Duitsland op weg naar een nieuwe arbeiderspartij?

Sascha Stanicic, nationale woordvoerder van Sozialistische Alternative (SAV), de Duitse afdeling van het CWI, bekijkt de perspectieven voor een nieuwe politieke groepering “Verkiezingsalternatief voor werk en sociale rechtvaardigheid" (WASG) tegen de achtergrond van de ontwikkeling van economische en politieke crisis.

Sascha Stanicic

Er is verandering op komst in Duitsland. Schröders sociaal-democratische regering heeft de aanvallen op de levensstandaard van de arbeidersklasse verhoogd met zijn Agenda 2010, een besparingsplan dat kan vergeleken worden met het beleid van Thatcher in Groot-Brittannië in de jaren 1980. Maar wat zij in 10 jaar wou verwezenlijken, wil Schröder dubbel zo snel uitvoeren. Naast het effectief ondermijnen en ontmantelen van de welvaartstaat zijn de kapitalisten verder gegaan met aanvallen op de werkplaatsen zelf, met eisen zoals een langere werkweek en loonsverminderingen. Het tijdperk van “sociale consensus” is voorbij. Woede en radicalisering zijn wijd verspreid onder de werkende bevolking en de werklozen. Dat vindt onder meer een uitdrukking in de massabetogingen en stakingen die sinds de herfst van 2003 plaatsvinden in Duitsland.

Economisch zit Duitsland in een fase van economische stagnatie en recessie. De regering was niet in staat om zich te houden aan de Maastrichtnorm die bepaalde dat het begrotingstekort lager moet zijn dan 3% van het BNP. De afgelopen drie jaar was het tekort telkens hoger. Massale werkloosheid en het dalen van de reële waarde van de lonen zorgen ervoor dat de consumptie gestagneerd is en de zwakke economische groei – geschat op 2% voor 2004 – is bijna helemaal afhankelijk van de export naar het buitenland en dus afhankelijk van de wereldeconomie. Vanuit het standpunt van de verdedigers van het kapitalisme en van het neoliberaal beleid zijn de redenen voor de economische problemen simpel: de Duitse arbeidersklasse verdient teveel, werkt te weinig en ontvangt teveel ziekte- en sociale uitkeringen.

Na 16 jaar conservatief-liberaal beleid hadden de sociaal-democratische partij (SDP) en de groenen een coalitie gevormd in 1998. Het was heel snel duidelijk dat deze coalitie gewoon verder zou gaan met hetzelfde beleid waar de vorige regering mee bezig was. Dit is het beleid in het belang van de banken en grote bedrijven en leidt tot een toename van het aantal aanvallen op de werkende bevolking. De zogenaamde linkse regering van Gerhard Schröder and Joschka Fischer begon van Duitsland niet alleen een economische imperialistische grootmacht te maken maar ook een militaire. Het heeft troepen gestuurd naar de Balkan en Afghanistan en de eis voor een permanente zetel in de VN toont een ommekeer in het Duitse buitenlandse beleid.

Ook de verbale oppositie tegen de oorlog in Irak van Bush en Blair toonde een nieuwe vorm van verlangen van de Duitse burgerij om niet meer het schoothondje van de VS te zijn. Een sociaal-democratische regering was nodig om de militarisering van Duitsland te starten, het buitenlands beleid door de strot van de bevolking te duwen en de aanvallen op de werkende bevolking op te drijven. Dit komt omdat de SDP een band heeft met de vakbonden en de groenen met de vredesbeweging zodat een oppositie en protesten minder snel ontwikkelen dan onder de conservatief-liberale regering het geval was. De werkende bevolking die eerst beperkte hoop had in een rood-groene regering is een illusie armer.

De SPD en de PDS

De teleurstelling in de SPD is het grootste. SPD-politici worden geconfronteerd met open haat als ze door de Duitse straten wandelen. Recent werd Schröder in het Oost-Duitse dorp Wittenberge “hartelijk” ontvangen door enkele honderden actievoerders die eieren en zelfs stenen naar hem smeten. De ene SPD-bijeenkomst na de andere wordt verstoord door woedende betogers. De partij die al decennialang een arbeiderspartij was met een pro-kapitalistische leiding is nu helemaal omgevormd in een volledige kapitalistische burgerlijke partij, een partij die de neoliberale politiek met onder andere Agenda 2010 doorvoert, die de welvaartstaat effectief ontmantelt samen met de sociale verworvenheden. Dit is wat de heersende klasse al heel lang wilde maar het heeft ook tot grote woede bij de Duitse arbeiders geleid en het zorgt voor een diepe crisis in de SPD.

Zoals bij New Labour in Groot-Brittannië is de versnelde verburgerlijking van de SPD gestart in de late jaren 1980 en is dit nog versneld door het herstel naar het kapitalisme van de voormalige stalinistische staten in de Sovjet-Unie en Oost-Europa. De partij begon leden te verliezen en de lokale afdelingen liepen leeg. Deze verliezen werden nog versneld toen de SPD in de regering stapte in 1998 en de plannen van Agenda 2010 voorstelde. Sinds 1990 heeft de partij 292.604 leden verloren, waarvan 43 000 in 2003 en dit proces is zich nog steeds aan het verder zetten.

Er was geen linkervleugel binnen de partij die een betekenisvolle oppositie heeft gevoerd tegen deze verburgerlijking en de jeugdorganisatie van de SDP – de JUSOS – is nu betekenisloos. Grote groepen van de arbeidersklasse die eerst trouw waren aan de SPD en op hen hadden gestemd, hebben nu hun rug gekeerd naar deze partij en begonnen uit frustratie op andere partijen te stemmen of zijn in het geheel niet gaan stemmen.

Bij de eenmaking van Oost- en West-Duitsland werd de PDS opgericht – de Partij voor Democratisch Socialisme – als opvolger van de vroegere Oost-Duitse stalinistische partij SED (Socialistische Eenheidspartij). Sommige linksen vestigden hun hoop in de PDS in de jaren 1990 en hoopte dat die partij een belangrijke linkse partij zou worden in heel Duitsland. Deze partij blijft echter een overwegend Oost-Duitse regionale partij met niet meer dan 2.000 leden in West-Duitsland. De partij heeft geen stevige basis kunnen uitbouwen in het westen van Duitsland maar ook in Oost-Duitsland was ze niet in staat om nieuwe lagen van de bevolking en jongeren aan te spreken.

De hoofdoorzaak hiervoor was in eerste plaats het feit dat de PDS zich niet heeft losgemaakt van de oude stalinistische ideologie en haar stalinistische verleden. De partij heeft een zekere nostalgie naar de DDR, als “socialistische” maatschappij ondanks de aanwezigheid van “bepaalde tekortkomingen”. Een tweede reden is dat haar beleid in het parlement er één was van pro-kapitalisme en bovendien is de partij naar rechts opgeschoven. Ze nam deel aan de regionale regeringen van Mecklenburg-Pommern en Berlijn waar een beleid van privatiseringen en besparingen wordt gevoerd. In Berlijn heeft ze mee harde besparingen doorgevoerd die tot de zwaarste gerekend kunnen worden met onder andere drastische loonsverminderingen voor de werknemers van de openbare diensten.

Het lidmaatschap van de PDS is redelijk oud, met bijna geen jonge of nieuwe leden in de bedrijven. Bij de laatste verkiezingen slaagde de PDS er niet in om 5% te halen waardoor de partij slechts enkele parlementairen heeft in Oost-Berlijn. In Duitsland is er een nationale kiesdrempel van 5% voor het parlement maar zijn er daarnaast ook een aantal rechtstreeks verkozenen in de districten. De PDS heeft momenteel nog 2 parlementsleden, in vergelijking met 36 in 1998.

De peilingen van de voorbije weken voorspellen een recorduitslag van 7% op nationaal vlak voor de PDS, maar het is onwaarschijnlijk dat dit lang zal duren of dat de partij er zal gebruik van kunnen maken om massaal nieuwe leden te winnen. De PDS heeft tijdelijk aan steun kunnen winnen door de massamobilisaties in het oosten van Duitsland tegen Hartz 4 (de besparingsplannen gericht op het ondermijnen en afschaffen van werkloosheidsuitkeringen voor langdurig werklozen). De PDS heeft ook geprofiteerd van het feit dat er geen grote linkse partij aanwezig is, maar hierin kan verandering komen met een nieuwe formatie die een enorm potentieel heeft.

Een nieuwe formatie

WASG (Verkiezingsalternatief voor werk en sociale rechtvaardigheid) is opgericht in juli toen 2 groepen samenkwamen met de bedoeling een grote linkse arbeiderspartij op te richten. Dat was een direct gevolg van het enorme ongenoegen tegenover Schröders regering en de massaprotesten die begonnen in de herfst vorig jaar.

De protestacties begonnen op 1 november 2003 met een nationale betoging waarop 100.000 werknemers, werklozen, gepensioneerden en jongeren aanwezig waren in oppositie tegen Agenda 2010. Deze betoging kwam er tegen de wil van de vakbondsbureaucratie in – die geweigerd had om mee te helpen aan de mobilisatie. Vele regionale vakbondnetwerken hebben wel meegeholpen en opgeroepen voor deze betoging en vormden een belangrijk onderdeel van de mobilisatie. In de lente van 2003 was het de SAV die het aanvankelijke voorstel deed om een nationale betoging te organiseren en daarvoor campagne voerde binnen de vakbonden, de linkervleugel van de vakbonden, Attac en comités van werklozen. We namen het initiatief om een conferentie te organiseren waar de datum en de agenda van deze betoging werden vastgelegd.

Door die protestacties kwam de vakbondsbureaucratie onder druk om nog acties te organiseren, wat geleid heeft tot een grote massabetoging van een half miljoen mensen op 3 april. Maar de vakbondsleiding willen zoveel mogelijk verdere acties blokkeren.

Ondanks deze tegenwerking hebben de arbeiders – zowel in de openbare als de privé-sector – de moed niet opgegeven in hun offensief tegen de loonsverminderingen. Gevolgd door het voorbeeld van de werkgevers in de openbare diensten begonnen ook de werkgevers in de privé-sector eisen naar voor te brengen over een langere werkweek zonder loonsverhoging. Meestal wordt dit nog versterkt door de eis van een loonsbevriezing. Het feit dat de vakbondsleiding dit aanvaard heeft bij Siemens opende de weg voor gelijkaardige eisen van werkgevers in andere bedrijven.

Eind juli begonnen de zogenaamde “maandagbetogingen”, vooral in Oost-Duitsland, waarbij meer dan 100.000 manifestanten op straat trokken als protest tegen Hartz 4. Daarmee werd de vergelijking gemaakt met de legendarische maandagbetogingen tegen het stalinistische regime die in 1989 mee geleid hadden tot de val van het regime. Die betogingen vormden een belangrijk keerpunt, zeker in het oosten waar de protesten een massaal karakter hadden. De woede en frustratie van 14 jaar valse hoop in de eenmaking van Duitsland komen nu duidelijk tot uiting. Spandoeken op deze betogingen hebben slogans als: “politici en patroons – jullie zullen branden in het vuur dat jullie zelf hebben aangestoken”. Een laagbetaalde arbeider die op de betoging in Leipzig een toespraak hield, uitte de gevoelens van miljoenen mensen: “We hebben de dictatuur van het politbureau verslaan en hebben in de plaats de dictatuur van het geld gekregen!”

Er waren tegen september betogingen in meer dan 220 steden en een op 2 oktober was er een nationale betoging in Berlijn. Dit kan een nieuwe fase in de strijd tegen de heersende klasse betekenen, maar weeral zijn de nationale vakbonden zoveel mogelijk de beweging aan het afremmen en weigeren ze om nationale betogingen te ondersteunen. Die weigering van de vakbonden en de zwakte van de socialistische krachten hebben ervoor gezorgd dat neofascistische groepen steun begonnen te krijgen, ondanks hun verward programma van nationalisme en “sociale” maatregelen. Dit kwam tot uiting in de lokale verkiezingen van 19 september in Brandenburg en Saksen.

