Home / Internationaal / Afrika / Wat is de rol van China in Afrika: een vriend of nieuwe imperialistische heerser?

Wat is de rol van China in Afrika: een vriend of nieuwe imperialistische heerser?

De afgelopen weken was er op het Afrikaanse continent heel wat aandacht en discussie rond de rol van China in Afrika. Het recent gehouden Forum over Chinees-Afrikaanse samenwerking werd bijgewoond door regeringsleiders van zowat alle landen op het continent. Er duiken kritische vragen op over de positie, invloed en belangen van China op het continent.

Artikel door Tinovimbanashe Gwenyaya, Johannesburg (Zuid-Afrika)

Velen omschreven deze verhouding als koloniaal van aard omwille van het economische en politieke onevenwicht. Er werd verwezen naar het brutale koloniale verleden. Elders werd de verhouding tussen China en Afrika geprezen als het begin van nieuwe kansen om de uitdagingen rond de ontwikkeling van Afrika aan te gaan.

Alleszins heeft de Chinese verhouding met Afrika een grote impact op de werkende massa’s van het continent. Naar schatting worden 85% van de personeelsleden van Chinese bedrijven in Afrika lokaal gezocht en aangeworven. We moeten de rol van China door de ogen van de arbeidersklasse bekijken.

De snelle groei van China de afgelopen vier decennia heeft de geopolitieke rol van het land prominent op de voorgrond geplaatst. De rol van China in de antikoloniale strijdbewegingen van de jaren 1960 en 1970 werd steeds voorgesteld als ondersteunend, maar was nauw verbonden met de eigen geopolitieke belangen: de rivaliteit met de voormalige Sovjet-Unie en de VS in de strijd om invloed.

De fenomenale groei van China tot een economische en militaire reus heeft de globale expansie een meer agressief karakter gegeven. In 2009 haalde China de VS in als belangrijkste handelspartner van Afrika. Nu is de Chinees-Afrikaanse handel goed voor een waarde van 170 miljard dollar. China is met 76,5 miljard dollar aan handel en investeringen in 2017 ook de belangrijkste bron van buitenlandse investeringen. China heeft veel geïnvesteerd doorheen talrijke bilaterale akkoorden rond leningen en in de vorm van infrastructuurprojecten.

Afrikaanse regeringen hebben de Chinese leningen gretig opgenomen omdat ze tegen relatief lage rentevoeten en zachtere voorwaarden komen in vergelijking met leningen bij de Wereldbank en het IMF. Op deze basis wordt China voorgesteld als het alternatief op de krediethaaien van het Westerse neoliberale economische model die de afgelopen dertig jaar zoveel kapotgemaakt hebben in Afrika.

Een deel van de infrastructuurprojecten komen met wederzijdse voordelen, maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat er onder het masker van de goedwilligheid een bedreiging van de nationale onafhankelijkheid is terwijl er weinig tot niets verandert aan de materiële omstandigheden van de werkende massa’s van het continent. China wil maar al te graag met de Afrikaanse elites samenwerken om de eigen doelstellingen te behalen en een grotere invloed op te bouwen. In ruil hiervoor treden de elites op als poortwachters van de Chinese belangen. De arbeidsvoorwaarden worden vrijwillig losser gemaakt en er wordt een oogje dichtgeknepen rond de bescherming van het milieu en natuurlijke rijkdommen, zoals grond en mineralen.

De realiteit is dat Afrika onvoldoende economische activiteit ontwikkelt om de Chinese leningen terug te betalen. Het continent wordt ondergedompeld in een eindeloze schuldencyclus. Van Zuid-Afrika tot Kenya, van Zambia tot Djibouti, is het schuldenniveau drastisch de hoogte ingeschoten terwijl het de massa’s amper iets opleverde. De Chinese activiteiten worden niet als koloniaal omschreven, maar zijn desalniettemin onderdrukkend en maken geen einde aan het neokoloniale karakter van de Afrikaanse economieën na de onafhankelijkheid.

Onder het kapitalisme speelde Afrika historisch bijna onafgebroken de rol van de leverancier van goedkope arbeidskrachten en grondstoffen. Het continent bleef steeds onderaan de wereldwijde ontwikkelingspiramide staan. China is ontwikkeld tot een staatskapitalistische economie. De verhouding tussen China en Afrika, maar ook de rest van de zogenaamde derde wereld, is gebaseerd op de noden van een Chinese economie die liquide overschotten wil besteden. De groeiende macht van de Chinese werkenden duwt de lonen omhoog, waarop China een deel van de arbeid begint uit te besteden in lageloonlanden in Afrika. Het zorgt er bovendien voor dat multinationals die in China investeerden op zoek naar maximale winsten steeds meer naar andere mogelijkheden uitkijken, onder meer in Afrika.

China is de tweede grootste economie van de wereld geworden. De bijhorende ambities concurreren met de traditionele Westerse imperialistische machten. Het imperialistische karakter van het Chinese buitenlandse beleid blijkt zowel in Afrika als elders. De goedkope staalimport in Zuid-Afrika bedreigt de leefbaarheid van de binnenlandse staalproductie.

De Afrikaanse politieke en economische elites zijn bereidwillige medeplichtigen die het continent op deze rampzalige weg houden. Zowel de natuurlijke rijkdommen als de arbeidskrachten van Afrika worden uitgebuit. De Afrikaanse arbeidersklasse is verzwakt, versplinterd en slecht georganiseerd. Hierdoor liggen de arbeiders onder vuur van het wereldkapitalisme. De strijd van de Afrikaanse werkenden gaat echter door. Enkel door deze strijd op te voeren, kan de Afrikaanse arbeidersklasse zichzelf bevrijden van kapitalistische onderdrukking, onder welke vorm deze ook opduikt en van waar het ook komt.

Enkel door eenheid van de werkenden; sterke, onafhankelijke en democratisch van onderuit gecontroleerde vakbonden en massale arbeiderspartijen met een socialistisch programma kan de arbeidersklasse de ketenen van het neokolonialisme breken en het continent uit de ellende van kapitalisme en imperialisme halen.