Home / Op de werkvloer / De Lijn / Duur openbaar vervoer nefast voor mobiliteit en milieu

Duur openbaar vervoer nefast voor mobiliteit en milieu

Foto: Jean-Marie

De voorbije weken was er in de media heel wat aandacht voor internationale mobiliteit. Busmaatschappijen als Flixbus kennen een opmars omdat ze goedkope reizen in Europa aanbieden. Ook vliegen is voor internationale verplaatsingen veelal een pak goedkoper dan met de trein reizen. Terecht wordt opgemerkt dat dit rampzalig is voor het milieu, maar doorgaans komen de antwoorden niet verder dan het voorstel om vliegen duurder te maken. De vakantiemogelijkheden van gewone werkenden drastisch beperken, is blijkbaar het enige antwoord dat de gevestigde krachten kunnen verzinnen.

Na jarenlang besparen op openbaar vervoer swingen de prijzen de pan uit. De meest recente prijsverhoging is die voor de trein tussen België en Nederland. Een weekendretour Brussel-Amsterdam zal niet langer 55 euro, maar 96 euro kosten! Die prijsverhoging kan deels omzeild worden door vroeg te boeken: dan kost het ‘maar’ 68 euro. Aanleiding voor de drastische verhoging is de snellere verbinding die geopend wordt en, vreemd genoeg, het argument dat de trein in het weekend “te populair” werd (De Tijd, 9 april). Met de auto reizen, is hierdoor een pak goedkoper dan met de trein. De liberalisering van het internationaal reizigersverkeer heeft niet geleid tot goedkopere prijzen en meer mogelijkheden! Wat als dit straks ook met het binnenlands reizigersverkeer gebeurt?

Hetzelfde zien we bij De Lijn: sinds 2012 steeg de prijs voor een abonnement met gemiddeld 33% en dat van een gewoon ticket met 21%. Voor korte ritten betaal je met een rittenkaart 1,6 euro (tegenover 0,9 euro in 2012) en met een enkel ticket zelfs 3 euro. Met zulke prijzen neem je toch al sneller de wagen in plaats van de bus? Volgens De Lijn zijn de stijgingen beperkt tot de indexeringen en een grotere sprong in 2015. Wie zijn loonbriefje vandaag vergelijkt met dat van 2012 zal opmerken dat er geen sprake is van een indexering die oploopt tot 20 à 30%. We kregen amper meer loon door indexverhogingen en er werd zelfs een indexsprong opgelegd waardoor we loon verliezen. De woordvoerder van minister Weyts (N-VA) praat het goed: “De Lijn is nog altijd goedkoper dan de tegenhangers in de andere regio’s van dit land en in de buurlanden.” Wie regelmatig een uurtje of langer in een file op de ring van Antwerpen of Brussel doorbrengt, heeft daar echter boodschap aan.

Het resultaat van de prijsstijgingen bestaat uit een toename van het autoverkeer op een ogenblik dat er al een ernstige mobiliteitscrisis is. Voor buitenlandse reizen is de optie van openbaar vervoer steeds minder realistisch wegens te duur. Wie de trein overweegt voor pakweg een reis naar het zuiden van Frankrijk of Spanje, komt niet verder dan de vermelding van het prijskaartje. Dat laat ruimte voor private bedrijven die goedkope verbindingen aanbieden door te besparen op personeel en kwaliteit, waarbij bovendien op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met het milieu. Enkel de winsten tellen.

Om hier verandering in te brengen, moet er een einde komen aan de besparingen op openbaar vervoer. Er zijn publieke middelen om te investeren in oorlogstuig en fiscale cadeaus aan grote bedrijven, maar niet om te antwoorden op de mobiliteitscrisis? Een drastisch plan van publieke investeringen kan het vervoersnet versterken en de prijzen sterk naar beneden halen. Waarom bijvoorbeeld geen gratis bus- en tramvervoer aanbieden om de steden te ontlasten? Dat zou pas een circulatieplan zijn! Goedkoper treinverkeer, ook op internationale verbindingen, kan de trein interessant maken voor reizigers. Maar ook voor wie pendelt: waarom zou je  in de file staan als je goedkoper en sneller ter plaatse kan geraken met openbaar vervoer?

In plaats van de gewone bevolking te bestraffen voor de vervuilende winstzucht van het kapitalisme, moet er fors geïnvesteerd worden in openbaar vervoer zowel als antwoord op de mobiliteitscrisis als voor de bescherming van de luchtkwaliteit en het milieu.