Home / Internationaal / Azië / Sri Lanka: terugkeer van het sectair conflict?

Sri Lanka: terugkeer van het sectair conflict?

Een huis van moslims in Kandy werd vernield door Singalese nationalisten.

Acht jaar geleden kwam er een einde aan de burgeroorlog in Sri Lanka. Het regime van de Sinhalese boeddhistische meerderheidsbevolking haalde een militaire overwinning op de Tamil Tijgers (LTTE) waarbij meer dan 40.000 burgerslachtoffers vielen. Acht jaar later zijn er nog steeds honderden vermisten en politieke gevangenen onder de Tamilbevolking. Nu dreigt een nieuwe escalatie van geweld door boeddhistische extremisten tegen de moslimminderheid. Op 6 maart werd na geweld tegen moslims in de stad Kandy de noodtoestand uitgeroepen.

Artikel door Geert Cool uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Nationale verdeeldheid tegen eengemaakt protest

De Tamilminderheid woont vooral in het noorden en het oosten van het land. Een meerderheid van hen is hindoe, een deel is christelijk geworden tijdens de kolonisatie. De moslimminderheid woont vooral in het oosten van het land en in de hoofdstad Colombo. Velen zijn daar actief als handelaar, de meesten werken hard voor een klein inkomen maar er zijn ook een handvol superrijke moslims die een groot deel van de detailhandel domineren. Historisch gaat de verspreiding van de islam terug tot de komst van de eerste Arabische handelaars in de 7e eeuw. De meeste moslims in Sri Lanka spreken Tamil, maar worden niet gezien als onderdeel van de Tamilbevolkingsgroep.

Vanaf de jaren 1980 tot in 2009 was er een bloedige burgeroorlog tussen het Sinhalese regime en de Tamilminderheid, waar de guerrillabeweging LTTE (Tamil Tijgers) een steeds dominantere positie innam. Deze burgeroorlog werd opgehitst door het establishment na groeiend protest van de arbeidersbeweging tegen het opkomende neoliberale beleid eind jaren 1970, begin jaren 1980. De tradities van strijdbare vakbonden en linkse partijen werden hiermee grotendeels gebroken. Ook de voorloper van onze Sri Lankese zusterpartij, die een belangrijke rol speelde in de algemene staking van 1980, werd verboden en moest ondergronds werken, waardoor de groei niet kon geconsolideerd worden.

De burgeroorlog kende periodes van relatieve rust waarbij de LTTE in de praktijk een eigen regime vormde in het noorden van het land. Daar kwam een einde aan met de tsunami van 2005. Het Sinhalese regime onder leiding van de ‘linkse’ president Rajapakse (SLFP, Sri Lanka Freedom Party) maakte van de natuurramp gebruik om de eigen positie te versterken: hulp werd vooral ingezet in de eigen kiesdistricten en om zichzelf te verrijken. Dit werd gekoppeld aan een sterker chauvinisme tegen de Tamilminderheid. De verantwoordelijkheid voor sociale problemen werd toegeschreven aan de burgeroorlog en de Tamilbevolking. Ook de zogenaamd ‘marxistische’ partij JVP ging een heel eind mee in deze logica: de partij maakte deel uit van de eerste regering onder Rajapakse in 2005.

Het regime van Rajapakse ging over tot een militair offensief waarmee de Tamilbevolking afgeslacht werd. In de laatste maanden van de oorlog in 2009 alleen vielen tienduizenden slachtoffers. Het einde van de oorlog betekende echter niet het einde van de massale investeringen in het leger ten koste van onderwijs, gezondheidszorg, … Rajapakse werd hiervoor afgestraft in de verkiezingen van 2015. Er kwam een nieuwe regering onder leiding van de rechtse United National Party, gesteund door de Tamil National Alliance in het noorden van het land. Deze nieuwe regering maakte grote beloften, maar de meerderheid van de gewone bevolking zag geen sociale vooruitgang wat ruimte liet voor extremistisch chauvinisme. Gesteund door boeddhistische stoottroepen die het straatgeweld niet schuwen, boekte Rajapakse in de lokale verkiezingen van 10 februari 2018 een klinkende overwinning op de regering: hij haalde meer dan 40% van de stemmen. Rajapakse kwam dan wel met een eigen partij op, hij blijft ook lid van de SLFP van president Sirisena die niet sterk genoeg stond om Rajapakse en zijn aanhangers uit te sluiten.

Geweld tegen moslims en noodtoestand

De verkiezingsoverwinning van Rajapakse versterkt het zelfvertrouwen van extreemrechtse nationalisten die meteen overgingen tot geweld. De regering heeft deze nationalisten nooit iets in de weg gelegd, terwijl er wel brutale repressie was tegen acties van studenten, landbouwers, …  Het gebrek aan economische groei en het nog groter gebrek aan sociale vooruitgang voor de meerderheid van de bevolking leidt tot frustraties waar rechtse populisten op inspelen met een boodschap van verdeeldheid en haat. Het is tegen deze achtergrond dat er een toename is van geweld tegen moslims en tegen de linkerzijde die zich hiertegen verzet. Nadat de Tamils verslagen werden in 2009 wordt de aandacht nu op de moslims gevestigd.

In de regio rond Kandy werden begin maart moskeeën, huizen en winkels van moslims aangevallen. Het ging om een georkestreerde provocatie geleid door extremistische boeddhistische monniken. De regering reageerde door op 6 maart de noodtoestand uit te roepen en sociale media aan banden te leggen. De regering veroordeelt het geweld, maar biedt er geen antwoord op. Meer nog: alle fracties van het establishment gebruiken Sinhalees nationalisme om steun te behouden tegen de achtergrond van een politieke en economische crisis. Met het oog op stemmen van Tamils en moslims gaan de UNP en de fractie van president Sirisena in de SLFP er niet zo ver in als Rajapakse.

De steun van de politieke elite onder de Tamils en de moslims aan de regering-Sirisena en de UNP wordt steeds meer betwist. Bij de lokale verkiezingen in februari was er voor het eerst een versnippering onder verschillende partijen in het noorden. Onder moslims waren er protestacties tegen het geweld, maar de leiders proberen het protest te bedwingen en behouden illusies in de regering.

Er is nood aan een massapartij die opkomt voor betere omstandigheden voor alle werkenden en jongeren, zowel Sinhalezen, Tamils als moslims. Zo’n partij moet zich verzetten tegen het neoliberale beleid van onder meer privatiseringen van zorg en onderwijs. Eenheid van de werkende klasse is het enige antwoord op de chauvinistische en racistische krachten. De United Socialist Party, onze zusterpartij in Sri Lanka, probeert op moedige wijze mee te bouwen aan zo’n kracht en verdedigt de rechten van alle minderheden in het land als onderdeel van een programma van socialistische maatschappijverandering. De campagne Tamil Solidariteit draagt er vanuit de diaspora, waaronder een aantal activisten in ons land, eveneens toe bij.