Home / Internationaal / Azië / Voormalig dictator Rajapaksa aangesteld als premier van Sri Lanka in parlementaire coup

Voormalig dictator Rajapaksa aangesteld als premier van Sri Lanka in parlementaire coup

Rajapaksa (links) en Sirisena (rechts).  

In 2009 kwam een bijzonder bloedig einde aan de burgeroorlog in Sri Lanka. De boedhistisch chauvinistische meerderheid ging onder leiding van dictator/president Rajapaksa over tot een brutale massamoord onder de Tamil-minderheid van het land. In 2015 verloor Rajapaksa verrassend de verkiezingen, maar eerder dit jaar scoorde hij in de lokale verkiezingen. Nu maakt de in 2015 verkozen president een einde aan de ‘regering van nationale eenheid’ die gevormd werd door Sirisena (die als dissident uit de partij van Rajapaksa met de pro-kapitalistische premier Ranil van de UNP in zee ging). Meer achtergrond vind je in dit artikel. Nu is er een opmerkelijke nieuwe wending: vrijdagnamiddag maakte de president bekend dat de premier is afgezet, Rajapaksa is aangesteld als nieuwe premier en het parlement tijdelijk geschorst wordt. Hieronder een eerste reactie door SIRITUNGA JAYASURIYA van de United Socialist Party (USP), onze Sri Lankese zusterpartij. 

Sri Lanka kent een dramatische grondwettelijke crisis met een nooit eerder vertoonde parlementaire coup. President Maithripala Sirisena verbreekt zijn coalitie met Ranil Wickramasinghe, schorst het parlement en stelde voormalige dictator/president Mahinda Rajapaksa aan als nieuwe premier.

De United Socialist Party hield twee weken geleden een tweejaarlijks congres. In het perspectievendocument dat unaniem werd aangenomen door het congres, stelde de eerste paragraaf: “Het 15de nationaal congres van onze partij vindt plaats op een ogenblik dat de Sri Lankese kapitalistische klasse met een ernstige crisis wordt geconfronteerd. De ‘Yahapalan’-regering (‘regering van goed bestuur’) is de zwakste sinds de zogenaamde onafhankelijkheid van het Britse bewind 70 jaar geleden.”

We stelden verder dat de “de regeringscrisis evident was toen president Sirisena en voormalig president Mahinda Rajapaksa – de twee politieke leiders van de oppositie – samenspanden om een motie van wantrouwen tegen premier Wickremasinghe op te maken. Ze wilden Ranil Wickremasinghe van het premierschap wegkrijgen. Maar Ranil won de stemming in het parlement, de motie van wantrouwen werd verworpen en hij kon tijdelijk overeind blijven. Dit maakt echter geen einde aan de crisis in de regering.”

In de conclusie van het document stelden we dat de sociale sfeer vandaag maakt dat een kleine trilling tot een drastische verandering kan leiden.

President Sirisena heeft zijn presidentiële macht gebruikt om premier Ranil Wickremasinghe af te zetten en voormalig president Mahinda Rajapaksa aan te stellen als nieuwe premier. De wettelijkheid van deze zet van Sirisena is betwistbaar inzake procedure. Nog belangrijker is echter dat het via een samenzwering gebeurde, zonder raadpleging van het parlement of de premier en de regering.

Het is een grondwettelijke coup omdat de ambtstermijn van de zittende premier niet op een wettelijke wijze is beëindigd. Een dergelijke parlementaire coup is nieuw in de Sri Lankese politiek, maar kwam eerder al voor in de regio, bijvoorbeeld in Pakistan en de Maldiven. Het kamp van Rajapaksa stelt dat er wel een precedent is: de president besloot na zijn verkiezing in januari 2015 om premier Jayarathna af te zetten. De situatie was echter anders: Sirisena werd president met de belofte dat hij Ranil als premier zou aanstellen. Hij werd bovendien verkozen met 6,2 miljoen stemmen en liet het parlement zijn werk doen zonder de activiteiten ervan te schorsen zoals nu gebeurt.