Dat is de algemene achtergrond waartegen een nieuwe politieke formatie gelanceerd wordt: een crisis van het kapitalisme en van de sociaal-democratie en de opgang van de sociale strijd en de klassenstrijd.

Vorming van de WASG

De WASG werd opgericht door 2 groepen die publiekelijk naar buiten traden begin dit jaar. ‘Electoraal alternatief 2006’ en ‘Initiatief voor werk en sociale rechtvaardigheid’. Beide waren relatief kleine groepen van vakbondsafgevaardigden en enkele linksen die voornamelijk uit de PDS komen. Ook afgevaardigden van Ver.di (vakbond in de openbare diensten), IG Metall en SPD-leden namen deel.

Beide groepen discussieerden over de noodzaak van kandidaten bij de verkiezingen die de verworvenheden van de welvaartsstaat zouden verdedigen bij de verkiezingen van 2006. Gedurende de eerste maanden van dit jaar kwamen duizenden mensen naar hun meetings in enkele tientallen steden. 700 leden namen deel aan een congres en op 3 juli zijn de 2 groepen onderhandelingen begonnen om binnen de 6 maanden te beslissen over de eventuele vorming van een nieuwe partij.

Dit is een zeer belangrijke ontwikkeling omdat het ook het begin van een breuk van de vakbonden met de SPD weerspiegelt. In tegenstelling tot een aantal andere landen maken de vakbonden geen formeel deel uit van de sociaal-democratische partij, maar in de realiteit zijn de meeste vakbondsleiders ook lid van de SPD. Het feit dat een laag van lagere vakbondsleiders nu de SPD de rug toe keren om een nieuwe partij op te richten, vormt een belangrijke verandering in de politieke situatie. De top van de vakbond blijft wel de SPD steunen en keert zich tegen het idee van een nieuwe linkse partij. In plaats van hun energie te steken in het organiseren van syndicale strijd, onderhandelen ze liever met de sociaal-democratische regering.

Het vooruitzicht van een nieuwe partij, heeft heel de politieke wereld in Duitsland doen schrikken. Opiniepeilingen tonen nu al aan dat deze nieuwe partij een potentieel heeft van 11% als er op dit moment verkiezingen zouden worden gehouden. Het is een onderwerp van hevig debat binnen de vakbonden. De cruciale vraag is hoe de WASG zal evolueren: zal het een protestpartij zijn, of zal het zich ontwikkelen naar een echte arbeiderspartij die gesteund wordt door een basis in de fabrieken en wijken?

De vorming van een arbeiderspartij is dringend noodzakelijk in Duitsland. De arbeidersklasse beschikt nu over geen enkele sterke politieke partij die een verlengstuk biedt voor haar ongenoegen en haar belangen. Dit zorgde ervoor dat de arbeiders niet over een eigen partij beschikten bij de verkiezingen. De heersende klasse kan hierdoor gemakkelijker besparingen doorvoeren zonder een politieke tegenmacht. Een arbeiderspartij zou het klassenbewustzijn vergroten en het debat kunnen lanceren over alternatieven op het kapitalisme. Het zou ook de strijd van de werkende bevolking kunnen éénmaken in de verschillende sectoren van de Duitse samenleving, en politieke campagnes zouden veel sneller gestart worden bij economische problemen. Dit zou betekenen dat een arbeiderspartij – die in een beginstadium misschien geen volledig socialistisch programma zou hebben – het proces zou kunnen versnellen in de vorming een revolutionaire socialistische partij. Daarom steunen marxisten het opzetten van zo’n arbeiderspartij. Het zou er ook toe leiden dat zo’n massapartij de strijdbare elementen in de samenleving zou kunnen groeperen naar het model van de oorspronkelijke sociaal-democratische en communistische partijen in de 20e eeuw die honderdduizenden leden hadden en tal van afdelingen in de bedrijven en de wijken.

