Home / Recensies/Cultuur / Peterloo: film van Mike Leigh over brutale repressie tegen arbeidersopstand

Peterloo: film van Mike Leigh over brutale repressie tegen arbeidersopstand

In aanloop naar de 200ste verjaardag van het bloedbad van Peterloo heeft de bekende filmmaker Mike Leigh, zelf uit Salford afkomstig, een langspeelfilm gemaakt over de omstandigheden die tot het bloedbad hebben geleid.

Recensie door Kevin Parslow

Het bloedbad op het St Peter’s Field in Manchester in 1819 was een vreselijke misdaad van het Britse kapitalisme tegen de eigen bevolking. Het kan inzake effect misschien vergeleken worden met het bloedbad tegen de mijnwerkers van Marikana in Zuid-Afrika in 2012.

Minstens 60.000 mensen, vooral werkenden, uit de omgeving van Manchester kwamen samen voor een toespraak door de hervormingsgezinde parlementariër Henry Hunt. Ze kwamen luisteren omdat ze een einde wilden van de vreselijke honger, armoede en werkloosheid die de regio teisterden na het einde van de Napoleontische oorlogen in 1815.

Voor sommigen op de bijeenkomst was algemeen stemrecht de belangrijkste eis, maar voor de meesten ging het vooral om betere levensvoorwaarden. De dag eindigde met een bloedbad toen het leger chargeerde. Er vielen 15 doden en honderden gewonden. Voortaan werd naar het incident verwezen als ‘Peterloo’.

Sommigen zullen deze strijd wellicht afdoen als een strijd voor parlementaire hervormingen, zonder verder belang voor de werkende klasse. Maar de film toont de grote rol van de arbeidersklasse, onder meer in de textielfabrieken van de regio Lancashire.

Mike Leigh blijft in de film trouw aan de feiten en brengt een eerlijk beeld van de gevoelens en belangen van de verschillende klassen in Manchester op dat ogenblik. Hij laat zien hoe de regering en de lokale autoriteiten bang waren van de invloed van de Franse Revolutie en ‘besmetting’ ervan, in het bijzonder in het noordwesten van Engeland en dit zelfs na de nederlaag van Napoleon. De film toont ook hoe de rechtbanken de onrechtvaardigheden tegen de armsten enkel erger maakten.

Enkele van de beste scènes zijn diegene waar de benaderingen van verschillende delen van de autoriteiten botsen met die van de werkenden die voor hervormingen opkomen. De polemische stijl doet soms wat denken aan ‘Land and Freedom’ van Ken Loach. Het draagt bij tot het verhaal, de confrontatie van verschillende visies is de kern van het verhaal van Peterloo.

Langs de kant van het establishment wordt het idee geopperd om het ongenoegen af te kopen: “Als we de fabriekseigenaars vragen om de lonen met een shilling per week op te trekken…” in plaats van ijzeren repressie. Bij de hervormers is er discussie tussen de ‘constitutionalisten’ die voor vreedzame en geleidelijke hervormingen zijn en aan de andere kant diegenen die meer radicale doelstellingen en methoden verdedigen.

Deze argumenten blijven vandaag relevant. Ook de scène waar gewaarschuwd wordt voor de veiligheid van de betogers tegen het geweld van de overheid en reactionaire tegenstanders van hervormingen blijft actueel. Het feit dat er zoveel herkenbare elementen in de film zitten, bevestigt wellicht dat er de afgelopen 200 jaar niet genoeg veranderde.

Als ik één kritiek moet formuleren op de film, is het dat de nasleep van het bloedbad niet aan bod komt. De vreselijke repressie zorgde voor een tijdelijke neergang van de hervormingsbeweging. De latere opkomst van de arbeidersklasse als centrale kracht voor verandering, met de opkomst van de vakbonden en nadien de politieke beweging van de Chartisten, ontbreekt. Maar dat doet niets af van het feit dat deze film een aanrader is.