Home / Belgische politiek / Partijen / Kunnen progressieve meerderheden het besparingsbeleid stoppen?

Kunnen progressieve meerderheden het besparingsbeleid stoppen?

Foto: Wilfried

In aanloop naar de lokale verkiezingen later dit jaar en de parlementsverkiezingen in mei volgend jaar, verschuift de nadruk van de discussie over hoe we de besparingen kunnen stoppen zich van het sociale naar het politieke terrein. Eind 2017 deed het Waalse ABVV een oproep voor progressieve meerderheden op regionaal vlak. Op 1 mei werd opgeroepen tot een nieuw sociaal pact. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die oproepen geen dode letter blijven?

Artikel door Alain (Namen) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Een linkse meerderheid in Wallonië?

Volgens een peiling van Le Soir in februari halen PS, PTB en Ecolo samen ongeveer 50% van de stemmen. De doorbraak van de PTB en het gedeeltelijk herstel van Ecolo versterken de discussies over de mogelijkheid van een alternatieve meerderheid. De reacties van de verschillende partijen op die discussie waren uiteenlopend.

Ecolo verklaarde dat het noch links noch rechts is, zonder uit te leggen wat dit concreet wil zeggen op vlak van programma en economisch beleid. De PS reageerde anders. Die partij staat onder druk van de leden van de Gemeenschappelijke Actie (ABVV en socialistische mutualiteit) om een ander beleid te voeren en dit op een ogenblik dat het de laatste hand legt aan de eigen ‘ideeënwerf’ en nog aan het bekomen is van de affaires Publifin en Samusocial. De PS heeft de deur van een progressieve meerderheid niet meteen dichtgegooid, maar baseerde haar dubbelzinnig antwoord op de houding van de PTB, die de komende jaren geen regeringsverantwoordelijkheid wil opnemen, om op te roepen tot een ‘nuttige linkse stem’.

Wat is de politieke ruimte en welk programma is nodig?

Een grote meerderheid van de bevolking wil een ander beleid. Of het nu gaat om de pensioenen of de werkdruk, veel mensen kunnen zich niet vinden in de projecten en de visie van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de regering. Honderdduizenden mensen kwamen in actie tegen de sociale afbraak van de rechtse regering. Een discussie over hoe we deze strijd politiek vertalen, is dan ook belangrijk.

Het sociaal verzet moet zich laten horen door economische en sociale eisen centraal in het politieke debat te plaatsen. Dat gebeurt niet enkel door politieke vertegenwoordigers naar het parlement te sturen. De werkende klasse heeft nood aan verkozenen die een programma en eisen verdedigen die breed bediscussieerd worden in de samenleving. De oproep van het ABVV in Charleroi en Zuid-Henegouwen in 2012 ging in die richting. Die oproep ging gepaard met het uitwerken van een reeks eisen die als basis konden dienen voor kandidaten die onze stem en steun vragen.

In zijn toespraak op 1 mei had Robert Verteneuil, de toekomstige ABVV-voorzitter, het over de nood aan een nieuw sociaal pact. In zijn laatste boek en in toespraken verwijst ook Elio Di Rupo hiernaar. Met de honderdduizenden die zich actief tegen het asociale beleid verzetten, moeten we zien wat mogelijk is. Het is één zaak om iets op papier te zetten, het is iets anders om een krachtsverhouding op te bouwen om het ook effectief af te dwingen en politieke partners te vinden. Het afdwingen van zelfs beperkte sociale hervormingen – zoals de intrekking van de verhoging van de pensioenleeftijd, een minimumloon van 14 euro per uur en collectieve arbeidsduurvermindering zonder loonverlies – zou de krachtsverhoudingen veranderen en hernieuwd zelfvertrouwen aan de arbeidersbeweging geven om deze stappen vooruit te consolideren met echte maatschappijverandering. Zoniet zullen kapitalisten steeds proberen om sociale verworvenheden terug af te bouwen zodra de krachtsverhoudingen veranderen.

De oproep voor progressieve meerderheden kan gebruikt worden om de discussie aan te gaan over zowel onze eisen als de methoden om ze af te dwingen. Het is immers niet omdat linkse partijen een regering vormen dat er ook automatisch een links beleid gevoerd wordt. Daarvoor is er meer nodig: een breuk met de neoliberale besparingswoede, wat iets anders is dan ‘besparingen light’. De eisen uit de pensioenkrant (minimumpensioen van 1500 euro, pensioen van 75% van het laatste loon, …), een kortere arbeidsweek, een massaal plan van publieke investeringen in openbare diensten, … zouden een goed vertrekpunt zijn en kunnen geconcretiseerd worden in de kiescampagnes. We kunnen alle militanten gebruiken om het terrein voor te bereiden op zo’n breuk en te bouwen aan een beweging waarmee we het kunnen realiseren.

Print Friendly, PDF & Email