Momenteel is de WASG nog in oprichting en is het nog niet in staat geweest om diep door te dringen onder nieuwe lagen van arbeiders en jeugd. De vergaderingen worden meestal gedomineerd door voormalige SPD leden, vakbondsactivisten en vertegenwoordigers van verscheidene linkse groepen. Dit is normaal voor een beginnende partij als deze, maar vormt momenteel een rem voor nieuwe mensen om zich aan te sluiten.

Programma en structuur

De WASG-leiding weigert zelfs om haar project links te noemen, laat staan socialistisch. Ze wil een partij die opkomt voor de sociale zekerheid gericht op het terughalen van stemmen uit het conservatieve kamp. Het programma van de WASG is niet anti-kapitalistisch, maar vertrekt van het idee om het kapitalisme beter te beheren met een alternatief economisch beleid. Daarbij staat het idee centraal dat de interne markt kan gestimuleerd worden op basis van een belasting die de rijkdom herverdeelt en kan leiden tot een project van openbare werken om jobs te creëren en dat zo de sociale zekerheid kan betaald worden. Dit is een klassiek voorbeeld van een keynesiaans beleid dat gefaald heeft in de jaren 1970 omdat het de interne tegenstellingen in de naoorlogse economische groei niet kon overwinnen.

Het lijkt erop dat het programma van WASG terug gaat naar de jaren 1960 en 1970, wat utopisch is aangezien we vandaag in een structurele crisis van het kapitalisme zitten. Nergens is wordt in het materiaal van WASG een duidelijke analyse gemaakt van het kapitalisme en de problemen die voortkomen uit dit systeem. Het basisprogramma maakt van WASG een groep die binnen het huidig systeem wil werken en vooral een oriëntatie heeft naar het parlement. WASG-leiders omschrijven zich zelfs als de ‘parlementaire vleugel’ van de sociale bewegingen. Dat klinkt misschien goed, maar het impliceert een arbeidsdeling tussen enerzijds de vakbonden en bewegingen die campagnes buiten het parlement organiseren en anderzijds een nieuwe partij die wel het parlementaire werk zal verrichten. De huidige leiding wil niet dat de partij een reële rol zou spelen in het organiseren van strijd en het vooruithelpen van de klassenstrijd.

Wij verdedigen binnen de WASG een duidelijk socialistisch programma met eisen zoals de 30-uren werkweek zonder loonsverlies, een openbaar investeringsprogramma om jobs te creëren in de gezondheidszorg, het onderwijs,… – betaald door een bijdragen van de banken en de multinationals – en een degelijk minimumloon. Tegelijk leggen we uit dat zo’n programma enkel kan gerealiseerd worden als komaf gemaakt wordt met het kapitalisme. Daarom eisen we ook de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder arbeiderscontrole en arbeidersbeheer. Dat zou leiden tot een democratische socialistische planeconomie in functie van de behoeften van de meerderheid van de bevolking in plaats van de winsten van enkele grote aandeelhouders, kapitalisten en grote banken.

Indien de WASG-leiding zo’n programma zou aannemen, zou het ongetwijfeld een grote steun vinden onder arbeiders en zou het erin slagen bredere lagen actief te betrekken bij de opbouw van de nieuwe partij. In de jaren 1990 was er slechts een beperkt klassenbewustzijn, maar momenteel is er een radicalisatie ook al is dit nog op een vrij verwarde politieke basis. Er wordt wel algemeen aangenomen dat er iets fundamenteel fout gaat. Een recente peiling gaf aan dat 79% van de Oost-Duitsers en 50% van de West-Duitsers socialisme een goed idee vindt, en tevens van oordeel is dat het verkeerd uitgevoerd werd in de voormalige stalinistische regimes.

