Home / Internationaal / Europa / Duitse metaalsector in actie. “Voor afdwingen van volledige eisenpakket”

Duitse metaalsector in actie. “Voor afdwingen van volledige eisenpakket”

Foto: IG Metall

In de Duitse metaalsector wordt actie gevoerd. De eisen zijn opmerkelijk offensief: 6% opslag en de mogelijkheid van een tijdelijke individuele arbeidsduurvermindering tot 28 uur per week. De afgelopen periode hoorden we steeds meer berichten over economische groei. Dat leidt na jaren van besparingen op onze kap tot een roep naar ons deel van die groeiende koek. De strijd in de Duitse metaalsector is ook voor werkenden in ons land van belang: zoals de werkgevers naar de buurlanden kijken om onze lonen naar beneden te trekken, kunnen wij dat ook doen maar dan om de lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Hieronder publiceren we het pamflet dat door de Duitse zusterorganisatie van LSP, Sozialistische Alternative, wordt verspreid in het kader van de sectoronderhandelingen in de metaalsector.

In de Duitse metaal- en elektronicasector wordt jaar na jaar recordwinsten geboekt. De werkgevers klagen over de stijgende loonkosten, maar het gemiddelde rendement steeg ondertussen met 4% tot een recordniveau. De eis van 6% opslag is tegen deze achtergrond nog bescheiden.

De werkgevers willen een verdere flexibilisering van de arbeidstijd, in de praktijk een verlenging van de arbeidstijd tot een 42-urenweek. Met het grote aantal overuren dat nu geklopt wordt, willen de werkgevers op deze manier de lonen naar beneden trekken. Ze willen het rad van de geschiedenis achteruitduwen. De strijd om de arbeidsduur is al meer dan honderd jaar een centraal aandachtspunt van de vakbonden. Precies honderd jaar geleden werd de achturendag in een wet gegoten – een resultaat van de novemberrevolutie van 1918/19, toen de werkgevers bang waren om hun macht volledig te verliezen. Vandaag is het gezien de digitalisering en de daarmee verbonden dreiging van massaal jobverlies des te belangrijker om de kwestie van de arbeidstijd op te nemen.

“Dom, driest, ongepast”

Zo omschreef de toenmalige CDU-kanselier Helmut Kohl 35 jaar geleden de eis van IG Metall en de vakbond in de sector van de drukkerijen om de arbeidstijd tot 35 uur per week te verlagen. De werkgevers gingen over tot een frontale aanval op dit voorstel en organiseerden zelfs een lock-out waarbij een half miljoen werknemers op straat gezet werden. Er was een staking van verschillende weken nodig, begeleid door waarschuwingsstakingen en betogingen, om uiteindelijk de 35-urenweek af te dwingen.

De afgelopen jaren zijn we er steeds meer op achteruit gegaan. In veel sectoren werd de 35-urenweek ondermijnd door collectieve overeenkomsten, in Oost-Duitsland werd de gelijkschakeling naar 35 uur nooit voltooid. Na jaren van bescheiden loonafspraken vinden veel jongere collega’s het interessant om meer geld te verdienen door overuren te kloppen. Verslechterde pauzeregelingen, kortere cyclustijden in de productie, constante optimalisering, … dragen bij tot een hogere prestatiedruk. Het maakt dat de winsten stijgen.

Het is onaanvaardbaar dat er nauwelijks voldoende tijd is om voor familieleden te zorgen of om tijd met de kinderen door te brengen. Het is positief dat deze kwestie door de vakbond wordt opgenomen. De eis van IG Metall voor het recht op een individuele tijdelijke arbeidsduurvermindering met gedeeltelijke loonvermindering voor specifieke levenssituaties is echter verre van voldoende.

Algemene arbeidsduurvermindering met behoud van loon!

We kunnen beter gaan voor een bredere arbeidsduurvermindering voor iedereen, met behoud van loon en bijkomende aanwervingen. Dat zou minstens twee zinvolle resultaten hebben.

Ten eerste zou er meer tijd zijn om te leven, lief te hebben en te lachen. Deze slogan uit de tijd van de strijd voor de 35-urenweek heeft vandaag – in tijden van permanente druk – nog meer betekenis dan destijds. Helaas zijn velen al gewend geraakt aan de situatie van constante haast. Het is tijd om daar opnieuw over te denken, ook in het belang van toekomstige generaties. Die hebben recht op ontspannen en gelukkige ouders die tijd voor hen hebben, en nadien uiteraard ook het recht om zelf menswaardige arbeidsvoorwaarden te kennen.

Ten tweede is het een antwoord op banenverlies. Als de werkgevers ermee dreigen dat digitalisering en automatisering een deel van de menselijke arbeid overbodig maakt, moeten de vakbonden duidelijk maken dat de technologische vooruitgang er gekomen is omdat de werkenden het mogelijk maken. Bijgevolg moet de vooruitgang ook de werkenden ten goede komen. Daarom: verdeel het werk en dit zonder loonverlies!

We moeten voor deze eis gaan, ook al wordt die afgewezen door de bazen van Siemens, General Electrics en anderen die nochtans recordwinsten boeken. Als de grote aandeelhouders dwars liggen, moeten we gaan voor de onteigening. Onder democratische controle van de werkenden, de vakbonden en de overheid kan een plan voor zinvolle productie opgemaakt worden – met behoud van alle jobs.

Keer op keer slagen de grote bedrijven er in om met de dreiging van jobverlies of de dreiging van delokalisatie slechtere arbeidsvoorwaarden op te leggen aan de werkenden. In veel gevallen stellen ook de leden van de ondernemingsraad van de grote bedrijven dat dit noodzakelijk is om de concurrentiepositie van het eigen bedrijf veilig te stellen. Dat is het perspectief van medebeheer. Het is nodig om daarmee te breken en te vertrekken vanuit het perspectief van de collega’s.

Tegengestelde belangen

Het is belangrijk om het onderliggende fundamentele belangenconflict tussen arbeid en kapitaal te erkennen in plaats van het te negeren. Werkgevers en grote aandeelhouders zijn enkel geïnteresseerd in winstmaximalisatie, een betere concurrentiepositie en een groter marktaandeel. Ze geven niet om het welzijn van de werknemers. Natuurlijk geven ze de voorkeur aan sociale vrede in het bedrijf zodat de productie niet gehinderd wordt. Maar de winstgevendheid staat vooraan.

Dat uit zich in de steeds grotere druk op de werkenden om zo productief mogelijk te zijn tegen een zo laag mogelijke ‘kost.’ Als bedrijven door de conjunctuur of sectorcrisis onvoldoende kunnen verkopen op de wereldmarkt, worden de superflexibele arbeidskrachten zonder pardon op straat gezet. De kapitalisten eigenen zich de winst toe die op basis van onze arbeid gerealiseerd wordt.

Zoals we uit het schandaal rond de Paradise Papers vernomen hebben, worden deze winsten nauwelijks belast waardoor er miljarden op de rekeningen van de rijken staan, in plaats van deze middelen te gebruiken voor nuttige openbare investeringen.

Zoals terecht wordt opgeworpen in een standpunt van een honderdtal strijdbare delegees van IG Metall: “Een offensieve syndicale opstelling vertrekt van het belangenconflict tussen kapitaal en arbeid. (…) Het doel van de collectieve onderhandelingen moet zijn om de eisen te kaderen in een maatschappelijke herverdeling (herverdeling van arbeidstijd, inkomen, eigendom). (…) Het doel moet altijd zijn om de herverdeling collectief af te dwingen door actie.”

Krachtsverhouding

Wat in collectief overleg kan bekomen worden, hangt af van de krachtsverhoudingen. Het is bijna twintig jaar geleden dat IG Metall de strijdbare kracht van de eigen leden nog eens ingezet heeft. In de zomer zorgde een weigering van overwerk bij Daimer in Untertürkheim ervoor dat de productie in de fabriek in Sindelfingen plat lag. In deze tijden van just-in-time productie is het mogelijk om de werkgevers snel tot toegevingen te dwingen met grote stakingsacties.

  • Voor de volledige realisatie van het eisenpakket. Geen compensaties door toegevingen aan de werkgevers!
  • Voor strijdbare vakbonden!
  • Voor een collectieve arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met aanwerving van bijkomend personeel, uiterlijk in de volgende collectieve onderhandelingsronde!
Print Friendly, PDF & Email