Home / Partijnieuws / CWI Nieuws / Marxisten en de nationale kwestie: verslag vanop de zomerschool

Marxisten en de nationale kwestie: verslag vanop de zomerschool

Op 14 juli was er in Barcelona een grote betoging voor de vrijlating van de politieke gevangenen. Een internationale delegatie van het CWI ondersteunde de interventie van Esquerra Revolucionaria. Foto door Michael van SAV (onze Duitse zusterorganisatie).

Het kapitalisme in crisis leidt tot een aftakeling van de autoriteit van alle instanties van het systeem, maar ook tot groeiende spanningen. Dit komt onder meer tot uiting in het scherper worden van conflicten rond de nationale kwesties. Marxisten zijn daar steeds gevoelig voor en vertrekken van het recht op zelfbeschikking. Op de zomerschool van het CWI eind juli was er een commissie over de nationale kwestie. De inleiding ging uitgebreid in op de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd van de afgelopen periode en tijdens de discussie kwamen tal van andere nationale kwesties aan bod.

Verslag door Arne (Gent)

De nationale kwestie vertaalt zich in iedere context verschillend, het is dan ook een kwestie die niet met één programma op te lossen valt, maar waarbij een analyse nodig is die rekening houdt met de historische context. Enkel hiermee kan het karakter van iedere specifieke nationale kwestie begrepen worden.

De heersende crisis, de precaire situatie van de Catalanen en de reactionaire aard van de Spaanse Staat zorgden ervoor dat 80% van de Catalanen steun gaf aan het plaatsvinden van het referendum op 1 oktober 2017. Maar liefst 2,2 miljoen mensen trokken in dat referendum naar de stembus, een opkomst die hoger lag dan bij de Europese verkiezingen in 2014, om er hun recht op zelfbeschikking uit te oefenen. Hiermee gingen ze in tegen het reactionaire karakter van de Spaanse Staat dat tijdens het referendum heel expliciet naar voor kwam. De brutale repressie, maar ook de propaganda van de heersende klasse toonden een reële nationale onderdrukking aan, namelijk die door de Spaanse Staat.

Deze onderdrukking gaat gepaard met een hard besparingsbeleid. Zo werd er tussen 2010 en 2015 met 60% bespaard op middelen voor huisvesting en 17% op de sociale budgetten. Dit toont aan hoe een nationale kwestie quasi altijd tot strijd en bewegingen leidt op basis van groeiende woede rond sociale kwesties.

Het antwoord van de meeste linkse partijen; dat alle nationalisme slecht is, plaatst hen helaas in de positie van de verdedigers van het reactionair Spaans nationalisme en het bijhorend besparingsbeleid. Nochtans zien we ook opnieuw in de context van Catalonië, maar even goed in het Baskenland dat Podemos de grootste partij was in de afgelopen nationale verkiezingen. Helaas weigerde Podemos de onafhankelijkheidsbeweging richting een sociale strijd te sturen, waardoor de leiding van de beweging zo goed als volledig afgestaan werd aan de burgerlijke leiding. Het komt er voor linkse krachten op aan het onderscheid te maken tussen enerzijds strijd voor het zelfbeschikkingsrecht binnen een strijd voor een andere wereld en anderzijds de strijd van de bourgeoisie voor het behoud van hun artificieel gecreëerde zones waarmee ze hun eigenbelang zo groot mogelijk willen houden.

De nationale kwestie is een heel gevoelige kwestie (cfr. Macedonië) en kan een beslissende factor zijn in de ontwikkeling van een klassenstrijd. De opeenstapeling van historische onrechtvaardigheden ten opzichte van de Catalaanse bevolking hebben ervoor gezorgd dat de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd een klassenstrijd werd. Catalonië telt voor gemiddeld genomen voor 19,3% van het BBP van de Spaanse Staat, desondanks is het gemiddeld inkomen per gezin sinds 2008 afgenomen met 20%, wat ertoe geleid heeft dat vandaag 350.000 kinderen, bijna 1 op 4, opgroeit in armoede! Naast deze economisch zwakke positie van de Catalaanse werkende klasse probeert de heersende Spaanse klasse al decennia lang consequent “Cataloniafobie” te introduceren aan de hand van propaganda en maatregelen via media en justitie.

Als reactie tegen de enorme repressie van de Spaanse Staat richtte de Catalaanse bevolking tijdens de periode van het referendum algemene vergaderingen op waarin ze zich organiseerde om te discussiëren over hoe ze hun stemrecht en stemlokalen konden verdedigen, door wie en hoe de stembussen bijgehouden werden en hoe ze ervoor konden zorgen dat het referendum effectief doorging. De comités ter verdediging van het referendum (en daarmee dus de stembussen en stemlokalen) die hieruit opgericht werden bleken, door de enorm brutale repressie en de inbeslagnames van stembussen door de politie, een echte noodzaak.

“Wanneer een marxist en een rechtse kiezer in dezelfde omstandigheden door een agent in elkaar geslagen worden, weet je dat er iets belangrijks gebeurt.” Dit citaat wijst op het belang van de gebeurtenissen. De massamobilisaties, de druk van onderuit, maar ook de manier waarop de Catalanen zich organiseerden, werkten inspirerend en zorgden ervoor dat een groot aantal mensen aan de strijd deelnam. Twee dagen na het referendum was er een van de grootste algemene stakingen sinds lang, gekoppeld aan grote betogingen in de rest van de Spaanse staat zoals in Madrid.

Een groot deel van de Spaanse propaganda was gericht op het vermeende ‘anti-Spaanse’ karakter van de beweging. Dit verwijt werd beantwoord door pro-onafhankelijkheid kiezers die in Spaanse voetbalkledij protesteerden, maar ook door solidariteit uit de rest van de Spaanse staat met de beweging in Catalonië.

In tegenstelling tot de grote linkse krachten in Catalonië en elders in de Spaanse staat begreep de burgerij en het regime heel goed wat er gebeurde. Kort na het referendum startte de burgerij een enorme angstcampagne met de dreiging dat 1500 bedrijven Catalonië zouden verlaten. Ook de ontwikkeling van Spaans nationalistische marsen die een significant aantal mensen op straat brachten, toonde hoe de burgerij samen met links reformistische en oude stalinistische krachten actief de beweging trachtte te breken.

Het zijn linkse krachten die dit soort bewegingen moeten voorzien van een programma om vooruit te gaan in de richting van een bredere klassenstrijd. Een socialistische Catalaanse republiek en een vrijwillige confederatie van socialistische republieken van volkeren en naties die vandaag de Spaanse staat vormen, is wat de Spaanse CWI-sectie Izquierda Revolucionaria naar voren schoof. Bij een beweging als die in Catalonië moeten revolutionairen vooraan staan om ze niet over te laten aan een burgerlijke leiding, maar integendeel de beweging in de richting van een socialistisch perspectief duwen. Dat was ook de benadering van Lenin rond de nationale kwesties in het vroegere tsaristische rijk; een benadering die essentieel was voor het succes van de Oktoberrevolutie in 1917.

Het benaderen van de nationale kwestie is, zoals geïllustreerd in Catalonië, een geheel van tactische beslissingen waarin de slogans en programma bediscussieerd worden rekening houdend met de context waarin de kwestie zich stelt. Elke benadering van onafhankelijkheidsbewegingen is afhankelijk van de belangen van de werkende klasse. We komen steeds op voor de rechten van onderdrukten en nemen daarin de ervaringen van andere regio’s en landen mee. De erg rijke discussie op de zomerschool (met tussenkomsten van activisten uit Taiwan, Tunesië, Noord-Ierland, Spaanse staat, Schotland, Israël/Palestina, België, Rusland, China, …) toonde hoe marxisten elke objectieve situatie waarin de nationale kwestie zich stelt eerst grondig analyseren vooraleer ze een standpunt naar voren brengen. Een internationalistische benadering maakt het mogelijk om de verschillen en raakpunten tussen diverse situaties scherper te zien en onze algemene opstelling niet eenzijdig door de specifieke situatie in eigen land te laten bepalen. Bovendien heeft ook hier de crisis van het kapitalisme een impact op het bewustzijn waar we in onze benadering steeds rekening mee moeten houden.

Een discussie zoals deze op de zomerschool is erg nuttig om een breder begrip te verwerven van ons programma omtrent de nationale kwestie in eigen land gericht op het verdedigen van de belangen van de gehele Belgische werkende klasse.

Print Friendly, PDF & Email