Home / Dossier / De ‘culturele hegemonie van rechts’ overwinnen met durf en vertrouwen rond een socialistisch programma

De ‘culturele hegemonie van rechts’ overwinnen met durf en vertrouwen rond een socialistisch programma

“Er is een culturele hegemonie van rechts, en als je wil ingaan tegen de financiële wereld, de banken en de Europese Commissie, dan vraagt dit tijd.” Dat merkte Raoul Hedebouw (PVDA) in juni in de krant Le Soir op. Rechts is effectief alomtegenwoordig in het publieke debat. En dat heeft effect. Maar we vrezen dat het argument van deze ‘culturele hegemonie’ door de PVDA wordt gebruikt om het perspectief van socialistische maatschappijverandering op heel lange baan te schuiven waardoor in de dagelijkse werking enkel een pragmatisch programma van beperkte hervormingen overblijft. Er is geen brug tussen hervormingen en de fundamentele maatschappijverandering die nodig is om hervormingen te behouden.

dossier door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De kapitalistische klasse controleert niet alleen de productiemiddelen en de handel – de sleutelsectoren van de economie. Ze legt ook haar ideologie op tot ver buiten de eigen rangen. Dit kan door haar dominantie op economisch (geld), politiek (macht) en legaal (dwang) vlak. De controle op de media, onderwijsprogramma’s, … geeft de heersende klasse heel wat instrumenten om de slachtoffers van uitbuiting en discriminatie ervan te overtuigen dat dit nu eenmaal zo hoort. Het gaat zelfs verder: mensen worden ervan overtuigd dat het in hun belang is dat alles blijft zoals het is.

Marx en Engels merkten in de 19e eeuw al op: “De ideeën van de heersende klasse zijn in elk tijdperk de heersende ideeën, dat wil zeggen dat die klasse die de heersende materiële macht in de maatschappij vormt, tegelijk haar heersende geestelijke macht is.” (‘Duitse ideologie’). Het kapitalisme doet er alles aan om ons ervan te overtuigen dat dit het beste systeem is om de samenleving te organiseren en dat er geen alternatief mogelijk is. Men wil ons laten geloven dat de geschiedenis bepaald wordt door opmerkelijke personaliteiten van de elite, en vooral dat de werkenden en jongeren zelf de samenleving niet kunnen veranderen. Verandering kan in het beste geval enkel door volgzaam te vertrouwen op figuren uit het establishment.

“Feiten zijn koppig”

De ideeën van de heersende klasse zijn dan wel dominant, maar ze kunnen wel degelijk betwist worden. Het officiële discours botst stelselmatig op de realiteit van het dagelijkse leven. Zoals Lenin ooit zei: “Feiten zijn koppig.” Dit betekent niet dat de bevolking zich gewoon kan afsluiten van de greep van de dominante ideologie. Maar op bepaalde ogenblikken komen de frustraties en het ongenoegen die soms al een hele periode onderhuids opgebouwd zijn tot uitbarsting.

Het is niet ongewoon om te horen dat Vlaanderen hopeloos ‘rechts en conservatief’ is. Het is trouwens betreurenswaardig dat dit ook door sommige linkse activisten wordt gezegd, soms vanuit een eerlijke moedeloosheid, maar soms ook vanuit een cynische rechtvaardiging van de foutieve stelling dat acties nutteloos zijn. Nochtans…

In december 2014 bleek uit een onderzoek van iVox voor Knack en VTM dat 85% van de Vlamingen voorstander was van een vermogensbelasting op grote fortuinen van meer dan een miljoen euro. 85%! Het idee van een belasting op kapitaalwinsten werd eveneens breed gesteund: 57% van de ondervraagden wilde een belasting op alle inkomsten uit kapitaal en 65% op winsten uit financiële transacties.

Het resultaat van deze peiling kwam niet uit de lucht vallen. Het toonde hoe het gespierde actieplan van de vakbonden in de herfst van 2014 een grote impact had op bredere lagen van de bevolking. Na een militantenconcentratie in september, een fenomenaal grote betoging met 150.000 aanwezigen op 6 november 2014, volgden provinciale stakingen die opbouwden naar een nationale algemene staking die het land volledig platlegde op 15 december 2014. Elke actie bouwde voort op het succes van de vorige. Het sociaal ongenoegen trok als een wervelwind door het land.

Ondanks de intensieve propagandacampagne van zowat alle media tegen de stakers als ‘gijzelnemers’ en de quasi unanieme veroordeling van de acties door de politieke partijen, steunden 55% van de ondervraagde Vlamingen de vakbondsacties. Onder de kiezers van de N-VA was dat 32%. Moeilijk om dat te begrijpen? Niet als je weet dat 80% van de ondervraagden aangaf persoonlijk geraakt te zijn door de maatregelen waarbij 78% vond dat de besparingen ongelijk verdeeld waren.

Helaas hebben de vakbondsleidingen hierna opnieuw alle hoop gevestigd op ‘sociale dialoog’, terwijl de rechtse regering aangeeft dat er niet mee te overleggen valt. De weg van strijd werd verlaten, wat ruimte gaf aan de regering om terug overeind te kruipen. Het resultaat was een verderzetting van de besparingen gecombineerd met een grote nadruk op veiligheid en de kwestie van migratie om zo verdeeldheid te zaaien.

Meer dan een strijd om ideeën

Een strijd om de publieke opinie is een uitdrukking van de strijd tussen de sociale klassen in de samenleving. Verzet tegen de heersende ideologie van de heersende klasse is een uitdrukking van materiële belangen van andere klassen. Trotski merkte in het kader van de Russische Revolutie op: “Hoe meer vastberaden en doelbewust de arbeidersklasse optreedt, des te meer kansen heeft ze om de tussengroepen mee te trekken, des te meer geïsoleerd staat de heersende klasse en des te sterker is de demoralisatie onder deze. Omgekeerd is het verval onder de heersenden koren op de molen van de revolutionaire klasse.” Dat is wat we zagen tijdens het actieplan van 2014: achter de arbeidersklasse in actie verzamelden zich ook de jongeren, de culturele wereld (onder meer via Hart boven Hard), … Er waren zelfs kleine winkeliers die hun winkel of café symbolisch dicht hielden op de stakingsdagen om hun solidariteit te tonen.

Wat dit voorbeeld vooral aantoont, is dat collectieve acties kunnen zorgen voor grote sprongen in het bewustzijn. Hiermee willen we de noodzaak van intensieve sensibilisering en informatie zeker niet ontkennen, dat zijn noodzakelijke onderdelen van de opbouw van collectieve actie. Maar het is vooral tijdens acties dat het bewustzijn snelle en grote stappen kan zetten. Het karakter en de duur van deze verandering worden bepaald door de wijze waarop ze richting krijgen doorheen de strijd. Daar ligt een rol voor politieke organisaties: begeleiden en richting geven aan de ontwikkeling van het bewustzijn op basis van concrete ervaringen in strijd.

Dat is wat Marx en Engels verdedigden in het ‘Communistisch Manifest.’ Ze stelden dat de rol van communisten niet is om zich te beperken tot het vertellen van de waarheid aan de bevolking doorheen propaganda, in de hoop dat dit de mentaliteit voldoende zal veranderen. Ze stelden dat het nodig is om deel te nemen aan klassenstrijd, om samen onder werkenden te zoeken naar een weg om tot daadwerkelijke verandering te komen.

Een andere samenleving afdwingen

Om de rechtse dominantie op de publieke opinie te doorbreken, moeten we eisen en een programma formuleren en verdedigen waarbij we vertrekken van de dagelijkse bekommernissen van de bevolking. Van daaruit maken we een brug naar de noodzaak om wereldwijd in te gaan tegen het kapitalisme. We beperken ons niet tot het vaststellen dat een brede laag in de samenleving voor een vermogensbelasting is, we leggen uit wat nodig is om dit te bekomen en te behouden. De enige manier om een kapitaalvlucht te vermijden, is door de volledige financiële sector in publieke handen te nemen. Dat zou de middelen beschikbaar maken die nodig zijn voor een uitgebreid programma van publieke investeringen in infrastructuur, openbare diensten, … Op basis van een breed gedragen stemming rond de vermogensbelasting komen we zo tot een discussie over een andere organisatie van de economie en de samenleving: socialisme.

Trotski merkte op: “De ‘mogelijkheid’ of ‘onmogelijkheid’ om die eisen te realiseren is in dit geval een kwestie van krachtsverhoudingen, die alleen door de strijd beslist kan worden.” Hij voegde eraan toe: “Revolutionairen zien hervormingen en verworvenheden als een bijproduct van revolutionaire strijd. Als we slechts zouden eisen wat ze ons kunnen geven, dan zouden de heersende klassen slechts een tiende of helemaal niets van wat we eisen geven. Hoe breder en militanter de opstelling van de arbeiders, hoe meer er geëist en afgedwongen zal worden.”

De werkende klasse heeft de kracht om het kapitalisme omver te werpen en te bouwen aan een samenleving waarin een einde wordt gemaakt aan klassenuitbuiting, een samenleving die democratie, gelijkheid en vrijheid laat samengaan en bovendien gebruik kan maken van de meest moderne economische, wetenschappelijke en technologische mogelijkheden. Zoals de Amerikaanse marxist James Cannon stelde, is het de taak van authentieke socialisten om “de werkenden daarop voor te bereiden, hen ervan te overtuigen dat zo’n samenleving wenselijk is en hen organiseren om de komst van zo’n samenleving te versnellen en zo efficiënt mogelijk tot die maatschappijverandering te komen.” Dat is de benadering die LSP verdedigt.