Home / Edito - Internationaal / Beweging van werkenden en jongeren daagt Iraans regime uit

Beweging van werkenden en jongeren daagt Iraans regime uit

De plotse grootschalige nationale protestacties schokken Iran. Delen van de bevolking gaan regelrecht in tegen het regime. De jongeren staan vooraan. Zij worden geconfronteerd met een enorme werkloosheid, schattingen hebben het over 25 tot 40% jongerenwerkloosheid. De protestacties waren aanvankelijk gericht tegen prijsstijgingen en corruptie, maar ontwikkelden bijna direct in confrontaties met de veiligheidsdiensten waarbij heel wat doden vielen. In sommige steden hebben mensen politiekantoren, regeringsgezinde paramilitaire hoofdkwartieren en religieuze seminaries aangevallen. Deze snelle ontwikkeling verraste zelfs de meest optimistische politieke analisten en activisten.

Artikel door P. Daryaban, CWI

De onmiddellijke aanleiding was het verzet tegen de aankondiging van meer neoliberale maatregelen door de ‘gematigde’ president Hassan Rouhani in december, naast de snelle prijsstijgingen voor basisproducten en de publicatie van details over de rijkelijke financiering van religieuze instellingen. Met de enorme werkloosheid en de gemiddelde daling van de levensstandaard met 15% in de afgelopen jaren, kende het protest een snelle uitbreiding doorheen het land.

De economische crisis is de voorbije jaren erger geworden. Dit blijkt uit de torenhoge schulden van de regering aan de banken, het leegplunderen van de pensioenfondsen, het failliet van financiële instellingen en de onwaarschijnlijke omvang van corruptie en zakkenvullerij, wat direct bijdraagt aan de dalende levensstandaard van de werkenden. Samen met de groeiende zichtbaarheid van een rijke elite, leidde dit tot protest. Op die acties waren er slogans als “Weg met de zakkenvullers.”

De regering-Rouhani schept op over het beperken van de inflatie onder de 10% en een toename van de economische groei tot 6%. Het eerste werd deels bekomen door neoliberale maatregelen, het tweede is het resultaat van de mogelijkheid om olie te exporteren nadat een deel van de VN-sancties opgeheven werden.

Het regime put zich ook uit door betrokkenheid in oorlogen in Irak, Syrië en Jemen. Recent bevestigde een leider van het Libanese Hezbollah openlijk dat er geld vanuit Iran komt voor deze partij en voor de verbetering van infrastructuur in het zuiden van Libanon. Het regime betaalt enorme bedragen aan de militaire groepen die het in Irak steunt. Het ambitieuze buitenlandse beleid kost veel geld en de werkende klasse moet daarvoor opdraaien. Het regime probeerde dit een tijdlang te rechtvaardigen met een angstcampagne voor terrorisme op Iraanse bodem. Met de val van ISIS is de grote boeman echter verdwenen, althans tijdelijk.

Het aan de macht komen van Trump heeft de situatie erger gemaakt en doorprikt de droom van het Iraanse regime om buitenlandse investeerders aan te trekken. Iraanse banken slaagden er niet in om terug te keren naar het internationale bankensysteem.

De afgelopen drie tot vier jaar waren er twee grote bewegingen die de vlam van de oppositie lieten branden: de arbeidersbeweging en de beweging van klanten van failliet gegane banken. Er waren grote stakingen in Arak in het noordwesten en ook in het zuiden waar er veel olie en gas zit. Daarnaast was er aanhoudend protest tegen de repressie tegen vakbondsactivisten, zoals de leider van de buschauffeurs in Teheran en syndicalisten van het suikerbedrijf Haft-Tapeh in Khuzestan.

De financiële instellingen waren doorgaans opgezet door mensen die dicht bij het regime staan. Ze hebben miljoenen dollars van de klanten, van mensen met een laag inkomen die een beetje geld opzij konden zetten tot rijken die hoge intresten opstreken, gestolen. Het verhaal van deze instellingen, maar ook van massale corruptie in het pensioenfonds van de leraren en in de sociale zekerheid, is er niet alleen een van kapitalistische inhaligheid, het doet meer denken aan een Middeleeuwse plundertocht. Geen enkele corrupte ambtenaar werd gestraft.

Begroting maakt woede groter

De woede werd verder aangewakkerd door de begroting van Rouhani in december. Daarin wordt voorgesteld om de prijzen voor brandstof en gas met ongeveer 40% te laten stijgen. De afgelopen weken stegen de prijzen voor eieren plots. Hierdoor kunnen armen zelfs geen basisproducten meer kopen. De begroting wil een einde maken aan het subsidiestelsel waarbij ongeveer 34 miljoen mensen 455.000 Rial (of 12,6 dollar) per maand krijgen. Het gaat om ongeveer 40% van de mensen die een subsidie krijgen.

