Home / Internationaal / Afrika / Ooggetuigenverslag uit Soedan: protest tegen besparingsbeleid en repressie

Ooggetuigenverslag uit Soedan: protest tegen besparingsbeleid en repressie

Op 8 januari waren er protestacties in verschillende Soedanese steden, waaronder de hoofdstad Khartoum en de zuidelijke steden Nyala, Geneina en al-Damazin. Er waren ook acties in West-Darfoer. De onmiddellijke aanleiding was de verdubbeling van de broodprijs nadat de regering de subsidie ervan afschafte als onderdeel van de begroting voor 2018. De minister van Binnenlandse Zaken kondigde aan dat er “krachtig” zou gereageerd worden tegen de betogers. Eén student kwam om het leven door de repressie. Voortrekkers van de oppositiepartij Sudan Congress Party werden opgepakt. Zes dagbladen die kritisch berichtten over de afschaffing van de subsidie werden uit de handel gehaald.

In oktober vorig jaar werden de meeste economische sancties die de VS twee decennia lang had opgelegd aan Soedan afgeschaft. Ondanks hoge verwachtingen op verbetering, ging de economische situatie van de meerderheid van de bevolking erop achteruit met een galopperende inflatie. Drie kwart van de nieuwe begroting gaat naar het leger en de veiligheidsdiensten. De regering staat onder druk van het IMF om subsidies voor energie af te bouwen. Deze subsidies vormen een levenslijn voor heel wat armen en werkenden.

Het corrupte en brutale regime van Omar al-Bashir kan zich niet meer achter de sancties van het VS-imperialisme verschuilen als excuus voor de slechte economische positie van de Soedanese bevolking. De plundering van de rijkdom door de heersende elite, de massale corruptie en de enorme verspilling van middelen in bloedige oorlogen zijn de ware redenen voor de economische problemen van de gewone bevolking. De protestacties zoals op 8 januari zullen navolging krijgen, de woede tegen het regime neemt op veel terreinen toe.

Hieronder een artikel door een aanhanger van het CWI in Khartoum. Het is geschreven voor de acties van afgelopen zondag, maar biedt achtergrond bij de recente gebeurtenissen. Bovendien is het erg interessant in het licht van de discussie in ons land over het uitwijzen van migranten naar Soedan en de samenwerking daarbij met het regime van al-Bashir. 

 

Eind 2017 kwam de Soedanese regering na lang getreuzel met een begrotingsvoorstel voor 2018. Na vier jaar van vermindering van de subsidies voor brandstof – een maatregel die door de regering werd verdedigd als “remedie voor de slechter wordende economie” – is de economie er enkel verder op achteruit gegaan. Het tekort nam toe tot 28 miljard Soedanese ponden, een sterke toename tegenover het jaar ervoor. De nieuwe begroting zet het oorlogsbeleid gewoon door. De middelen voor het leger en de veiligheidsdiensten lopen op tot 20 miljard, terwijl er voor onderwijs en zorg niet meer dan 8 miljard wordt uitgetrokken. Dat zijn nochtans sectoren waar de bevolking hard te lijden heeft met een groot aantal analfabeten, een slechte zorgsector en dure prijzen voor medicijnen waardoor gewone mensen deze niet kunnen betalen.

Daar stop het niet. De regering zal het beleid van geleidelijk afbouwen van subsidies voor brandstoffen verderzetten. Dit beleid leidde in 2012 en 2013 tot protestacties. De regering reageerde daarop met brutaal geweld waarbij verschillende doden vielen. Enkele dagen voor de bekendmaking van de begroting kondigde de regering aan dat de subsidies voor dollars in omloop zouden ingetrokken worden waardoor het Soedanese pond meteen sterk aan waarde verloor: waar er voordien 7 ponden betaald werden voor een dollar, steeg dit tot 18 pond. Het heeft vreselijke gevolgen voor de prijzen, zeker op een ogenblik dat mensen al hard gebukt gaan onder aanhoudende inflatie (die momenteel ongeveer 25% bedraagt). Dit beleid zal de armen verder in de problemen duwen.

De regering maakt meer middelen vrij voor het leger en de veiligheidsdiensten. Dit wordt onder meer gebruikt om de vervolging van activisten en politici op te voeren. Zo werden de dissidenten Ilham Malik en Ehssan Ebdalaziz recent opgepakt. De nationale veiligheidsdiensten hebben hen sindsdien dagelijks ondervraagd, zonder uit te leggen waarom ze opgepakt zijn. Tussendoor moeten ze uren wachten, eveneens zonder verklaring, als onderdeel van een psychologische oorlog. De voorzitter van de landbouwersvakbond, Hassbo Ebrahim, werd in de ochtend van 28 december eveneens opgepakt.

Het systeem vervolgt niet alleen politieke activisten en gaat niet alleen in tegen de persoonlijke rechten van de bevolking, er wordt ook rechtstreeks geld van de mensen geëist op basis van de wet op de “openbare orde” waarmee onder meer kledingvoorschriften worden opgelegd. 24 meisjes werden de voorbije maand opgepakt en voor de rechter gebracht omdat hun kledij “onfatsoenlijk” was. De beschuldigingen werden uiteindelijk ingetrokken na internationaal protest. Maar veel gevallen worden niet opgenomen door de media. Recente statistieken geven aan dat er vorig jaar in de deelstaat Khartoum alleen meer dan 40.000 gevallen van inbreuken op de ‘openbare orde’ waren. Deze regels worden ingeroepen naargelang de betrokken politieagenten het willen. De willekeur is groot. Het is een middel om in het bijzonder vrouwen te onderwerpen. Maar zeker naar het einde van het jaar wordt het vaak ingeroepen om nog zoveel mogelijk geld binnen te halen.

Veranderingen in buitenlands beleid

Terwijl de regering de begroting aankondigde, was er net bezoek door de Turkse president Erdogan. Er waren heel wat vergaderingen en er werden economische en militaire akkoorden gesloten tussen beide landen. Zo werd een akkoord bereikt om het beheer over de havenstad Suakin, een eiland aan de westkust van de Rode Zee (met archeologische monumenten uit de Ottomaanse periode), gedurende 99 jaar aan de Turkse regering over te dragen. Activisten protesteerden hiertegen, onder meer omdat de beslissing ingaat tegen de grondrechten van de lokale bevolking en omdat het territorium van Soedan aan de inwoners van het land behoort en niet verhandeld moet worden door regeringen.

Tijdens het bezoek was er ook een tripartite meeting van de Turkse, Soedanese en Quatari legerleidingen. Er wordt gespeculeerd dat Suakin een Turkse militaire basis in Soedan kan worden. Tijdens een bezoek van al-Bashir aan Rusland werd gesproken over het vestigen van een Russische militaire basis aan de Rode Zee, maar dat leidde nergens toe.

Het bezoek aan Rusland en de groeiende militaire, economische en politieke invloed van Turkije tonen de snel veranderende internationale verhoudingen en de evenwichtsoefening van het Soedanese regime tegenover de Turks-Qataarse alliantie in de regio. De sterke band tussen Soedan en Saoedi-Arabië ligt dan ook sterk onder vuur. De brutale opstelling van de Saoedi’s tegen de Houthi’s in de Jemenitische oorlog zorgde voor onrust in Khartoum. De verhoudingen werden nog slechter na een confrontatie tussen troepen van de Emiraten en van Soedan in het zuiden van Jemen.

Het recente bezoek aan Rusland en daarna door de Turkse president zullen de spanningen tussen Soedan en de regionale machtspool rond Saoedi-Arabië en Egypte verder op de spits drijven. De Egyptische media hebben de toenadering sterk bekritiseerd. Ze vrezen dat de aanwezigheid van een militaire basis in Soedan de buurlanden direct zal bedreigen. De Egyptisch-Soedanese verhoudingen staan verder onder druk door het heropleven van de betwisting rond het gebied van Hala’ib en Shalateen en door de beschuldiging dat Soedan steun geeft aan Ethiopië voor het bouwen van een grote waterdam (de Nahdha dam) op de Blauwe Nijl.

Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen bereiden de partijen de volgende parlementsverkiezingen van april 2020 voor. Het parlement bespreekt in dat kader een voorstel tot grondwetswijziging waarmee al-Bashir voor een derde keer president kan worden. De huidige grondwet laat slechts twee ambtstermijnen toe. De vorige verkiezingen werden in 2015 gehouden en werden geboycot door de belangrijkste oppositiepartijen. Nu zullen sommige partijen wellicht wel aan de verkiezingen deelnemen nadat ze toegetreden zijn tot de “nationale dialoog” die door het regime is opgezet.

Het CWI in Soedan denkt dat deze ‘dialoog’ met het regime een poging is om de oppositie tot een akkoord te brengen waardoor het pro-kapitalistische beleid van het regime veilig wordt gesteld. De meeste mensen verwerpen deze dialoog. We pleiten integendeel voor onafhankelijke strijd van de werkenden en de armen om het regime van al-Bashir omver te werpen. Dit regime moet vervangen worden door een regering op basis van democratisch verkozen vertegenwoordigers uit alle regio’s en uit alle gemeenschappen in het land om te beginnen aan de socialistische heropbouw van het land op basis van een planmatige inzet van de middelen in het belang van de volledige Soedanese bevolking.

Print Friendly, PDF & Email