‘Een doel zonder plan is slechts een wens’ (Antoine de Saint-Exupéry)

Pensioenbetoging in decemlber vorig jaar. Foto: Mario

Paul Magnette had gelijk in zijn interview met De Standaard op 3 maart: “Rechts zal pas plooien als het schrik heeft.” Ondanks de onderlinge spanningen, de tanende populariteit en blunderende ministers, heeft de rechtse regering momenteel weinig schrik. De reden daarvoor moet bij het gebrek aan voldoende sterke oppositie gezocht worden. Nochtans is het potentieel voor zo’n oppositie groot.

Edito door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Zwakke regering

Ondanks alle besparingen op onze lonen (met onder meer de indexsprong maar ook alle extra taksen op energie, suiker, tabak, …), ondanks de aanvallen op de pensioenen en ondanks de criminalisering van zwakkeren in de samenleving, haalt de regering de eigen doelstellingen niet. Er is geen begrotingsoverschot en de staatsschuld neemt niet fundamenteel af. Wat de regering bij ons bespaart, is al lang terug uitgegeven aan fiscale en andere cadeaus voor de superrijken.

De regering probeert het beperkte economisch herstel aan het gevoerde beleid toe te schrijven. Het besparingsbeleid maakt echter dat wij niets van die groei voelen. Volgens een studie van het Europees Vakbondsinstituut ETUI lag het reële loon in België vorig jaar 1,1% onder dat van 2010. In dezelfde periode nam de productiviteit met 6,6% toe. De werkenden zijn er slechter aan toe. Steeds meer mensen vallen uit de boot: 21,5% van de bevolking heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

Dit beleid ondermijnt de populariteit van de regering. Volgens de peiling van VTM en Het Laatste Nieuws van 9 maart komt de regering nog aan 72 van de 150 Kamerzitjes. Met de vier gepeilde zetels voor CDH erbij, is er nog een heel nipte meerderheid mogelijk. Of deze tot aan de verkiezingen van mei 2019 zal standhouden, is erg onzeker.

Bovenop de gevolgen van het besparingsbeleid wordt de positie van de regering onderuit gehaald door eigen geflater. Het meest recente is de poging tot doofpotoperatie rond de leugens om de aankoop van F35-gevechtsvliegtuigen door te drukken. Minister Steven Vandeput (N-VA) wist naar eigen zeggen van niets, dat excuus betekent dat hij zijn eigen legertop niet onder controle heeft. Alleszins is het moeilijk om uitgelegd te krijgen dat miljarden aan gevechtsvliegtuigen worden besteed terwijl de oude nog niet aan vervanging toe zijn, terwijl er geen geld is voor pensioenen, infrastructuur of openbare diensten. Toen de N-VA nog in de oppositie zat, omschreef het de mogelijke aankoop van F35’s als “budgettaire zelfmoord”, “zeker in tijden van besparingen.” (persbericht 19 oktober 2011).

Het onderlinge geruzie tussen de coalitiepartners, vooral tussen de Vlaamse partijen, vervolledigt het beeld van een zwakke regering.

Hoe deze zwakke regering schrik aanjagen?

Paul Magnette wist in het interview met De Standaard wat rechts in het verleden schrik aanjoeg. “Toen men na de Eerste Wereldoorlog vreesde voor een communistische revolutie, voerde men het algemeen stemrecht en de achturendag in.” De dreiging van een massabeweging en de versterkte positie van de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog zorgden ervoor dat de sociale zekerheid werd opgezet. Magnette erkent daarmee wat we in onze februarikrant schreven: “Deze regering zal pas toegeven als ze in haar bestaan bedreigd wordt.” In beide periodes deden toenmalige prominente partijgenoten van Magnette er alles aan om met hervormingen van bovenaf een revolutie van onderuit te stoppen.

Als de regering standhoudt, komt dit omdat de zwakheden niet of amper benut worden door de oppositie. Ze delen elkaars zwakke punten. Wie gelooft de PS als ze oppositie voert tegen schandalen terwijl de eigen mandatarissen zich rijkelijk uitbetalen met geld dat voor daklozen bestemd is? Hoe kan die partij zich geloofwaardig verzetten tegen de aankoop van de F35’s als de eerste stappen voor deze miljardenuitgave aan de wapenindustrie onder minister De Crem in een regering met de PS gezet werden? En zo kunnen we wel nog even verder gaan.

We willen een einde aan het besparingsbeleid. Er is een plan nodig om dit doel effectief te realiseren. Daarbij kunnen we bouwen op het breed ongenoegen dat niet alleen in de peilingen tot uiting komt, maar ook in elke syndicale actie, zelfs diegene zonder opbouw of vervolg. Een potentieel blijft echter niet eeuwig bestaan: het momentum dat opgebouwd werd door de betoging en stakingen in de herfst van 2014 kreeg geen vervolg waardoor militanten afhaakten en de impact op de publieke opinie verminderde. Goed voorbereide acties die opgebouwd worden met personeelsvergaderingen en duidelijke doelstellingen naar voor schuiven aangepast aan de concrete situaties in elke sector, zouden een verschil maken. Maar de vakbondsleiders lijken vandaag niet bereid om verder te gaan dan een brede informatiecampagne rond de pensioenen, waarbij deze campagne op de verkiezingen en niet op acties wordt gericht.

Het is een gevaarlijke strategie om op de verkiezingen te wachten. Als het ongenoegen niet georganiseerd wordt, kan woede omslaan in fatalisme of zelfs cynisme. In zo’n context kunnen racistische vooroordelen en provocaties ingang vinden. Met soms erg expliciete nieuw rechtse en Trumpiaanse invloeden zal N-VA niet aarzelen om daar gebruik van te maken. Dan is een tweede regering-Michel niet uitgesloten.

Gemeenteraadsverkiezingen

Voor de parlementsverkiezingen zijn er nog de lokale verkiezingen van oktober. Langs Nederlandstalige kant bieden deze een kans om in heel wat steden PVDA’ers in de raden verkozen te krijgen. Langs Franstalige kant leidt de mogelijkheid van progressieve coalities van PS, Ecolo en PTB tot enthousiasme. Het idee van zulke coalities wordt ook vanuit het FGTB naar voor gebracht. Dit kan aangegrepen worden om een strijdbaar programma op basis van de sociale noden te verdedigen in acties en campagnes. De PTB moet het enthousiasme gebruiken om in het offensief te gaan. Dit zou druk zetten op de PS om naar links te kijken en niet naar een of andere ‘grote coalitie’ met de MR.

De groeiende steun plaatst de PVDA voor uitdagingen. Deelname aan bestuur zonder een verschil te maken, kan tot een snelle afstraffing leiden. Dat bleek met Syriza in Griekenland, maar ook met de rake klappen voor de Nederlandse SP in de lokale verkiezingen van 21 maart. Er moet een krachtsverhouding opgebouwd worden om een confrontatie met het kapitalisme aan te gaan. Dat vereist mobilisatie en organisatie rond een strijdprogramma, maar ook een politieke voorbereiding van bredere lagen doorheen open en democratische debatten. Concrete voorstellen en maatregelen zijn essentieel, maar we moeten ook aangeven wat nodig is als het establishment dit probeert tegen te houden. Dat vereist een perspectief van democratisch socialisme. Binnen de grenzen van het kapitalisme zijn er immers geen marges om een ander beleid te voeren.