Home / Edito - Op de werkvloer / IPA: voor meer loon en minstens 14 euro per uur!

IPA: voor meer loon en minstens 14 euro per uur!

Het Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2019-2020 wordt een harde noot om te kraken. Het komt na een lange periode van loonmatiging die geleid heeft tot een afname van koopkracht van de werknemers. Er is nood aan een substantiële loonstijging. De werkgevers willen echter nogmaals gebruik maken van de unieke positie die de regering hen geeft om niets toe te geven. Na de afstraffing van de Zweedse regeringspartijen in de lokale verkiezingen is een nieuwe termijn na de volgende verkiezingen niet zeker. Voor de werkgevers is het nu dan ook het moment om zoveel mogelijk binnen te halen.

Artikel door Thomas uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Het is een illusie te denken dat de vakbonden gewoon met een eisenpakket naar de Groep van 10 kunnen gaan in de hoop dat er via onderhandelingen een goed akkoord komt voor de Belgische werknemers. Er is een krachtsverhouding nodig om het patronaat en haar slippendragers in de regering tot toegevingen te dwingen.

De acties van 10 tot 14 december kunnen daar een aanzet toe zijn, al lijkt het bij het ter perse gaan van deze krant eerder een georganiseerde desorganisatie te worden. Iedere centrale en elk gewest van het ABVV kan kiezen hoe de acties ingevuld worden. Ook bij het ACV is er veel verwarring over wat er juist zal gebeuren.

Sommigen in de vakbonden hebben schrik dat alles wat ze voor de verkiezingen van mei 2019 doen door de N-VA tegen hen zal gebruikt worden. Na de geslaagde actiedag van 2 oktober niets meer doen, zal echter enkel tot ontgoocheling in de vakbonden leiden en laat rechts toe om het politieke debat te domineren. Dat versterkt rechts – en erger nog: het extreemrechtse Vlaams Belang.

Looneisen stellen is geen vies gegeven, maar kan een bredere steun onder de bevolking vinden. Kijk maar naar de Franse beweging tegen de stijgende levensduurte (zie pagina 7). Eisen als loonsverhogingen en het herstel van de volledige index kunnen als onderdeel van de strijd voor een algemene vooruitgang van de bevolking enthousiasme opwekken.

Campagne voor 14 euro per uur!

Er is nood een substantiële loonsverhoging voor iedereen, maar zeker voor de laagste lonen. In de slechtst betaalde sectoren zijn er steeds meer werkende armen die besparen op levensnoodzakelijke uitgaven. Veel van de nieuwe jobs waar deze regering zo prat op gaat, bevinden zich in deze groep. Daarom is de campagne van het ABVV voor een minimumloon van 14 euro per uur (of 2.300 euro bruto per maand) potentieel zeer sterk.

Een grote groep werkenden komt niet aan dit minimum. Een offensieve campagne voor 14 euro per uur kan hen aanspreken en actief betrekken. Dit is overigens vaak in (nieuwere) sectoren waar de vakbonden nog zwakker staan. Deze laag van werkenden en jongeren kan doorheen deze campagne het belang ontdekken van een vakbond die voor hen opkomt en waarin ze zelf een rol te spelen hebben. Acties bij Deliveroo of Ryanair toonden het potentieel om nieuwe groepen en sectoren te organiseren in de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden.

’15 Now’ in de VS

De strijd voor een hoger minimumloon wordt in veel landen gevoerd. Enkele regeringen met linkse partijen voeren beperkte verhogingen door (Spanje, Portugal en Griekenland, over Spanje: zie pagina 14). Andere linkse formaties of figuren hebben het in hun programma opgenomen: Mélenchon in Frankrijk of Corbyn in Groot-Brittannië bijvoorbeeld.

Maar het voorbeeld waar iedereen naar kijkt, is dat van de Verenigde Staten. Daar gaven de fastfoodwerknemers de eerste aanzet voor de strijd voor 15 dollar per uur. Deze strijd is nog niet voorbij, maar er werden inspirerende overwinningen behaald. De eerste grote stad waar het minimumloon tot 15 dollar werd opgetrokken, was niet toevallig Seattle waar onze zusterorganisatie Socialist Alternative met een verkozene sterker weegt op de beweging. Andere steden en regio’s volgden. Overwinningen aan de andere kant van de wereld kunnen ook hier voor inspiratie zorgen. Dat toont meteen ook het belang van internationale solidariteit.

Geen evidente strijd

Zowel de strijd voor loonsverhogingen als die voor het optrekken van de minimumlonen is niet evident. De burgerij komt met dezelfde argumenten die destijds gebruikt werden tegen de 8-urendag of het afschaffen van de kinderarbeid: het zou economisch niet mogelijk zijn, de concurrentiepositie ondermijnen en zelfs tot een economische woestijn leiden. Deze argumenten bleken in het verleden al vals te zijn en dat zal nu niet anders zijn. De burgerij wil haar deel van de koek niet zien verkleinen, liefst ziet ze het zelfs nog aangroeien.

Het is een strijd om wie zich welk deel van de meerwaarde toe-eigent: de kapitalist die de productiemiddelen in privébezit heeft of de werknemer wiens arbeid ervoor zorgt dat goederen of diensten geproduceerd worden. De kapitalisten zijn er de afgelopen jaren in geslaagd om hun deel verder uit te breiden. Dat gebeurde door verworvenheden aan te vallen die door de arbeidersbeweging voorheen als definitief afgedwongen werden gewaand.

Hogere lonen en degelijke en menswaardige levensomstandigheden kunnen enkel gewonnen worden met een leiding die bereid is om alle middelen waarover ze beschikt te gebruiken. Het zal niet gebeuren met een leiding die schrik heeft van de kracht van de arbeidersbeweging, zoals vele leiders dit demonstreerden met het stilleggen van de acties in 2014 waarmee de regering aan het wankelen was gebracht. Strijdbare syndicalisten moeten zich organiseren in netwerken om informatie en ideeën te delen zodat ze samen sterker staan in het afdwingen van een strijdbare benadering.

Kapitalisten willen steeds meer winst maken, de ruimte voor toegevingen is steeds kleiner. Om met de werkenden iets te bekomen, is steeds hardere strijd nodig. Om de dictatuur van de superrijken te breken, is zelfs een strijd voor maatschappijverandering nodig. Het kapitalisme leidt tot steeds meer ongelijkheid; hoog tijd om op te komen voor een socialistische samenleving!