Langer werken voor hetzelfde loon?

De laatste maanden staat er schijnbaar geen rem op de eisen van het patronaat, de ene nog groffer dan de andere. Een verlenging van de werkweek tot 40 uur zonder loonsverhoging; de afschaffing van het brugpensioen; loonbevriezing; versoepeling van overuren; het op jaarbasis berekenen van de arbeidstijd (flexibele werkuren, dus); nieuwe loonlastverlagingen; tijdskrediet dat we zelf zouden moeten gaan betalen;… De burgerij in België wil duidelijk een breed besparingspakket, vergelijkbaar met de omringende landen Nederland en Duitsland. In die landen gaat het om “historische” besparingsmaatregelen. Het Belgische patronaat wil haar achterstand inhalen.

Peter Delsing

Bij Siemens Duitsland werden de vakbonden in juni voor het blok gezet: van 35 uur per week naar 40 uur gaan, zonder loonsverhoging, of 2000 jobs zouden verloren gaan bij een delokalisatie naar Hongarije. De vakbond stemde hier uiteindelijk mee in. Al snel volgden in Duitsland Daimler Chrysler en Thomas Cook. Ook in Frankrijk en Nederland leek de ban gebroken voor een aantal patroons. In België vond het VBO dat ook hier de 40-urenweek zonder loonsverhoging “bespreekbaar” moest zijn. Paul Soete, gedelegeerd bestuurder van Agoria (de patroons in de industrie en technologie), stelde het scherper: “Het is kiezen tussen meer werken of je baan verliezen”. (1) Het probleem met deze logica van de concurrentie is dat er geen einde aan komt. In Polen ligt het gemiddelde maandloon op 460 euro. Moeten we ons daaraan aanpassen?

Het fenomeen van de delokalisatie is in een aantal gevallen reëel. We mogen dit echter niet overschatten. In haar jaarverslag van 2003 stelt de Nationale Bank dat de 10 nieuwe EU-landen allemaal – op Slovenië na – meer geld via import en andere kapitaalstromen de regio zien uitstromen dan dat er geld die landen binnenkomt. De Nationale Bank voegt daaraan toe dat de directe buitenlandse investeringen in Oost-Europa “zeldzamer beginnen te worden”. De grootste brokken van de economie werden immers al geprivatiseerd. In 2002 en 2003 daalden de buitenlandse directe investeringen van de EU-landen telkens. Dikwijls is de dreiging met delokalisatie niet meer dan leugenachtige chantage van de bazen.

Paul Soete (Agoria) stelt in een artikel in La Libre Belgique waar het werkelijk om draait: “In de technologische industrie opnieuw komen tot 40 uur betekent de gemiddelde loonkost per uur met 7,4% verminderen.” (2) De bazen willen, op onze rug, hun kosten drukken om tegenover de directe buitenlandse concurrenten hun prijzen te kunnen handhaven en grotere winsten te maken.

In concurrerende landen wordt net hetzelfde gezegd tegen de arbeiders. We mogen niet meedenken in de winst- en concurrentielogica van de bazen. De neoliberale politiek van daling van de reële lonen en uitkeringen, ongeremde flexibiliteit, verhogen van de werkdruk,… – kortom: van het herstellen van de winstvoet tegenover de concurrentie op een door overproductie ondermijnde markt – is al sinds begin jaren ’80 bezig. De werkenden, werklozen, gepensioneerden,… zijn er in overweldigende meerderheid alleen maar op achteruit gegaan, wat hun koopkracht en condities betreft. Wat een bekentenis van failliet is het dat de bazen en hun regeringen, bijna 25 jaar na het begin van de neoliberale afbraakpolitiek, nu bij ons komen aankloppen met het grootste besparingspakket sinds jaren.

België is, op de VS na, het meest productieve land ter wereld. Een verlenging van de werkweek zal enkel leiden tot meer stress. Het zal ook zeker niet meer mensen aan werk helpen, op een moment dat er, eind 2003, 1.143.500 uitkeringstrekkers ten laste van de RVA waren. Sommige patroons, bijvoorbeeld in de auto-industrie waar de markt al beperkt is, stellen als alternatief op de langere werkweek een “loonbevriezing” voor. Zowel Soete (Agoria) als De Muelenaere (Confederatie Bouw) pleiten voor een berekenen van de arbeidsuren op jaarbasis. De Muelenaere: “Gedaan dus met het uniforme aantal werkuren per week gedurende het hele jaar.” (3) Herwig Jorissen van het ABVV, nochtans een erg rechts figuur binnen de vakbond, noemt een verlenging van de werkweek “onbespreekbaar”. (4) Dit weerspiegelt de druk van de basis. Bij Marichal Ketin in Luik werd een voorstel van de directie unaniem weggestemd door het personeel. Bij Volkswagen Vorst, daarentegen, probeert de socialistische vakbond 200 ontslagen te vermijden door arbeidsduurvermindering te koppelen aan een loonlastverlaging voor de patroon. Dit ondermijnt echter de sociale zekerheid, die in 2005 al op een tekort van 1 miljard euro zou afstevenen.

De bazen gebruiken de eis voor een langere werkweek als schot voor de boeg: als breekijzer om alle verworvenheden volledig onderuit te halen. Als de logica van het kapitalisme echter niet in de noden van de meerderheid van de bevolking kan voorzien, dan kunnen wij ons die logica niet meer permitteren. We moeten opkomen voor de oude vakbondseis van een 32-urenweek met verplichte bijkomende aanwervingen, om een begin te maken met het oplossen van de werkloosheid. Mét loonbehoud: de afgelopen 25 jaar is ons al genoeg afgenomen. De verrijking van een minderheid kapitalisten ten koste van de grote meerderheid moet stoppen. De vorming van een strijdbare, syndicalistische vleugel binnen de vakbonden zal hierbij een cruciale rol spelen, gekoppeld aan de opbouw van een nieuwe, brede arbeiderspartij van tienduizenden arbeiders en jongeren.



(1) De Morgen, 19/8/2004

(2) La Libre Belgique, 12/8/2004

(3) De Standaard, 25/8/2004

(4) De Morgen, 19/8/2004

Delen: Printen: