Asociaal huisvestingsbeleid

Wonen is de laatste decennia veel duurder geworden o.a door de stijging van de grondprijzen en arbeidskosten. De algemene woonkost (of het geld dat alle Belgen besteden aan wonen) is tussen 1976 en 1997 met maar liefst 95% gestegen terwijl het beschikbare inkomen in dezelfde periode maar steeg met 5,9%. Het aantal gezinnen die meer dan een vijfde van hun inkomen besteden aan huisvesting is dan ook van 6,5% naar 23,4% gestegen in dezelfde periode. Voor mensen die een woning huren is de stijging nog veel groter dan voor mensen die een woning bezitten. Meer dan de helft van de huurders besteden nu meer dan een vijfde van hun inkomen aan huur. Een vijfde van huurders besteden zelfs meer dan een derde van hun inkomen aan huur. Uit een studie van Pascal De Decker (UFSIA) blijkt dan ook dat de koopkracht van mensen die een woning huren met minstens 20% is gedaald sinds 1976.

Karel Mortier

De verschillende overheden spenderen jaarlijks 2 miljard € aan huisvesting wat ongeveer 1% is van het totale overheidsbudget. Het meeste geld wordt gebruikt om eigendomsverwerving te stimuleren. Slechts een klein deel gaat naar huurders terwijl die nog steeds 28% van de bevolking vertegenwoordigen. Het aandeel eigenaar-bewoners is weliswaar gestegen tot 71% in Vlaanderen maar het is onduidelijk welke impact het beleid van de overheid heeft gehad op die stijging. Men kan zich dus de vraag stellen of de impact van de overheid op de eigendomsverwerving echt groot is. Zouden er met andere woorden zonder goedkope leningen, premies en allerlei andere fiscale tegemoetkomingen minder mensen een huis gekocht of gebouwd hebben?

Slechts 13,6% van de huurders kunnen dankzij de combinatie van een rentesubsidie en sociale lening een woning kopen terwijl bijna 50% van de huurders geen huis kan kopen zelfs met die fiscale tegemoetkomingen. Het rendement van een jaarlijkse investering van bijna 2 miljard € om eigendomsverwerving te stimuleren is dus wel zeer beperkt. In het jongste regeerakkoord stelt men dat men dit eens zal bekijken. De verschillende bestaande fiscale maatregelen (goedkope leningen, subsidies,….) om de eigendomsverwerving te stimuleren zouden gebundeld worden in één woningaftrek of ‘bonus’. De heer Stevaert (SP-a) heeft in aanloop van de verkiezingen al iets in die richting gezegd. In zijn 1 mei toespraak in Lommel pleitte Stevaert voor een forfaitaire aftrek van 200€ per maand, ongeacht de grootte van het huis of inkomen. En wij die dachten dat forfaitaire belastingen of tegemoetkomingen oneerlijk waren. (cf belasting op kijk-en luistergeld)

De sociale huisvestingsector is in Vlaanderen echter veel te klein om de problemen op de private huisvestingsmarkt op te vangen. In de ons omringende landen waar meer dan een vijfde van de bevolking een sociale woning heeft kan de overheid wel een regulerende rol spelen. In Vlaanderen is dat veel minder het geval en worden mensen gedwongen om hun plan te trekken. Een louter marktgerichte woonbeleid kan echter niet voldoen aan de woonbehoeften van mensen met een laag inkomen.

Het is immers een objectieve vaststelling dat in westerse landen lage inkomenshuishoudens niet in staat zijn om de marktprijs van een degelijke woning te betalen. In de meeste landen speelt de overheid daarom een regulerende rol door zelf voldoende sociale woningen te bouwen en/of door een objectieve huurprijsstelsel met systeem van huurtoelagen in te voeren. In België is dat niet het geval en is de rol van de overheid minimaal. De gevolgen van de afwezigheid van de verschillende overheden op de huisvestingsmarkt zijn dan echter ook duidelijk zicht – en voelbaar. Het is immers niet voor niets dat huisvesting en niet werkloosheid of ziekte de belangrijkste oorzaak van armoede is in Vlaanderen!

In 1998 waren er in Vlaanderen ongeveer 128.000 sociale woningen wat 5,45% is van het totale woningbestand. Het Europees gemiddelde ligt op 17%. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er nood is aan minstens 100.000 bijkomende sociale woningen om te voldoen aan de behoeften uit de samenleving. Eind 2000 stonden er in Vlaanderen 62.285 gezinnen of alleenstaanden op de wachtlijst voor een sociale woning. De regering heeft de belofte gedaan om tijdens deze legislatuur 15 000 bijkomende sociale huurwoningen te bouwen maar het is duidelijk dat men die doelstellingen niet zal halen.

