Home / Edito - Internationaal / Catalonië: massabeweging tegen Spaans-nationalistische reactie opdrijven!

Catalonië: massabeweging tegen Spaans-nationalistische reactie opdrijven!

Voor een Catalaanse socialistische republiek – weg met de PP-regering!

Van rechts naar nog rechtser: koning Felipe, Rajoy en Franco

De opstand van de Catalaanse bevolking op 1 oktober leidde tot een harde tegenreactie door het Spaanse kapitalistische regime en de rechtse Partido Popular (Volkspartij). Het bracht een revolutionaire crisis in Catalonië teweeg. De reactionaire krachten lieten geen tijd verloren gaan: ze gebruikten alle mogelijke middelen waarover ze beschikten. Met een absoluut monopolie in de media en het staatsapparaat werd een campagne van Spaans nationalisme opgezet om de sociale basis te mobiliseren.

Verklaring door Esquerra Revolucionaria

De betoging van 8 oktober in Barcelona – georganiseerd door een organisatie die als rechts bekend staat: de Catalaanse Burgersamenleving, en gesteund door de PP, Ciudadanos, tal van kleine fascistische groepen, maar ook de leiders van de sociaaldemocratische PSOE en PSC (sociaaldemocraten in Catalonië) – bracht 400.000 mensen op de been, waaronder veel betogers die niet uit Catalonië kwamen. Deze mobilisatie is een pak beperkter dan de historische mobilisaties van 1 en 3 oktober toen miljoenen jongeren, werkenden en burgers op straat kwamen om hun democratisch recht om te beslissen en hun verzet tegen de politierepressie naar voor te brengen.

De klassenstrijd in Catalonië en de Spaanse staat komt in een beslissende fase. De alliantie opgezet door de monarchie, het gerecht, de politie en het leger, samen met de PP, Ciudadanos en de sociaaldemocratie van Pedro Sanchez, werd de voorbije dagen aangevuld met de Catalaanse burgerij die de rangen sluit tegen de aspiraties van de Catalaanse bevolking. De druk is enorm groot, maar zelfs dan is de Spaans nationalistische reactie niet in staat om de meerderheid van de bevolking achter zich te krijgen, en al helemaal geen meerderheid van de werkenden.

Maar er is wel heel veel verwarring. Dit komt door de afwezigheid van een linkse leiding die een klassenstandpunt inneemt om een uitweg aan te bieden die in het voordeel is van de meerderheid van de bevolking. De Catalaanse nationale kwestie is een belangrijke hefboom voor sociale verandering geworden, niet alleen in Catalonië maar ook in de rest van de Spaanse staat. De Spaanse en Catalaanse burgerij begrijpt dit en heeft hierom de krachten verenigd tegen een onafhankelijkheidsverklaring in Catalonië. De parlementaire linkerzijde heeft zich ofwel onderworpen aan de rechterzijde (sociaaldemocratie) of houdt het op oproepen tot dialoog voor een “wettelijk” referendum, een dialoog dus met dezelfde staat en dezelfde regering die getooid in Spaanse vlaggen een nieuwe repressieve golf voorbereiden.

Op cruciale ogenblikken is het noodzakelijk om een links revolutionair alternatief naar voor te brengen om de Spaanse nationalistische reactie te bestrijden en om de Catalaanse massa’s te winnen voor de republiek.

Op 1 oktober hebben miljoenen vreedzame burgers, vaak volledige gezinnen en heel wat jongeren, zich op voorbeeldige wijze verzet tegen de brutale repressie door duizenden nationale agenten die door de PP-regering op de bevolking afgestuurd waren zodat het niet zelf kon beslissen. De beelden deden denken aan de dictatuur, de politiemacht gebruikte extreem geweld om kiesbureaus te sluiten en stembussen als trofeeën te stelen. Deze dag zal de geschiedenis van de zogenaamde Spaanse ‘democratie’ ingaan als een dag van barbaars autoritarisme. Het belangrijkste feit van die dag was niet zozeer het geweld waarbij bijna 1.000 gewonden vielen. Het waren de beelden van mensen zonder angst, vastberaden om door te gaan tot het einde. Zij hebben een revolutionaire beweging op gang getrokken die we de voorbije 40 jaar niet meer zagen.

