Home / Edito - Belgische politiek / Nu bouwen aan breed front van sociaal verzet!

Nu bouwen aan breed front van sociaal verzet!

De verkiezingen van 14 oktober en hun nasleep bevatten enkele belangrijke waarschuwingen en lessen voor de arbeidersbeweging. Eerst en vooral dat de regering wel degelijk verslagen kan worden. Verder dat dit niet zal gebeuren door sociale actie uit te stellen tot na de volgende verkiezingen. Voorts dat het een illusie is om de regering weg te krijgen door een stem op de sociaaldemocratie en de groenen. Tenslotte dat de beste kans om na mei 2019 niet opnieuw met een rechtse regering opgescheept te zitten, erin bestaat om sociale strijd te koppelen aan een stap naar politieke vertegenwoordiging van de arbeidersbeweging door een kritische stem voor PVDA/PTB.

Edito uit maandblad ‘De Linkse Socialist’ door Eric Byl

Regeringsmythes doorprikt

Als de uitslag voor de provincieraden zich ook op 19 mei herhaalt, is de federale regering haar ruime meerderheid van 85 zetels volledig kwijt en valt ze terug op 73, waar er 76 nodig zijn. Dat komt onder andere doordat enkele hardnekkige mythes van de regering in aanloop naar de verkiezingen doorprikt werden. Spijts de beloftes stevenen we door de liberalisering af op een tekort aan energiebevoorrading. De ‘humane maar kordate’ asielpolitiek van Francken bleek een knoeiboel. Het bruine kantje van de N-VA dook weer op met Schild & Vrienden.

Onze koopkracht is niet gestegen, maar wel degelijk gedaald en ons land bengelt aan de staart van het Europese peloton inzake jobcreatie. Spijts alle inleveringen is het begrotingstekort zo groot als bij de aanvang van de regering en ons land zakt verder weg in de rangschikking van meest competitieve economieën.

Maar vooral: de vakbondsacties plaatsten steeds weer de sociale afbraak op de voorgrond. Sociale actie uitstellen tot na de verkiezingen zou een catastrofale vergissing zijn. De uitslag op 14 oktober leert ons integendeel dat het de regering verhindert de aandacht af te leiden naar haar bevoorrechte thema’s: migratie, veiligheid en identiteit.

Als de regering haar meerderheid kwijtspeelt, zou ze er de CDH met 7 zetels kunnen bijnemen, maar dat zou een ‘coalition of losers’ zijn, van vijf partijen die allen de verkiezingen verloren. De Wever begrijpt dat dit een zwaktebod is; vandaar zijn plotse afkeer van strijd tussen links en rechts en de opening naar Groen. Als Groen zou toehappen, zou er toch één winnaar tussen zitten, maar het pakte niet en de N-VA zag zich in Antwerpen verplicht beroep te doen op een andere loser: SP.a. Dat die daar bovendien op ingaat, is een waarschuwing voor al wie dacht rechts tegen te houden door in mei 2019 voor de sociaaldemocratie te stemmen.

Ook in Wallonië en Brussel verkiest de sociaaldemocratie niet de progressieve meerderheden waarvoor het ABVV al maanden pleit, maar coalities met de club van N-VA-marionet Michel. Zijn Groen en Ecolo een geschikt alternatief? In Antwerpen stuurt Groen De Wever wandelen, maar dat is vooral symboliek want elders zitten N-VA en Groen samen in talloze meerderheden. In Brussel en Wallonië heeft Ecolo evenmin bezwaren tegen coalities met de MR.

Wie biedt een sociaal antwoord?

Het is hoog tijd dat de vakbondsleiders ermee stoppen ons illusies te verkopen. De uitslagen van CD&V en CDH bewijzen dat de achterban niet gelooft dat zij voor een ander, socialer beleid, zullen zorgen. Hoeveel kleur moet de CDH nog bekennen nadat ze de Waalse regering ten val bracht om een rechtse coalitie te vormen? CD&V’ers mogen van “tjeef” nog zoveel een geuzennaam maken als ze willen, dat het staat voor hypocrisie en misleiding bewijst hun partij dag in dag uit. Dat de SP.a De Wever in Antwerpen depanneert en de PS een middenvinger opsteekt naar het ABVV wanneer dat voor progressieve coalities pleit, zegt toch genoeg.

Als de vakbonden geen politieke partner meer hebben, dan is dat voor een groot deel aan de vakbondsleiders gelegen. In plaats van te hopen dat de kiezer afrekent met het rechts beleid, zouden die er beter aan doen het terechte verzet tegen onmenselijke arbeidscondities, extreme flexibiliteit en lage lonen ernstig te organiseren. Als de vakbondsleiders onder elkaar blijven kibbelen over hoe ze vooral niets gaan doen, dan zal hun aanwezigheid uiteindelijk niet langer als een troef, maar als een nadeel voor efficiënte strijd gezien worden. De beweging van de gele hesjes in Frankrijk en in mindere mate in Wallonië zou een waarschuwing moeten zijn.

De enige stem op 14 mei die er met zekerheid een is tegen een verderzetting van het rechtse afbraakbeleid is er een voor de PVDA. Die partij zou echter pro-actiever tewerk moeten gaan. In plaats van af te wachten, zou ze beter zo snel mogelijk alle linkse bondgenoten, zowel politiek als in de vakbonden en in andere sociale bewegingen contacteren om de regering van de miljonairstaks voor te bereiden met gemeenschappelijke massameetings in alle centrumsteden van het land begin 2019. Deze meetings mogen zich niet beperken tot een aanklacht, maar moeten ook een sociaal urgentieplan bespreken dat concreet maakt welke breuk met het rechtse afbraakbeleid nodig is en wat een linkse regering minimaal zou moeten realiseren zoals een minimumloon van 14 euro per uur, een arbeidsduurverkorting tot 30 uur zonder loonverlies, etc. De PVDA moet ook meer openheid tonen door alle linkse oppositiekrachten in de maatschappij te betrekken in één groot sociaal front van verzet.

Print Friendly, PDF & Email