Home / Internationaal / Europa / Frans protest tegen dure brandstof. Ook bij ons wordt alles duurder, zonder dat loon volgt

Frans protest tegen dure brandstof. Ook bij ons wordt alles duurder, zonder dat loon volgt

Actie in Montélimar. Foto: Rachel (Gauche Révolutionnaire)

De afgelopen dagen is in Frankrijk een beweging ontstaan tegen de toegenomen brandstofprijzen. Vooral tankstations en tolwegen werden geblokkeerd door mensen in gele fluovestjes (gilets jaunes) die protesteren tegen de hoge belastingen van de overheid op benzine en diesel. Omdat veel supermarkten in Frankrijk over een tankstation beschikken worden ook zij geblokkeerd.

Artikel door Kim

Het orgelpunt tot nu toe vond plaats afgelopen zaterdag, toen minstens 250.000 mensen aan de blokkades deelnamen. Tijdens die actiedag raakten aan de blokkades meer dan 100 mensen gewond, waaronder een handvol ernstig. Er viel één dode toen een vrouw, die haar dochter naar het ziekenhuis wou rijden, in paniek doorreed aan een blokkade. De politie liet op sommige plaatsen begaan, elders greep ze in. Zo werd een blokkade op de ring rond Parijs verhinderd. Actievoerders die de ambtswoning van president Macron probeerden te bereiken, werden door de politie met traangas teruggedreven. Geen enkele bestaande groepering neemt het voortouw in de protesten, die van onderuit zijn ontstaan en via sociale media georganiseerd worden. Volgens een peiling begin november steunt 78% van de Fransen de acties. De beweging steunt dus op een groot passief draagvlak.

Goed voor het milieu?

De benzineprijs aan de pomp steeg in Frankrijk met 15% op een jaar tijd, die van diesel zelfs met 27%. Dit komt door de stijging van de ruwe olieprijs, maar ook door de vele taksen. Zowat 60% van de kostprijs vloeit via taksen naar de overheid. Macron vindt dat te weinig: vanaf 1 januari 2019 komt er een bijkomende taks van 6,5 eurocent per liter diesel en 2,9 eurocent per liter benzine. Die belastingverhoging was de druppel die de emmer deed overlopen.

Macron zegt dat de taks nodig is vanuit ecologisch standpunt. Niet dat de regering-Macron een sterk ecologisch imago heeft: in augustus nam minister van ecologische transitie, Nicolas Hulot, nog ontslag omdat de regering te weinig doet voor het milieu. Moest de regering echt bezorgd zijn om het milieu, dan zou ze investeren in ecologische alternatieven.

Benzine en diesel zijn immers geen luxeproducten: veel mensen hebben een eigen auto nodig omdat er geen ander vervoersmiddel is om naar het werk te gaan of om kinderen naar school te brengen. Heel wat plaatsen zijn enkel met de auto bereikbaar. Accijnzen op brandstofprijzen verhogen, betekent in het beste geval dat de kosten van vergroening op de werkenden en de middenlagen afgewenteld worden. Door het gebrek aan alternatieven is er echter amper minder gebruik van de auto.

De milieubelastingen van Macron vertrekken van een logica waarin de individuele consument verantwoordelijk is voor milieuvervuiling. Dit idee van individuele verantwoordelijkheid is een liberaal dogma. In plaats van de productie aan te pakken en de grote vervuilers (een honderdtal grote bedrijven zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de vervuiling), worden de gewone mensen aangepakt. Consuminderen om de ecologische voetafdruk te verkleinen, blijft echter altijd beperkt tot een minderheid.

Echte vervuilers worden ongemoeid gelaten

Ondertussen zorgt de logica van dit systeem voor heel wat nutteloos verkeer: leveringen gebeuren just-in-time, producten worden over en weer gebracht omdat lonen ergens anders iets lager zijn, … Zo worden Belgische varkens naar Italië gebracht om daar geslacht te worden en verwerkt tot onder meer parmaham, die vervolgens verkocht wordt in Belgische supermarkten. Noordzeegarnalen worden naar Marokko gebracht om te pellen, waarna ze hier verkocht worden. De pogingen om ons als individuele consument verantwoordelijk te stellen voor reële milieuproblemen zijn erop gericht om de echte verantwoordelijken uit de wind te zetten.

Grote bedrijven aanpakken, kan volgens de neoliberalen niet omdat het de vrije markt zou verstoren. Door extra taksen te heffen met het argument van milieu (brandstoffen) of gezondheid (tabak, alcohol, …) wordt nochtans erkend dat de economie sturing nodig heeft. Zo overtuigd zijn die liberalen dan toch niet van de vrije markt. Het gebrek aan publieke investeringen in milieu of gezondheidszorg versterken het vermoeden van veel werkenden: de extra taksen dienen gewoon om de kas te vullen zodat de overheid nog meer cadeautjes aan de grote bedrijven kan uitdelen. Onder de winnaars van dat beleid bevinden zich ook de grote oliemultinationals zoals Shell of Total die vorig jaar goed waren voor respectief 4 en 5 miljard euro winst.

