Een algemene staking en betogingen van nooit geziene omvang doen het Jordaanse regime wankelen. Het protest vindt plaats tegen de achtergrond van een scherpe toename van de levensduurte en een alomtegenwoordige corruptie. De strijd heeft ertoe geleid dat een aantal besparingsmaatregelen werden ingetrokken en ook de premier moest het toneel verlaten. Deze strijdbeweging vertegenwoordigt een nieuwe hoop voor de regio.

Artikel door Shahar Benhorin, Socialistische Strijdbeweging (Israël-Palestina)

Koning Abdullah haastte zich terug van een bezoek aan Albanië en ontsloeg meteen premier Hani al-Mulqi in de hoop dat dit de sociale onrust in het land zou stoppen. Afgelopen woensdag was er een nationale staking door 33 vakbonden. Dit zette de sluizen van de woede onder de bevolking open. Ondanks de ramadan gingen tienduizenden betogers de straten van Amman op.

Op 2 juni bereikten de betogingen in heel wat plaatsen een hoogtepunt. Het totale aantal betogers werd op meer dan 200.000 geschat. De betogingen gingen in de nacht van zondag op maandag gewoon door. Grote kruispunten in Amman en andere steden werden geblokkeerd. Op verschillende plaatsen waren er betogers voor de kantoren van de regering en bedrijven. Er waren verslagen van incidenten waarbij op de politie werd geschoten.

Jordanië wordt gezien als een van de meest ‘stabiele’ landen van het Midden-Oosten. Zelfs de betogingen van 2011-2012, op het hoogtepunt van de revolutionaire golf in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, waren van een beperktere omvang. Het huidige protest is qua intensiteit en omvang ongezien, zelfs in vergelijking met de succesvolle protestbeweging van 1989 tegen economische maatregelen en tegen de regering.

Het IMF gaf een lening aan Jordanië maar dit ging gepaard met dictaten voor een reeks neoliberale maatregelen om het begrotingstekort en de overheidsschulden aan te pakken. Die schulden waren opgelopen tot 96% van het BBP. De begroting, die in januari werd goedgekeurd, omvat een reeks besparingsmaatregelen. Het zorgt voor een sterke verhoging van de belastingdruk op de werkenden. Zo zorgt een nieuwe taks op consumptiegoederen voor prijsstijgingen voor basisproducten, waaronder water en brandstof. De eisen van het IMF botsen op sterk en groeiend verzet.

Brandstofboycot

Vorig jaar ontstonden protestacties tegen de stijgende levensduurte. Er was een boycot van de aankoop van eieren. Honderdduizenden namen hieraan deel. Nu staan activisten aan tankstations met protestborden: “Burger, ik hou je niet tegen om te tanken, maar vraag om de tankstations drie dagen te boycotten.” Op de straten en de sociale media weerklinken slogans tegen de “regering van dieven.”

De aanleiding voor de algemene staking en de massabetogingen was de nieuwe wet die door premier al-Mulqi was voorgesteld als reactie op het IMF. Daarin werden niet alleen de belastingen op bedrijven verhoogd, maar ook die op werknemers. Zelfs de armere lagen van de werkenden worden hierdoor getroffen. Het belastingvrije deel van het loon zakt van 17.000 tot 11.000 dollar per jaar.

De Jordaanse regering stelde op arrogante wijze dat het dit ‘achtergrondgeluid’ van protest wel zou uitzitten en kondigde meteen aan dat de brandstof- en elektriciteitsprijzen voor de vijfde keer dit jaar zouden stijgen. Deze beslissing maakte het ongenoegen nog groter en het leidde tot grotere mobilisaties voor betogingen na de vrijdaggebeden van 1 juni en vooracties de dag erna.

Koning Abdullah kwam tussen en schrapte de laatste prijsstijging, maar dit volstond niet voor de vakbonden en de betogers. De koning hoopt dat een verandering in de samenstelling van de regering de onrust kan stoppen en de politieke stabiliteit doet terugkeren. Bij vorige politieke crisissen lukte dit, maar nu volstaat het niet.

De centrale eis van de beweging is de intrekking van de nieuwe inkomensbelasting. Op 2 juni werd een vaag akkoord gesloten tussen regering en vakbonden waarin beloofd is om een comité op te zetten dat de wetgevende initiatieven moet onderzoeken. Er is echter geen akkoord over de inkomenstaks. Het is waarschijnlijk dat die wet in de koelkast zal verdwijnen, zeker nu tientallen parlementsleden onder druk van het protest zich ertegen uitspraken.

In de betogingen, zeker buiten de hoofdstad Amman, weerklinkt de roep om verder te gaan tot de regering en het parlement vallen. Er waren zelfs slogans voor de afzetting van de koning.

Een volgende algemene staking

De vakbonden van zowel de publieke als de private sector hebben een nieuwe nationale staking aangekondigd voor 6 juni. Momenteel ligt het initiatief nog bij de vakbonden en de organisatoren van de verschillende betogingen. Het regime zit in een defensieve positie, maar de ontwikkelingen zijn nog niet volledig aan de controle van het establishment ontsnapt.

Kroonprins Hoessein ging naar een betoging om de politie-agenten te groeten en hen te vragen om niet op de betogers te schieten. Het regime zou een groter risico lopen indien het probeert om de beweging met brute repressie te stoppen.

De beweging heeft al een impact op gevestigde middenlagen die ook onder economische druk staan, maar ook op stammenleiders die in het verleden een belangrijke steunpilaar van het regime vormden in het indijken van sociaal verzet. Deze middenlagen sluiten nu bij het protest aan.

Als de koning gokt – zoals de premier dit deed – en de IMF-eisen uitvoert met nieuwe besparingsmaatregelen, dan kan de beweging tegen de levensduurte wel eens uitgroeien tot een revolutionaire beweging die het regime zelf omverwerpt. Het dilemma van het regime is dat toegevingen daarentegen de ‘angstgrens’ kunnen wegnemen en het zelfvertrouwen van de massa’s versterken waarna er nog hardere en meer vastberaden acties volgen.

De heersende klassen in de regio hebben redenen om  deze escalatie in de Jordaanse klassenstrijd te vrezen. Het kan het zelfvertrouwen en de strijdbaarheid onder de massa’s in andere landen opnieuw versterken, zodat er een einde komt aan de ‘Arabische winter’ (na het stilvallen van de massabewegingen van 2011). Die ‘Arabische winter’ werd door de heersende klassen, reactionaire krachten en imperialistische machten gebruikt om vernietigende contrarevoluties te steunen of door te voeren, waardoor de hele regio in bloedige conflicten werd ondergedompeld.

De regionale context was ook een centrale factor in het overleven van de rechtse Israëlische regering van Netanyahu de voorbije jaren. Die regering vond steun op basis van een intensieve demagogie rond veiligheid.

Een failliet systeem

Als het regime de besparingsmaatregelen intrekt om de sociale onrust te stoppen, zal het een alternatief economisch plan moeten voorstellen om de ontwikkelende crisis van de sputterende kapitalistische economie af te remmen.

Mogelijk zal het IMF onder druk van de beweging de eisen wat matigen, mogelijk zullen er zelfs voorstellen tot economische ‘hulp’ door kapitalistische machten komen. Dit zal niet volstaan voor structurele antwoorden op de schuldenproblemen, de levenskost, hoge werkloosheid (aangewakkerd door de vluchtelingencrisis) en de groeiende woede tegenover de ongelijkheid. Vrouwen in Jordanië gaan gebukt onder een grote genderongelijkheid. Ondanks een van de beste onderwijsniveaus in de regio, vindt slechts een beperkt aantal vrouwen werk.

Het regime zal wellicht proberen een aantal maatregelen uit te stellen, maar het zal blijven proberen om de structurele economische problemen aan te pakken met een neoliberaal beleid waarbij het Jordaanse en buitenlandse kapitaal de werkenden gemakkelijker en harder kan uitbuiten.

De Moslimbroederschap heeft vorige betogingsgolven en politieke crisissen kunnen benutten. Nu steunt het de monarchie en pleit het voor een rechtse pro-kapitalistische agenda. De Moslimbroederschap speelt nu geen centrale rol in de beweging. Arbeidersorganisaties en jongeren leiden het protest. Dit bevestigt het potentieel voor een meer efficiënte strijd tegen besparingen, armoede, corruptie, repressie en ongelijkheid. Dat zou meteen ook de mogelijkheid bieden om op te komen voor een alternatief beleid dat vertrekt van de belangen van de werkenden, armen en jongeren.

Dat is uiteraard een heel ander politiek project dan de vage oproepen door delen van de middenklasse voor een ‘regering van nationale redding.’ Gelijk welke ‘alternatieve’ regering die de crisis op kapitalistische basis probeert op te lossen, zelfs indien toegevingen worden gedaan om de woede onder controle te krijgen, zal vroeg of laat moeten buigen voor de eisen van de heersende klasse voor aanvallen op de werkende klasse in een poging om het systeem te stabiliseren.

Een regering die echt ‘redding’ brengt, moet bestaan uit directe vertegenwoordigers van arbeidersorganisaties, jongerenbewegingen en lokale organisaties. Deze regering zou de strijd moeten leiden tegen de rijke koninklijke familie, de superrijke kapitalisten en de imperialistische bedrijven. Enkel dan kan een einde gemaakt worden aan armoede en werkloosheid om echte democratie te vestigen op basis van een beleid van socialistische verandering.

De ontwikkelingen in Jordanië zijn een lichtpunt, samen met de herleving van de massale protesten van de inwoners van de Gazastrook. Het wijst op een terugkeer van de broodnodige strijd in de regio tegen corrupte elites, onderdrukkende regeringen en failliete regimes.