Het feit dat meer dan twee miljoen mensen gestemd hebben op 1 oktober is een overwinning voor de bevolking, zeker gezien de context van een door de politie uitgeroepen noodtoestand. Het gebeurde zelden in de recente geschiedenis dat een dergelijk breed gedragen voorbeeld van directe democratie zich voordeed. Het resultaat was een overweldigende stem voor een Catalaanse republiek.

18 en 19 juli 1936

Na 1 oktober volgde de grote staking van 3 oktober waarbij de mobilisatie in Catalonië zo groot was dat er maar één precedent in de geschiedenis kan gezien worden: toen de massa’s op 18 en 19 juli 1936 op straat kwamen tegen de fascistische staatsgreep en na uren van harde strijd de reactionaire troepen konden ontwapenen. Die overwinning opende de weg voor de socialistische revolutie in het republikeins gebied. Er werden organisaties van arbeidersmacht, milities, collectieven, … opgezet waarmee de kapitalistische orde in Europa werd bedreigd.

De beweging van de Catalaanse massa’s voor de verdediging van hun nationaal-democratische rechten, voor een Catalaanse republiek, tegen de staatsrepressie en tegen het beleid van de Spaans nationalistische rechterzijde, heeft geleid tot een revolutionaire crisis. Het is een kantelpunt voor het politieke regime dat ontstond in de jaren 1970 na een akkoord tussen de Spaanse burgerij en de leiding van de linkse reformistische organisaties (PCE, PSOE en de vakbonden). Terwijl delen van de linkerzijde spreken over de uitputting van het bestaande regime, komen ze als alternatief niet verder dan het zwaaien met witte vlaggen, dialoog en verzoening.

Tussen 1976 en 1978 werden de politici van de Franquistische dictatuur omgetoverd tot ‘nieuwe democraten.’ Ze volgden de richtlijnen van het Spaanse en het internationale kapitaal om tot een akkoord te komen met Felipe Gonzales en Santiago Carrillo om een einde te maken aan de revolutionaire situatie waarbij de werkenden en jongeren in heel het land in opstand kwamen tegen de dictatuur en tegen het kapitalisme. Dit grote pact – of het grote verraad als we het vanuit het standpunt van de werkende klasse bekijken – leidde tot de wettelijke erkenning van een aantal vrijheden en democratische rechten die eerder al afgedwongen waren door de mobilisaties. In ruil hiervoor kreeg de Spaanse burgerij de controle over de situatie en werd de door Franco opgelegde monarchie aanvaard.

Het regime van 1978 was officieel een parlementaire monarchie, maar het was vooral gebaseerd op een wet die algemene straffeloosheid voor de misdaden van het Franquisme vastlegde. Het staatsapparaat, het gerecht, de politie en het leger bleven in handen van dezelfde reactionairen.

Grondwet

Deze grondwet die de ‘vrije markt’ alle ruimte bood net als de macht van de kapitalisten, ontkende het recht op zelfbeschikking voor Catalonië, Baskenland en Galicië. De grondwet moest een zekere vorm van autonomie erkennen, maar het behield het centrale uitgangspunt van de vroegere dictatuur: één groot Spanje en de eenheid van het ‘thuisland.’ Dit werd gebetonneerd met uitzonderlijke maatregelen zoals artikel 155 van de grondwet en het werd afgedwongen met geweld. De argumenten van de linkse reformistische leiders om dit ‘akkoord’ te aanvaarden, waren dezelfde die altijd gebruikt worden als ze een nederlaag organiseren: het gevaar van de repressie, de dreiging van een staatsgreep en een ongunstige ‘krachtsverhouding.’

Na de beslissende dagen begin oktober is het duidelijk dat de PSOE-leiding de kant van de reactie ondersteunt. Pedro Sanchez heeft zich achter Rajoy geschaard, steunde de repressie en roept dan wel op tot dialoog, maar draagt in de praktijk vooral bij tot het verspreiden van Spaans chauvinisme. Binnen de PSOE zijn de vroegere tegenstanders van Pedro Sanchez razend enthousiast. Maar ook diegenen die hun positie probeerden te matigen, zoals de leiders van de PSC, gingen in de praktijk over naar de andere kant van de barricaden. Ze hebben niet alleen opgeroepen om de grondwet te gebruiken om de sessie van het Catalaanse parlement te schorsen, er werd ook opgeroepen om deel te nemen aan de Spaanse nationalistische betoging in Barcelona.

Hun daden zijn van doorslaggevend belang. De PSOE van Pedro Sanchez heeft elke hoop op een linkse bocht verloren. Hoe kan iemand beweren om voor een linkse oppositie te staan en tegelijk schaamteloos samen met rechts en extreemrechts deelnemen aan een betoging in Barcelona? Het beeld van Josep Borrell – die de ster werd van de betoging van 8 oktober toen hij beweerde de ‘rechtstaat’ te verdedigen terwijl Xavier Albiol, Albert Rivera en Ines Arrimadas hun handen bijna kapot sloegen van het applaudisseren – is verbonden met de vlag van het Spaanse nationalisme en de symbolen van de dictatuur.

We zien momenteel ook de politieke beperkingen van de leiders die formeel links van de sociaaldemocratie staan, maar die de beweging in Catalonië verwijten een reactionaire campagne te voeren. Zo kwam Alberto Garzon van Izquierda Unida met een toespraak waarin hij oproep tot ‘dialoog’, een ‘akkoord’ en een referendum dat ‘legaal en overeengekomen’ is met de Spaanse staat en de regering – dezelfde regering die matrakken inzette tegen de bevolking van Catalonië.

Kort geleden schreef Alberto Garzon een boek waarin hij beweerde een communist en een marxist te zijn. Het volstaat niet om jezelf uit te roepen tot marxist, het programma en de methode van het marxisme moeten in het dagelijkse leven verdedigd worden. Zeker op ogenblikken van politieke en sociale crisissen is dit het geval, deze bieden immers uitzonderlijke kansen om het klassenbewustzijn en het revolutionaire bewustzijn van de massa’s vooruit te stuwen. In zijn toespraak heeft Garzon het marxisme niet verdedigd, meer nog: hij bood argumenten om de campagne van de reactie te versterken.

Inzake de crisis in Catalonië stelt Garzon de PP-regering en de repressie van deze regering op gelijke hoogte met de massabeweging van de Catalaanse bevolking die opkomt voor democratische rechten.

Marxistische dialectiek

Het uitgangspunt van de dialectiek is duidelijk: de waarheid is altijd concreet. Het zijn niet Puigdemont en de PDeCAT die het regime van 1978 bedreigen, maar wel de revolutionaire massa’s in Catalonië. De verschillende politieke formaties van de Catalaanse burgerij zijn steeds pijlers van de kapitalistische stabiliteit geweest met achtereenvolgens steun aan de regeringen van Felipe Gonzales en Aznar. Ze verdedigen de belangen van de Catalaanse rijken.

De bocht naar onafhankelijkheid door Artur Mas, Puigdemont, PDeCAT en het Catalaanse parlement was destijds een politiek manoeuvre om de aandacht af te leiden van de besparingen en om het sociaal verzet hiertegen te neutraliseren.

De parlementaire steun van de CUP en ERC aan de PDeCAT die hierdoor een neoliberaal beleid kan voeren in ruil voor een zogenaamd onafhankelijkheidsblok, is een complete fout.

Maar het is evenzeer fout om de beweging in Catalonië reactionair te noemen, zeker op een ogenblik dat Puigdemont en de PDeCAT door de beweging van onderuit voorbijgestoken worden en er een revolutionaire crisis ontstaat. Garzon en vele anderen vergissen zich als ze deze beweging niet steunen en stellen dat ze reactionair is, waarbij het alternatief bestaat uit onderhandelingen tussen Rajoy en Puigdemont.

Alberto Garzon bevestigde zijn standpunt op dezelfde dag dat de Spaanse nationalisten in Barcelona betoogden. Hij verklaarde op 8 oktober dat de spanningen in Catalonië enkel kunnen afnemen “indien Rajoy en Puigdemont een dialoog opstarten.” Hij omschreef de beweging in Catalonië als “erg gevaarlijk, wegens het gebrek aan dialoog, en mogelijk zelfs met economische spanningen als gevolg.” Wat heeft dit te maken met de standpunten van Marx en Lenin over de nationale onderdrukking en revolutie? Niets, het heeft meer gemeen met het standpunt van Carrillo in 1976-78 toen de leiding van de PCE – toen een massale arbeiderspartij – opriep tot dialoog en consensus met de Spaanse burgerij en de erfgenamen van de dictatuur om zo een einde te maken aan een revolutionaire situatie.