Woede organiseren en tegen systeem richten

De Franse woede is terecht. De “gilets jaunes” geven uitdrukking aan een gevoel dat ook bij ons leeft (zie hieronder). Deze beweging vertrekt vanuit een buikgevoel en is niet van bij het begin duidelijk qua eisen en alternatieven. Sommigen zien in de woede tegen de taksen een rechtse of zelfs extreemrechtse beweging. Waar de arbeidersbeweging afwezig blijft, probeert rechts effectief om de beweging te recupereren. Rechts en extreemrechts hebben echter geen alternatief op het huidige beleid: ze staan niet bepaald bekend als verdedigers van openbaar vervoer, openbare diensten, publieke investeringen in duurzame energie, …

De arbeidersbeweging moet aansluiting vinden bij dit protest en het richten op eisen die de strijd verbreden. Dit moet ook gekoppeld worden aan ecologische eisen, waarbij de factuur niet naar de werkenden en de middenklasse wordt doorgeschoven maar door de belangrijkste verantwoordelijken voor vervuiling wordt gedragen. De stakingsoproep van delen van de vakbond CGT bij Peugeot op 17 november was een belangrijk precedent. Deze beweging van ‘gilets jaunes’ bestaat doorgaans uit gewone werkenden, gepensioneerden, kleine zelfstandigen, … Kortom mensen die het verschil tussen 50 en 60 euro voor een volle tank voelen.

Gauche Révolutionnaire, onze Franse zusterorganisatie, komt in de beweging op rond volgende eisen:

  • Onmiddellijke verlaging en blokkering van de brandstof- en energieprijzen
  • Neem de winsten van de multinationals in beslag om onze noden te financieren: gratis openbaar vervoer, openbare diensten, degelijke en betaalbare huisvesting.
  • Verhoging van de lonen en uitkeringen, herstel van de index met inbegrip van brandstofprijzen.
  • Een vermogensbelasting, strijd tegen fiscale fraude door de ultrarijken en de multinationals, indirecte belastingen (zoals BTW) vervangen door een progressieve belasting die de rijken en grote bedrijven meer laat betalen.
  • Verdediging van openbare diensten en heropening van diensten die bereikbaar zijn in elke buurt (kinderopvang, scholen, postkantoren, …).
  • Voor een grote openbare milieudienst gefinancierd door multinationals te belasten, om honderdduizenden jobs te creëren in de nodige ecologische transitie (ecologische landbouw, voedselsector, duurzame energie, …).

Een dergelijk programma vereist socialistische maatregelen zoals de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie, zodat de grote bedrijven de ecologische transitie niet kunnen blijven saboteren en zodat een democratische en ecologische planning mogelijk wordt. Zo’n planning zou vertrekken van de behoeften van de werkenden, inclusief de ecologische behoeften. Om dit te bekomen, is strijd nodig.

Ook in België wordt alles duurder… terwijl ons loon niet volgt!

Foto vanop Wikimedia

De maximale dieselprijs in ons land is hoger dan in alle buurlanden. Net als in Frankrijk gaat ongeveer 60% van wat we aan de pomp betalen naar de overheid. Een tank van 40 liter diesel kost vandaag ongeveer 60 euro, waarvan dus 36 euro voor de overheid. Alles samen haalde de overheid vorig jaar 5,5 miljard euro inkomsten uit taksen op brandstof.

Ook hier wordt het argument gebruikt dat individueel autogebruik wordt ontmoedigd. Zonder investeringen in alternatieven is dat een hol argument. De opbrengst wordt overigens niet in milieuvriendelijk transport geïnvesteerd: de overheidsbijdragen aan NMBS, De Lijn, MIVB en TEC – de aanbieders van openbaar vervoer – liggen lager dan die 5,5 miljard euro! Investeringen in duurzame energieproductie worden aan de private energiebedrijven overgelaten, met als resultaat dat een tekort aan elektriciteit dreigt.

Bovendien komt het bovenop alle andere belastingverhogingen van de rechtse regering-Michel/De Wever. Een groot deel van onze energie- of waterfactuur bestaat uit taksen. Onder meer door een jarenlang gebrek aan investeringen gingen de prijzen voor water en energie de afgelopen maanden fors de hoogte in. Alles wordt dus duurder, maar onze lonen volgen niet. Als het van de regering en de werkgevers afhangt, zit er opnieuw niets in bij de collectieve loononderhandelingen die momenteel opgestart worden.

Print Friendly, PDF & Email