Home / Edito - Op de werkvloer / Waarom de federale ambtenaren staken op 30 april

Waarom de federale ambtenaren staken op 30 april

ACOD-actie op 27 februari

  • “30 april zal geen eenmalige staking zijn” (ACOD)
  • “In de maand mei volgen er nog meer acties” (ACV-Openbare Diensten)

Aanstaande maandag, 30 april, gaan de federale ambtenaren in gemeenschappelijk vakbondsfront in staking. Dat is opmerkelijk. Goed twee maand geleden nog maar, op 27 februari, organiseerde het socialistische ACOD op haar eentje een staking bij de overheidsdiensten. Die actie was gericht tegen de pensioenhervorming. Toen pasten de christelijke en de liberale vakbonden nog voor actie om voorrang te geven aan overleg. Sindsdien maakten de federale regering en haar N-VA minister Vandeput het echter zo bont dat alle personeel op de achterste poten staat en het gemeenschappelijk vakbondsfront prompt hersteld is. Voor het ACOD zal dit geen éénmalige staking zijn en ook ACV-Openbare Diensten kondigt nu al aan dat er in mei meer acties zullen volgen.

Door Eric Byl

De directe aanleiding voor de woede van het ACV is de weigering van Vandeput om voor 30 april een brugdag toe te kennen. Dat lijkt kleinzerig en zal door de regering ook zo voorgesteld worden, maar is het gevolg van een “harmonisering” van de verlofregeling. Het is de druppel die de emmer doet overlopen. Sinds vorige zomer lanceren de federale regering en Vandeput de ene aanval na de andere op het federale ambtenarenapparaat. Het afwijzen van de brugdag komt bovenop de afschaffing van de vaste benoemingen, van het ziektekrediet en de invoering van interim arbeid. Deze en andere maatregelen zijn gericht op een “redesign (hertekening) van de federale overheid”, die naar verluidt “slanker en efficiënter” moet.

Daarmee zijn we terug aanbeland bij het beeld dat rechts al tientallen jaren verspreidt over de openbare diensten, dat van een log en inefficiënt apparaat. In de jaren ’80 fulmineerde de toen nog ultra-liberale Verhofstadt over het “ontvetten” van de staat. De catastrofale gevolgen van zijn sloopwerk dragen we nog steeds, maar de staat is er ook onder hem niet kleiner op geworden. Hetzelfde gebeurt nu met Vandeput. Hij zou de overheid “snoeien om te groeien”. Van het aantreden van de regering tot september vorig jaar verdwenen maar liefst 16.600 jobs bij de federale overheid, maar dat leidt niet tot de beoogde efficiëntie, integendeel, de federale overheidsdiensten draaien in de soep.

Hoe komt dat? De maatschappij heeft de voorbije tientallen jaren niet stil gestaan. Relatief eenvoudige overheidstaken zijn complexer geworden. Denk maar aan de pensioenen. Ooit waren gemengde carrières uitzonderlijk en doorliepen de meeste werknemers een hele loopbaan bij één, hooguit twee werkgevers. Hun pensioen berekenen was relatief éénvoudig. Vandaag zijn carrières een ingewikkeld kluwen van allerlei statuten en is het berekenen van de pensioenen een tijdrovend proces dat door steeds minder mensen geklaard moet worden. Hetzelfde geldt voor belastingontwijking en belastingontduiking: vandaag is dat een heuse spitstechnologie. Er zijn ook een reeks nieuwe overheidstaken. Het winstbejag in de voedingsindustrie vereiste de creatie van een voedselagentschap waarvan meer dan 20 jaar geleden nog geen sprake was. Er zijn nu energieregulatoren, bestrijders van cybercriminaliteit en terrorisme, milieunormen, inburgeringscursussen enz.

Vandeput wil het overheidsapparaat vereenvoudigen en afslanken om efficiënter te worden, maar wil niet horen dat de taken alsmaar complexer worden en steeds nieuwe noden en specialiteiten vereist. Hij beweert te willen moderniseren, maar wil eigenlijk terug het slanke staatsapparaat van voor de industrialisatie, laat staan het cybertijdperk. Uiteraard kunnen bepaalde taken via informatisering gestandaardiseerd worden, maar als het erom gaat om de regelgeving te doen naleven, zal het veel meer ambtenaren op het terrein en veel meer investeringen vereisen om de whizzkids van de privésector bij te houden.

Vandeput valt alle ambtenaren aan, maar in de eerste plaats de zwakste. Zo wil hij het ziektekrediet voor federale ambtenaren vervangen door 30 dagen gewaarborgd loon per jaar. Na die 30 dagen zullen ambtenaren terug vallen op 60% van het loon. Je zal maar het slachtoffer worden van kanker, een hartaandoening, een zwaar ongeval, een burn-out. Vandeput maakt de regeling voor ambtenaren nóg nadeliger dan wat geldt voor contractuelen of voor werknemers uit de privésector. Bij een terugval hebben zij opnieuw recht op gewaarborgd loon, een statutaire ambtenaar daarentegen zou geen ziektedagen meer over hebben.

Als het van de federale regering afhangt zullen voortaan alleen ambtenaren in zogenaamde ‘gezagsfuncties’ nog benoemd worden. Weg dus de werkzekerheid, nochtans de grootste troef voor het werken bij de federale overheid. Bij de federale overheid zijn er vooral gespecialiseerde functies die een zekere mate van kennis, ervaring en competenties vereisen. Als het statuut verdwijnt, zullen die nog gemakkelijker weggekocht worden door de privésector. Zal de regering die dan vervangen door onervaren interimkrachten? Zullen zij onze belastingaangifte verwerken? Zullen zij zonder kennis van zaken de veiligheid van ons voedsel controleren? Bovendien zijn interimkrachten dubbel zo duur als een gewoon personeelslid bij de overheid.

Minister Vandeput verdedigt zich door erop te wijzen dat er meer promotiekansen voor iedereen zullen zijn. Dat hij vereenvoudigt, moderniseert en de ongelijkheden uit het verleden wil wegwerken. ‘Zijn de vakbonden daar tegen?’ vraagt hij demagogisch. De vakbonden wijzen erop dat promotiekansen niet beschermen tegen afdanking wanneer de dienst in het kader van een staatshervorming naar de gewesten en gemeenschappen overgeheveld wordt. Bovendien, zeggen ze, leidt Vandeput het federaal openbaar ambt alsof het een kleine KMO is: onderwijs en diploma’s zijn niet langer belangrijk, werkzekerheid geen must en personeelstekorten worden opgevuld door interimkrachten. Dat werkt misschien in een KMO, maar het federaal ambt vereist neutraliteit, objectiviteit en continuïteit! De voorstellen van minister Vandeput zullen leiden tot nog meer willekeur en vriendjespolitiek.

De pensioenleeftijd werd verhoogd tot 67. Velen hebben het moeilijk om tot die leeftijd aan de slag te blijven. Maar de minister maakt het er niet gemakkelijker op door het ziektekrediet af te schaffen en de verlofregeling te herzien. Langer werken, en tegelijk de mogelijkheden om werk werkbaar te houden afbouwen, is onhoudbaar. Niets is zo eigen aan de ambtenaar als zijn statuut. Hij geniet een speciale rechtsbescherming omdat de werkgever van politieke kleur kan veranderen. Die bescherming wordt gegarandeerd door het statuut. Het is geen normaal arbeidscontract waarin beide partijen het eens moeten zijn over de voorwaarden. Een ambtenaar wordt eenzijdig aangesteld door de overheid en heeft geen enkele inspraak in zijn loon- of arbeidsvoorwaarden. Hij heeft slechts het recht om te eisen dat de regels die vastgelegd zijn in het statuut worden nageleefd. Als het statuut wegvalt, valt ook de garantie op een neutrale behandeling weg. Zonder vaste benoeming, worden ambtenaren totaal afhankelijk van een politieke overheid.

Er zijn meer dan redenen genoeg om collectief actie te voeren met inbegrip van stakingen. Helaas denken de vakbondsleidingen teveel dat iedereen ten volle mee is met de impact van de maatregelen en zijn hun inspanningen om dat op te helderen ondermaats. Wellicht zal de staking op 30 april een succes worden, maar ze is nauwelijks of niet gekoppeld aan personeelsvergaderingen op de werkvloer en pogingen om zoveel mogelijk ambtenaren maximaal te betrekken bij piketten en andere acties. Het gevaar van een dergelijke strategie is dat de inzet niet langer aangevoeld wordt als een conflict tussen het personeel en de overheid, maar als een tussen de vakbonden en de overheid, met het personeel als toeschouwer. Hopelijk grijpen militanten de staking van 30 april aan om dit bij te stellen.