Home / Partijnieuws / CWI Nieuws / Zomerschool. De nieuwe precaire arbeidsvoorwaarden

Zomerschool. De nieuwe precaire arbeidsvoorwaarden

Magazijn van Amazon in Spanje. Foto vanop Wikimedia

Amazon, Uber, Deliveroo, Ryanair, … Multinationals die hun personeel als citroenen uitpersen, worden voorgesteld als ‘vernieuwend’ en ‘modern’. Extreme uitbuiting en precariteit zijn echter helemaal niet nieuw. Bovendien leidt het tot steeds meer strijd en de eerste elementen van gecoördineerde bewegingen van verzet, zoals de stakingsacties bij Ryanair. Op de zomerschool van het CWI was er een commissie over de nieuwe precariteit en het verzet ertegen.

Verslag door Mai (Gent)

Sinds de opkomst van het neoliberalisme ontstaat er, naargelang het land op een verschillend tempo, een groter achtergestelde laag onder de bevolking. Met de hernieuwde crisis van 2007 en 2008 werd dat versneld. We kunnen spreken van een laag werkende armen: zij die vastzitten in precaire en slecht betaalde interimjobs of andere vormen van precariteit (onzekerheid).  Volgens cijfers van de Europese Commissie worden meer dan 122 miljoen Europese werkenden geconfronteerd met precaire arbeid. Het gaat om contracten van korte duur, lonen waarmee men niet waardig kan leven, … kortom onzekere arbeidssituaties die weinig sociale bescherming bieden en die het niet toelaten om toekomstplannen te maken. Zeker in landen als Spanje, Griekenland en Italië is deze laag erg snel aangegroeid.

Het zou fout zijn om te denken dat slechte arbeidsvoorwaarden en onzeker werk een nieuw fenomeen vormen. Zo’n 150 jaar geleden toonde Marx al hoe de kapitalisten werkuren proberen uit te breiden of de werkdruk in de bestaande uren opvoeren als onderdeel van de zoektocht naar meer winst en dat de veiligheid en gezondheid van werkenden worden genegeerd als onderdeel van de concurrentie tussen bedrijven en natiestaten. Er is altijd een laag geweest in de arbeidersklasse die hieruit kon ontsnappen, onder andere door scholing, kennis en vooral de organisatiegraad van de werkende klasse. Toch bleef het grootse deel van de arbeidersklasse deze cyclus ondergaan en stootten pogingen om zich te organiseren op enorme repressie van het staatsapparaat.

De periode na Wereldoorlog Twee vormde een keerpunt. Tot dan hadden de arbeiders in ellendige omstandigheden geleefd met lonen die hen niet toelieten om de auto’s, wasmachines, frigo’s en kookfornuizen te kopen die ze zelf produceerden. De naoorlogse periode van heropbouw, de veralgemening van het Fordisme en massaproductie zorgden voor een snelle toename van de industriële productie in Frankrijk, Italië en elders in Europa. Samen met een opgaande fase van klassenstrijd legde dit in het Westen de basis voor de welvaartsstaat. Daardoor werden de tegenstellingen binnen het kapitalisme tijdelijk wat toegedekt, maar deze kwamen onvermijdelijk terug aan de oppervlakte. Strijd zoals mei ’68 in Frankrijk en in andere landen dwong de kapitalistische klasse evenwel nog steeds tot toegevingen. De gunstige krachtsverhoudingen voor de arbeidersbeweging in de naoorlogse periode ging bovendien tot laat in de jaren 1980 gepaard met een groter socialistisch bewustzijn bij brede lagen van de arbeidersklasse. Dat vertaalde zich ook naar actieve inzet. Dit weerspiegelde zich in de vakbonden. Door druk van de basis van de arbeidersklasse en zeker de rol van de meest militante arbeiders, werd de vakbondsleiding gedwongen verwijzingen naar socialisme te integreren en te behouden.

De Spaanse werkende klasse legde deze weg vertraagd af. Door de dictatuur van Franco ondergingen zij langer zware werk- en leefomstandigheden. Vakantie bestond niet. Werkdagen van 16u waren geen uitzondering. Afdankingen gebeurden zonder compensatie en er was geen medische verzekering. Aangezien de woningen eigendom waren van het bedrijf, betekende jobverlies meteen het verlies van de woning. Voor de Europese werkende klasse was dit een herinnering aan de extreme precariteit en tegelijk een waarschuwing. Als gevolg van de nederlaag van Spaanse revolutie bleven de omstandigheden tot eind de jaren 70 totaal ondermaats. Maar zelfs toen, ondanks bikkelharde repressie, is de arbeidersklasse zich blijven verzetten.

Hoe is het mogelijk dat na decennia van verworvenheden, de arbeidersklasse terug in massale precariteit belandt? De val van de muur van Berlijn en het ineenstorten van de stalinistische dictaturen was een kantelpunt in dit proces. Het werd door de burgerij aangegrepen voor een ideologisch offensief tegen ieder mogelijk alternatief op het kapitalisme. Het zorgde wereldwijd voor enorme demoralisatie in de arbeidersbeweging. Het versnelde het proces van verrechtsing van de sociaaldemocratie met ook een impact onder de vakbondsleidingen. De vertrouwenscrisis van de arbeidersbeweging door demoralisatie, reflecteerde zich in de acties. Dit gaf de ruimte aan de vakbondsleiding om iedere vorm van sociaal verzet te temperen of te controleren door milde ‘symbolische’ concessies, die op termijn nog meer ruimte lieten voor brutale aanvallen op de levenstandaard van werkenden. Het neoliberaal offensief van de afgelopen 40 jaar laat zich dan ook steeds sterker voelen, met onder andere nieuwe handelsakkoorden als TTIP (EU en VS) en CETA (EU en Canada), met als doel handelsbarrières op te heffen en concurrentie tussen multinationals vrij te laten spelen. Landen waar betere condities en sterkere sociale bescherming afgedwongen zijn, komen onder druk om deze gelijk te trekken met brutalere uitbuitingsvormen om de internationale concurrentie aan te kunnen. Publieke diensten worden klaargestoomd voor privatisering.

Interimarbeid, tijdelijke arbeid en privatiseringen laten meer ruimte om de werkenden te verdelen. Bestaansonzekerheid bevordert de angst voor werkenden om in actie te komen. Dat leidt ertoe dat een aantal “linkse” academici de afbraak van de arbeiderscondities als ‘het einde van de arbeidersklasse’ omschrijven en beweren dat “oude” socialistische opvattingen en het marxisme niet langer relevant zijn. Dat het moeilijker is om zich te organiseren, betekent evenwel niet dat het onmogelijk is. Recente ontwikkelingen van strijd bevestigen dit. Duizenden werknemers van Amazon in Duitsland, Spanje en Polen hebben het werk neergelegd tijdens Amazons “Prime Day”, de grootste verkoopperiode van het bedrijf. Ze eisen betere werkomstandigheden, loonsverhoging en een betere dekking van hun gezondheidszorg. In België vond het afgelopen jaar een spontane stakingsgolf plaats in winkelketen Lidl naar aanleiding van de werklast. De emmer liep over in één winkel, de werknemers gingen spontaan in staking en die breidde op een dag uit naar 50 winkels. Dag twee gingen zo’n honderd winkels in staking. De sterkte van die staking is te verklaren doordat het initiatief heel duidelijk van onderuit ontwikkelde. In juni namen Chinese truckers deel aan stakingen en protestacties tegen de stijgende brandstofprijzen, wegentol en een nieuwe app waardoor ze tegen elkaar moeten concurreren om werk te vinden. Meer dan 80% van de Chinese goederen worden met vrachtwagens vervoerd. Deze staking was een enorme klap voor de kapitalistische economie. Het toont hoe hindernissen overbrugd worden als de noodzaak om in actie te komen zich stelt. De sector van de vrachtwagenchauffeurs is er één waar de sociale cohesie door praktische werkomstandigheden beperkter is. Chinese arbeiders hebben te maken met enorme staatsrepressie en het is moeilijk een overzicht te krijgen over de staking door de mediacensuur. Er vonden ook frappante stakingen plaats bij Ryanair, McDonalds, Deliveroo, … In Europa zijn er vandaag misschien minder grootschalige fabrieken dan in het verleden. Maar dit betekent niet dat de arbeidersklasse niet langer de potentiële kracht heeft om een einde te maken aan het kapitalisme.

Hoewel de afgelopen jaren veel tradities van strijd verloren zijn gegaan en de basis van de vakbonden in de meeste landen verzwakt is, plaatst de impact van de crisis van 2007-08 verzet opnieuw op de agenda. Onvermijdelijk zullen de komende periode vraagstukken over de strijdmethodes en de organisaties die nodig zijn om sociale vooruitgang te bekomen weer worden opengentrokken. De noodzakelijkheid van solidariteit tussen de verschillende sectoren en de kracht van een algemene staking  zullen opnieuw ter discussie staan. Doorheen praktische ervaringen zullen deze discussies ook evolueren. De noodzaak aan een alternatief zal zich onvermijdelijk stellen. Dient in dat opzicht het perspectief van een algemene staking enkel om aanvallen te stoppen of kan het ook uitgroeien tot een middel om de macht te grijpen? Met de Linkse Socialistische Partij willen we in deze discussie een rol spelen. Het is ons doel om mee te bouwen aan een politiek verlengstuk van de arbeidersbeweging. Om in staat te zijn in nieuwe protestgolven het perspectief van de opbouw van een ander soort samenleving aan te reiken.

Print Friendly, PDF & Email