Home / Internationaal / Europa / Verslag van de grote actiedag tegen Macron in Frankrijk afgelopen zaterdag

Verslag van de grote actiedag tegen Macron in Frankrijk afgelopen zaterdag

Actief Linkse Studenten en Linkse Socialistische Partij namen deel aan Marée Humaine tegen Macron in Parijs

De Franse president Macron is nu ongeveer een jaar aan de macht. Zijn verkiezing was het gevolg van een bijzondere samenloop van omstandigheden zoals het enorme diskrediet van de traditionele politieke partijen en het feit velen in de tweede ronde Le Pen absoluut wilden stoppen. Macron beseft dat dit een unieke opportuniteit is. Hij wil ze benutten om drastisch komaf te maken met een aantal historische verworvenheden van de Franse arbeidersbeweging. Hij stoot daarbij op hardnekkig verzet, ook van de spoorbonden, die twee maand lang twee dagen per week staken. Maar Macron zal niet licht toegeven: hij beseft dat het erop of erover is.

Door Sander en Eric

Op hetzelfde moment worden universiteiten bezet door studenten die protesteren tegen de manier waarop Macron en zijn rijken-regering de democratisering van het onderwijs willen terugschroeven. Overdag zijn er pogingen van de politie om de campussen te ontruimen, ‘s nachts zijn het dan weer neofascistische bendes die het vuile werk van de politie overnemen. De woede is algemeen, de staking breidde uit naar verschillende sectoren.

Het heeft een tijd geduurd, maar uiteindelijk is de belangrijkste politieke tegenstander van Macron, La France Insoumise (LFI) van Mélenchon, erin geslaagd een breed front te smeden in wat het een “marée humaine”, een vloedgolf van mensen, noemt. Mélenchon riep ook op tot het vormen van mobilisatiecomités voor 26 mei. Dat is een aanzet om de strijd constructief en georganiseerd voort te zetten. De Actief Linkse Studenten en de Links Socialistische Partij gingen hun solidariteit betuigen bij de grote betoging van 26 mei in Parijs, maar ook in verschillende andere Franse steden was er protest.

LFI, CGT, PCF, Action, ZAD en verschillende radicaal linkse partijen, sociale organisaties en vakbonden ondersteunden de oproep van Marée Humaine om over het hele land een golf van protest te laten weerklinken. De opkomst was aanzienlijk, naar verluidt 280.000 over heel Frankrijk en de sfeer was strijdbaar. De slogan “Macron un an, ça suffit!” was een perfecte uiting van de woede die er is tegen de verderzetting en het opdrijven van het neoliberale beleid van zijn voorgangers. Toch werd het niet de overrompeling die sommigen gehoopt hadden en hoewel strijdbaar, waren er ook elementen van gelatenheid duidelijk merkbaar onder de betogers.

Verschillende deelnemers legden ons uit dat de verdeeldheid van links een ernstige rem vormt op de beweging. Velen waren het met ons eens toen we stelden dat Lutte Ouvrière (LO), Nouveau Parti Anticapitaliste (NPA) en Hamon er fout aan gedaan hadden om tijdens de 1ste ronde van de presidentsverkiezingen vorige lente hun kandidatuur niet in te trekken ten voordele van Mélenchon. Twee weken voor verkiezingsdag was al heel duidelijk dat hun kandidaten de tweede ronde niet zouden halen. Ze hadden toen perfect kunnen uitleggen dat ze een uitstekende campagne achter de rug hadden, maar zelf geen kans maakten, en ondanks diens beperkingen hun kandidatuur introkken ten voordele van Mélenchon. Dat zou links niet alleen in een veel betere positie hebben geplaatst voor de tweede ronde, maar ook vandaag éénheid in de strijd vereenvoudigd hebben.

De meest betogers waren het met ons eens dat de oproep van Mélenchon om naar 26 mei mobilisatiecomités te vormen, een uitstekend initiatief was. Op de vraag hoeveel van hun collega’s en/of buren meegekomen waren, was het antwoord helaas meestal teleurstellend. Er waren ook geen echte delegaties uit de bezette campussen of van secundaire scholen. Kortom, het is niet omdat men het in het algemeen eens is met een oproep, dat men ook begrijpt hoe die concreet op het terrein uit te voeren. Dit zijn oude tradities die voor een groot stuk verloren gegaan zijn. Hoe belangrijk de sociale media ook waren voor de kiescampagne van Mélenchon en de lancering van La France Insoumise, het volstaat niet om dit te herstellen, daarvoor is een democratische debat- en organisatiestructuur vereist. Mélenchon en La France Insoumise moeten daar dringend werk van maken.

De leiders van de vakbonden, de brandstof van het protest, hopen dat Macron “van zijn voetstuk neerdaalt om naar het volk te luisteren.” Het is echter een illusie dat Macron zal luisteren en via sociaal overleg afgeremd kan worden. Op de vraag of de CGT Macron wil wegstaken, antwoordt Martinez helaas expliciet neen. Bij FO werd de algemeen-secretaris omwille van zijn gebrek aan strijdbaarheid afgezet en vervangen. Men kan en mag niet rekenen op de goodwill van een regering en een president voor wie het erop of erover is. In België hadden we in 2014 een gelijkaardige situatie, het eerste actieplan van de vakbonden bracht de regering aan het wankelen. Er was toen zelfs sprake van een voorlopige tussenregering om de gemoederen te bedaren. Het uitblijven van een nieuw actieplan begin 2015 met als startpunt een 48 urenstaking liet de regering de kans om zich te herstellen. De beweging werd in het defensief gedrongen en tot vandaag voelen we daar de gevolgen van.

Het is daarom dat onze Franse zusterorganisatie, Gauche Revolutionnaire, op de betoging opriep voor een nationale stakingsdag in juni. Als de vakbonden en LFI Macron en zijn regering niet ten val brengen, dreigt hetzelfde scenario als in België. De regering doen vallen is één zaak, maar wat stel je dan in de plaats? Dat brengt ons terug naar de verdeeldheid van links. Op de betoging in Parijs kreeg die zelfs een fysieke uitdrukking: PCF, Parti Ouvrier Indépendant Démocratique (POID), NPA en LO hadden elk hun eigen delegatie, hetgeen we best kunnen begrijpen, maar wat er bij ons veel moeilijker in gaat, is het feit dat de ordedienst van elk van hen hun blok hermetisch afsloot voor buitenstaanders, enkel LFI en NPA hadden een opener houding. Dat belemmert niet alleen de dialoog en de uitwisseling van ervaringen onder de verschillende deelnemers aan de betoging, maar kan er ook op wijzen dat de leidingen van die partijen elk debat van bovenaf willen controleren.

Er zou integendeel vanuit de beweging, van onderaf als je wil, een programma bediscussieerd en uitgewerkt moeten worden. Alle krachten, linkse partijen, sociale organisaties en vakbonden zouden rond dit programma samen gebracht moeten worden, hetgeen de basis zou leggen voor een arbeidersregering die niet langer de winsten van een kleine elite centraal stelt, maar de middelen aanwendt om de behoeften van de overgrote meerderheid te voldoen. Op dit ogenblik lijkt dit voor de meeste betogers een onbereikbare wensdroom. Toch vonden we het belangrijk die idee nu al aftastend in de beweging te gooien, we zijn er immers van overtuigd dat naarmate de klassenstrijd openlijker gestreden wordt, steeds meer arbeiders en jongeren die idee zullen omarmen. Zodra een idee gedragen wordt door bredere lagen in de maatschappij wordt ze een maatschappelijke kracht.