Home / Internationaal / Europa / Verzet tegen zionisme is niet hetzelfde als antisemitisme

Verzet tegen zionisme is niet hetzelfde als antisemitisme

Linkse socialisten op 1 mei in Tel Aviv. Onze zusterorganisatie in Israël/Palestina komt in moeilijke omstandigheden op voor een socialistisch antwoord op het brutale regime.

In Groot-Brittannië wordt op schandalige wijze uitgehaald naar Labour-voorzitter Jeremy Corbyn. Dit gebeurt met het argument dat hij ‘antisemitisch’ zou zijn omwille van zijn verzet tegen het brutale Israëlische regime. Deze campagne heeft nu ook een staartje in ons land gekregen. Er kwamen protestverklaringen uit rechtse hoek tegen het eredoctoraat voor Ken Loach aan de ULB in Brussel. Wij zijn het niet volledig eens met de benadering die Ken Loach inneemt (zie dit dossier met enkele bedenkingen bij de BDS-campagne). Maar het moet duidelijk zijn dat verzet tegen zionisme niet hetzelfde is als antisemitisme. Tevens is het duidelijk dat de huidige aanvallen op Corbyn vooral een excuus zijn om de linkerzijde te bestrijden. Hieronder twee artikels die in maart in weekblad ‘The Socialist’ verschenen.

Beschuldiging van antisemitisme: nieuwe poging om Corbyn te bestrijden

Edito van The Socialist 27 maart 2018

Corbyn. (foto door Paul Mattson)

De Blairistische meerderheid van Labour parlementsleden zal de leiding van Jeremy Corbyn nooit aanvaarden. Corbyn won de tweede voorzittersverkiezingen die de Blairisten hem in 2016 oplegden op overtuigende wijze, maar nu blijven ze uitkijken naar elke mogelijkheid om hem te ondermijnen, te beschadigen en uiteindelijk af te zetten.

De laster over het ‘antisemitisme’ van Corbyn bouwt voort op een commentaar van twee lijnen die Corbyn in 2012 op Facebook maakte.

Rechts parlementslid Luciana Berger voert de aanval aan. Ze suggereerde dat Corbyn zich had verzet tegen de verwijdering van een antisemitische muurschildering in oost Londen. Rechtse Labour-parlementsleden vielen over elkaars voeten om zo snel mogelijk de muurschildering aan te klagen. In 2015 stelde de Jewish Chronicle dat er een “antisemitische ondertoon” was in het werk. Deze parlementsleden proberen vooral de eigen zetels veilig te stellen. Zo wordt Luciana Berger bedreigd met afzetting door de basis van Labour in Liverpool Wavertree. Daartoe wordt niet geaarzeld om in te spelen op oprechte angst voor antisemitisme.

Corbyn reageerde dat hij de verwijdering van de muurschildering “volledig” had ondersteund. Dat volstond niet voor de rechterzijde van Labour die vastbesloten was om samen met de Board of Deputies of British Jews en de Jewish Leadership Council de zaak zo hard uit te melken als mogelijk.

Parlementslid John Mann weigerde op de BBC te verklaren dat Corbyn geen antisemiet is. De journaliste die hem interviewde las enkele verklaringen van Corbyn zelf die uitdrukkelijk en krachtig alle vormen van racisme en antisemitisme veroordeelt. Ze vroeg Mann: “Het lijkt alsof het er niet toe doet wat hij zegt, het is nooit goed genoeg voor mensen als u.”

In zijn eigen studententijd was Mann zelfs geen voorstander van het recht van de Israëli’s op een eigen staat. Hij verzette zich sterk tegen de positie van Militant, onze voorloper, dat opkwam voor een socialistisch Israël naast een socialistisch Palestina. Mann stelde toen dat er één kapitalistische staat moest zijn waarin beide nationaliteiten samenleven.

De rechtse woede tegen Corbyn werd nog groter toen hij een lid van het schaduwkabinet aan de deur zette. Het ging om Owen Smith die zich eerder kandidaat had gesteld als uitdager van Corbyn in de voorzittersverkiezingen. Smith was tegen het overeengekomen partijstandpunt ingegaan en gaf openlijke steun aan het idee van een tweede referendum over de EU.

Het feit dat de BBC voor het programma waar Mann sprak naar eigen zeggen geen enkel parlementslid van Labour kon vinden dat Corbyn wenste te verdedigen, spreekt boekdelen over de samenstelling van de parlementaire fractie. Er zijn vooral rechtse parlementsleden die zich net als de gevestigde media niet laten tegenhouden door de feiten als ze een hysterische campagne tegen Corbyn kunnen voeren. Het uitgangspunt is dat als er genoeg modder wordt gegooid, er hier of daar wel iets zal blijven plakken. Corbyn wordt zelfs beschuldigd op basis van Facebook-berichten die niet van hem waren.

De aanval moet beantwoord worden. Dit moet niet op een defensieve vergoelijkende wijze gebeuren, maar met een energiek tegenoffensief.

Israël

Diegenen die de linkerzijde van ‘antisemitisme’ beschuldigen, erkennen soms dat kritiek op het Israëlische regime niet hetzelfde is als antisemitisme. Maar ze halen bewust beide zaken door elkaar met de stelling dat kritiek op het Israëlische beleid een ‘dekmantel’ is voor antisemitisme.

Dit is een poging om in te gaan tegen de linkerzijde die zich tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden verzet en die zich uitspreekt tegen alle vormen van racisme en antisemitisme. Sommigen ter linkerzijde hebben vanuit hun steun aan de Palestijnse zaak verkeerde politieke standpunten ingenomen over Israël (zie hieronder), maar dit betekent niet dat er sprake is van antisemitisme in de arbeidersbeweging.

Een recente studie van het Institute for Jewish Policy Research gaf aan dat er onder mensen die zichzelf ‘rechts van het centrum’ situeren een hoger percentage is met “minstens één antisemitische opstelling.”

Tijdens de brutale oorlogen van het Israëlische leger in Gaza werden Joodse groepen verwelkomd op de grote anti-oorlogsbetogingen en waren er ook sprekers van deze groepen. Op deze acties waren er een groot aantal moslims. Deze eenheid in actie versterkt de solidariteit met de oorlogsslachtoffers en onderdrukten, deze solidariteit versterkt ook de arbeidersstrijd in Groot-Brittannië zelf.

Diegenen die Corbyn en de linkerzijde van antisemitisme beschuldigingen willen de arbeidersbeweging verdelen en verzwakken. Hun zoveelste poging om Corbyn aan de kant te schuiven is daar een onderdeel van.

Hypocrisie van de Blairisten

Antisemitisme komt vooral bij extreemrechts voor. Het zijn socialisten en syndicalisten die vooraan staan in de strijd tegen racisme, neonazisme en antisemitisme. De rechterzijde binnen Labour speelt daar amper of zelfs geen rol in.

De leiding rond Corbyn heeft steun gegeven aan disciplinaire sancties in gevallen waar er mogelijk sprake is van antisemitisme, soms gebeurde dit zelfs op een bijzonder overdreven wijze. In 2016 heeft Momentum, de groep binnen Labour die Corbyn steunt, zijn eigen vicevoorzitter afgezet. Dat was Jackie Walker, zelf van Joodse afkomst. Ze werd afgezet na een harde mediacampagne tegen opmerkingen die ook volgens Momentum op zich niet antisemitisch waren. Walker werd ook geschorst als lid van Labour.

De houding van de rechterzijde van Labour en van de Tories tegenover antisemitisme is helemaal anders als het uit een andere hoek komt. Waar blijft hun kritiek op Saoedi-Arabië waar “moskeeën en scholen al decennialang een antisemitisch venijn verspreiden dat niet meer gezien werd sinds de nazi’s,” om het in de woorden van het rechtse magazine Spectator te zeggen?

Toen de schaduwminister van buitenlandse zaken Emily Thornberry in het parlement een motie voorstelde waarin de regering werd opgeroepen om de steun aan de Saoedische bombardementen van Jemen op te zeggen in afwachting van een VN-onderzoek, waren er meer dan 100 Labour-verkozenen die weigerden om voor deze motie te stemmen. Onder hen ook John Mann, Liz Kendall, Wes Streeting en Luciana Berger.

Terwijl links beschuldigd wordt van antisemitisme, blijft rechts stil over de wetten die in het Israëlische parlement gestemd worden en die schokkend racistisch zijn tegen Palestijnen die in Israël wonen, om nog maar te zwijgen over de gedwongen verhuizingen van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en de racistische discriminatie die er schering en inslag is en niet moet onderdoen voor antisemitisme.

Op het partijcongres van Labour werd vorig jaar ‘Jewish Voice for Labour’ opgezet tijdens een meeting met meer dan 300 afgevaardigden. De groep verzette zich tegen de aanvallen op Corbyn die ondersteund werden door de ‘Jewish Labour Movement’ en andere rechtse groepen. Jewish Voice for Labour kreeg amper aandacht in de massamedia, terwijl het protest tegen Corbyn breed uitgesmeerd werd. JVL verklaarde voorstander te zijn van een “open, democratische en inclusieve” partij en voor de “rechten van Joodse mensen en tegen de onrechtvaardigheden tegenover Palestijnen en andere onderdrukte volkeren.”

Dergelijke standpunten zijn belangrijk en erg welkom. Ze moeten gepaard gaan met eisen en druk voor concrete maatregelen om Labour effectief te democratiseren, onder meer met een verplichte herselectie en verkiezing van kandidaten voor de parlementsverkiezingen.

De nieuwe laster over ‘antisemitisme’ tegen Corbyn en de hysterie van beschuldigingen rond Russische spionage zullen wellicht niet pakken. Maar het zijn wel waarschuwingen van de dringendheid van een tegenoffensief.

Verzet tegen zionisme is geen antisemitisme

Door Bob Labi

Noch de organisatoren van de ‘open brief’, de Board of Deputies (BDBJ), noch de Jewish Leadership Council (JLC), beweren dat ze alle mensen van Joodse afkomst of aanhangers van de Joodse religie in Groot-Brittannië vertegenwoordigen. Maar ze geven wel graag die indruk. Beide instanties zijn federaties van vertegenwoordigers van Joodse organisaties zoals synagogen, liefdadigheidsinstanties en politieke groepen. Ze vertegenwoordigen niet de mensen van Joodse afkomst die geen lid zijn van dergelijke organisaties op diegenen die tot de snel groeiende Charedi (ultra-orthodoxe) Joodse gemeenschap behoren. Die laatste is momenteel goed voor ongeveer 16% van de Britse Joden.

Zowel BDBJ als JCL verdedigen het zionisme en proberen ten onrechte om elk verzet tegen zionisme gelijk te stellen met antisemitisme. Zoals de huidige JCL-voorzitter Jonathan Goldstein het vorig jaar stelde: “We benadrukken en zijn trots op onze historische band en onbreekbaar engagement voor het land van onze voorvaderen, de staat Israël.”

Historisch waren veel Joden, mensen van Joodse afkomst en Joodse organisaties anti-Zionistisch. In 1917 schreef de toenmalige voorzitter van de BDBJ naar de Times om zich uit te spreken tegen zionisme omdat deze strekking “alle Joodse gemeenschappen ter wereld ziet als een thuisloze nationaliteit.”

Deze standpunten worden door de huidige BDBJ-leiders niet afgedaan als antisemitisch, maar er wordt toch scherp afstand van genomen: “Met het voordeel van inzichten die een eeuw langer omvatten, zijn we zeker dat onze voorlopers” nu akkoord zouden zijn dat Israël “de ultieme beschermplaats voor de Joodse bevolking is en een plaats waar de Joden over hun eigen toekomst beslissen.”

De massale slachtpartij van miljoenen Europese Joden in de holocaust van de nazi’s, het feit dat veel Joden die de nazi’s probeerden te ontvluchten geen visa kregen van andere landen, en de vele anti-Joodse rellen en pogroms in Europese en Arabische landen heeft er ongetwijfeld toe geleid dat veel Joden, waaronder ook niet-religieuze Joden, Israël effectief zien als een ‘ultieme beschermplaats.’ Dit is nochtans niet het geval.

Onze voorlopers waren het eens met de waarschuwingen van Trotski in de jaren 1930 toen die stelde dat het opzetten van een specifieke Joodse staat op een grondgebied dat al bewoond wordt door niet-Joden een val zou zijn voor de Joden die hiernaar verhuizen. In Israël is er een constante vrees om een oorlog te verliezen en de ‘zee ingedreven’ te worden. Dat is een uitdrukking van het feit dat het opzetten van Israël geen oplossing was voor de dreigingen waarmee de Joden geconfronteerd werden. Dat was een belangrijk argument toen onze voorlopers zich verzetten tegen het opzetten van Israël.

Naderhand erkenden we echter dat er in de decennia sinds 1948 een Israëlische natie en een Israëlische arbeidersklasse is ontwikkeld. Dat betekent dat we opkomen voor de volledige rechten van de Palestijnen, maar ook moeten ingaan op de sociale en nationale kwesties waarmee de Israëlische arbeidersklasse geconfronteerd wordt.

Onder de oprichters van de JCL waren er een aantal Joodse kapitalisten die zich gezien hun klassenpositie uiteraard tegen socialisme verzetten. Tot voor kort werd JCL geleid door Sir Mick Davies die in juni 2017 aangesteld werd als topman van de Conservatieve Partij.

Mensen van Joodse origine behoren zoals alle volkeren tot verschillende klassen: kapitalisten, middenklasse en werkende klasse. Ze hebben ook verschillende politieke standpunten. Internationaal hebben mensen van Joodse origine een prominente rol gespeeld in de arbeidersbeweging. De nazi’s vielen het marxisme zelfs aan als een ‘joodse samenzwering’, maar tegelijk waren er in fascistisch Italië een aantal Joden lid van de Zwarthemden van Mussolini, tot er ook daar vanaf 1938 anti-Joodse wetten werden ingevoerd.

Vandaag zijn het kapitalistische en pro-kapitalistische elementen die zowel BDBJ als JLC domineren. Dat is waarom hun ‘open brief’ niet gewoon een kritiek op Corbyn is, het is ook gericht tegen socialisten in het algemeen die aangeklaagd worden omwille van wat “de obsessieve haat van radicaal links tegen het zionisme, zionisten en Israël.”

Met dergelijke propaganda negeren de pro-kapitalistische BDBJ en JCL-leiders het standpunt van de Socialist Party, de sterkste linkse kracht in de vakbonden, en van onze zusterorganisatie in Israël/Palestina, de Socialistische Strijdbeweging. In plaats daarvan gebruiken ze fouten en stommigheden van sommige individuen en kleine groepen om wat ze ‘radicaal links’ noemen in het algemeen aan te vallen.

We verzetten ons tegen de poging om verzet tegen zionisme met antisemitisme gelijk te stellen. Verzet tegen zionisme betekent niet antisemitisch verzet tegen de Joden, mensen van Joodse afkomst of de Israëlische arbeidersklasse. Zoals in alle kapitalistische landen is er ook in Israël klassenstrijd en we steunen de strijd van zowel de Israëlische als de Palestijnse werkenden tegen de kapitalisten en tegen onderdrukking.

De Socialist Party en de Socialistische Strijdbeweging komen op voor een gezamenlijke oproep aan beide nationaliteiten voor het recht op hun eigen staten op socialistische basis, met volledige rechten voor alle minderheden in die staten. Dit is enerzijds een duidelijke verwerping van dwang zowel tegenover Palestijnen als Israëli’s. Tegelijk is het een oproep voor het omverwerpen van het kapitalisme om zo de levensstandaard van alle werkenden te kunnen optrekken.

Het is niet uitgesloten dat een gezamenlijke strijd van Palestijnen en Israëli’s kan leiden tot de creatie van één staat die een socialistische maatschappijverandering doorvoert. Maar om daar te geraken, is het noodzakelijk om eerst de rechten van de twee volkeren te erkennen.