Home / Belgische politiek / Lokaal - Antwerpen / Naar een geel-groene coalitie in Antwerpen?

Naar een geel-groene coalitie in Antwerpen?

Ondanks alle gespin uit de ‘war room’ van De Wever over de N-VA-overwinning, moet de partij bij het vormen van coalities rekening houden met het resultaat waarbij de achteruitgang enkel in Antwerpen en de rand errond voldoende beperkt was om over een overwinning te spreken. In Antwerpen heeft de weinig verzoenende opstelling van de burgemeester zijn coalitiepartners weinig ruimte gelaten om overeind te kruipen na de klappen van de voorbije jaren. Het resultaat is dat de huidige coalitie met amper een paar honderd stemmen en één zetel overeind kan blijven. Dat is te beperkt en dus worden andere mogelijkheden onderzocht, ook al met het oog op de federale regeringsvorming volgend jaar.

Door Geert Cool

Voor de verkiezingen werd een coalitie tussen N-VA en Groen in Antwerpen uitgesloten door beide partijen. ‘Geen haar’ op het hoofd van De Wever dat eraan dacht om met de groenen in coalitie te gaan, bij Van Besien klonk het subtieler maar even duidelijk. Op verkiezingsdag zelf pleitte De Wever plots voor ‘verzoening.’ Hij deed dit ironisch genoeg vanuit een ‘war room’ waar hij met zijn dichtste medewerkers en Paul Jambers de resultaten volgde en van waaruit hij de in een zaaltje ernaast opgetrommelde ‘schild en vrienden’ instructies gaf over hoe het resultaat als een grote overwinning neergezet moest worden. Dat de partij zowat overal klappen kreeg en zelfs in de ‘gouden rand’ terrein moest prijsgeven (maar daar eerlijk gezegd wel tegen kan met scores in 2014 die de absolute meerderheid in bepaalde kieskantons benaderden), of dat het resultaat in Antwerpen wel heel nipt was, werd niet opgenomen in de communicatie van N-VA.

De zet van De Wever op verkiezingsdag kwam over als een donderslag bij heldere hemel, maar de bocht was al vroeger ingezet. Fietsvriendelijkheid in de centrale binnenstad is stilaan ook interessant voor city-marketing en bouwpromotoren. Daarover kan ongetwijfeld een akkoord gevonden worden. De Oosterweelknoop werd doorgehakt waarbij de voormalige actiegroepen in bad getrokken werden. Manu Claeys van Straten-Generaal wordt nu zelfs bestuurder bij BAM (waarmee ook daar een soort geel-groene coalitie wordt gevormd). Het compromis omvat een gedeeltelijke overkapping van het Oosterweeltracé. Het ontbreken van een offensieve nadruk op gratis en degelijk openbaar vervoer als onderdeel van een mobiliteitsplan in alle campagnes rond Oosterweel, maakte dat de overstap van de actiegroepen naar deelname aan het bestuur niet eens op veel kritiek botste. In de campagne legde De Wever bovendien nadruk op de lage-emissiezone waarmee oude diesels uit de binnenstad gebannen worden (tenzij voor wie betaalt uiteraard).

Rond deze punten is wellicht een compromis mogelijk: het groene standpunt inzake mobiliteit en leefbaarheid treedt niet buiten het neoliberale denkkader. In Mechelen en Gent wordt een beleid gevoerd dat nadruk legt op minder auto’s in de binnenstad, maar zonder ernstig te investeren in openbaar vervoer. Bovendien wordt het terrein van de stadsontwikkeling overgelaten aan private promoteren die maar al te graag de winsten plukken van een opgekuist en aangenaam stadscentrum. Het resultaat van hogere prijzen en sociale verdringing is niet het probleem van de promoteren. Een echt ander beleid op sociaal vlak is overigens niet mogelijk zonder breuk met het financiële keurslijf waar de gemeenten in vast zitten. Het schandaal van de onbewoonbare sociale woningen in de Gentse Sint-Bernadettewijk bevestigde dit. Kan Groen in Antwerpen een gevoelig dossier zoals de armoedebestrijding en begeleiding van daklozen uit de rechtse logica van vermarkting en commercie halen? Zal het extra middelen afdwingen voor het sociaal werk, of integendeel gaan voor een sluimerende vermarkting die minder brutaal gebracht wordt dan door schepen Duchateau? Wordt de daling van het aantal statutaire personeelsleden bij de stad verdergezet of niet? Dat zijn elementen waarrond een akkoord tussen Groen en N-VA moeilijker zal liggen.

Als De Wever expliciet naar Groen lonkt, is dit deels met het oog op de federale regeringsvorming volgend jaar. Op Vlaams niveau kan de rechtse coalitie ondanks klappen verder, maar federaal wordt het door het verlies van MR en meest logische extra partner CDH moeilijker. De groenen hebben met de N-VA gebotst, onder meer inzake migratie en de brutale arrogantie van Theo ‘Trump’ Francken. En dan is er nog de kwestie van energie en de kernuitstap. Binnen N-VA wordt regelmatig fors uitgehaald naar Groen en Ecolo, meteen na de verkiezingen nog stelde een Brusselse N-VA’ster dat Ecolo een ‘tweede PTB’ is. Ecolo stapte in Brussel echter heel snel en gemakkelijk in diverse coalities: met PS in Brussel-stad, maar evengoed met MR en CDH in andere gemeenten. In Antwerpen met Groen in zee gaan, kan voor N-VA druk zetten op de coalities met CD&V en Open VLD in Vlaanderen en federaal. Voor Groen is het riskant na een campagne waarin het kon profiteren van de stemmen tegen De Wever en de N-VA.

Ondertussen zijn er wel heel wat lokale coalities gevormd waarin zowel N-VA als Groen zitten. Dit gebeurde bijvoorbeeld in Sint-Niklaas, Hasselt of Turnhout. Op districtsniveau in Antwerpen gebeurde dit voor de verkiezingen ook, bijvoorbeeld in Deurne of Merksem. De coalitievorming in de districten ligt nu doorgaans stil omdat N-VA de coalitiebesprekingen op stadsniveau wil afwachten (enkel in Berchem werd al snel een rechtse coalitie van N-VA, CD&V en VLD gevormd). Moest het op stadsniveau lukken om Groen te overtuigen, dan kunnen de groenen in verschillende districten in het bestuur komen in ruil voor het opgeven van het linkse bestuur met SP.a en PVDA in Borgerhout. Dat Groen de deur openhoudt voor een coalitie op stadsniveau blijkt overigens uit het feit dat er in Borgerhout nog geen witte rook is voor een verderzetting van de bestaande coalitie.

Bij Groen is er het besef dat de vorige regeringsdeelname in 2003 rampzalig eindigde. De lessen die de partij daaruit lijkt te trekken, is dat er meer bestuurservaring en professionele communicatie nodig is. De uitspraken van Magda Aelvoet over wapenleveringen aan de ‘prille democratie’ in Nepal indachtig, kan niet ontkend worden dat daar iets van aan is. Maar het fundamentele was dat de groene kiezers iets anders van hun partij verwacht hadden: een beleid dat niet gewoon hetzelfde met enkele groene accenten was, zeker niet als die groene accenten uit extra ecotaksen bestaan waarmee de verantwoordelijkheid bij de consumenten en niet bij de producenten wordt gelegd.

In Antwerpen haalde Groen een uitstekende score op basis van bezorgdheid rond luchtkwaliteit, mobiliteit, verkeersveiligheid, … en een afkeer tegen De Wever en het asociale en verdelende beleid van de N-VA. Deelname aan een coalitie kan dit ondermijnen. Mogelijk wordt erop gerekend dat een lange bestuurscrisis waarna de groenen hun ‘staatsmanschap’ en de wil ‘om dingen effectief te veranderen’ tonen door in een coalitie te treden, de afstraffing in mei volgend jaar kan beperken. Een andere optie is om ook SP.a mee aan boord te trekken, wat uiteraard tegen de zin van De Wever zou zijn en Groen de schijn zou meegeven dat het in tegenstelling tot CD&V en Open VLD in de huidige coalitie geen gewillige junior partner is waarmee De Wever kan spelen zoals een kat dit met pas gevangen muizen doet. Het slechte resultaat van SP.a verhindert niet dat er in die partij heel wat voorstanders van bestuursdeelname met N-VA zijn. In district Merksem werd dit publiek uitgesproken door lokaal kopstuk Verstraelen. In Gazet van Antwerpen (15/10) stelde hij dat N-VA meer raakvlakken heeft met SP.a dan met Groen (beide partijen zaten in het vorig districtsbestuur met N-VA):  “Ons partijprogramma verschilt niet zo veel van dat van N-VA in Merksem. Er zou alleen grondig moeten overlegd worden over de rol van de auto in het district.”

Het zal voor De Wever niet evident zijn om een coalitie met Groen te vormen, maar hij beschikt over eventuele alternatieven (denk bijvoorbeeld aan een coalitie met SP.a erbij). Het is echter niet uitgesloten dat Groen uiteindelijk overstag gaat. De ervaring van groene bestuursdeelname in andere grote steden bevestigt dit. Voorlopig wordt dat nog als een succesverhaal gebracht, maar de reportage over sociale huisvesting in Gent gaf aan dat er enorme beperkingen zijn. De armoedecijfers in die steden nemen niet af en de tekorten blijven zich opstapelen. De kiezers die een alternatief zoeken op het harde rechtse beleid komen uiteindelijk bedrogen uit. Er zijn geen principiële redenen voor Groen om niet in een coalitie te stappen, het belangrijkste tegenargument is wellicht het risico op een afstraffing in mei 2019.

De linkerzijde moet buiten het neoliberale verhaal treden en offensief opkomen voor een programma en bijhorende actieve beweging rond de concrete sociale noden inzake huisvesting, mobiliteit, werk, pensioenen, … De doorbraak van de PVDA is een uitdrukking van het potentieel hiervoor. Het resultaat in Antwerpen wijst erop dat er inzake actieve strijd meer nodig is om het huidige beleid te stoppen. Los van de vraag wie er in het volgende bestuur zal zitten, is er nood aan een actieve oppositie die niet alleen jaar na jaar vaststelt hoe de armoedecijfers en sociale tekorten blijven oplopen, maar daartegen bewegingen helpt opbouwen om met een sterkere krachtsverhouding een breuk met het huidige beleid af te dwingen en de steun voor een ander type van samenleving, een socialistische maatschappij, te populariseren.