PVDA op 1 mei in Antwerpen. Foto: Liesbeth

De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen is begonnen. De PVDA hoopt een nieuwe electorale doorbraak te maken en wij hopen dat met hen mee. Net zoals bij vorige verkiezingen organiseert de PVDA een grote bevraging om te peilen naar wat de belangrijkste lokale thema’s zijn voor hun potentiële kiezers. Op basis daarvan wordt het verkiezingsprogramma voor 2018 opgemaakt. Het is positief dat de PVDA op die manier bredere lagen van de bevolking wil betrekken en een zekere democratische inspraak wil creëren. De uitdagingen zijn groot. Hierbij enkele constructieve kritische kanttekeningen.

Artikel door Jarmo (Antwerpen) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Programma opbouwen in mobilisatie

Een enquête kan nuttig zijn, maar om offensieve eisen een bredere ingang te laten vinden, zijn acties en bewegingen belangrijk. Daarmee kan het bewustzijn en de duidelijkheid rond bepaalde eisen opgetrokken worden en kan een bredere actieve steun uitgebouwd worden.

Socialisten zijn daar aanwezig waar verandering werkelijk wordt afgedwongen: op straat, in bewegingen. Als ze verkozen worden, worden ze spreekbuizen voor sociale bewegingen en brengen ze de eisen daarvan naar de gemeenteraad. Een links socialistisch programma zou dan ook opgebouwd moeten worden doorheen de strijd en in de beweging.

In de ‘Grote Bevraging’ van de PVDA valt meteen op dat alles netjes past binnen de vastgelegde bevoegdheden van het gemeentebestuur en eigenlijk ook wel binnen het financiële keurslijf waar de lokale besturen in zitten. Om echt tegemoet te komen aan de sociale noden in de stad is dat echter te beperkt.

Een socialistisch programma voor de gemeenteraadsverkiezingen moet volgens ons vertrekken van alle sociale noden op vlak van werkgelegenheid, armoede, precarisering en woningnood waarbij voorstellen nodig zijn om het gebrek aan middelen aan te pakken.

Middelen zijn er immers genoeg. Ook in een stad als Antwerpen: diamantfraudeurs en havenbazen zitten op enorme bergen geld die dringend gemobiliseerd moeten worden voor de gemeenschap. Zonder strijd en mobilisatie, bijvoorbeeld in samenwerking met andere ‘rebelse steden’, zal dat niet lukken. Gedurfde initiatieven en campagnes kunnen een aanzet daartoe zijn.

Interessante voorstellen

In de ‘Grote Bevraging’ die de PVDA in Antwerpen voert (de vragen verschillen van stad tot stad) staan interessante voorstellen. Het idee van gratis en degelijk openbaar vervoer juichen we toe: deze eis is noodzakelijk als aanvulling op de voorstellen rond de overkapping van de ring.

Er is ook het idee om een pilootproject te starten van een 30-urenweek bij de stadsdiensten. Hier kunnen we uiteraard niet tegen zijn, maar we vragen ons wel af waarom over een ‘pilootproject’ gesproken wordt op een moment dat zelfs verschillende burgerlijke commentatoren zich al uitspreken voor een evenwichtigere verdeling van het werk. Een algemene 30-urenweek zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen bij de openbare diensten zou druk uitoefenen op andere sectoren om ook daar de werklast menselijker te maken.

Maar ook beperkingen

Jammer genoeg is het pilootproject van een 30-urenweek het enige punt over werk in de bevraging. Dat is beperkt op een moment dat de jongerenwerkloosheid in verschillende delen van de stad oploopt tot 1 op 4. Een links programma zou er alles aan doen om die jongeren een toekomstperspectief aan te bieden. Dat zou een programma van massale jobcreatie moeten betekenen.

Daarvoor zijn er mogelijkheden genoeg. De PVDA spreekt elders in de enquête bijvoorbeeld over jongerenanimatoren op alle pleinen. Er is ook een voorstel voor “meer huiswerkbegeleiding op school en in de buurt.” De partij laat wel in het midden over welk type jobs dit zou gaan: een volwaardige job of al dan niet veredeld vrijwilligerswerk? Een links programma moet duidelijk stellen dat echte jobs aan echte arbeidsvoorwaarden gecreëerd zullen worden. Waarom bijvoorbeeld niet eisen dat er in het kader van een massaal investeringsplan in het stedelijk onderwijs meer begeleidend personeel komt om niet alleen de begeleiding te garanderen, maar tevens de werklast voor het bestaande personeel te verlichten?

In de enquête wordt ook gepleit voor een ‘stad zonder graaiers’: om dat te bereiken wil de PVDA onder meer een “vermindering van de toplonen van CEO’s in gemeentelijke bedrijven.” Opnieuw: daar kan niemand tegen zijn. Maar als eis is het wel erg beperkt. Openbare diensten als “gemeentelijke bedrijven” omschrijven en kaderleden als “CEO’s” vinden we overigens wel vreemd: wordt hier niet ver meegegaan in de logica die openbare diensten in de eerste plaats als winstgevende bedrijven beschouwt?

Een massaal plan van investeringen in openbare dienstverlening met een bijhorend project van mobilisatie op straat en in de wijken om dit af te dwingen, zou antwoorden op de vele noden en zou een opstap kunnen zijn om tot een linkse regering te komen die breekt met het besparingsbeleid.

De maatregelen in de enquête wegen licht. Maar een nieuwe electorale doorbraak van de PVDA zou positief zijn voor de gehele linkerzijde en de werkende bevolking. Daarom wil LSP als steunende, constructieve kracht meewerken aan de verwezenlijking van die doorbraak en tegelijk opkomen voor een echte socialistische stadspolitiek die breekt met de besparingen.