Uitzichtloosheid Tsjetsjeens conflict

Veel mensen zullen zich de schokkende beelden van de bloedige ontknoping in Beslan nog levendig herinneren. Begin september werden 1.200 kinderen, ouders en leraars in een school in de Russische deelrepubliek Noord-Ossetië gegijzeld door pro-Tsjetsjeense commando’s. Alle toegang tot voedsel en water werd aan de gijzelaars, omringd met explosieven, ontzegd. Na enkele dagen komt er een einde aan de gijzelingsactie, wanneer Russische troepen de gebouwen bestormen. De dramatische wending brengt het dodental op minstens 335 mensen. Vele lichamen blijven ongeïdentificeerd. De Russische en wereldopinie bevindt zich in shock.

Laurent Grandgaignage

De chaotische en brutale manier waarop het Russische leger deze gijzelingscrisis beëindigde, doet ons terugdenken aan de tragedie in een Moskous theater, anno 2002. Toen werden zo’n 700 à 800 mensen gegijzeld door een 50-tal zwaar bewapende Tsjetsjenen. De gijzelnemers eisten een einde aan de oorlog in Tsjetsjenië en de volledige terugtrekking van de Russische bezettingstroepen. Het leger antwoordde daarop met "narcosegas", wat leidde tot de dood van meer dan 120 burgerslachtoffers. Vandaag zien we, met de recente aanslagen op 2 vliegtuigen en een metrostation in Moskou, samen met het drama in Beslan, een gewelddadige heropleving van het Tsjetsjeense conflict.

Tsjetsjenië eeuwenlang onderdrukt

Als we even terugblikken op de geschiedenis merken we dat de Tsjetsjeense bevolking al langer gebukt gaat onder buitenlandse bezettingsmachten. In 1830 viel tsaar Nicolas I Tsjetsjenië binnen. De Kaukasus werd gekoloniseerd omwille van de enorme mogelijkheden op vlak van landbouw. Na de Russische revolutie in 1917 kreeg het land recht op zelfbeschikking. Zoals veel andere republieken koos de regio ervoor deel uit te maken van de Sovjetunie.

Na de stalinistische contrarevolutie werden nationale tegenstellingen echter opnieuw onderdrukt. In 1944 werd het grootste deel van de Tsjetsjeense bevolking als gevolg hiervan gedeporteerd. Na de Val van de Muur werd het land, in 1991, onafhankelijk verklaard. 3 jaar later viel Jeltsin – tot ’96 – Tsjetsjenië binnen. Hij slaagde er echter niet in om de eis voor Tsjetsjeense zelfbeschikking militair te onderdrukken.

Het land verviel uiteindelijk in chaos en de macht van verschillende krijgsheren nam toe, waarbij ook de invloed van islamistische strijders groter werd. In 2000 legde Poetin opnieuw een directe overheersing door Moskou op. Dit om te voorkomen dat, door de eis voor een autonome republiek, andere landen in de regio ook het recht op onafhankelijkheid zouden eisen. De militaire repressie deed het conflict enkel harder escaleren. Sindsdien zijn er langs beide zijden reeds honderdduizenden slachtoffers gevallen.

Westen doofstom voor bezetting

Het afgelopen decennium heeft de Tsjetsjeense bevolking zwaar geleden. Steden werden in puin gelegd; mannen, vrouwen en kinderen massaal uitgemoord. Het is juist deze onderdrukking die de voedingsbodem creërt waarop reactionaire en terroristische groeperingen kunnen groeien. Hypocrisie troef wanneer Poetin de bezetting probeert goed te praten als onderdeel van de zogenaamde "oorlog tegen het internationale terrorisme". Het Westen laat na Poetins oorlog te bekritiseren, aangezien veel landen in diezelfde alliantie verwikkeld zijn. Vergeet niet dat de relaties met het GOS ook van economisch belang zijn. De Kaukasische regio is vandaag erg belangrijk geworden voor de productie van olie en gas. Rusland is de belangrijkste exporteur van natuurlijk gas en de tweede belangrijkste van olie, na Saoedi-Arabië.

Russisch kapitalisme in verval

De woede van de Russische bevolking tegenover de terreurdaden is niet enkel gericht tegen de gewapende pro-Tsjetsjeense groeperingen, maar meer en meer ook tegen president Poetin zelf. Velen achten hem verantwoordelijk voor het aanhoudende Tsjetsjeense conflict. Terwijl de bevolking de tol betaalt voor deze etnische spanningen, lijdt ze tegelijkertijd onder het neoliberale beleid van Poetin.

Recente besparingen in de sociale zekerheid doen tientallen miljoenen Russische arbeiders verder wegzakken in de sociaal-economische crisis. Sinds de herinvoering van het kapitalisme zijn de armoede en ongelijkheid enorm toegenomen. Poetins "oorlog tegen het terrorisme" wordt hierbij handig gebruikt om de aandacht af te leiden van het groeiende ongenoegen. Als socialisten veroordelen we enerzijds het terrorisme en anderzijds de militaire repressie van Rusland. Socialisten hebben de taak om te bouwen aan een verenigde massabeweging van Tsjetsjeense en Russische arbeiders, om zo de nationale, religieuze en etnische verschillen te overbruggen. Enkel door gezamenlijke strijd kan men ontsnappen uit deze spiraal van geweld en kapitalistische crisis.

Delen: Printen: