Het boek ‘1968: de grands soirs en petits matins’ van Ludivine Bantigny (1) is één van de vele uitgaven over de revolutionaire uitbarsting in mei 1968. De 50ste verjaardag zorgt voor een nieuwe lading boeken met een wisselende kwaliteit. We kunnen niet alles lezen, er dringen zich keuzes op.

Recensie door Guy Van Sinoy

Het boek van de historica Ludivine Bantigny (universiteit van Rouen) is een goed compromis: het biedt een beter inzicht op de oorzaken van de strijd, de hoop en de emoties van de deelnemers aan mei ’68 (werkenden, studenten, scholieren, landbouwers, militanten, artiesten, vrouwen, …).

Vijftig jaar na datum denken we bij mei ’68 in de eerste plaats aan de barricades in de studentenbuurt van Quartier Latin in Parijs en de straatgevechten tussen studenten en de oproerpolitie CRS. Vanaf 13 mei zag de situatie er in Parijs helemaal anders uit voor de burgerij: de arbeidersklasse kwam in actie. De machthebbers moesten de gezamenlijke acties van studenten en werkenden ondergaan. De revolte trok andere lagen van de samenleving (landbouwers, artiesten, voetballers, …) mee naar wat de grootste algemene staking uit de Franse geschiedenis zou worden.

Dit boek concentreert zich op de gebeurtenissen in al hun diversiteit en niet zozeer op de toespraken van de vaak zelf uitgeroepen woordvoerders. De eerste voortekenen waren er al in 1967 met stakingen en bezettingen, conflicten binnen en tussen vakbondsleidingen, twijfels en aarzelingen onder de machthebbers of bijvoorbeeld de stewardessen die protesteerden tegen hun automatische en discriminerende pensionering op 40 jaar.

Er wordt op de strijd ingegaan, maar ook op het plezier ervan. De tekenaar Siné stelde op 11 mei: “Plots voel ik me niet meer alleen in een vijandige wereld. Ik was samen met mijn broeders, mijn maten. We lachten, zongen en riepen ‘CRS-SS’. Ik was gelukkig, de ogen vol traangas, mijn kledij doorweekt door het waterkanon, een afgebroken veter, mijn chequeboekje dat verloren was gegaan in een race tegen de bandieten van de ordediensten.”

Een arbeider vertelt over het geluk dat hij voelt als hij “in een kleine werkplaats binnenkomt waar er geen vakbond is en waar men onze hulp inroept om de staking te starten, en vervolgens ziet hoe ze zich organiseren, een vakbond en een stakerscomité opzetten. Wel ik zweer je dat ik daar vrolijk van word.”

Een gedetailleerde chronologie van de gebeurtenissen die Frankrijk van begin mei tot eind juni 1968 schokten, biedt dit boek niet (2). Bantigny wil niet “het verhaal” van mei 1968 brengen, maar ons kennis laten maken met de sfeer en de emoties in die maand van revolutie, om ons te laten dromen en ervan te overtuigen “dat we het de volgende keer opnieuw zullen doen, maar dan beter.”

  • ‘1968, De grands soirs en petits matins’, Ludivine Bantigny, (Ed du Seuil, Paris, 2018, 362 p., 25€).
  • Voor een chronologie van de gebeurtenissen en een kijk op hoe de machthebbers mei 1968 onder contrôle probeerden te krijgen, kan je het boek ‘Mai 68, Mémoires’ (Ed Perrin, Paris 2018, 340 p, 9€) van Maurice Grimaud (hoofd van de politie in Parijs in 1968) lezen.