Bovendien werd in de eerste 100 dagen van de ambtstermijn van Sirisena het 19de Amendement op de Grondwet goedgekeurd door het parlement. Daarin stond onder meer dat de ambtstermijn van een premier tussen verkiezingen in enkel kan stoppen door overlijden of ontslag. De vraag werpt zich dan ook op waarom Sirisena de parlementaire werking uitschakelt. Alle activiteiten zijn opgeschort tot 16 november. Deze grondwettelijke coup moet Rajapaksa tijd geven om parlementsleden om te kopen. Zoals geweten staan de meeste parlementsleden niet bekend omwille van hun standpunten, maar zetelen ze vooral omdat ze daar financieel beter van worden. Een aantal parlementsleden stapt al over naar de kant van Rajapaksa.

Mahinda en Ranil beweren beiden dat ze over een parlementaire meerderheid beschikken en de 113 nodige stemmen zullen halen. In het parlement telt de pro-kapitalistische UNP (United National Party) samen met bondgenoten 87 zetels. Er zijn 7 verkozenen van Sri Lanka Muslim Congress, 6 van Tamil Progressive Alliance (uit het centraal berggebied), 5 van All Ceylon Makkal Congress en 2 van Jathika Hela Urumaya. De Sri Lanka Freedom Party (SLFP) van Mahinda en Sirisena beschikt over 95 zetels. De Tamil National Alliance heeft 16 verkozenen en de JVP (Janatha Vimukthi Peramuna) 6.

Het wordt een test voor zowel Mahinda als Ranil om te zien wat de verhoudingen zullen zijn als het parlement terug bijeenkomt op 16 november. De JVP kondigde al aan dat het geen kant kiest in dit conflict. De TNA nam nog geen duidelijke positie in, maar wellicht zal het steun geven aan Ranil.

Indien Mahinda er niet in slaagt om een meerderheid van 113 stemmen te halen, kan het leiden tot een erg volatiele en instabiele situatie in het land. Hij zal zijn aanhangers mobiliseren en dit kan leiden tot een situatie van een semi-burgeroorlog tussen beide krachten.

Macht

Dit is de laatste kans voor Mahinda en het kan nog in zijn gezicht ontploffen. We mogen hem dus zeker niet onderschatten: hij zal er alles aan doen om zijn macht te consolideren. Een aantal aanhangers van de voormalige dictator/president nemen de controle over sleutelinstellingen over, onder meer de staatsmedia. Al wie zich tegen Rajapaksa verzet wordt daarbij hard aangepakt. Er kunnen nog meer incidenten zijn tussen nu en 16 november. Het is niet uitgesloten dat enkele parlementsleden, waaronder Ranil zelf, opgepakt worden indien Mahinda en Sirisena het gevoel hebben dat ze geen meerderheid in het parlement zullen bekomen. Anderzijds zijn er ook campagnes opgestart voor de vrijlating van alle “oorlogshelden” van het Sri Lankese leger die nu gevangen zitten wegens hun moorddadige rol in de recente burgeroorlog. Er is ook een campagne voor de vrijlating van de ultra-reactionaire Boeddhistische monnik Gannasara. Dat zijn indicaties van wat het karakter van een toekomstige regering onder Rajapaksa zou zijn.

In deze cruciale situatie roepen socialisten alle syndicalisten en werkenden in het algemeen op om een onafhankelijk standpunt in te nemen tegen beide rotte kapitalistische kampen en om een eisenplatform te verdedigen dat vertrekt van de concrete noden van de werkenden, armen en alle onderdrukten, waaronder de Tamilbevolking. Voor de arme massa’s van Sri Lanka is er onder het kapitalisme geen uitweg, er is nood aan een brede en massale arbeiderspartij op weg naar een langetermijnstrategie voor een arbeidersregering.

 

Print Friendly, PDF & Email