In januari 2001 telde Gent 13.415 sociale woningen, dat is inclusief de 1 800 stadswoningen wat 12% is van het totale woningbestand in Gent. Hoger dus dan het gemiddelde in Vlaanderen van amper 6%. Uit een onderzoek dat het stadsbestuur liet uitvoeren in 1999 bleek dat er toen ongeveer 6.000 kandidaat huurders op de wachtlijsten staan. Vandaag zou dat volgens mevrouw de Regge, de Gentse schepen van huisvesting zijn opgelopen tot 7.000! De laatste 2 jaar zijn er echter nauwelijks nieuwe sociale woningen bijgekomen. Er wachten dus 7.000 gezinnen op één van de 13.415 bestaande sociale woningen in Gent. In het ontwerp beleidsnota (sociaal) woonbeleid Gent 2002-2006 staat dat er tegen 2007 2.000 bijkomende sociale woningen gerealiseerd moeten worden. Een aantal maatschappijen zitten echter in financiële problemen waardoor ze niet in staat zijn om geld vrij te maken voor nieuwe sociale woningen. Het is echter nu al duidelijk dat men er niet zal in slagen om tegen 2007 2000 bijkomende sociale woningen te bouwen.

De SP-a wil sociale huisvesting toegankelijker maken voor mensen met een hoger inkomen om de ‘sociale mix’ van sociale woonblokken te verbeteren en de financiële leefbaarheid van de huisvestingsmaatschappijen te verbeteren. Volgens het voorstel van de SP-a moeten huisvestingsmaatschappijen niet alleen een derde van nieuwe woningen voorzien voor hogere inkomens maar moeten ze zelfs actief op zoek gaan naar die mensen. Dat ze het voorbeeld van ‘de postbode’ met werkende partner gebruiken om die boodschap te verkopen aan de bevolking is veelzeggend. Op die manier wekken ze immers de suggestie dat sociale woningen vandaag enkel voor werklozen en andere ‘marginalen’ zijn wat uiteraard onzin is.

Er zijn een aantal vooral stedelijke huisvestingsmaatschappijen met een hoge concentratie mensen die van een uitkering leven maar het is onzin om dat te veralgemenen tot de rest van Vlaanderen. En is het trouwens een schande om van een uitkering te leven? In plaats van de ‘sociale mix’ te bevorderen door mensen uit de werkloosheid te halen wil men het aantal werklozen die in een sociale huurwoning terecht kunnen verminderen! Socialisme is voor de SP-a blijkbaar alleen gezellig voor mensen die een job hebben.

Als je weet dat er op dit ogenblik zo’n 60.000 mensen op een wachtlijst staan voor een sociale woning en dat er daarnaast nog duizenden anderen zijn in Vlaanderen die theoretisch ook in aanmerking komen voor een sociale woning kan men de vraag stellen of het sociaal is een derde van de nieuwe sociale woningen te voorzien voor mensen die vandaag niet in aanmerking komen voor een sociale woning. Er zijn al veel te weinig sociale woningen om aan de huidige vraag te voldoen en dan wil het sociaal progressief alternatief nog eens een derde voorzien voor gezinnen met een inkomen van 35.000€.

"Verder vragen we aan elke maatschappij om haar eigen toewijzingsregels op te stellen, in samenspraak met de gemeente. Dat is belangrijk omdat een maatschappij in Antwerpen een andere opdracht heeft dan pakweg in West-Vlaanderen. De huisvestingsmaatschappijen moeten kunnen inspelen op de lokale vragen", zegt Daelman (Sp-a). Dat klopt uiteraard maar waarom heeft men in het verleden uniforme regels opgelegd denk je? Zou het niet kunnen omdat dit in het verleden allerlei ‘problemen’ opleverde…

Daarnaast heeft het Vlaams parlement onlangs een decreet goedgekeurd dat sociale huurders het recht geven om hun sociale woning te kopen als ze er 5 jaar wonen. Dit zou op vraag van de huurders zelf gebeuren. Men kan de vraag stellen hoe huurders met een vervangingsinkomen in staat zijn om een sociale woning te kopen. Blijkbaar zijn het toch niet allemaal ‘marginalen’ in die sociale woonblokken zoals sommigen laten uitschijnen.

Het is duidelijk dat de SP-a liberaler dan de liberalen probeert te zijn inzake sociale huisvesting en dat de voorstellen van de SP-a absoluut geen antwoord zijn op de gigantische behoefte aan goedkope en degelijke sociale woningen in Vlaanderen. Het is duidelijk dat in plaats van extra geld uit te trekken voor sociale woningen de mensen zelf zullen mogen opdraaien voor extra sociale woningen door hogere huren te betalen (door het aantrekken van mensen met een hoger inkomen) en dat huisvestingsmaatschappijen maar moeten zien dat ze voldoende woningen verkopen (wellicht aan dezelfde mensen met een hoger inkomen) om nieuwe woningen te bouwen. Het is ook een duidelijk teken van de ‘nieuwe’ koers van de SP-a. De SP-a is niet langer de partij die opkomt voor de gewone man/vrouw maar gewoon de zoveelste burgerlijke partij zij het met een ‘progressief’ tintje. De 60.000 gezinnen op een wachtlijst in Vlaanderen zullen het geweten hebben!

Delen: Printen: