Home / Edito - Belgische politiek / Regering kan het moeilijk krijgen, maar sociaal verzet moet tandje hoger schakelen!

Regering kan het moeilijk krijgen, maar sociaal verzet moet tandje hoger schakelen!

Foto: Jean-Marie

De laatste twee weken van de kiescampagne brachten sociale thema’s prominenter op de agenda. Er was de actiedag van de vakbonden op 2 oktober met tienduizenden betogers en er was heel wat discussie over sociale huisvesting en ruimer over (on)betaalbaar wonen. Deze discussies kwamen vrij laat in de campagne. Het resultaat geeft aan dat de regeringspartijen hier en daar klappen kregen, maar dat er zeker langs Vlaamse kant meer nodig is om een heruitgave van de regering-Michel te vermijden na mei 2019.

PDF van deze tekst als bijlage op onze krant

Klappen voor regeringspartijen

In Brussel en Wallonië heeft de MR van Charles Michel het niet goed gedaan. Zelf kwam de premier niet op, maar in zijn thuisstad Waver incasseert de liberale Lijst van de Burgemeester 15% verlies. In steden waar de PS met schandalen geconfronteerd werd (zoals Luik of Brussel) kan de MR geen vooruitgang boeken. De Waalse coalitiepartner CDH doet dit evenmin en gaat verder achteruit in de steden.

Langs Vlaamse kant heeft N-VA gescoord in Antwerpen en de rand errond. Dit is evenwel geen nieuw fenomeen: bij de parlementsverkiezingen van 2014 waren de resultaten in de “gele rand” rond Antwerpen nog een pak sterker dan de resultaten die nu bij de gemeenteraadsverkiezingen zijn neergezet. Om twee voorbeelden te geven: in kanton Kapellen (Kapellen, Brasschaat, Stabroek en Schoten) stond N-VA in 2014 op 46%, terwijl het beste resultaat nu Brasschaat met 44% is; in kanton Zandhoven (Zandhoven, Schilde, Wijnegem, Wommelgem en Ranst) werd in 2014 maar liefst 49,5% gehaald terwijl het beste N-VA-resultaat nu 41% in Schilde is. Ook in de zuidelijke rand ging het om gelijkaardige resultaten. Dit doet niets af van de hoge scores, maar het wijst er wel op dat er ook hier een lichte achteruitgang is.

Door het resultaat in Antwerpen en de hoge scores in de rand wordt dit lichte verlies niet als dusdanig waargenomen. Het blijft immers een feit dat De Wever in Antwerpen erin geslaagd is om de oppositie de loef af te steken en met 35% zijn resultaat van 2012 bijna te herhalen. Buiten Antwerpen had N-VA het moeilijker: in steden als Gent, Brugge, Oostende of Kortrijk is er verlies en blijft de partij klein. In Sint-Niklaas, Hasselt, Turnhout, Leuven of Hasselt wordt stagnatie of lichte vooruitgang als een overwinning neergezet. Enkel in Genk was er echt vooruitgang met Zuhal Demir. De poging van N-VA om voet aan grond te krijgen in enkele Brusselse gemeenten is op een sisser uitgedraaid.

Voor VLD en CD&V is het resultaat gemengd. De bastions van CD&V op het platteland houden stand en kennen hier en daar zelfs vooruitgang. Bovendien houdt de partij stand in Genk en is er groei in Brugge. In grote steden als Antwerpen, Gent of Mechelen komt CD&V er echter niet meer aan te pas. Kris Peeters was de geslagen hond in de campagne in Antwerpen. Open VLD pakt uit met de resultaten in Oostende, Kortrijk en Gent, maar vooral met Bart Somers die in Mechelen in kartel met Groen een absolute meerderheid haalt (maar waar Groen goed is voor 13 zetels tegenover 10 voor Open VLD). In Antwerpen blijft staatssecretaris De Backer echter steken op amper 5% en – voor het eerst in de geschiedenis – is er een stadsdistrict waar Open VLD geen verkozene meer haalt (Hoboken met 2,8%).

Indien de provinciale resultaten omgezet worden in zetels voor het Vlaams Parlement en de Kamer, dan zou vooral N-VA verliezen maar ook CD&V en Open VLD. Voor de Vlaamse regering was Open VLD mathematisch niet nodig in 2014, maar met deze resultaten zou dit wel het geval zijn. Langs Franstalige kant komen MR en CDH niet aan een meerderheid. De federale regering zou eveneens zijn meerderheid kwijt zijn.

Kon de federale linkse oppositie profiteren?

In het Brussels Gewest houdt de PS grotendeels stand en is er opmerkelijke vooruitgang voor zowel Ecolo als PTB. In Brussel stad is het verlies voor de PS heel beperkt waardoor Close kan doorgaan als burgemeester en dit ondanks het Samusocial-schandaal. Omdat MR meer verliest, kan de PS de lichte achteruitgang zelfs als een overwinning voorstellen. In het Brussels Gewest is het resultaat in Molenbeek opmerkelijk: daar wordt de PS opnieuw de grootste nadat het zes jaar naar de oppositie werd verdreven door de MR van burgemeester Schepmans. Catherine Moureaux (PS) verklaarde voorstander te zijn van een linkse coalitie met PTB en Ecolo.

Overal in Brussel is er groei voor Ecolo en de PTB die in verschillende gemeenten boven de 10% uitkomt: 11,6% in Brussel-stad, 13,6% in Molenbeek, 14,6% in Anderlecht, 13% in Sint-Gillis, 10% in Vorst, 12,7% in Schaarbeek. Alles samen haalt PTB 36 gemeenteraadsleden in Brussel. In Vorst, Elsene en Watermaal-Bosvoorde wordt Ecolo de grootste partij. In Vorst levert Ecolo een burgemeester in een coalitie met MR en CDH, in Watermaal-Bosvoorde in coalitie met MR en in Elsene in coalitie met PS-SP.a. De snelheid van de totstandkoming en de samenstelling van de coalities kunnen overkomen als politiek politicienne van Ecolo waarbij de postjes belangrijker zijn dan het programma.

De PS houdt in Wallonië relatief goed stand ondanks Publifin. In de grote Waalse steden is er verlies voor de PS, maar de liberale MR of de christendemocratische CDH kunnen daar amper gebruik van maken. Bovendien blijft de PS boven de rampzalige peilingen van ongeveer een jaar geleden. Het zijn vooral PTB en Ecolo die groeien in de steden. In Luik verliest de PS 7%, maar met blijft ze met 30,8% veel groter dan de MR die ook 3% verliest en op 18% eindigt, net voor de PTB met 16,3% en het groene Vert Ardent met 14,75%. In Charleroi verliest de PS 6% maar blijft het met 41,3% afgetekend de grootste en heeft de PS zelfs een nipte absolute meerderheid qua zetels. De PTB is hier met 15,7% de tweede partij. Hetzelfde beeld in Bergen waar de partij van Di Rupo 11% inlevert en op 45% blijft steken voor MR, Ecolo en PTB.

De PTB scoort in Wallonië enkele opmerkelijke resultaten: 24% in Herstal (9 zetels) en Seraing (11 zetels) bijvoorbeeld maar ook Grâce-Hollogne (19%) en Flémalle (18%) in de Luikse periferie. Met 16,3% in Luik (9 zetels), 15,5% in La Louvière (7 zetels) en 15,7% in Charleroi (9 zetels) komen er heel wat PTB-gemeenteraadsleden bij. In de 16 Waalse gemeenten waar de PTB opkwam, behaalt de partij 78 zetels. De almacht van de PS is niet doorbroken en mogelijk zullen deze resultaten niet volstaan om tot bestuursmeerderheden toe te treden, zelfs indien er druk daartoe is in onder meer Luik waar een progressieve meerderheid van PS en groenen de PTB er moet bijnemen om aan een meerderheid te komen. Het verlies van MR ondergraaft de optie van coalities tussen PS en MR op lokaal vlak.

Met deze resultaten is er een basis gelegd voor een groot aantal PTB-verkozenen in de regionale en nationale parlementen na mei 2019. Die groei is belangrijk. Het ziet er immers niet naar uit dat de PS iets geleerd heeft uit de schandalen. Deze waren een logisch gevolg van het aanvaarden van de neoliberale logica in het lokale beleid. Die logica houdt in dat openbare diensten worden omgevormd tot commerciële bedrijven, zelfs indien ze nog in publieke handen zijn. In commerciële bedrijven is enkel de winst van tel. Deze druppelt niet door naar de gemeenschap, de enigen die mee profiteren zijn de topmanagers die zichzelf rijkelijk bedienen. Er zijn geen aanwijzingen dat de PS hiermee zal breken.

In Vlaanderen is het resultaat van SP.a slecht. In Leuven en Vilvoorde houden de SP.a-burgemeesters stand, maar het Gentse resultaat is niet goed en ook in Oostende en Brugge was er fors verlies. Het Gentse kartel blijft de grootste, maar binnen het kartel scoort Groen beter dan SP.a waardoor de discussie over de burgemeesterssjerp gaat tussen Groen en een wel erg zegezekere Open VLD. In Antwerpen lijkt de SP.a tevreden met de 11% van Jinnih Beels. Dit resultaat betekent nochtans dat SP.a voor het eerst in de na-oorlogse geschiedenis geen belangrijke rol speelt in Antwerpen. SP.a doet het in heel de Antwerpse provincie barslecht: ook de laatste rode burgemeester (in Herentals) is nu verloren.

Groen deed het wel goed met vooruitgang in heel wat steden, maar ook daarbuiten. Er was een groene golf waarmee Groen beter scoort dan SP.a. Er werd zeker in de steden ingespeeld op een roep naar propere lucht. Ook blijft klimaatverandering een erg gevoelig thema, zeker onder jongeren. Groen kon daarop inspelen en haalde uitstekende scores, zelfs indien dit niet meteen vertaald wordt in groene burgemeesters. De vooruitgang volstond echter niet om De Wever in Antwerpen van zijn troon te stoten. Met 18,1% bleef het onder de verwachtingen, ondanks een tweestrijd De Wever versus Van Besien. Dat Borgerhout een progressieve coalitie kan behouden, is een magere troost als dit district alleen blijft (zoals waarschijnlijk is). Op lokaal vlak gaat Groen bovendien met zowat iedereen in zee: van een kartel met Open VLD in Mechelen tot een kartel met SP.a in Gent, maar ook lokale coalities met N-VA (voor de verkiezingen onder meer in district Deurne waar partijvoorzitters Almaci en De Wever wonen). Nu is Groen al overgegaan tot coalities met N-VA en Open VLD in Sint-Niklaas en met N-VA, SP.a en CD&V in Turnhout. Het Mechels bestuur wordt als een modelbeleid voorgesteld. Het verfraaien van de stadskern levert er zoals in andere grote steden zichtbaar verbetering op, maar ook in Mechelen is er de keerzijde van het steeds onbetaalbaarder worden van wonen en sociale verdringing.

PVDA scoort vooral in Gent (3 zetels) en Hasselt (2 zetels), maar haalt ook eerste verkozenen in Leuven, Vilvoorde, Mechelen, Sint-Niklaas, Turnhout, Geel en Brasschaat. In Lommel, Genk, Zelzate en Antwerpen blijft de partij in de raad. Hiermee gaat de partij in Vlaanderen van 14 naar 24 gemeenteraadsleden. In de Antwerpse districten komen er twee verkozenen bij. De doorbraak is uiteraard beperkter dan in Wallonië en Brussel, maar er is een doorbraak. Dankzij het Gentse schandaal rond onbewoonbare sociale woningen en enkele dubbelinterviews tussen Peter Mertens en Bart De Wever raakte de PVDA in het publiek debat. Er werd meer verwacht in Antwerpen waar de PVDA met 8,7% slechts 0,7% vooruitgaat tegenover 2012 en onder het door Peter Mertens vooropgestelde doel van 11% blijft. In de voor de PVDA sterkere districten Hoboken en Borgerhout is er licht verlies, elders lichte vooruitgang. Wellicht blijft PVDA in het districtsbestuur van Borgerhout en daarnaast stelt de enige mogelijkheid van coalitiedeelname zich in Zelzate, waar de PVDA lichtjes stijgt en 6 zetels behoudt.

Wellicht kwamen de sociale thema’s wat te laat in de campagne om betere resultaten voor PVDA mogelijk te maken. Waar de lijsttrekkers geïdentificeerd werden met actieve campagnes van de partij waren de resultaten sterker: Gents kopstuk De Meester werd bekend als woordvoerder rond het thema energie en kon scoren met zijn standpunt rond sociale huisvesting. In Gent is er bovendien druk door een de lokale LSP-werking die via acties en een strijdbaar programma thema’s zoals meer en beter openbaar vervoer of strijd tegen seksisme en racisme op de agenda zet. Hasselts kopstuk De Witte was het pensioengezicht van de partij. De uitdaging waar de PVDA nu voor staat is om te groeien van een kleine oppositiepartij naar een factor die richting geeft aan het sociaal verzet. Stoutmoedige initiatieven gericht op de uitbouw van bewegingen met een brede betrokkenheid rond offensieve eisen, zijn nodig. Zeker in Antwerpen waar De Wever in de startblokken staat om nog eens zes jaar sociale afbraak door te voeren.

Dreiging van extreemrechts

Het Vlaams Belang kon niet terugkeren in het historische partijbastion Antwerpen. Filip Dewinter kondigde aan dat hij als fractieleider opgevolgd wordt door Sam Van Rooy, die ook maar één obsessie kent: de islam. In enkele gemeenten in de rand rond Antwerpen (Stabroek, Schoten), enkele kleinere steden (Turnhout, Sint-Niklaas) en de Denderstreek (Aalst, Denderleeuw, Ninove) kon het Vlaams Belang scoren of toch minstens een deel van het verlies bij voorgaande verkiezingen inhalen.

Vooral de 40% van Forza Ninove van Guy D’Haeseleer is opmerkelijk. Op verkiezingsavond circuleerden al foto’s van de krant De Morgen die aanhangers van Forza Ninove in beeld bracht: de foto van de man die de Hitlergroet brengt, zal nog lang nazinderen. In Denderleeuw is het VB met 26% wel de grootste, maar is de kans dat het cordon sanitaire doorbroken wordt beperkt. In de Denderstreek zijn er heel wat sociale problemen, onder meer door de verdringing van de armere bevolking uit Brussel. Een coalitie met Forza Ninove is niet aan de orde, de ranzige berichten van D’Haeseleer op sociale media maken dit onmogelijk voor N-VA. Ondertussen worden wel de grenzen van het cordon sanitaire afgetast, onder meer door een coalitie van Open VLD en N-VA met ex-VB’er Bart Laeremans in Grimbergen die met een lokale lijst opkwam. Laeremans heeft gebroken met het VB maar minstens één van zijn verkozenen is nog steeds actief als VB-personeelslid.

Van Grieken stelde het resultaat van zijn partij voor als een grote overwinning. Na de forse klappen van de voorbije jaren was het duidelijk dat nieuwe groei mogelijk was gezien de nadruk op migratie. Het VB komt echter niet in de buurt van de resultaten van 2006 (behalve in Ninove en Denderleeuw) en in de grote steden lukt het niet om terug voet aan grond te krijgen. Dit neemt niet weg dat het gevaar van extreemrechts, zeker in de Denderstreek,  groot blijft. Dit wordt versterkt door het feit dat N-VA heel wat standpunten van het Vlaams Belang overnam en ook in deze campagne gretig uitspeelde. Bij de parlementsverkiezingen van volgend jaar zal dit wellicht niet anders zijn: racistische vooroordelen zullen het asociaal beleid op vlak van pensioenen, lonen, uitkeringen en openbare diensten moeten ondersneeuwen.

Sociaal verzet opvoeren!

Voor de arbeidersbeweging toonden deze verkiezingen enerzijds de mogelijkheden om onze bekommernissen naar voren te brengen, maar anderzijds ook dat er meer nodig is om tot een breuk met het huidige beleid te komen. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van mei 2019 moeten we lessen trekken en het sociaal verzet op straat opvoeren.

Zoals De Standaard het maandag samenvatte: “De Zweedse coalitie overleeft, maar is zwaar op de proef gesteld. Haar levensvatbaarheid is bedreigd. De linkerzijde is volop in beweging, maar vormt nog steeds geen alternatief. De extremen van rechts en links rukken op. Stabieler is het politieke landschap niet geworden.” Met dit resultaat stelt er zich een probleem voor de Zweedse coalitie. Dat verklaart wellicht mee waarom De Wever uitdrukkelijk andere opties onderzoekt, zoals de optie van een coalitie waarin de groenen opgenomen worden. Voor de groenen is dat niet evident, de ervaring van de paarsgroene regering die gevolgd werd door een bijna fatale afstraffing is niet vergeten. Anderzijds kan een politieke crisis het ‘staatsmanschap’ onder de groene partijleiders aanwakkeren. De verschillende resultaten langs Franstalige en Nederlandstalige kant kunnen N-VA ertoe aanzetten om het communautair geschut opnieuw boven te halen.

Als wij onze sociale thema’s zoals pensioenen, lonen, uitkeringen en openbare diensten niet zelf op de agenda zetten en dit op een offensieve manier, dan gaan de verkiezingen over de thema’s die anderen bepalen en dit rond hun rechtse invalshoek. Om dat te vermijden, moet het sociaal verzet opgevoerd worden. De vakbonden hebben daar een rol in te spelen, maar ook de PVDA en alle krachten die actief ingaan tegen het besparingsbeleid. De opbouwende acties van 2014 en de informatiecampagne met pensioenkrant in aanloop naar de betoging van mei 2018 gaven aan welke mogelijkheden er zijn.

Regionale militantenbijeenkomsten en personeelsvergaderingen in aanloop naar nieuwe acties zijn nodig. Tegelijk moeten campagnes opgezet worden tegen asociale maatregelen op lokaal vlak en voor eisen als betaalbaar wonen. In actie kan de arbeidersbeweging stappen vooruit zetten. Offensieve eisen en duidelijke doelstellingen, zoals het einde van het besparingsbeleid of een verdubbeling van het aantal sociale woningen, kunnen de betrokkenheid bij de acties vergroten. Dit moet volgens ons gekoppeld worden aan een perspectief van maatschappijverandering: het kapitalisme leidt tot steeds meer ongelijkheid, sociale spanningen en problemen. Dat brachten we naar voren met de lijsten die we indienden in Sint-Gillis (Gauches Communes) en Keerbergen (LSP-Consequent Links) waar we respectief 2,28% en 1,9% haalden. We verdedigden het elders in onze campagnes waarmee we opriepen om voor PVDA te stemmen. Een breuk met het kapitalisme is nodig zodat we kunnen bouwen aan een socialistische samenleving die vertrekt van de noden en behoeften van de bevolking in plaats van de winsten van enkele superrijken.

Print Friendly, PDF & Email