Home / Op de werkvloer / Publieke sector - algemeen / Noodkreet vanuit de noodcentrales

Noodkreet vanuit de noodcentrales

Reactie door een personeelslid van een noodcentrale

Foto: Flickr / alanclarkdesign

“Het grootste probleem waar we al jaren mee geconfronteerd worden in de noodcentrales is het nijpende personeelstekort. Dat heeft natuurlijk ook een impact op de dienstverlening. Er zijn in al die jaren al veel ministers van Binnenlandse Zaken gepasseerd maar dát is niet veranderd.

“Sinds 2015 is Jan Jambon van N-VA verantwoordelijk. We zien onze minister wel op televisie als er een ramp gebeurd is en hij kwam ook al eens kijken in onze centrale. Maar voor overleg met de vakbonden had hij de voorbije jaren geen tijd. Overleg bij de noodcentrales kon de laatste jaren in het algemeen weinig doorgaan wegens te weinig mensen bij de administratie in Brussel.

“In 2017 wou men een TOC (tussenoverlegcomité) uitstellen want er was tóch geen budget. We kregen te horen van de directie dat er voor de eerste zes maanden van 2017 geen budgetmarge was voor aanwervingen van calltakers, operatoren of administratief personeel. Er zou in juni een nieuwe monitoring uitgevoerd worden en hopelijk zou er dan wel geld gevonden worden voor aanwervingen.

“In vele centrales wordt de situatie stilaan onhoudbaar, in sommige is ze dat al lang. In de 101 centrale van Luik verwacht men naar het einde van het jaar een tekort van 30%, bij de 101 in Brussel is er al een tekort van 50%. In april 2017 bedroeg het kader van de 101 centrales 361 VTE, 317 personen waren in dienst waarvan 269 operationeel inzetbaar. Dat is voor heel België. Voor het kader van 51 in Brussel zijn er 31 in dienst waarvan 28 operationeel inzetbaar. Voor de 100 centrales gaat het over een kader van 301 VTE waarvan er 271,6 operationeel inzetbaar zijn.

“Veel mensen geraken overwerkt, worden ziek of haken af en zoeken ander werk, waardoor anderen weer moeten komen invallen om de gaten in het dienstrooster te vullen. Overuren worden opgestapeld en verlof kan niet worden opgenomen.

“In sommige kleinere centrales zijn er soms maar 2 personen om oproepen te beantwoorden. Wachttijden voor burgers nemen toe. Vorige zomer was er veel verontwaardiging toen een man van 46 jaar overleed nadat hij niemand aan de lijn kreeg. Maar dat mensen in nood soms veel geduld moeten hebben komt helaas wel vaker voor.

“De minister denkt aan technologische oplossingen: precalltaking via de app112 waarbij de oproeper de hulp selecteert die hij nodig heeft (brandweer, medische hulp of politie). Een andere vorm is gerobotiseerde precalltaking, met een spraakrobot. Er komt een proefproject in een regio rond de taalgrens. En er is het 1722 nummer voor niet-dringende brandweerhulp.

“Er zijn ook veel nutteloze oproepen en niet-dringende vragen voor de 101 want doordat politiekantoren gesloten zijn worden oproepen soms doorverbonden naar de noodcentrale.

“De dienstverlening komt in het gedrang. Overwerkte mensen sneller fouten en dat gaat nog eens goed fout lopen. Dat staat vast. De vraag is alleen wanneer en wie er dan de verantwoordelijkheid zal dragen.

“In februari zei de directie dat ze twee opties ziet. Of er komt snel bijkomend krediet om de gaten op te vullen. Of het takenpakket wordt hertekend waardoor het aantal oproepen daalt en dus ook de werklast. De directie denkt dat de tweede optie meer kans op slagen heeft.

“Voor de 100 zou men niet-dringende oproepen weren door het nieuwe nummer 1722. De oproepen naar 1722 zouden dan eventueel naar de brandweerzones kunnen doorgeschakeld worden. Dus focus op dringende medische en brandweerhulp. Voor 101 volgt hij een gelijkaardige redenering : niet dringende oproepen zouden door politiezones aangenomen moeten worden. Daarover beslist de directie echter niet zelf en daar zit men in die brandweer en politiezones wellicht ook niet op te wachten, ze hebben daar namelijk ook te weinig personeel !

“Op 26/4 was er een informele ontmoeting met de directie. Die kon alleen maar erkennen dat er 100 personeelsleden ontbraken bij 101 en dat ze daarin geen verbetering verwachtte, eerder een verslechtering. Hierop dreigde de ACOD met acties.

“Op 10/5 was er vervolgens voor het eerst een ontmoeting met het kabinet van Jambon. Daar zei men dat de minister de volgende oplossingen ziet: Zowel technologie als oplossing, als bijkomend personeel. Het verbinden van centrales onderling voor de opvang van de overflow en het sneller invullen van personeelsbehoeftes. De nieuwe app 112 zou spookoproepen moeten vermijden. 1722 voor niet dringende oproepen. Bovendien engageerde de minister zich om onmiddellijk bijkomend 1 miljoen euro vrij te maken om in 2017 nog bijkomend personeel te werven. Hij zou de effecten van bijkomende technologie evalueren en daarna eventueel bijkomend personeel voorzien. De aan te werven calltakers zou men gaan zoeken in de bestaande wervingsreserve en onder het personeel van de civiele bescherming want daar moeten op termijn 4 van de 6 kazernes sluiten. De aanwerving was voorzien op 1 oktober. Dat werd vervolgens uitgesteld naar november, december maar het wordt vermoedelijk januari. Bovendien gaan het er minder zijn dan beloofd. Het zouden er maar 17 zijn voor heel België en niet de beloofde 24.

“In de noodcentrales zal er weinig gestaakt worden. Staken is voor hulpverleners geen evidentie, bovendien werden er bij vorige stakingsaanzeggingen in alle centrales personeel opgevorderd zodat er meer volk op een stakingsdag aan de telefoon zit dan anders. Die minimumdienstverlening is bij ons dagelijkse kost. Wie wil staken moet zelf vooraf met een collega zien te wisselen want anders moet je komen werken. Daar is zelfs geen overleg over.

“Mensen zijn vaak ook niet bereid om te staken, want wat hebben vorige stakingen hun opgeleverd? Ze beseffen niet dat er geen andere keuze is en dat als we niet in actie komen we er nog veel sneller veel verder op achteruit zullen gaan.

“Wij moeten er ons van bewust zijn dat actie voeren en staken niet in alle sectoren vanzelfsprekend is, zelfs lid zijn van een vakbond is dat niet altijd. In sommige sectoren is er een stevige syndicale traditie, andere sectoren hebben die tradities veel minder of niet meer.

“Maar dat het niet gemakkelijk is om mensen te organiseren en te mobiliseren, dat weten we. Dat we geen andere keuze hebben dan ons te verzetten … dat is ons ook duidelijk. We zullen daar ook meer de gebruikers bij moeten betrekken en beter met hen communiceren over de gevolgen van de besparingen op overheidsdiensten voor hen. Een actieplan moet breed bediscussieerd worden, onder militanten en leden en ook op de werkvloer.

“Mobilisaties moeten beter georganiseerd worden en niet last-minute zoals het uitkomt. Na elke actie moet er een evaluatie volgen. We zouden ons kunnen organiseren in lokale actiecomités waarbij militanten uit verschillende sectoren en centrales die op één site werken mekaar versterking bieden.”

Print Friendly, PDF & Email