Home / Edito - Belgische politiek / De aanvallen op onze pensioenen stoppen door offensief verzet!

De aanvallen op onze pensioenen stoppen door offensief verzet!

De regering-Michel weet van geen ophouden. Na de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar, wordt nu gezocht naar extra drukkingsmiddelen om ons langer te doen werken. Dat gebeurt met het plan van een pensioen met punten, maar mogelijk ook door de regeling voor zware beroepen die er nog niet is en door meteen al een discussie op te starten over de pensioenen in de publieke sector. Als we niet willen werken tot we er letterlijk bij neervallen, moet het huidige beleid gestopt worden!

door Geert Cool (uit maandblad ‘De Linkse Socialist’)

Individualiseren van collectieve rechten

Het pensioen is een collectief recht afgedwongen door de arbeidersbeweging. We betalen er zelf voor met onze bijdragen aan de sociale zekerheid; ook de werkgeversbijdragen zijn onderdeel van ons loon. Als de regering de afgelopen jaren de bijdragen aan de sociale zekerheid heeft afgebouwd om de werkgevers extra fiscale geschenken te geven, werd in de praktijk een deel van ons loon aan de werkgevers cadeau gedaan. Vervolgens wordt beweerd dat er onvoldoende middelen in de kas van de sociale zekerheid zitten en moeten wij daar nog eens voor opdraaien.

Na de collectieve aanval op de pensioenrechten met een verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar en de afbouw van mogelijkheden van vervroegd pensioen, gooit de regering het nu over een andere boeg. Met een individualisering van het collectief recht op pensioen wordt elke werkende op zich onder druk gezet om langer te werken. Zowel het pensioen met punten als de individuele benadering van de discussie over zware beroepen wijzen daarop.

Het pensioen met punten houdt in dat iedere werkende gedurende de hele loopbaan punten verzamelt. Op het einde van de rit bepaalt de regering, afhankelijk van onder meer de financiële ruimte, hoeveel pensioen die punten waard zijn. Dit is problematisch omwille van een aantal redenen. De onzekerheid over hoeveel pensioen we zullen krijgen, betekent dat de druk op het einde van de loopbaan kan opgevoerd worden om er toch nog een jaartje of twee bij te doen om toch maar iets dat op een menswaardig pensioen lijkt te hebben. Tegelijk opent het de deur om de afbraak van de pensioenen categorie per categorie door te voeren. Hoeveel punten zal iemand in ziekteverlof krijgen of een werkloze? En hoeveel punten zullen daar binnen tien jaar nog van overblijven?

Over de zware beroepen is er nog steeds geen beslissing genomen, maar als het van de werkgevers afhangt moet de erkenning van een zwaar beroep individueel gebeuren. Door ook de zware beroepen in het kader van het pensioen met punten te plaatsen – waarbij een gewerkt jaar in een zwaar beroep meer punten zou opleveren – is het mogelijk om meer diversificatie in de regelingen te brengen (een verschillend aantal punten per gewerkt jaar). Het zet de deur open voor een meer individuele benadering.

Als al deze maatregelen erdoor geraken, kan vervolgens de wettelijke pensioenleeftijd losgelaten worden. Onder het excuus dat sommigen langer dan 67 ‘willen’ werken, kan die grens verdwijnen. Dat we langer zullen moeten werken voor een menswaardig pensioentje, wordt er dan natuurlijk niet bij gezegd.

Bij dit alles worden vrouwen des te harder getroffen. Volgens Eneo, een sociale beweging van senioren, leven vier op de tien gepensioneerden in ons land onder de armoedegrens. Het pensioen van vrouwen is gemiddeld 26% lager dan dat van mannen. Met maatregelen zoals het beperken van gelijkgestelde periodes zal die kloof toenemen. Het gebrek aan investeringen in de zorgsector en de openbare diensten maakt bovendien dat een groter deel van de zorgtaken bij het gezin, en vaak in de eerste plaats bij vrouwen, terechtkomt.

Voor een minimumpensioen van 1500 euro per maand

De levensverwachting stijgt, maar gemiddeld zijn we slechts gezond tot 64 jaar, onder de pensioenleeftijd van 67 jaar. We leven langer maar werken ook productiever. Tussen 1995 en 2009 nam onze productiviteit met 15% toe, in de jaren daarvoor steeg de productiviteit nog sneller. Het betekent dat we in 2009 op 34 jaar tijd evenveel produceerden als in 1995 op 40 jaar. En toch spreekt de rechtse regering enkel over langer werken? De keerzijde van die hoge productiviteit is een forse toename van het aantal mensen dat het niet meer aankan, met onder meer burn-out en stress. De verhoging van de pensioenleeftijd en de afbouw van vervroegd pensioen moeten ingetrokken worden.

