Home / Internationaal / Europa / Frankrijk. Verzet tegen aanval van Macron op arbeidswet neemt toe

Frankrijk. Verzet tegen aanval van Macron op arbeidswet neemt toe

Op 23 september versterkte La France Insoumise het protest tegen het asociale beleid met een druk bijgewoonde betoging. Maar liefst 150.000 mensen namen daaraan deel! Foto: Gauche Révolutionnaire

Deze zomer hebben Macron en zijn regering een offensief ingezet tegen de werkenden. De methode is brutaal en er wordt met een strakke timing gewerkt. De arbeidersbeweging die pas nog massaal in actie kwam tegen de wet-El Khomri, de vorige aanval op de arbeidsvoorwaarden, komt opnieuw op straat.

Artikel door Nicolas M (Brussel)

Voor het establishment was de verkiezing van Macron een geschenk uit de hemel: temidden van een grote politieke crisis met een herschikking van het politieke landschap kwam hij naar voor als de kampioen van de ‘holle consensus’ en de nietszeggende algemeenheden. Maar hij staat wel degelijk voor een project: dat van de werkgevers en de grote Franse bedrijven. Zijn minister van Arbeid, Muriel Pénicaud, zat voorheen in het management van bedrijven als Dassault en Danone, en was voorzitster van Business France. De regering van La République En Marche (LREM) lijkt op een club van beursspecialisten die zich uitleven op de feestjes van werkgeversfederatie Medef. De regering wordt geleid door een president die voorheen actief was bij zakenbank Rothschild.

Massavernietigingswapen tegen de arbeidsvoorwaarden

De ‘Hervorming voor de versterking van de sociale dialoog’, de nieuwe ‘Arbeidswet’, geeft de grote werkgevers in Frankrijk een groot arsenaal aan maatregelen om de productiekosten te drukken op de kap van de werknemers. De onzekerheid en flexibiliteit van de arbeidsmarkt worden fors opgevoerd. De regering stelt dat “vertrouwen noodzakelijk is voor een heropleving van onze economie.” In het eerste kwartaal van 2017 alleen al maakten de bedrijven van de CAC40 (de belangrijkste Franse bedrijven) 51 miljard euro winst. Dit nieuwe record ligt 11 miljard hoger dan in dezelfde periode in 2016. Waar eindigt die dorst naar vertrouwen eigenlijk?

De regering wil het vertrouwen van de werkgevers ondersteunen door onder meer de vermogensbelasting quasi volledig af te schaffen. De rijksten krijgen zo een cadeau van drie miljard euro. Met de nieuwe hervorming van de arbeidswet moet het (nog) makkelijker worden om personeel af te danken en bovendien worden ontslagvergoedingen drastisch beperkt. De ‘hiërarchie van de normen’ wordt omgekeerd: nationale, interprofessionele en sectorale akkoorden verdwijnen naar het achterplan ten voordele van onderhandelingen per bedrijf. Dat is een overwinning voor het beleid van ‘verdelen om te heersen.’ Het opent de weg voor individuele onderhandelingen per werknemer. Geen enkel taboe blijft overeind. Het arbeidscontract kan op elk ogenblik eenzijdig aangepast worden wat de duur ervan betreft, maar ook inzake de lonen, de gezondheid op het werk, de ‘mobiliteit’ (plaats van  tewerkstelling), duur van de proeftijd, …

De terugkeer van een massabeweging

In juni werd al meteen een mobilisatieplan aangekondigd met een stakingsdag op 12 september. Die actiedag was een succes met tienduizenden stakers en een half miljoen betogers op straat. Er volgde een nieuwe stakingsdag op 21 september. Niet alle vakbonden steunen deze mobilisaties, maar de druk van onderuit neemt toe. Alle vakbonden roepen nu op tot de ambtenarenstaking van 10 oktober.

Dit actieplan is een goed vertrekpunt om de dynamiek te keren. De vakbondsleiding maakt een fout als ze zich laat opsluiten in onderhandelingen met de regering. De opbouw van een krachtsverhouding op straat en in de bedrijven is van groot belang. Dit kan het best met stakingsdagen en een grote campagne van personeelsvergaderingen.

Het platleggen van de economische activiteit door een staking, was een belangrijk argument dat terugkwam in verschillende interviews met stakers op 12 en 21 september. Het is de beste methode om de lawine aan aanvallen door de regering te stoppen. Daarbij kan vertrokken worden van het model van de strijd tegen de CPE (jongerencontracten) in 2006 of tegen de pensioenhervormingen in 1995, 2003 en 2010.

France Insoumise: van het parlement naar de straat

Mélenchon op de betoging van 23 september. Foto: Gauche Révolutionnaire

La France Insoumise (LFI) voegde een actiedag toe met de bijzonder grote betoging in Parijs op 23 september. Dat is een uitstekend initiatief om het verzet op te bouwen. Na de electorale doorbraak (19,6% in de presidentsverkiezingen en een groep van 17 verkozenen in de parlementsverkiezingen) heeft LFI expliciet opgeroepen tot deelname aan de syndicale acties. Tijdens zijn campagne heeft de beweging van Mélenchon aangetoond dat ze grote aantallen jongeren en werkenden kan mobiliseren voor massameetings en betogingen zoals op 23 september in Parijs.

Verschillende nieuwe linkse formaties in Europa hebben de neiging om een kunstmatig onderscheid te maken tussen het ‘syndicale’ en het ‘politieke’ terrein. Ze doen dit vooral om zich te beperken tot het electorale. LFI lijkt een andere benadering voor te staan en wij vinden dat positief. Om de strijd aan te gaan, moet de arbeidersbeweging gebruik maken van beide vuisten en dit liefst op een gecoördineerde wijze. De concrete ervaring van strijd en betrokkenheid bij sociale en syndicale mobilisaties is ook de beste leerschool voor nieuwe lagen die politiek actief werden in de campagne van Mélenchon.

Het programma van LFI had volgens ons een aantal beperkingen (zie het dossier in onze aprilkrant hierover), maar het was wel één van de meest uitgewerkte antibesparingsprogramma’s in Europa. Heel wat eisen komen overeen met die van de vakbonden. Dit kan de basis vormen voor een politiek alternatief op het programma van Macron en co. We denken aan eisen als collectieve arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen, arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur als norm, optrekken van alle sociale uitkeringen, …

De radicale linkerzijde moet zich inschakelen in de vakbondsacties en in LFI, met name daar waar de arbeiders en jongeren zich op richten, bijeenkomen en zich organiseren. Zo kan de radicale linkerzijde het best helpen bij het trekken van lessen uit de strijd en wegen in de discussies over de volgende stappen van de beweging.

Gauche Révolutionnaire, onze Franse zusterorganisatie, verdedigt de nood aan een nieuwe massale arbeiderspartij. Een partij waarvan de leden stakersposten organiseren voor hun bedrijven, de universiteiten en scholen blokkeren en zich organiseren rond een anti-besparingsprogramma dat gekoppeld wordt aan een offensief alternatief. Een dergelijke partij die democratisch functioneert, zou een enorme hefboom zijn om een collectieve analyse van het kapitalistisch systeem en de noodzaak om hiermee te breken op grote schaal te populariseren. Het zou ook een krachtig forum zijn om de discussie over een alternatief op het kapitalisme te voeren: een socialistisch alternatief.

Print Friendly, PDF & Email