Home / Edito - Op de werkvloer / Sociaal verzet na geslaagde actiedag vorige maand: druk verder opvoeren!

Sociaal verzet na geslaagde actiedag vorige maand: druk verder opvoeren!

Foto: Liesbeth

De actiedag van 2 oktober was al in de zomer aangekondigd, maar voor duidelijkheid over wat er juist zou gebeuren was het lang wachten. Sommige werknemers hebben daar niet op gewacht en gingen al voor 2 oktober in verzet tegen de maatregelen die de regering deze zomer aankondigde. Samen met het ongenoegen tegen de rechtse regeringen in het land zorgde dit voor een opbouw naar 2 oktober. Het maakte dat migratie en veiligheid niet langer de enige thema’s waren in de media en discussies. Sociale thema’s kwamen ook op de agenda.

Standpunt door Thomas (Gent) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Er ontstond een momentum waarbij velen pas op de dag zelf beslisten om mee te betogen in de hoop zo de veranderende dynamiek in het publieke debat te ondersteunen en verder te zetten. Het zorgde voor 65.000 betogers op 2 oktober met vooral in Vlaanderen veel deelnemers. Op 12 dagen van de lokale verkiezingen was dit erg belangrijk: de traditionele partijen deden er alles aan om de aandacht van de sociale thema’s af te leiden.

Op het einde van de betogingen en de dagen erna bleef het echter oorverdovend stil over nieuwe acties. Het federaal comité van het ABVV deelde mee dat er voor 26 oktober niets beslist wordt. Diegenen die het verzet wilden afbouwen, benadrukten het gevaar dat rechts zich in de verkiezingen zou versterken. Nochtans zorgen acties er net voor dat sociale thema’s centraler staan, wat links versterkt. Het kan ook gebruikt worden om sterkere nadruk te leggen op een programma waarmee de werkenden vooruit gaan: minimumloon van 14 euro per uur, minimumpensioen van 1.500 euro of nog arbeidsvermindering zonder loonverlies en met extra aanwervingen.

Het federaal comité van het ABVV besliste wel dat er in aanloop naar 26 oktober een discussieproces zou opgestart worden in alle geledingen (zowel gewesten als centrales). Dat is positief: zo kunnen militanten betrokken worden en is het mogelijk om de discussie aan te gaan over een programma waarmee we collega’s kunnen aanspreken en overtuigen. Maar het blijft ondertussen evident dat we onze eisen niet zullen afdwingen door het vriendelijk te vragen aan deze of een andere regering. We moeten eerlijk en duidelijk zijn: er zal strijd nodig zijn. Een informatiecampagne moet gekoppeld worden aan mobilisaties en acties die ook een duidelijk doel hebben. Er is een krachtsverhouding nodig om het programma van de vakbonden af te dwingen.

Dit najaar wordt gesproken over een nieuw Interprofessioneel Akkoord (IPA). Dat is een ideaal moment om de strijd voor 14 euro per uur echt op gang te trekken, niet als een strijd voor een verre toekomst maar als iets waar de werkenden en hun gezinnen nu nood aan hebben. Als we het minimumloon slechts optrekken aan het ritme van de afgelopen IPA’s kan het nog 30 jaar duren voor we aan 14 euro per uur komen. We kunnen best meteen gaan voor een echt federaal minimumloon voor iedereen en dit zonder achterpoortjes.

Er is immers een gevaar dat onze acties en eisen verdelend werken. De omschrijving van zware beroepen wordt bijvoorbeeld apart besproken voor overheidspersoneel en de privé. We mogen ons niet laten verdelen! Onze strijd is gericht tegen de neoliberale en Thatcheriaanse voorstellen van deze regeringen (zowel federaal, Vlaams als Waals). Het gaat niet om het aanpassen van een paar zinnetjes of wat punten en komma’s, maar om een fundamenteel ander maatschappijmodel.

We moeten ons voor dat gevecht klaarstomen. Dat gebeurt best door de druk te blijven opvoeren tot de laatste dag van deze regering. We doen het niet door de regering uit te zitten en af en toe iets van de zijkant te roepen. We moeten het beleid constant uitdagen op de straten en in de bedrijven zodat onze zorgen en bekommernissen centraal staan.

Print Friendly, PDF & Email