Proces over ontploffing in cokesfabriek van Ougrée

Proces over ontploffing in cokesfabriek van Ougrée

De correctionale rechtbank van Luik heeft een uitspraak gedaan in het dossier over de ontploffing in de cokesfabriek van Cockerill te Ougrée in oktober 2002. Het ongeluk veroorzaakte toen 3 doden en 22 gewonden, waarvan 13 ernstig. 7 personen werden voor de rechtbank gebracht: de directeur van de afdeling waar de ontploffing plaatsvond, 2 kaderleden, 2 ingenieurs en 2 arbeiders. De directeur werd vrijgesproken. De 2 ingenieurs en de 2 kaderleden genoten van een opschorting van de uitspraak en… de 2 arbeiders werden veroordeeld tot 3 maanden voorwaardelijk en 250 euro. Het is de wereld op zijn kop. Hoe hoger in de hiërarchie, hoe minder verantwoordelijkheid men heeft!

Guy Van Sinoy

De rechtbank heeft ook een discriminerend onderscheid gemaakt tussen de arbeiders van Cockerill en de arbeiders die er in onderaanneming werkten. De arbeiders van Cockerill zullen een forfaitaire vergoeding krijgen volgens de wet op de arbeidsongevallen. Aan de arbeiders die in onderaanneming werkten – zoals de 3 arbeiders die omkwamen – moet Cockerill een hogere schadevergoeding betalen voor de geleden materiële en morele schade.

Toen de schandalige uitspraak werd voorgelezen brak er onrust uit in de zaal bij de arbeiders die naar de rechtbank waren gekomen: “Het is gemakkelijk om de arbeiders te veroordelen! Hoeveel is het leven van een arbeider waard!” ABVV-Metaal kondigde aan dat het in beroep gaat. In het bedrijf werd onmiddellijk na de uitspraak uit protest het werk neergelegd. Het ABVV en het ACV kondigden aan dat ze alle werkonderbrekingen zullen steunen.

Het ongeluk en de uitspraak van de rechtbank moet in zijn sociale context worden geplaatst. Arcelor is van plan om de warme fase (cokesovens, staalfabriek, hoogovens) te sluiten en de vakbonden hebben zich daarbij neergelegd. Een betoging van 50.000 arbeiders tegen de sluiting is zonder gevolg gebleven. Het is tegen deze achtergrond van een verslechtering van de krachtsverhoudingen in het nadeel van de arbeiders dat men het ongeval en het proces moet plaatsen.

Silvio Marra, oud-vakbondsafgevaardigde voor het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk van de Forges de Clabecq, stelt in ons blad van maart. “In een situatie van herstructureringen begint er een zeker fatalisme op te treden, zowel op politiek vlak als op vlak van de veiligheid. Men moet aan preventie doen alsof het bedrijf zal blijven voortbestaan. Veel is afhankelijk van het politiek bewustzijn van de syndicale delegatie. Je mag nooit zeggen: ‘we kunnen niets meer doen omdat we toch sluiten…’ Dat is een ramp: het is de gevaarlijkste situatie die kan bestaan in een bedrijf. Als men de armen laat zakken, stijgt het aantal ongevallen.”

De uitspraak van de correctionele rechtbank is er één van een klassenjustitie die kost wat kost de winsten wil verdedigen. Het is een uitspraak de tijd van Daens waardig. Het is echter ook de weerspiegeling van de verslechtering van de krachtsverhoudingen voor de arbeiders. Een grote mobilisatie in de bedrijven om delegaties te sturen naar het Justitiepaleis zou de arbeiders in een sterkere positie hebben geplaatst in dit oneerlijk proces. Het beroep zal de mogelijkheid bieden om het verloren terrein weer goed te maken door niet alleen in de buurt van Luik, maar ook nationaal te mobiliseren. Wat in dit proces op het spel staat, is immers van belang voor iedereen.

Delen: Printen: