Home / Internationaal / Europa / Duitse metaal bekomt loonopslag, maar meer was mogelijk!

Duitse metaal bekomt loonopslag, maar meer was mogelijk!

Voor het eerst sinds lang ging de Duitse vakbond IG Metall in actie voor hogere lonen en een kortere arbeidsweek. Met 930.000 werknemers zet de Duitse metaal de toon, ook bij ons. De eisen van 6% opslag en de mogelijkheid van een 28-urenwerkweek spraken tot de verbeelding. De waarschuwingsstakingen van 24 uur werden goed opgevolgd na een informatiecampagne en betogingen.

De angst bij de werkgevers zat er goed in. “We willen niet dat de bedrijven lang plat liggen en de straten met rode vlaggen gevuld worden,” merkte een topman van de werkgeversfederatie op. Alleen al in Baden-Württemberg ging door de 24-urenstaking een omzet van naar schatting een kwart miljard euro verloren. De actiebereidheid was er, maar de leiding van IG Metall heeft de gunstige positie onvoldoende gebruikt.

Voor het eerst sinds lang werd de arbeidsduur terug op de agenda gezet. Dat heeft een positief effect: in veel sectoren is er niet alleen discussie over de lonen maar ook over de sterk toegenomen werkdruk. Jammer genoeg werd niet gepleit voor een collectieve arbeidsduurvermindering met volledig behoud van loon en bijkomende aanwervingen, zoals destijds bij de overgang van 40 naar 35 uur. Het bleef beperkt tot de mogelijkheid van een individuele arbeidsduurvermindering.

Er werd een maandelijkse opslag van 6% geëist. Met de recordwinsten in de sector en de stijgende prijzen, is dat nog een erg bescheiden eis. Er is in Baden-Württemberg een akkoord gesloten over 4,3% vanaf 1 april en een eenmalige premie van 100 euro voor januari tot maart. Daarbij moet opgemerkt worden dat het akkoord 27 maanden in plaats van 12 loopt. Vanaf 2019 komt er eenmalig 400 euro bij en een jaarlijkse premie van 27,5% van een maandloon. Die premie kan omgezet worden in acht vrije dagen, een soort tijdskrediet. Een tijdelijke individuele vermindering van de arbeidstijd tot 28 uur per week met loonverlies wordt eveneens mogelijk.

Tegelijk zijn er door de vakbonden toegevingen gedaan op het percentage werknemers dat per bedrijf 40 uur per week werkt in plaats van de overeengekomen 35 uur. In technologiebedrijven kan dit zelfs oplopen tot de helft van het personeel. De werkgevers verklaarden: “We hebben binnengehaald wat voor ons belangrijk was.” Het blijft ook afwachten wat er op vlak van arbeidstijd zal bekomen worden in het oosten van Duitsland, waar gemiddeld drie uur per week langer wordt gewerkt.

De krant Der Spiegel vond het opmerkelijk dat IG Metall niet doorzette met een nationale staking in de sector, “aangezien de machtsverhoudingen aanzienlijk in het voordeel van de vakbonden zijn opgeschoven.” Tegen de achtergrond van economische groei zijn de werkgevers hun belangrijkste argument, de dreiging van jobverlies, verloren. Een landelijke staking had de werkgevers zoveel pijn gedaan dat ze “al gauw alles zouden ondertekend hebben,” aldus Der Spiegel (6 februari) die opmerkt dat dit het einde van het “constructieve collectieve overleg” zou betekend hebben. De leiding van IG Metall was niet bereid om die stap te zetten en stelt zich ook welwillend op tegenover de ‘grote coalitie’ van SPD en CDU/CSU.

Met de waarschuwingsstakingen hebben de Duitse vakbonden aangetoond dat ze een factor van belang zijn en dat het argument dat vakbonden achterhaald zijn geen steek houdt. Ze toonden de actiebereidheid en de impact van opbouwende strijd. Tegen de achtergrond van economische groei ging dit gepaard met een groot zelfvertrouwen om offensieve eisen te stellen rond lonen en arbeidsduur. Dat zal ongetwijfeld ook in ons land een impact hebben.

 

Dit artikel is gebaseerd op een langere analyse door Sozialistische Alternative (SAV), onze Duitse zusterorganisatie. Je kan hun analyse hier nalezen (in het Duits).