Om een brede basis op te bouwen, zal deze nieuwe partij zich moeten engageren in strijdbewegingen, ook al is de strijd aanvankelijk gebaseerd op beperkte reformistische eisen. Zoniet zullen arbeiders, werklozen en jongeren die momenteel actief zijn in strijdbewegingen, niet gemakkelijk aansluiten bij de nieuwe partij. Het is waarschijnlijk dat er slechts een nieuwe partij met honderdduizenden aanhangers en activisten kan tot stand komen op basis van een nieuwe fase van strijd tegen dit systeem en dat op lokaal en nationaal vlak. De vraag waarmee de WASG nu geconfronteerd wordt is of het de basis kan vormen om activisten rond zich te organiseren om daartoe de basis te vormen. Het antwoord op die vraag blijft open gelet op het zwakke programma van de WASG en haar leiding.

In elke politieke organisatie is er een verband tussen de vorm en de inhoud van de partij. De bureaucratische-centralistische manier van werken binnen de partij wijst op het rechts-reformistische programma en het gebrek aan activisme van haar leiding. In de allereerste discussie was er sprake van een ‘top-down’ project. De kleine groep van oprichters heeft tot nu toe de discussie over het programma van de partij kunnen uitstellen. Er werd niet gediscussieerd of het nu al dan niet een antikapitalistische partij moest worden, of hoe breed het programma al dan niet moest zijn. Er was amper de mogelijkheid voor debat en er zijn nog geen beslissingen genomen.

Een hoogtepunt van dit anti-debat was het feit dat de pers al op de hoogte werd gebracht van de uitkomst van een nationale conferentie, vooraleer de conferentie effectief had plaatsgevonden. Een week na de bijeenkomst van zowat 700 activisten, hebben een 10-tal mensen zichzelf tot nationaal comité verkozen. Deze bureaucratische kenmerken zijn momenteel nog dominant.

In Berlijn heeft het nationaal comité van de WASG een regionale coördinator aangesteld en werd het formeel opzetten van een regionale leiding uitgesteld, ondanks het feit dat er reeds bijeenkomsten waren met meerdere honderden aanwezigen waar er zelfs beslist werd om een coördinatiegroep op te zetten met het oog op het vormen van een nationale leiding tegen augustus. Dit komt omdat een aantal activisten van de WASG in Berlijn zich volledig concentreren op de lokale verkiezingen terwijl de nationale leiding alle initiatieven op electoraal vlak wil uitstellen tot de algemene verkiezingen van 2006.

Dit soort bureaucratische structuren en gedrag betekent dat de WASG, of de partij die eruit groeit, heel snel het vertrouwen van een groot aantal activisten kan verliezen en er zelfs toe kan leiden dat het een rem vormt op het politiek actief krijgen van nieuwe lagen. De traditionele partijen verliezen niet enkel aan steun omwille van het programma dat ze uitvoeren, maar ook door hun ondemocratische interne structuren die gekenmerkt worden door een gebrek aan transparantie, de aanwezigheid van corruptie en een grote nadruk op het ontwikkelen van de carrière van individuen. Daarom moet een nieuwe partij bewijzen dat ze anders is door bijvoorbeeld principes te hanteren als de permanente afzetbaarheid, het nemen van democratische beslissingen en ervoor te zorgen dat vrijgestelden van de partij niet meer verdienen dan een gemiddeld arbeidersloon.

Oskar Lafontaine

Het zou kunnen dat er een nieuwe wending komt indien Oskar Lafontaine aansluit bij de WASG. Hij heeft in een recent interview gezegd dat hij de WASG zou steunen als Schröder niet uit de regering stapt en als de SPD niet snel van koers verandert. In 1995-1999 was Lafontaine voorzitter van de SPD en tevens minister van financiën in de huidige coalitieregering van de SPD en de Groenen. De Engelse krant The Sun beschreef hem als “de gevaarlijkste man van Europa” omwille van zijn Keynesiaanse ideeën en de kapitalisten hebben ermee gedreigd om “Duitsland te verlaten en ophouden te investeren” als de regering zijn programma zou doorvoeren. Maar toen zijn ideeën werden genegeerd, nam hij ontslag en keerde hij de politiek de rug toe voor een paar jaar. Nu wil hij terugkomen en dit leidt tot enige beroering in politieke middens.

Peilingen geven aan dat de WASG versterkt met Lafontaine bij de verkiezingen haar aanhang zou zien stijgen van 7-11% tot 15-20%. Lafontaine wordt door veel arbeiders gezien als een betrouwbare linkse figuur met een nationaal profiel, die bovendien in staat zou zijn om een nieuwe partij uit te bouwen. Binnen de SPD werd hij altijd gezien als een lid van de ‘linkervleugel’.

In tegenstelling tot de WASG leiding heeft hij geen enkel probleem met de termen “links” en “socialist”. Hij heeft zelfs Schröder aangevallen en beweert dat Schröder links verdeelt en hij zegt dat het noodzakelijk is dat links zich hergroepeert buiten de SPD. Wanneer hem gevraagd werd of hij de SPD zou verlaten zei hij: “Ik wil het anders verwoorden. De SPD is een politiek idee. Ik ga akkoord met Leon Blum die zei: “het socialisme, dat is een moraal”. In die zin zou ik nooit de partij verlaten. Maar als de partij van die ideeën afwijkt, dan is dat een totaal andere zaak. We mogen oorzaak en gevolg niet verwarren. Willy Brandt stond voor sociale rechtvaardigheid en vrede, terwijl Schröder en zijn aanhang staan voor de grootste besparingen sinds de federale republiek werd gevormd en voor het sturen van troepen naar het buitenland. Ik sta moreel gezien naast Willy Brandt.”

Lafontaine weerspiegelt de gevoelens van miljoenen arbeiders wanneer hij ingaat tegen Schröder, Agenda 2010 en het sturen van Duitse soldaten naar oorlogsgebieden. Hetzelfde geldt wanneer hij een oproep lanceert voor hogere belastingen voor de rijken en hogere lonen voor de meerderheid van de bevolking. Hij stelt niet veel voor, maar vergeleken met wat de SPD, de Groenen en de PDS voorstellen, lijkt dit voor de bevolking een enorme stap vooruit. Dat is zeker het geval op een ogenblik dat het vertrouwen in de traditionele partijen zwaar afgenomen is omdat ze allen hetzelfde neo-liberaal beleid verdedigen.

In deze omstandigheden is het voor Lafontaine niet echt moeilijk om als links gezien te worden. Als hij tot een nieuwe partij zou toetreden, dan zou het direct een reële factor worden in de Duitse politiek. Terwijl WASG nu ongeveer 10 tot 15 000 aanhangers telt, kan dit gemakkelijk groeien tot 30 tot 50 000 in de eerste fase na de toetreding van Lafontaine. Er zijn vele teleurgestelde sociaal-democraten die staan te wachten om de SPD te verlaten met Lafontaine om een nieuwe partij te starten of er lid van te worden. Als Lafontaine de leiding zou hebben over zo’n nieuwe partij zou het wellicht zeker zetels halen in het nationaal parlement bij de verkiezingen van 2006.

Ondanks zijn imago is Lafontaine allesbehalve een linkse. Hij was tenslotte de leider van de SPD toen die partij een scherpe bocht naar rechts maakte. Voor hij in 1995 voorzitter werd en nog minister-president van de deelstaat Saarland was, kon er geen verschil gezien worden tussen zijn beleid en dat van Schröder die minister-president was in Nedersaksen. Het klopt dat hij waarschuwde voor een te snel doorgevoerde munteenheid met de voormalige DDR, maar hij voerde geen oppositie tegen het overnemen van Oost-Duitsland door het kapitalisme met tal van privatiseringen van de staatsbedrijven.

In dezelfde zin was hij ‘links’ toen hij een loonsverlaging vroeg voor de arbeidsduurverkorting toen de vakbonden nog campagne voerden voor arbeidsduurverkorting met loonsbehoud. Hij creëerde de illusie dat lagere lonen voor nieuwe jobs zouden zorgen. Hij was daarmee één van de belangrijkste voortrekkers van de ideologische contra-revolutie waardoor ook de vakbondsleiding beïnvloed is.