Verder bleek uit de begroting dat er heel veel geld gaat naar parasiterende religieuze instellingen. Dat maakt de mensen kwaad. Deze begroting wil de overheidsuitgaven met 6% laten toenemen, terwijl de officiële inflatie ongeveer 10% bedraagt. Dit betekent in de praktijk een verderzetting van de neoliberale besparingen die Rouhani opstartte na zijn verkiezing in 2013 (de cijfers van de Iraanse statistische centra zijn erg tegenstrijdig, de reële inflatie en werkloosheidscijfers zijn wellicht een pak hoger).

De groei van sociale media heeft de staatsmedia overvleugeld. Het laat mensen toe om op een meer vrije wijze uiting te geven aan woede en ongenoegen. Ten tijde van de laatste massaprotesten in 2009 waren er ongeveer een miljoen smartphones in Iran, nu zou dit opgelopen zijn tot 48 miljoen.

Bij gebrek aan onafhankelijke en strijdbare vakbonden, gebruiken mensen elke mogelijkheid om hun eisen naar voor te brengen. De dieper wordende crisis en de groeiende woede heeft ook de verdeeldheid binnen het regime versterkt. Ex-president Ahmadinejad begon het gerecht en de regering sterk te bekritiseren. Khamenei heeft Ahmadinejad gewaarschuwd in een poging om hem het zwijgen op te leggen, maar de zogenaamde ‘Opperste Leider’ heeft ook binnen het regime aan autoriteit verloren.

Onder deze omstandigheden waren de protestacties in Mashhad op 28 december een vonk. De nadruk lag op de stijgende prijzen en de corruptie, maar het werd al gauw meer algemeen politiek. De betogers riepen: “dood aan de dictator” en ze eisten de vrijlating van politieke gevangenen. Er werd gevreesd dat de zogenaamde ‘hardliners’ binnen het regime het protest hadden aangewakkerd om de druk op Rouhani op te voeren, maar zelfs indien dit het geval was, is het duidelijk dat ze de controle over het protest verloren waren zodra het begon.

Een dag later waren er gelijkaardige betogingen in Teheran, Rasht, Kermanshah en Ahvaz met slogans die gericht waren tegen de centrale leiders van het regime.

Het karakter van deze beweging is dat het een grotendeels spontaan protest is zonder eengemaakte leiding. Het komt vooral door initiatieven van de massa’s. Afgelegen steden en dorpen wachten niet op de grote steden. Ze treden onafhankelijk in beweging.

Het regime was even verlamd en twijfelde over het opzetten van een gewelddadig tegenoffensief, ook al zijn er tot nu toe honderden arrestaties en vielen er minstens 21 doden. Waar het regime zijn “ijzeren hand” probeert te gebruiken, leidt dit tot harde tegenacties door de bevolking. In Malayer en Shahinshahr waren er bezettingen van politiekantoren en van kantoren van de hoogste lokale religieuze figuren. Dit gebeurt niet alleen in Perzische gebieden, ook de Koerden en Balochi’s sluiten bij het protest aan. Vrouwen spelen een opmerkelijke rol in de beweging. Dat komt door de dubbele onderdrukking waar ze het slachtoffer van zijn onder de harde islamitische regels.

Niemand kon zich dit een week geleden inbeelden. Het is niet duidelijk hoe deze beweging zal ontwikkelen, maar wel dat er enorm moedig protest is op basis van een grote woede en een roep naar vrijheid en sociale rechtvaardigheid.

Politieke kenmerken van de beweging

Deze beweging is gebaseerd op initiatieven van onderuit. Velen hebben gebroken met de reformistische leiders van de ‘Groene beweging’ van 2009, die de mensen enkel gebruikten in de verkiezingen om een deel van de macht te kunnen delen met de andere centrale fractie van de heersende elite. De zogenaamde reformistische fractie heeft de huidige protestacties openlijk veroordeeld en roept op tot de onderdrukking ervan. De beweging toont de brede ontgoocheling in president Rouhani, die in mei nog herkozen werd met 57% van de stemmen.

Het grootste deel van de beweging komt niet zozeer uit de kleinburgerij en de middenlagen, zoals in het protest van 2009, maar uit de werkende klasse, de werklozen en de lagere kleinburgerij. De opeengestapelde woede heft de beweging enorm geradicaliseerd. De massa’s geloven niet langer in een Ghandiaans ‘geweldloos’ en ‘stil’ protest. Er wordt openlijk opgeroepen tot het omverwerpen van het regime.

Vooruitzichten

Op het ogenblik van schrijven zorgt de harde censuur van het internet door het Iraanse regime voor een gebrek aan accurate en geactualiseerde informatie over wat er gebeurt in het land.

We zijn niet zeker hoe lang deze spontane protesten zullen aanhouden, maar het is wel duidelijk dat dit een nieuw hoofdstuk opent in de geschiedenis sinds de revolutie van 1979. Deze geschiedenis kan in drie fasen ingedeeld worden: van de revolutie in februari 1979 tot de harde repressie in juni 1981, van die repressie tot in december 2017 en dan de huidige periode. In die eerste periode heeft het regime de beweging van 1979 volledig de kop ingedrukt en haar positie geconsolideerd. In de tweede periode, de reactie (of Thermidor), overleefde het regime ondanks crisissen zoals de beweging van 2009 omdat mensen nog steeds hoop vestigden op hervormingen door het regime, zeker door de zogenaamde reformistische fractie. De huidige nieuwe periode staat voor een volledige breuk met het regime en al haar fracties door een significante laag van de bevolking. De religieuze heerschappij wordt steeds meer gezien als de oorzaak van de huidige problemen.

Ondanks de enorm moedige en militante acties, zijn er ook ernstige zwakheden aan deze beweging. Het protest staat nog in zijn kinderschoenen en er is geen revolutionaire partij die een duidelijke strategie naar voor schuift. Hierdoor riskeert de beweging het momentum te verliezen ondanks een snelle groei. Deze zwakte zorgt er samen met het feit dat het protest pas begint voor dat er gemengde en tegenstrijdige tendensen in het bewustzijn van de actievoerders zijn. Soms zijn er slogans om de monarchie van voor 1979 te verdedigen, ook is dit zeker niet dominant.

De eerste acties vonden op straat plaats en zijn nog niet overgegaan in acties op de werkplaatsen. Om de beweging te kunnen doorzetten, volstaat het niet om op straat te komen. Het is nodig om het protest in de bedrijven, in de wijken en in de scholen te organiseren.

Als de werkenden in de centrale sectoren – olie, gas, petrochemie en automobiel – nog maar een 24-urenstaking houden, dan zou dit de beweging fundamenteel veranderen en vooruit stuwen. We zien echter nog geen signalen in die richting.

Wat moet er gebeuren?

De Iraanse linkerzijde moet lessen trekken uit de revolutie van 1979, de beweging van 2009 en de ervaring van revolutionaire strijd doorheen de wereld, in het bijzonder de revolutionaire golf in Noord-Afrika en het Midden-Oosten in 2011. Het vereist een groter gevoel van internationalisme en samenwerking met de krachten van de internationale socialistische beweging.

De linkerzijde moet deze nieuwe kansen grijpen met voorstellen rond activiteiten, organisatievormen en praktische methoden om de beweging te versterken en te verbeteren. De linkerzijde moet nieuwe communicatiemiddelen aangrijpen. Deze kunnen, ondanks de pogingen tot censuur, cruciaal zijn om de massa’s te bereiken, om informatie te verspreiden en om voorstellen te doen voor de volgende stappen.

Mogelijk gaat het huidige protest wat liggen, maar dan nog heeft het de situatie in Iran veranderd. Deze ervaring kan de basis leggen voor de opbouw van een arbeidersbeweging die zowel het regime als het kapitalisme bestrijdt. De eerste stap moet bestaan uit het samenbrengen van activisten in groepen en comités om de activiteiten te coördineren en om eisen en een programma uit te werken. De linkerzijde moet een dialoog opstarten om een eenheidsfront te vormen als stap naar een democratisch beheerde massale arbeiderspartij die werkenden, armen en jongeren bijeenbrengt in de strijd voor een alternatief.

Marxisten pleiten voor een programma dat de eisen voor democratische rechten, tegen repressie, voor een hogere levensstandaard verbindt met die voor een regering van vertegenwoordigers van de werkenden en de armen die begint met de socialistische omvorming van Iran door de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle en beheer. Dit zou een groot effect hebben op de werkende bevolking van het Midden-Oosten en daarbuiten.

De linkerzijde moet waarschuwen voor door het imperialisme gesteunde interventies die de beweging op een zijspoor zetten. De hypocrisie van Trump moet aangeklaagd worden: terwijl hij zogezegd het protest van de Iraanse bevolking ‘steunt’, bakt hij zoete broodjes met de Saoedische dictatuur. Onder delen van de bevolking kan er de illusie zijn dat een pro-Westers burgerlijk alternatief een beter leven betekent. Dat is niet het geval. Er is nood aan een socialistisch programma dat uitlegt wat mogelijk is indien het kapitalisme omvergeworpen wordt.

Enkel een samenleving geleid door vertegenwoordigers van de werkenden kan een oplossing bieden voor de chronische crisissen in Iran, kan democratische rechten voorop stellen, een einde maken aan armoede en onderdrukking op basis van gender, religie en afkomst. Een arbeidersrevolutie in Iran kan progressieve, democratische en socialistische krachten in het Midden-Oosten versterken en een einde maken aan de impact van reactionaire islamistische ideeën en krachten.