De revolutionaire crisis in Catalonië wordt gedreven door twee belangrijke politieke factoren: de nationale onderdrukking door de Spaanse burgerij en de centralistische staat die weigert te erkennen dat Catalonië een natie is en repressief het recht op zelfbeschikking onderdrukt, en de frustratie die voortkomt uit de kapitalistische crisis: werkloosheid, uithuiszettingen, lage lonen, gebrek aan een toekomst. De strijd tegen nationale onderdrukking en klassenonderdrukking kwam samen, net zoals dit meermaals in het verleden gebeurde (1909, 1931, 1934, 1936, 1977, …) waarbij een revolutionaire potentieel ontstond waarmee de politieke dominantie van het Spaanse kapitalistische regime werd betwist.

Meer dan 100 jaar geleden schreef Lenin de tekst ‘Het recht der naties op zelfbeschikking’ waarin hij een revolutionair marxistisch standpunt ontwikkelde. De strijd voor het recht op zelfbeschikking van onderdrukte naties, is een prioriteit voor marxisten. Maar in deze strijd onderwerpen we ons niet aan de burgerij van de onderdrukte natie, hier de Catalaanse burgerij, en evenmin aan de politieke vertegenwoordigers ervan, zoals de PDeCAT. We verdedigen het recht op zelfbeschikking – uiteraard met inbegrip van het recht op onafhankelijkheid – en koppelen dit aan de verdediging van een revolutionair programma voor socialistische omvorming van de samenleving.

Revolutionaire methoden

De huidige crisis in Catalonië opent net als in andere historische periodes de mogelijkheid om tot een Catalaanse republiek te komen op basis van revolutionaire methoden gebaseerd op de directe actie van de bevolking, de jongeren en de werkenden. De Catalaanse burgerij is daar doodsbang van en kwam snel met een ultimatum: geef de beweging op, of we starten economische chaos en zorgen voor ellende.

Dit is dezelfde methode die de Griekse burgerij en het Europese establishment gebruikt tegen de Griekse bevolking. Om hun dreigementen door te voeren, kreeg de Catalaanse burgerij meteen de steun van de PP-regering die geen 24 uur nodig had om een wet te stemmen over de verplaatsing van hoofdkwartieren van bedrijven uit Catalonië. Dit is de burgerlijke legaliteit. Om het recht van de Catalaanse bevolking om te beslissen mogelijk te maken, kan de wet niet veranderd worden en wordt politiegeweld ingezet om het te vermijden. Om de Catalaanse, Spaanse of Europese kapitalisten ter wille te zijn, kan de wet in een oogknip veranderen.

Doet dit alles je niet wat nadenken, kameraad Garzon? Welke conclusie wordt getrokken uit de alliantie tussen de Catalaanse en Spaanse burgerij om de uitroeping van een Catalaanse republiek te vermijden? Wat is het alternatief van de zelfverklaarde communist Garzon, de leiding van IU of van Podemos, op deze alliantie? Dat Rajoy en Puigdemont onderhandelen? Dat de katholieke kerk als bemiddellaar optreedt?

Garzon en anderen verklaren dat ze marxist en zelfs leninist zijn. Maar waar en wanneer heeft Lenin ooit een akkoord met de Russische burgerij of het tsaristische regime voorgesteld om het recht op zelfbeschikking voor Oekraïne, Finland of de Baltische staten te bekomen? Lenin en de Bolsjewieken verenigden de massa’s van de naties die door het tsarisme onderdrukt werden met de werkenden van de onderdrukkende natie, ‘Groot Rusland’, op basis van het recht op zelfbeschikking dat samenging met de strijd om de kapitalistische orde omver te werpen.

Wat heeft dit standpunt gemeen met de oproep aan de Catalaanse bevolking om de mobilisaties te stoppen, de straten te verlaten en terug naar huis te keren zodat de burgerlijke politici het conflict kunnen oplossen? Dat is geen revolutionair marxistisch standpunt.

Garzon en andere leiders van IU en Podemos pleiten voor een ‘grondwettelijk proces,’ zelfs door de ‘federale republiek.’ Wat ze niet verduidelijken, is welke klassenoriëntatie dit grondwettelijk proces of deze federale republiek zouden hebben. En hoe zou dit proces opgelegd worden? Door een akkoord met de Franquistische staat en de PP of door een akkoord met de Spaanse burgerij?

Het uitroepen van de republiek op 14 april 1931 was het resultaat van de revolutionaire acties van de massa’s in de steden en op het platteland. Zo werd de dictatuur van Primo de Rivera gestopt. Met stakingen en massamobilisaties in 1930 en 1931 werd Alfoso XIII tot ballingschap verplicht. Het uitroepen van de republiek werd toen door de kapitalisten en de burgerij aanvaard als het minste kwaad, maar het stopte de arbeidersbeweging, de landloze boeren en de jongeren niet om verder te gaan naar een socialistische revolutie.

Deze historische analogie is van belang: een Catalaanse republiek die afgedwongen wordt door revolutionaire actie zou noodzakelijkerwijze een frontale strijd tegen de PDeCAT en Puigdemont vergen, tegen het volledige politieke en economische establishment dat in Catalonië dezelfde neoliberale maatregelen neemt als de PP. De strijd zou direct tegen kapitalistische onderdrukking ingaan. Het zou de deur openen voor een regering van de linkerzijde die de besparingen stopt en de dictatuur van de Catalaanse en Spaanse economische machten confronteert, waarbij de banken en grote bedrijven genationaliseerd worden.

De Catalaanse, Spaanse, Franse en Europese kapitalisten zijn zich daar bewust van. Dat is waarom ze de beweging met alle mogelijke middelen willen stoppen.

Krachtsverhoudingen

De krachtsverhouding in Catalonië is nog altijd gunstig voor de bevolking: de werkenden en jongeren toonden hun vastberadenheid om de strijd tegen de politieke repressie en voor een Catalaanse republiek door te zetten. Dezelfde stoutmoedigheid die we op 1 en 3 oktober zagen, is nu nodig om de mobilisatie op te voeren en die delen van de Catalaanse werkende klasse die nog twijfelen maar het reactionaire offensief verwerpen te overtuigen. Dit kan alleen met een programma dat het uitroepen van een Catalaanse republiek koppelt aan socialistische maatregelen in het voordeel van de bevolking.

Izquierda Revolucionaria roept de leidingen van CUP, Podemos, Catalunya en Comu, ERC, de studentenbeweging en jongerenorganisaties (Sindicat d’Estudiants, SEPC, …), de arbeidersbeweging en de Catalaanse vakbonden, … op om een links eenheidsfront te vormen. Dit kan gebaseerd zijn op de verdedigingscomités die bij het referendum werden opgezet en alle comités die de voorbije weken ontstonden in Catalonië. Dit kan de basis zijn voor comités op de werkplaatsen, in de wijken en op de scholen om de beweging te coördineren en te versterken met acties, de voorbereiding op een staking van onbepaalde duur en om elke gewelddadige actie door de Spaanse staat te beantwoorden. Op deze manier kan een Catalaanse republiek met een linkse regering bekomen worden. Dit links front moet elke onderwerping aan de Catalaanse rechterzijde, de PDeCAT en Puigdemont, verwerpen en oproepen tot actieve solidariteit van de arbeidersbeweging en de jongeren in de rest van de Spaanse staat.

De werkenden verenigen

De leiding van Unidos Podemos moet radicaal van koers veranderen. Het moet stoppen met alle hoop te vestigen in onderhandelingen tussen Rajoy en Puigdemont, een onderhandeld referendum, … Al deze elementen werden al verworpen en ondertussen voert de reactie de repressie op waarbij de Catalaanse bevolking op de knieën wordt gedwongen.

De enige wijze waarop de situatie kan opgehelderd worden en de verwarring gestopt, is door de werkenden en jongeren in de rest van de staat te verenigen met hun klassenbroers en zusters in Catalonië doorheen mobilisatie tegen de PP-regering. Dat is de taak van de volledige linkerzijde en alle bewuste activisten. Het moet ook de verantwoordelijkheid zijn van de leiding van Unidos Podemos, Pablo Iglesias, Ada Colau, … die op deze kritieke momenten naar de betogingen moeten gaan om de werkenden en jongeren richting te geven en zeker de basis van de vakbonden een duidelijke boodschap van verzet tegen rechts te geven.

De Spaanse en Catalaanse heersende klasse is bijzonder angstig voor het uitroepen van een Catalaanse republiek. Ze hebben daar alle redenen toe: het zou niet alleen het ‘grote’ Spanje breken, maar het zou ook de voorbode zijn op nog meer intensieve strijd tegen de dominantie door de kapitalisten, tegen de gevestigde orde en voor een socialistische republiek in Catalonië en een socialistische republiek gebaseerd op een vrijwillige samenwerking van volkeren en naties die momenteel onder de Spaanse staat vallen. Dit is een strijd die actieve solidariteit begint te krijgen onder de onderdrukte massa’s in Europa en de hele wereld.

Print Friendly, PDF & Email