De regering zegt dat de pensioenmaatregelen nodig zijn om iedereen een menswaardig pensioen te kunnen aanbieden. Mocht deze regering effectief bekommerd zijn om de levenskwaliteit van ouderen, dan zou ze fors investeren in betaalbare ouderenzorg. Vandaag kost een verblijf in een woonzorgcentrum in Vlaanderen gemiddeld 1.655 euro per maand. Een gemiddeld wettelijk pensioen bedraagt 1.100 euro per maand. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om het probleem op te merken. Een gebrek aan publieke investeringen laat ruimte aan private bedrijven om ten koste van personeel en gebruikers grote winsten te boeken. Van deze regering moeten we geen medeleven met ouderen verwachten.

Een menswaardig pensioen moet minstens 1.500 euro per maand bedragen. Die eis is nog bescheiden als naar de gemiddelde maandprijs in een woonzorgcentrum wordt gekeken. Als de regering zegt dat er hier geen middelen voor zijn, wordt aan de enorme opstapeling van rijkdom en winsten bij een kleine elite voorbijgegaan. De Paradise Papers gaven aan dat er wereldwijd 7.900 miljard euro slaapt in belastingparadijzen. Als we het geld halen waar het zit, zijn er genoeg middelen.

Offensief verzet!

Dat de regering niet zomaar zal toegeven aan onze eisen is evident. Na de geslaagde pensioenbetoging van 19 december – met 40.000 aanwezigen opnieuw meer dan verwacht – schold premier Michel de vakbonden uit voor leugenaars en de betogers voor idioten. We hadden het niet goed begrepen en de regering zou het ons nog eens uitleggen, klonk het. Michel en pensioenminister Bacquelaine hadden het over “desinformatie”, “leugens” en “fake nieuws.” Met die opstelling maakt de regering meteen duidelijk dat het een illusie is om te denken dat de vakbondsleiders via onderhandelingen iets ernstigs zullen bekomen.

We zullen enkel iets bekomen op basis van een krachtsverhouding waarbij de regering in haar voortbestaan bedreigd is. De pensioenbetoging van 19 december toonde het potentieel. De tienduizenden betogers werden ondersteund door honderdduizenden die bekommerd zijn om hun pensioen. Op de eerste dag van de vernieuwde website mypension.be controleerden maar liefst 160.000 mensen hun situatie.

De bezorgdheid om de pensioenen is in heel het land aanwezig. Het komt erop aan om daarop in te spelen met een informatie- en mobilisatiecampagne die opbouwend werkt naar grotere acties en daarbij voldoende tijd geeft om collega’s en vrienden te overtuigen van de noodzaak van actie. Personeelsvergaderingen op de werkvloer en actiecomités in de wijken, bijvoorbeeld gekoppeld aan petities om op markten te staan en onze eisen onder kennissen te populariseren, kunnen opbouwen naar grote betogingen en stakingen. De acties mogen geen eenmalige gebeurtenissen zijn die dienen om wat stoom af te laten. De inzet moet duidelijk zijn: aangehouden acties om een einde te maken aan de rechtse regering en het besparingsbeleid.

92% ziet zich niet tot 67 jaar werken

Stel je jezelf de vraag of het wel mogelijk is om tot 67 jaar te werken? Je bent niet de enige. Securex deed er een studie over: 92% van de Belgen denkt er net zo over. De regering spreekt graag over diegenen die graag langer willen werken, maar dat gaat slechts om 4%.

Bijna de helft van de werknemers (46%) zegt dat de mentale belasting op het werk (stress, werkdruk, …) het onmogelijk maakt om tot 67 te werken. Volgens 38% vormen de fysieke werkomstandigheden (zoals lawaai) een obstakel en volgens 33% ook de leefgewoonten (zoals slapen, denk maar aan wie in shiften werkt).

De studie merkt nog op dat vooral vrouwen, werknemers ouder dan 50 en lager opgeleiden zich fysiek en mentaal niet in staat voelen om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken. Anders geformuleerd: enkel diegenen voor wie het nog niet erg concreet is, laten zich nog vangen aan de propaganda van regering en werkgevers. Maar ook dat is een kleine minderheid.