan worden om aan de noden van de meerderheid te voldoen, in plaats van winsten te genereren voor enkelingen. Voor de werkende klasse is het marxisme een gids tot actie in de strijd voor een socialistische maatschappij. Zoals Marx zei, “de filosofen hebben de wereld op enkel verschillende manieren geïnterpreteerd; het komt er op aan om ze te veranderen”.

Socialisme is geen uit de lucht gegrepen idee. Het is een voorspelling gebaseerd op een begrip van de limieten van de bestaande kapitalistische economie. Socialisme zou het systeem van private eigendom in de banken en de financiële sector, de fabrieken en andere grote bedrijven, de transportsector etc. (de sleutelsectoren van de economie) vervangen door een systeem van collectieve eigendom. Op deze basis zou productie voor sociale noden de productie voor private winst kunnen vervangen. In plaats van de chaos en competitie van de kapitalistische markt, zou socialisme een democratisch productieplan organiseren, natuurlijk ook op internationaal niveau. Op deze economische basis kunnen wereldwijd enorme sprongen vooruit te gemaakt worden op vlak van onderwijs, wetenschap, techniek en cultuur, en kan de levensstandaard van de overgrote meerderheid van de wereldbevolking enorm omhoog getrokken worden.

Deze bedreiging voor de heerschappij van hun klasse, is voor de kapitalisten reden genoeg om het marxistische, wetenschappelijk begrip van de maatschappij te bevechten. Op het eerste zicht lijkt dit vreemd. Per slot van rekening is de kapitalistische klasse wel in staat de doorbraken te aanvaarden in de moderne wetenschap, die de natuur kunnen verklaren. Niet in het minst omdat ze deze kunnen omzetten in winsten in de industrie, de farmaceutische sector, de industriële landbouw etc. Ze kunnen zelfs accepteren dat we het individu wetenschappelijk kunnen begrijpen door middel van de moderne psychologie en neurowetenschappen.

Maar de positie die de kapitalisten als klasse innemen, belet hen te erkennen dat ook de maatschappij op wetenschappelijke basis kan worden begrepen. Ze voelen zich bedreigd door ideeën zoals het marxisme, die uitleggen dat de basis van hun heerschappij de private eigendom van de economie is en de basis van hun winsten de uitbuiting van de werkende klasse is. Maar nog bedreigender voor hen is dat eens je het kapitalisme verklaart als onderdeel van een breed historisch ontwikkelingsproces, er is geen reden is om te denken dat de geschiedenis is gestopt bij kapitalisme. Anders gezegd, de maatschappij zal blijven veranderen en het kapitalisme zal niet eeuwig bestaan.

Natuurlijk beweren we niet dat de kapitalistische klasse de wereld simpelweg misleidt, in de zin dat ze de waarheid kennen en deze verbergen. De beste strategen van het kapitalisme kennen en begrijpen de aard van hun systeem tot op zekere hoogte, kennis die ze gebruiken om het te beschermen, maar het gaat over het algemeen over een veel subtieler proces. Je kan de kapitalistische klasse vergelijken met iemand is die een berg probeert te beklimmen maar niet voldoende touw heeft om de top te bereiken. Ze overtuigen zichzelf ervan dat zij op de enige berg ter wereld klimmen omdat ze de top niet kunnen bereiken en niet kunnen zien dat er achter hun berg, vele andere bergen liggen. Hun positie op de berg verblindt hen. Net als de gestrande klimmer die niet aan de top raakt, staat de maatschappelijke positie van de kapitalisten hen niet toe om toe te geven dat hun manier om de maatschappij te organiseren, niet meer is dan dat, hún manier om de maatschappij te organiseren. Daarom worden er steeds verschillende filosofische, religieuze, economische en politieke theorieën ontwikkeld die uitleggen dat de kapitalistische maatschappij “normaal”, “natuurlijk” en zelfs “onvermijdelijk” is.

Verwarring zaaien

In het dagelijkse leven wordt het standpunt van de kapitalisten naar voor geschoven als “gezond verstand”. De gevestigde media herhalen dit eindeloos. Zo hoor je telkens opnieuw dat de rijken rijk zijn omdat ze “hard werken”, niet omdat ze de werkenden uitbuiten. Programma’s als “the sky is the limit” of “leeuwenkuil” verheerlijken hun levensstijl en hun “ondernemingszin”. Ongelijkheid wordt dan weer verklaard als een gevolg van hebzucht dat “eigen is aan de menselijke aard”. Geen woord over de opdeling van de maatschappij in twee klassen: de 1% die de hele economie in handen heeft en de 99% die niets bezit en gedwongen is voor de andere te werken. Sommige mensen gaan dan ook op zoek naar individuele oplossingen en kijken naar goeroes die hen “ondernemerschap” zullen bijbrengen, naar zelfhulp- en lifestylefilosofieën en allerhande “motivational speakers”. Finaal proberen deze echter allemaal om mensen te overtuigen om zich “slim” aan het systeem moeten aanpassen, niet dat ze de berg volledig moeten beklimmen en de horizon zien.

Delen van het “ideologische harnas” van het kapitalisme zijn gesofisticeerder. Kapitalistische regeringen moeten een zeker begrip van de maatschappij hebben als ze een moderne economie willen runnen. Er worden statistieken verzameld omtrent economische groei, wijzigingen binnen de bevolking, import en export, het functioneren van verschillende industriële sectoren etc. En dus worden ook statistieken bijgehouden over armoede, ongelijkheid en werkloosheid. Op geen enkel moment in de geschiedenis hebben we zoveel sociale observaties verzameld! Het is zodoende op het niveau van de theorie dat de verdedigers van het kapitalisme hun harnas moeten sterken. Ze moeten ervoor zorgen dat de theorie de observaties niet verbindt en uitlegt, en dat er niet tot de objectieve conclusie wordt gekomen dat het kapitalisme een ramp is voor de grote meerderheid van de mensheid.

Het marxisme kan echter niet volledig genegeerd worden en dus wordt het voorgesteld als “één van vele theorieën”. De sociologische departementen van universiteiten zitten afgeladen vol met halfbakken en verwarde theorieën. Zoals met snoepjes in een bokaal kan je de theorie uitkiezen die het beste smaakt op dat moment, los van haar mogelijkheid de wereld al dan niet accuraat te verklaren. Zo wordt de heldere stem van het marxisme verdronken in een zee van andere ideeën. Connecties die Marx maakte, worden verbroken. Wanneer ideeën en theorieën op deze manier worden behandeld, spreken we over een eclectische aanpak. Dit is de standaard aanpak in de sociale wetenschappen binnen een kapitalistische maatschappij. Zelfs veel van die handvol academici die beweren het marxisme te steunen, steriliseren het in veel gevallen door de revolutionaire conclusies die eruit voortvloeien, te negeren.

Binnen het kapitalisme wordt enkel in de sociale “wetenschappen” toegestaan dat dit eclecticisme overheerst. Voor het verklaren van de natuur zijn bepaalde wetenschappelijke theorieën accurater dan anderen. De beste worden als standaard naar voren geschoven, de minder goede worden aan de kant geschoven. Zo hebben bijvoorbeeld zowel een sjamaan als een dokter een verklaring over koorts vanuit “hun theorie”. De sjamaan zal uitleggen dat koorts wordt veroorzaakt door boze geesten, de dokter zal een bacteriële infectie als oorzaak meegeven. Het is echter de theorie van de dokter die de situatie het meest precies beschrijft en die tot de juiste behandeling zal leiden, antibiotica in dit geval. De sjamaan kan toevallig een behandeling ontdekt hebben op basis van generaties van trial and error en bijvoorbeeld een plant gebruiken die dezelfde actieve stoffen bevat als waaruit de antibiotica worden gemaakt. Ook kan het goed zijn dat de dokter de actieve ingrediënten ontdekte door de planten die door de sjamaan worden gebruikt, te onderzoeken. Maar toch zou de sjamaan nog steeds niet begrijpen waarom de plant werkte omdat hij haar chemische samenstelling niet begrijpt. Hij zou enkel haar effect kennen. De ene theorie is dus een pak minder precies in het beschrijven van de wereld dan de andere. Wat steek houdt voor de wetenschap en de geneeskunde, doet dat ook voor de maatschappij. Het marxisme kan de maatschappij accurater verklaren dan andere “sociale theorieën”.

Dit betekent natuurlijk niet dat de bestaande sociale verhoudingen niet kunnen binnen sijpelen in de wetenschap, integendeel. Zo rationaliseerden pseudowetenschappelijke theorieën over rassen bijvoorbeeld het bestaan van de zwarte slavernij in de 17de eeuw. Deze theorieën zijn vandaag volledig gediscrediteerd. Omdat ze niet begrepen dat elk aspect of kenmerk van een maatschappij, zoals ook het bestaan van zwarte slaven, een objectieve verklaring vereist die enkel kan worden gevonden in sociale verhoudingen, probeerden wetenschappers theorieën die ze over de natuur ontwikkelden toe te passen op de maatschappij. Gezien ze toen dieren in een hiërarchie van “lagere” tot “hogere” vormen plaatsten, werd hetzelfde gedaan met mensen, met zwarten onderaan de “sociale hiërarchie” en blanken aan de top.

Deze foute manier van werken leeft tot op de dag van vandaag voort in het werk van verschillende, voor het overige deel intelligente, wetenschappers. Dit ontkracht echter de wetenschappelijke methode niet. Het illustreert alleen dat een halfslachtige poging om objectieve verklaringen te vinden, een poging die zich beperkt tot de oppervlakte van de maatschappij, tot fouten zal leiden.

Een andere reden die gebruikt wordt om het marxisme af te wijzen, is dat het een oude theorie is en dat het dus vanzelfsprekend niet meer geschikt is om voor de complexiteit van het leven in de eenentwintigste eeuw te ontrafelen. De ouderdom van een theorie is echter geen criterium om de nuttigheid ervan te bepalen. De leer van Newton, die een eeuw ouder is dan het marxisme, is bijvoorbeeld nog steeds de basis van moderne fysica. Leon Trotsky zei: “het criterium om te antwoorden op die vraag is simpel: als de theorie de loop van ontwikkelingen juist inschat en de toekomst beter kan voorspellen dan andere theorieën, blijft het de meest geavanceerde theorie van onze tijd, hoe oud ze ook mag zijn.”

Een ‘Europese’ theorie?

Bepaalde afrikanisten schrijven het marxisme af omdat het werd ontwikkeld in Europa door een blanke man. Ze vergeten echter dat heel wat van de afrikanisten waar ze naar opkijken, in het bijzonder de leiders van de vrijheidsbewegingen van de jaren ‘50 en ‘60, zich baseerden op het marxisme, of toch op zijn minst deels. Het marxisme is echter geen “uitvinding”, het is een beschrijving van het ontwikkelingsproces van de maatschappij, net zoals de andere wetenschappelijke theorieën de ontwikkelingsprocessen van de natuur beschrijven. Die processen bestaan, of we ze nu een naam geven of niet en los van wie hen het eerst beschreef. Als afrikanisten van de Kilimanjaro springen, zullen ook zij niet worden gered van de effecten van de zwaartekracht, ook al werd de theorie van zwaartekracht eerst in Europa ontwikkeld. Wat wel klopt, is dat de specifieke sociale voorwaarden van het 19e-eeuwse Europa en de opkomst van de revolutionaire werkende klasse Marx toestonden zijn ideeën te ontwikkelen.

Bepaalde ideeën behoren de hele mensheid toe, onafhankelijk van hun oorsprong. Het schrift werd bijvoorbeeld uitgevonden in Afrika. Sindsdien werd die uitvinding aangepast aan de verschillende talen van de wereld. Chinese letters verschillen fundamenteel van Arabische of Engelse letters, maar de onderliggende methode (woorden en klanken van de menselijke spraak weergeven in symbolen) is dezelfde. Op dezelfde manier kan de marxistische methode toegepast worden om heel verschillende maatschappijen in verschillende stadia van ontwikkeling te begrijpen. Ze kan zowel toegepast worden op pre- en neokoloniale Afrikaanse maatschappijen als op de verschillende fases van de Europese maatschappijen.

De nieuwe zwarte elite in Afrika lijkt dus, net als de westerse kapitalisten, midden op de berg te zijn gestrand. Marx’ Europese origine is hun excuus om de revolutionaire conclusies van het marxisme af te wijzen omdat deze hun eigen belangen binnen de kapitalistische maatschappij bedreigen.

De stalinistische vervorming van het marxisme

Het stalinisme bediende zich van hetzelfde excuus en maakte haar eigen vervorming van het marxisme. Ze drong Marx’ beschrijving van een Europese klassenmaatschappij op aan de Afrikaanse maatschappij. Voordat de arbeidersklasse in

Europa de strijd voor het socialisme aanving, ontwikkelde Europa van een klassieke slavenhoudersmaatschappij, via een feodale maatschappij met koningen, grondbezitters en lijfeigenen, tot een kapitalistische maatschappij. De stalinisten schoven naar voor dat Afrika “onvermijdelijk” ook dit patroon zou moeten volgen voordat socialisme zelfs maar denkbaar zou zijn. Maar alleen al de interactie tussen ontwikkelde, Europese, kapitalistische samenlevingen en de Afrikaanse, prekapitalistische samenlevingen gedurende eeuwen van slavernij, kolonialisme, uitbuiting en onderdrukking onderbrak het pad van autonome ontwikkeling dat Afrika had kunnen volgen. Afrika, net als alle andere werelddelen, maakt nu deel uit van het globale kapitalistische systeem, zij het met eigen karakteristieken die overbleven uit haar prekapitalistische voorgeschiedenis.

Deze vervorming van het marxisme had de dictatoriale stalinistische bureaucratie nodig. Hun verraad van de Russische arbeidersrevolutie van 1917 zorgde ervoor dat ze vreesden voor succesvolle socialistische revoluties elders. Als echt socialisme, gebaseerd op arbeidersdemocratie, elders had ontstaan, kon de Russische werkende klasse daaruit inspiratie putten om het gevecht aan te gaan met de bureaucratie en ze omver te werpen. Het idee dat een periode van kapitalisme noodzakelijk was voor de koloniale en neokoloniale wereld, werd een belangrijk deel van het buitenlands beleid van de stalinistische bureaucratie om zo revolutionaire bewegingen te doen ontsporen. De theorie van de nationale, democratische revolutie die bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (SACP) naar voor schuift, dient als een “theoretische” rechtvaardiging voor het compromis die de SACP sloot met het kapitalisme.

Doorheen de hele neokoloniale wereld hielden de stalinisten vast aan dit dogma, ook wanneer dit tot belangrijke nederlagen en massale van onderdrukking van de arbeidersbeweging leidde zoals in Chili in ’73. Ook de stalinisten stranden dus onder de top van de berg, vanwege hun eigen positie en belangen. Hun vervorming van het marxisme is vandaag vooral een manier om de “communistische” ministers in de Zuid-Afrikaanse regering toe te staan om enorme salarissen te innen, in grote villa’s te wonen en met BMW’s rond te rijden.

De stalinistische werkwijze waarbij theorieën ontwikkeld worden en daarna geëist wordt dat de maatschappij er zich aan aanpast, heeft niets te maken met echt marxisme. Leon Trotsky, die verbannen en vermoord werd door de stalinistische bureaucratie vanwege zijn verdediging van de echte marxistische methode, ontwikkelde de theorie van de permanente revolutie. Hij toonde aan dat de rest van de wereld niet “voorbestemd” is om het pad van de Europese ontwikkeling te volgen. Hij nam als startpunt het principe dat de waarheid concreet is, een belangrijk principe van het marxisme. Trotsky bestudeerde de koloniale en semikoloniale landen en toonde aan dat de economische ontwikkeling die in Europa had plaats gevonden onder de leiding van de kapitalisten, vandaag in de koloniale wereld door de arbeidersklasse, die de boeren leidt, zou moeten worden getrokken. Dit was ook nergens zou duidelijk geweest als in Rusland zelf tijdens revolutie van 1917, en dit tot groot ongemak van de stalinisten.

Theorie van de arbeidersklasse kan het ideologische harnas van het kapitalisme doorboren

Van zodra er theorieën ontwikkeld zijn die het bestaan van het kapitalisme verdedigen, gebruikt de kapitalistische klasse haar controle over de maatschappij (via haar eigendom van de media, haar controle over het onderwijs etc.) om deze door de hele maatschappij te doen aanvaarden. Deze ideeën worden deel van wat we het “ideologische harnas van het kapitalisme” noemen. Zoals Marx observeerde, “de dominante ideeën in de maatschappij zijn steeds die van de heersende klasse”.

Geen enkele ideologische verdediging van het kapitalisme kan er echter in slagen de werkende klassen volledig in slaap te wiegen. De realiteit confronteert ons voortdurend met de kloof tussen wat we worden verteld over de maatschappij en onze dagelijkse ervaringen. De ervaring van onze eigen uitbuiting en armoede terwijl we de gigantische rijkdom zien die deze zou kunnen oplossen, ontkracht dat “alles is zoals het zou moeten zijn”. Het marxisme maakt de werkende klasse bewust van deze kloof, van het vermoeden dat “alles niet is zoals het zou moeten zijn”. Het marxisme leert ons om onze manier van denken te trainen, om door de mist van verwarring te kijken en te zien waarop dat kapitalistische “gezond verstand” is gebaseerd. Maar ook om te begrijpen hoe we de maatschappij kunnen veranderen.

Binnen de kapitalistische maatschappij wordt er alles aan gedaan om arbeiders, jongeren, armen, en andere uitgebuiten er net van te weerhouden om dit te doen. Zo wordt velen zelfs het meest basale onderwijs onthouden. Aan de andere kant zal zelfs de meest prestigieuze universiteit ons niet leren hoe we door de verwarde ideeën van de kapitalistische maatschappij kunnen kijken. Om dit te doen moeten we ons tot onze eigen revolutionaire organisaties richten, en onszelf trainen en onderrichten. Door de marxistische analyse te gebruiken kan elke arbeider het niveau van inzicht van eender welke ondernemer, priester, industrieel of kapitalistische politicus komen, of dit zelfs overstijgen.