In zijn boek “Mijn hart klopt aan de linkerkant” vroeg hij om een verhoging van de pensioensleeftijd. Hij komt naar voor met een nationalistisch programma, niet alleen met betrekking tot zijn burgerlijk-kapitalistische economische standpunten waarbij het kapitalistisch winstsysteem niet in vraag gesteld wordt, maar ook op vlak van het migratiebeleid. Lafontaine steunde recent de oproep van de rechtse minister van buitenlandse zaken, Otto Schily, die stelde dat er nood is aan kampen in Afrika voor Afrikaanse vluchtelingen zodat ze niet langer naar Europa zouden komen.

Als Lafontaine toetreedt tot de nieuwe partij, is het een reden te meer om een diepgaande democratische discussie te voeren over het programma en de activiteiten van de partij. De partij mag niet de electorale machine van Lafontaine worden.

Socialisten en de WASG

De nieuwe linkse partij die uit de WASG zou kunnen groeien, zal minstens tot aan de verkiezingen van 2006 een interessante en belangrijke factor worden ter linkerzijde en zal veel aandacht krijgen. Het zal het potentieel van een nieuwe arbeiderspartij niet uitputten. Sommige arbeiders en jongeren zullen voor het eerst politiek actief worden. Maar als het huidige karakter van de partij blijft zoals de leiding dat wil, zullen velen ontmoedigd raken en zullen ze de partij terug verlaten.

Socialisten moeten evenwel deelnemen aan de hergroepering van de arbeidersbeweging en mogen niet aan de zijlijn staan toekijken. Marxisten hebben vandaag een dubbele taak: het opbouwen van de arbeidersbeweging en de ideeën van socialisme algemeen verspreiden terwijl ze tegelijk een revolutionaire socialistische organisatie opbouwen. Daarbij moeten zowel opportunisme als sektarisme vermeden worden.

De SAV ziet in de oprichting van de WASG een bevestiging van haar analyse over de verburgerlijking van de SPD en de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij. Dat perspectief brengen we reeds sinds midden jaren 1990 naar voor. Van bij het begin hebben we meegeholpen en initiatieven genomen in dit proces. Onze leden zijn actief in de lokale afdelingen van de WASG. We hebben verscheidene constructieve voorstellen gedaan over het opbouwen van de WASG terwijl we steeds kritisch blijven ten opzichte van de leiding.

Vier kernwoorden beschrijven onze voorstellen voor de WASG: open, democratisch, strijdbaar en socialistisch. Het laatste is controversieel, zelfs binnen andere socialistische organisaties. Terwijl we het als onze taak beschouwen om binnen de WASG te pleiten voor een socialistisch programma als een ideologisch antwoord op het Keynesianisme, beschouwen andere socialistische organisaties dat niet als hun taak. De Duitse sectie van de Britse SWP, Linksruck, bijvoorbeeld, pleit tegen een socialistisch programma voor de WASG, met het argument dat een socialistisch programma de basis van de partij beperkter zou maken en dat de partij zich alleen moet baseren op het herverdelen van de rijkdom. Maar het is evident dat er een brede steun bij de arbeidersbeweging zou zijn voor een socialistisch programma, zeker als het wordt verbonden met concrete en actieve campagnes van de WASG. Het zou zeker geen rem zijn op de ontwikkeling van de WASG.

Terwijl marxisten moeten deelnemen aan het proces van het opzetten van een nieuwe linkse partij en daarbij opkomen voor een programma en methode die de partij kan omvormen tot een massale arbeiderspartij, is het even belangrijk om onafhankelijke campagnes te organiseren onder arbeiders en jongeren. Dat is zeker het geval op een ogenblik dat de WASG zelf niet op een actieve wijze campagne voert.

Dit artikel verscheen in het oktobernummer van Socialism Today en werd naar het Nederlands vertaald door Christophe De Brabanter

Delen: Printen: