Home / Edito - Op de werkvloer / Michel moet gas terugnemen na massale pensioenbetoging

Michel moet gas terugnemen na massale pensioenbetoging

Massale betoging illustreert het gebrek aan legitimiteit voor pensioenhervorming 

Wie beweert dat betogen niets uithaalt, werd vorige maand met de pensioenbetoging van antwoord gediend. Pensioenminister Bacquelaine had vooraf aangekondigd niet te zullen wijken, maar volgens de patronale krant De Tijd werd het puntenpensioen feitelijk ten grave gedragen. Volgens Le Soir beschikt de regering niet meer over voldoende legitimiteit om haar plannen onverminderd door te drukken en zal ze eerst de kaap van de verkiezingen willen nemen. De massale opkomst heeft heel de teneur rond pensioenhervorming doen omslaan, maar gewonnen hebben we nog niet; dat kan enkel als we nu niet stilvallen en doorgaan met een ernstig actieplan.

Artikel door Eric Byl uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Wat zou er gebeurd zijn als we maar met 30.000 waren? Dat cijfer verspreidden de media toen de betoging net begonnen was, voor het herzien werd naar 55.000 volgens de politie, 70.000 volgens de vakbonden. De regering zou dat geïnterpreteerd hebben als een vrijgeleide om het been stijf te houden over de zware beroepen, de gelijkgestelde periodes en om het puntenpensioen in de steigers te zetten. De media zouden vooral geschreven hebben over fileleed. Het patronaat zou uitgebazuind hebben dat langer studeren, langer leven en sneller op pensioen gaan onhoudbaar is. Veel werknemers zouden vervallen zijn in fatalisme.

Dat is dus niet gebeurd. Het illustreert dat patronaat en regering niet zomaar wegkomen met halve waarheden en volle leugens. Dat we langer op de schoolbanken zitten, komt doordat de jobs die het patronaat aanbiedt steeds langere studies vergen. Gecorrigeerd na inflatie en in prijzen van 2016, zijn we vandaag elk gewerkt uur 5,6 keer productiever dan in 1950. Zelfs als we de daling van het aantal werkuren in rekening brengen, levert elke werknemer jaarlijks nog steeds 4,2 keer de waarde af van toen. Het aantal gepensioneerden is toegenomen, maar bijlange niet in die mate. Wel in die mate toegenomen en nog veel meer zijn de bedrijfswinsten, burn-outs en depressies, doordat de pees vandaag voortdurend gespannen staat, niet omdat we onze vrije tijd volproppen met hobby’s zoals het patronaat beweert.

Bart De Wever (N-VA) vond de betoging “onbegrijpelijk” en de pensioenhervorming “even onafwendbaar als de klimaatverandering” om tot een “gezonde loonkostenverhouding te komen.” We weten meteen waar het hem om te doen is. Raoul Hedebouw (PVDA) legde in het parlement uit waarom De Wever ons niet begrijpt: hij zou goed zijn voor een maandpensioen van 6.500 euro! Nadat hij de pensioenleeftijd en die voor vervroegd pensioen heeft opgetrokken, de gelijkgestelde periodes geschrapt en het einde aangekondigd van de preferentiële tantièmes, verwondert pensioenminister Bacquelaine zich erover dat de vakbonden zich verzetten tegen “nieuwe rechten voor werknemers.” Dat is nadat hij de oude, veel betere rechten heeft afgeschaft. Omdat een leugen geloofd wordt als je ze maar vaak genoeg herhaalt, vervolgt De Wever: “we hebben altijd gezegd dat we aan verworven rechten niet gaan raken.”

Zelfs De Standaard moest erkennen dat de vakbondsstrategie haar vruchten afwerpt. “Het verschil met de vorige betoging, op 19 december vorig jaar, viel op.” De Standaard wijt dat terecht aan een betere voorbereiding, onder meer “de uitgave van de pensioenkrant.” Hoe dan ook, op veel werkplaatsen kwam de opkomst voor het eerst opnieuw in de buurt van die in 2014, toen een opbouwend actieplan de regering deed wankelen, maar de vakbondsleiders helaas het vuur doofden waardoor de regering zich kon herstellen. Die fout mogen we niet herhalen. De regering zal wellicht de vakbondsleiders trachten te paaien door enkele gelijkgestelde periodes wel nog te erkennen of door de enveloppe van 40 miljoen euro voor de zware beroepen op te trekken. Het puntenpensioen zal op de lange baan worden geschoven en in een andere vorm later opnieuw opduiken. We mogen daar geen genoegen mee nemen, maar moeten een ernstige strijd voeren om de eisen van de pensioenkrant effectief te realiseren. Zoals we schreven in ons pamflet op 16 mei: “Bij een sterke opkomst blijft alles mogelijk, maar enkel als we niet stilvallen en doorgaan met een ernstig actieplan.”

Op de betoging pleitte een kleine minderheid voor algemene staking. Dat maakt zeker deel uit van een ernstig actieplan, maar is geen passe partout die je zonder minutieuze voorbereiding afkondigt. Een spontane beweging rond de werkdruk, vergelijkbaar met de langdurige spontane stakingen in de gevangenissen en de NMBS voor de zomer van 2016, zou de nood aan een sectorale of zelfs een interprofessionele algemene staking nog voor deze zomer kunnen opwerpen. Maar in het algemeen denken we dat provinciale militantenbijeenkomsten om de betoging, de stand van zaken inzake pensioenen en de volgende acties te bespreken, beter beantwoorden aan de staat van de beweging. Dat zou een uitstekende aanloop zijn voor personeelsvergaderingen in gemeenschappelijk vakbondsfront op de werkvloer en nationale concentraties nog voor de zomer om data te prikken in het najaar voor provinciale stakingsdagen nog voor de gemeenteraadsverkiezingen en een nationale algemene staking nog voor het eindejaar.

Dat zou de hele politique politicienne van de kaart vegen en het sociale opnieuw centraal maken. Een algemene staking stelt onvermijdelijk de kwestie van de macht. De vakbondsleidingen weten even goed als wij dat de eisen van de pensioenkrant een linkse meerderheid vergen die bereid is te breken met de alomtegenwoordige besparingspolitiek van deze en vorige regeringen en die ons opgelegd wordt door Europa. Het patronaat aarzelt niet om haar politieke bondgenoten eisen op te dringen. Als de vakbonden hun eisen even ernstig nemen, moeten ze de politieke partners zoeken en versterken die dit in beleid willen omzetten en de banden breken met diegenen die daar niet toe bereid zijn. Die eisen realiseren en consolideren binnen het systeem waarin enkel geproduceerd wordt voor winst, is onmogelijk. De vakbonden moeten samen met die van de omringende landen dat systeem bestrijden met een alternatief waarin geproduceerd wordt voor de behoeften van de overgrote meerderheid van de bevolking en niet voor het vermeerderen van de opgestapelde rijkdom van een handvol kapitalisten.